Gevangenisstraf en TBS geëist voor langdurige stalking van ex-partner

De officier begint zijn requisitoir met een bericht van NOS nieuwsuur over femicide. “In totaal zijn vorig jaar 37 vrouwen vermoord, tegenover 44 een jaar eerder. 17 vrouwen werden gedood door hun partner of ex. Dat cijfer was een jaar eerder 27. Op basis van één jaar zijn onderzoekers voorzichtig positief. […] De toenemende aandacht voor femicide kan betekenen dat vrouwen gevaarlijke situaties sneller herkennen en sneller besluiten hun partner te verlaten.”

De officier: “In deze zaak had het, naar mijn inschatting, zeer wel tot een femicide kunnen komen. Gelukkig is dat niet gebeurd. Want aangeefster herkende uiteindelijk de gevaarlijke situatie waar zij, na het beëindigen van haar relatie met verdachte, in zat en op 20 augustus 2024 besloot zij naar de politie te gaan om aangifte te doen tegen haar ex-partner.”

Verdachte heeft aangeefster gedurende bijna 3 jaar dreigende, dwingende en beledigende of intimiderende teksten gestuurd. Hij scheldt haar uit, waarschuwt haar dat ze uit moet kijken of zelfs dood gaat, dreigt zelf zelfmoord te plegen en doet uitlatingen over dat hij weet waar zij is, dat hij haar dingen heeft zien doen die hij middels observatie moet hebben gezien. Hij belaagt haar ook fysiek, door langs de woning te rijden en haar op te zoeken bij haar werk. En hij volgt haar digitaal, via een app op zijn telefoon en plaatst tot twee keer toe een tracker onder haar auto.

De officier: "Dit stopt niet als aangeefster zegt dat het moet stoppen, ook niet na een stopgesprek door de politie of na een eerste aanhouding en het opleggen van een gedragsaanwijzing. Het stopt ook niet na een waarschuwing dat verdachte die gedragsaanwijzing moet naleven, na een bevel bewaring of wanneer door een rechter voorwaarden zijn opgelegd rondom zijn schorsing. Dit stopt pas als verdachte na zijn laatste aanhouding op 29 oktober 2024 in voorlopige hechtenis verblijft."

Veiligheid

Tijdens het onderzoek zijn er zorgen over de veiligheid van aangeefster, zorgen over haar leven. En die zorgen zijn wat de officier betreft niet onterecht als uit onderzoek naar de telefoon van verdachte blijkt dat hij serieus geïnteresseerd is in de aankoop van vuurwapens.

Uit de toelichting op haar verzoek om schadevergoeding blijkt hoe groot de impact van de zaak op aangeefster was en nog steeds is. Ze is, ondanks zijn detentie, nog dagelijks bang voor een confrontatie, is dag en nacht alert, is in de ziektewet terecht gekomen en probeert het werk langzaam aan weer op te pakken. Zij durft nauwelijks nog alleen over straat en is in een isolement geraakt. Ze is bang voor de dag dat verdachte weer op vrije voeten zal komen en omdat verdachte ook eerder heeft laten zien geen gevolg te geven aan allerlei maatregelen ter bescherming van aangeefster, is haar angst voor haar veiligheid groot.

Ernst

De officier meent dat, gezien de ernst van de strafbare feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, een forse straf passend en geboden is. Dat kan in de ogen van de officier enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zijn.

Daarnaast volgt de officier de deskundigen (psychiater, psycholoog en reclassering) in hun advies en afweging. Naast een straf zijn voorwaarden nodig. Die voorwaarden zijn een helpende hand aan verdachte, maar dienen het beperken van het recidiverisico.

De officier eist een gevangenisstraf van achttien maanden plus TBS met voorwaarden zoals door de reclassering aangegeven, inclusief het contactverbod. Daarnaast verzoekt de officier aan verdachte een gedragsbeïnvloedende maatregel op te leggen.

De rechtbank doet op 3 februari uitspraak.