Het Openbaar Ministerie (OM) eist in hoger beroep gevangenisstraffen tot vier jaar voor in totaal zes mannen en vrouwen die verdacht worden van het smokkelen van drugs. Het gaat om losstaande zaken die deze middag door het hof in Amsterdam werden behandeld tijdens een zogeheten themazitting.

Bijzonder aan de zitting vandaag is dat de zaken die niets met elkaar te maken hebben op een gezamenlijke zitting door het hof en OM werden behandeld. De verdachten zijn gearresteerd op Schiphol op  verdenking van het smokkelen van drugs. De rechtbank Noord-Holland legde hen lagere gevangenisstraffen op dan gebruikelijk is.

De rechtbank Noord-Holland veroordeelde de verdachten eerder tot gevangenisstraffen tot 26 maanden. De rechtbank hanteert hierbij sinds 1 december 2025 een ander criterium dan landelijk gebruikelijk is. De rechtbank stelt dat in het algemeen drugskoeriers die gepakt worden met een beperkte hoeveelheid drugs relatief zwaardere straffen krijgen dan personen die grote hoeveelheden drugs invoeren. Er zijn zogenaamde landelijke oriëntatiepunten die rechters gebruiken  waarbij de hoogte van de straf afhankelijk is van de soort en  de hoeveelheid drugs waarmee een verdachte gepakt. Ook wordt meegewogen welke rol de verdachte heeft in de drugssmokkel. De rechtbank Noord-Holland besloot deze landelijke oriëntatiepunten  van de rechtspraak los te laten en eigen oriëntatiepunten te hanteren. De rechtbank heeft in deze zaken daardoor lagere straffen opgelegd.

De lokale en landelijke oriëntatiepunten
  • tot 1,5 kilo harddrugs -> tot 8 maanden gevangenisstraf en/of een taakstraf, terwijl de landelijke oriëntatiepunten uitgaan van een gevangenisstraf tot 12 maanden;
  • 1,5 tot 5 kilo harddrugs -> 6 tot 24 maanden gevangenisstraf, terwijl de landelijke oriëntatiepunten uitgaan van een gevangenisstraf tussen de 12 en 38 maanden;
  • 5 tot 20 kilo harddrugs -> 20 tot 36 maanden gevangenisstraf, terwijl de landelijke oriëntatiepunten uitgaan van een gevangenisstraf tussen de 38 en 60 maanden.

Hoger beroep

Het OM is niet eens met de toepassing van deze lokale oriëntatiepunten en is vanwege de hoogte van de opgelegde straffen in hoger beroep gegaan. In hoger beroep heeft het OM vandaag hogere gevangenisstraffen geëist. Hierbij hanteert het OM de gangbare landelijke oriëntatiepunten  waarbij uiteraard gekeken is naar de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Het OM vindt het onwenselijk wanneer de landelijke oriëntatiepunten worden losgelaten. Die  zijn immers bedoeld om eenheid te bevorderen in de strafoplegging van invoer van drugs.  Een drugskoerier moet bij elke rechtbank en bij elk hof op dezelfde wijze  worden gestraft. “Drugskoeriers komen ook via andere routes naar Nederland, bijvoorbeeld door te vliegen op Parijs en daar een bus te nemen. Een drugskoerier die in Amsterdam wordt gepakt, wordt vervolgens door de rechtbank Amsterdam afgedaan conform de landelijke oriëntatiepunten en dus zwaarder gestraft dan de drugskoerier die op Schiphol wordt gepakt. Vanuit het oogpunt van rechtsgelijkheid is dit niet uit te leggen.”, aldus de advocaat-generaal (aanklager namens het OM in hoger beroep) tijdens de zitting.

Het OM vindt dat de eerder opgelegde lagere straffen niet passen bij wat de wetgever bedoeld heeft, namelijk dat de invoer van drugs juist streng bestraft moet worden. Ook zijn volgens het OM de lagere straffen niet in lijn met de internationale afspraken die Nederland heeft gemaakt om dit soort criminaliteit te bestrijden. Bij het hanteren van de landelijke oriëntatiepunten  is ook ruimte om persoonlijke omstandigheden en bijvoorbeeld de  beperkte rol van de verdachte binnen een organisatie mee te wegen.

Later vandaag worden nog eens zes vergelijkbare zaken behandeld door het hof in Amsterdam. Het hof doet in alle twaalf zaken op 21 april 2026.