Het Openbaar Ministerie (OM) heeft vandaag in hoger beroep 30 maanden celstraf geëist tegen een 44-jarige man uit Almere. Het OM acht bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een aanranding en verkrachting van een slachtoffer in Heiloo en een verkrachting van een ander slachtoffer in Marokko. Het OM vordert vrijspraak voor de verdachte voor de aanranding van een derde slachtoffer in Amsterdam.
De verdachte is door de rechtbank Noord-Holland op 12 juli 2024 veroordeeld voor een verkrachting van een slachtoffer op een schrijverskamp in Heiloo en een poging tot verkrachting van een slachtoffer in Marokko. Zowel verdachte als het OM konden zich niet in het vonnis vinden en stelden hoger beroep in. Het OM eiste in eerste aanleg 3 jaar gevangenisstraf voor twee aanrandingen en twee verkrachtingen van in totaal drie slachtoffers. Het OM was het niet eens met de vrijspraak voor de aanranding van het slachtoffer op het schrijverskamp in Heiloo, de vrijspraak voor de aanranding van het slachtoffer in Amsterdam, en met de kwalificatie van het feit van het slachtoffer in Marokko (een veroordeling voor een poging tot verkrachting, en niet voor (een voltooide) verkrachting).
OM vordert in hoger beroep vrijspraak in zaak aanranding in Amsterdam
Tijdens het onderzoek in hoger beroep heeft het OM geen bewezen verklaring gevorderd voor de aanranding van het slachtoffer in Amsterdam. Volgens het OM heeft het slachtoffer telkens op de belangrijke punten consistent, volledig, accuraat en gedetailleerd verklaard. “Het beeld dat ze schetst van verdachte als een persoon die dominant en dwingend is en geen nee accepteert, komt ook op andere manieren uit het dossier naar voren. Alleen wordt de verklaring van het slachtoffer onvoldoende ondersteund door wettig bewijs. Dat betekent dat er, ook al zijn de verklaringen van het slachtoffer betrouwbaar en zeer zeker geloofwaardig en zelfs overtuigend, onvoldoende ondersteunend bewijs is om te kunnen spreken van wéttig bewijs”, aldus de advocaat-generaal (aanklager namens het OM in hoger beroep).
Bewijs rond krijgen in zedenzaken vaak moeilijk
Bij zedenzaken is het vaak moeilijk om voldoende bewijs te verzamelen omdat dergelijke misdrijven zich meestal in de privésfeer en achter gesloten deuren afspelen. Hierdoor zijn er vaak geen directe getuigen aanwezig. In eerste aanleg is de verdachte door de rechtbank vrijgesproken ten aanzien van de zaak in Amsterdam vanwege een gebrek aan bewijs, toch ging het OM in hoger beroep. De advocaat-generaal zei hierover op zitting vandaag: “In deze zaak wilde het OM dat het hof opnieuw naar de hele zaak zou kijken. Bovendien kan er in hoger beroep altijd nieuw bewijs worden aangevoerd. In deze zaak hielden we die mogelijkheid open. Dat is in het geval van het slachtoffer in Amsterdam niet gebeurd, in de zin van een extra getuigenverklaring of een andere vorm van bewijs. We snappen dat dit voor het slachtoffer zwaar is en oneerlijk voelt.”
Betrouwbare verklaringen
Alle slachtoffers hebben uitvoerige verklaringen afgelegd. Deze verklaringen zijn in de ogen van het OM gedetailleerd, consistent en betrouwbaar. Het OM stelt vast dat uit de verklaringen een beeld naar voren komt van een verdachte die zonder te vragen voor zijn eigen genot gaat. “Hij gaat ervan uit dat anderen hem leuk of aardig vinden en dat de ander dus ook seksuele handelingen met hem wil plegen of dat van hem wil dulden. Daarbij vraagt hij niet om consent en gaat hij grenzen over. De impact van de feiten is voor de slachtoffers zeer groot geweest. De lichamelijke en persoonlijke integriteit van deze vrouwen is op indringende wijze geschonden. Bovendien hebben zij geworsteld met het doen van aangifte of het maken van een melding, nu zij zich bewust waren van de mogelijke nadelige consequenties, aangezien verdachte een bekende Nederlander is. Seksuele misdrijven hebben een direct en langdurig effect op slachtoffers, maar ook op hun omgeving. Seksuele misdrijven zorgen ook voor maatschappelijke verontwaardiging juist omdat lichamelijke integriteit en seksuele vrijheid zulke belangrijke waarden zijn. Tegelijkertijd heeft het OM ook oog gehad voor de gevolgen die een dergelijke strafzaak voor de verdachte heeft. Het OM houdt bij het bepalen van de eis rekening met de richtlijnen van het OM inzake zedenmisdrijven, het taakstrafverbod en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder ook de gevolgen die de media aandacht voor hem hebben betekend. Dat betekent dat voor feiten als deze niets anders passend is dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daarom eist het OM 30 maanden celstraf”, aldus de advocaat-generaal.
Het hof doet op 7 mei uitspraak.