Het Openbaar Ministerie heeft besloten dat de agenten die betrokken waren bij een schietincident in de omgeving van Erp, waarbij een man gewond raakte, niet worden vervolgd.
De gebeurtenis vindt plaats op 5 april 2025, wanneer een bestuurder in Keldonk zich onttrekt aan een verkeerscontrole. Als hij er vervolgens vandoor gaat, begint een lange achtervolging waarbij meerdere politieauto’s betrokken zijn. Tijdens zijn vlucht stopt de verdachte meermalen om vervolgens weer hard weg te rijden. In de omgeving van Erp en Gemert rijdt hij door een te nauwe opening tussen een stilstaande politieauto en een langs de weg geparkeerde tractor. Daarbij botst hij tegen de tractor en de politieauto aan waar in de deuropening een politieagent stond. Die agent lost vervolgens een aantal gerichte schoten. De verdachte is desondanks doorgereden.
Op een later moment komt de auto weer tot stilstand en lost een andere politieagent een waarschuwingsschot. De verdachte liet zich daarna aanhouden. Dan blijkt dat de bestuurder geraakt blijkt te zijn en is hij vervolgens overgebracht naar het ziekenhuis om te worden behandeld.
Zoals gebruikelijk bij vuurwapengebruik door agenten met letsel tot gevolg, is in opdracht van de officier van justitie onderzoek gedaan door de Rijksrecherche. Dat onderzoek richtte zich op de vraag of de politie goed en volgens de regels heeft opgetreden. De resultaten wijzen uit dat het eerste geloste schot door de betrokken agent rechtmatig was, omdat de verdachte op hem in reed en de politieagent met het schot direct gevaar probeerde te voorkomen. De daarop volgende geloste schoten waren weliswaar in strijd met de ambtsinstructie, maar konden toch door de beugel omdat die het onmiddellijke gevolg waren van de hevige gemoedsbeweging die was veroorzaakt door het inrijden op de verbalisant. Uit het onderzoek blijkt verder dat de betrokken politieagent die het waarschuwingsschot heeft gelost, volgens de regels heeft gehandeld. Beide agenten worden niet vervolgd.
De inzittende van de auto en de betrokken agenten zijn op de hoogte gebracht van de beslissing.

Beeld: Mediatheek Rijksoverheid