Het Openbaar Ministerie (OM) legt een voormalig werknemer van een buitenlands pensioenfonds een strafbeschikking op in de vorm van een geldboete voor dividendbelastingontduiking in Nederland. De 57-jarige man betaalt een maximale geldboete van 486.000 euro. Volgens het OM was hij als werknemer betrokken bij het ontduiken van dividendbelasting door het buitenlandse pensioenfonds.

Dividendbelastingontduiking

Het buitenlandse pensioenfonds heeft ruim 200 miljoen euro dividendbelasting teruggevraagd aan de Belastingdienst. De transacties vonden plaats in de periode van 2013 tot en met 2018. Volgens het OM had het buitenlandse pensioenfonds geen recht op teruggave van dividendbelasting, omdat het buitenlandse pensioenfonds niet de uiteindelijk gerechtigde was tot de dividenden die zij incasseerde.

Handelsstrategie

De voormalig werknemer was als trader betrokken bij de uitvoering van transacties met aandelen van Nederlandse beursgenoteerde bedrijven door het buitenlandse pensioenfonds. Daarbij werden de beursaandelen gekocht via banken vlak voordat op die aandelen dividend werd uitgekeerd. De teruggevraagde dividendbelasting werd daarna volgens het OM middels het afsluiten van een derivaat verdeeld tussen het buitenlandse pensioenfonds en de banken.

Geldboete

Volgens het OM aanvaardde de voormalig werknemer bewust de aanmerkelijke kans dat de teruggaafverzoeken die het pensioenfonds indiende bij de Belastingdienst onjuist waren. Vanwege het hoge fiscale nadeel en de hoeveelheid ingediende teruggaveverzoeken door het pensioenfonds, heeft het OM besloten per (gebundeld) teruggaveverzoek maximale geldboetes op te leggen.

Persoonlijke omstandigheden

Het OM houdt rekening met het feit dat de voormalig werknemer een uitvoerende rol had, dat hij niet in een positie was om de handelsstrategie te initiëren of goed te keuren en dat hij geen uiteindelijke verantwoordelijkheid droeg voor fiscale aangelegenheden binnen het pensioenfonds. Daarnaast is uit het onderzoek niet gebleken dat hij persoonlijk heeft verdiend aan het toepassen van deze strategie. Ook de persoonlijke omstandigheden van de in het buitenland woonachtige voormalig werknemer maken dat het OM een strafbeschikking passend vindt. Met de strafbeschikking is de schuld van de voormalig werknemer ten aanzien van de verboden gedraging door het OM vastgesteld. De voormalig werknemer heeft besloten afstand te doen van het recht van verzet.


Met het opleggen van deze strafbeschikking komt een einde aan de vervolging van de voormalig werknemer. De vervolging van het buitenlandse pensioenfonds loopt nog.