Het Openbaar Ministerie (OM) registreerde in 2025 meer feiten op grond van een verdenking van discriminatie dan in 2024. Vorig jaar ging het in totaal om 1152 discriminatiefeiten, tegenover 683 discriminatiefeiten in 2024. Een stijging van ruim 68 procent. Dat blijkt uit het rapport Strafbare Discriminatie in Beeld 2025 van het OM, dat vandaag is gepubliceerd. De strafrechtelijke aanpak van discriminatie is een prioriteit binnen het OM dat hiermee een duidelijk signaal afgeeft dat discriminatie niet wordt getolereerd.

In Strafbare Discriminatie in Beeld wordt gerapporteerd over de aard en omvang van de discriminatiefeiten die in 2025 bij het OM zijn geregistreerd. Het OM behandelt alleen de vormen van discriminatie die strafbaar gesteld zijn in het Wetboek van Strafrecht. Deze feiten zijn onder te verdelen in twee categorieën. Enerzijds feiten die specifiek over discriminatie gaan en anderzijds overige strafbare feiten waarbij een discriminatieaspect meespeelt.

Het OM spreekt van feiten, omdat verdenkingen in één discriminatiezaak uit meerdere feiten en/of verdachten kunnen bestaan. In 2025 registreerde het OM 141 specifieke discriminatiefeiten. Dit is een daling ten opzichte van het jaar ervoor (160 feiten). Daarbij ging het net als voorgaande jaren in de meeste gevallen om groepsbelediging (92 feiten) waarvan de meeste feiten (50) in de openbare ruimte plaatsvonden.

Bij strafbare feiten met een discriminatieaspect (1011 feiten) was sprake van een opmerkelijke stijging. Dit kwam vooral door het aantal toegenomen geregistreerde feiten van het beledigen van een persoon (729 feiten). Het OM houdt in voorkomende gevallen rekening met de algemene wettelijke strafverzwaringsgrond voor alle strafbare feiten met een discriminatieaspect.

Meest geregistreerde discriminatiegronden

Kenmerken als huidskleur of geslacht op grond waarvan mensen worden gediscrimineerd noemen we discriminatiegronden. De meest geregistreerde discriminatiegronden bij specifieke discriminatiefeiten betroffen ras (73 feiten) en antisemitisme (46 feiten). In mindere mate ging het om seksuele gerichtheid (20 feiten) en godsdienst of levensovertuiging (19 feiten).

Bij strafbare feiten met een discriminatieaspect was anders dan in voorgaande jaren seksuele gerichtheid (453 feiten) de meest geregistreerde discriminatiegrond, gevolgd door ras (376 feiten). De meeste feiten werden gepleegd tegen personen die aan het werk waren (645 feiten) waarvan het overgrote deel gericht was tegen personen met een publieke functie, zoals politieagenten of boa’s.

Discriminatie-incidenten

De cijfers in dit rapport geven niet weer hoeveel discriminatie-incidenten zich in 2025 in Nederland daadwerkelijk hebben voorgedaan. Niet alles wat als discriminatie kan worden ervaren, is strafbaar. Bovendien komt ook niet alles wat strafbaar is bij het OM terecht en wordt niet altijd aangifte gedaan van discriminatie. Het is ook mogelijk dat er na onderzoek geen verdachte wordt gevonden of dat er in een zaak onvoldoende bewijs is. Of dat een slachtoffer bewust geen aangifte wil doen bij de politie, maar bijvoorbeeld alleen een melding bij de politie of een antidiscriminatiebureau wil maken. Dit zijn enkele factoren die kunnen verklaren waarom het aantal geregistreerde feiten bij het OM altijd lager is dan de registraties bij (onder andere) de politie.

Gelijktijdig met het rapport van het OM is ook de jaarlijkse rapportage ‘Discriminatiecijfers in 2025’ naar de Tweede Kamer gestuurd. Deze rapportage geeft inzicht in de omvang van de geregistreerde incidenten en meldingen van discriminatie bij officiële instanties zoals de politie, Discriminatie.nl en Meld.Online Discriminatie. Hun persbericht tref je hier.

Landelijk Expertisecentrum Discriminatie

Het rapport Strafbare Discriminatie in Beeld 2025 is opgesteld door het Landelijk Expertisecentrum Discriminatie (LECD) van het OM. Dit expertisecentrum is verantwoordelijk voor het zorgvuldig oppakken, behandelen en afdoen van geregistreerde discriminatiefeiten bij het OM. Het hele rapport lees je hier.