Het Openbaar Ministerie (OM) legt geldboetes op in een milieufraudezaak rondom de verwerking en afzet van verontreinigde (zand)grond. Vier bedrijven uit Barneveld, die destijds tot hetzelfde concern behoorden, hebben zich volgens het OM tussen 2013 en 2016 schuldig gemaakt aan fraude met verontreinigde grond door voorschriften van omgevingsvergunningen en bepalingen van de Wet milieubeheer te overtreden en valsheid in geschrifte te plegen. Het OM legt de betrokken bedrijven strafbeschikkingen op in de vorm van geldboetes van in totaal 1.125.000 euro. Eerder ging de verdediging in verzet tegen de oplegging van de strafbeschikkingen. Dat verzet is nu ingetrokken, waardoor de zaak onherroepelijk is geworden en de opgelegde boetes door de bedrijven dienen te worden betaald.
Aanleiding en onderzoek
De politie Oost-Nederland heeft, onder leiding van het Functioneel Parket, strafrechtelijk onderzoek verricht nadat er in november 2018 maatschappelijke onrust ontstond na een uitzending van Zembla over de realisatie van een nieuwbouwwijk in Barneveld. Daar zou mogelijk vervuilde zandgrond bij zijn toegepast. Het onderzoek heeft zich gericht zich op diverse handelingen in de keten van bodemsanering, accepteren, reinigen/bewerken, opslaan, samenvoegen, keuring en ontdoen van partijen grond door de betrokken bedrijven. Op basis van het onderzoek is het OM van mening dat er door de bedrijven structureel in strijd met wet- en regelgeving is gehandeld.
Fraude in de hele keten
Uit het strafrechtelijk onderzoek blijkt dat elk van de vier bedrijven binnen het concern een eigen rol in de grondketen bekleedde: van acceptatie van vervuilde zandgrond tot reiniging, vermenging en eindkeuring. Uit het onderzoek blijkt ook dat in alle schakels van deze keten werd gefraudeerd. Zo zou één bedrijf partijen grond aannemen die de geldende acceptatiegrenswaarden overschreden en zou vervolgens onvoldoende of onjuiste reinigingsmethoden toepassen. De onjuist gereinigde partijen werden daarna toch geaccepteerd door een ander bedrijf, terwijl dit volgens de voorschriften niet was toegestaan. Ook werden partijen grond (die gelet op de sterke mate van verontreiniging als afval gestort hadden moeten worden) in strijd met de regels samengevoegd met schoner zand om verder toegepast te worden. Volgens het OM ging het hier niet om incidenten, maar om een structurele handelswijze over een langere periode. Uit berekeningen van het OM blijkt dat er in totaal meer dan 500.000 euro met deze werkwijze verdiend zou zijn, onder andere door kostenbesparing.
Ernstige milieudelicten
Volgens het OM hebben de verdachten, als gecertificeerde en professioneel opererende bedrijven, in strijd met de geldende bodemregelgeving te zwaar verontreinigde zandgrond geaccepteerd. Dit terwijl deze grond niet voldeed aan de voor hen geldende acceptatiecriteria. Vervolgens werd de grond onvoldoende en/of onjuist gereinigd en opzettelijk samengevoegd met schonere grond, om zo de verontreiniging te verhullen en de grond opnieuw toe te kunnen passen.
Door dit te doen binnen een keten van verschillende bedrijven, hebben verdachten wat het OM betreft de herkomst, samenstelling en risico’s van de grond ondoorzichtig gemaakt, waardoor toezicht en handhaving zijn bemoeilijkt. Een handelswijze die in de praktijk het systeem van kwaliteitsborging van hergebruik van grond ondermijnt en kan leiden tot een reëel risico op verspreiding van bodemverontreiniging. De gevolgen daarvan kunnen langdurig en moeilijk herstelbaar zijn en raken niet alleen het milieu, maar mogelijk ook de volksgezondheid en toekomstige gebruiksmogelijkheden van de bodem.
Vertrouwen beschaamd
Het OM vindt dat juist van dit soort professionele partijen mag worden verwacht dat zij de regelgeving naleven en hun voorbeeldfuncties binnen de sector serieus nemen. In plaats daarvan hebben verdachten volgens het OM bewust gehandeld in strijd met de regels en daarmee het vertrouwen van de overheid en de samenleving in gecertificeerde bedrijven ernstig beschaamd. Er werd volgens het OM gehandeld uit puur financieel gewin. Door kosten voor de juiste verwerking of afvoer van verontreinigde grond als afval te vermijden, behaalden zij een oneerlijk concurrentievoordeel ten opzichte van bedrijven die zich wel aan de regels houden.
Afdoening
Het OM legt de bedrijven strafbeschikkingen op van in totaal 1.125.000 euro boete. Daarvan bestaat 660.000 euro uit een punitief deel en 465.000 euro ter afroming van het wederrechtelijk verkregen voordeel door de strafbare gedragingen. Bij het bepalen van de straffen heeft het OM meegewogen dat de bedrijven hun werkzaamheden inmiddels hebben aangepast en/of beëindigd en dat binnen het concern maatregelen zijn genomen.
Aanvankelijk werd er door de verdediging verzet ingesteld tegen de oplegging van de strafbeschikkingen, waardoor de zaak alsnog door een rechtbank ter zitting zou moeten worden behandeld. Dat verzet is inmiddels ingetrokken, waardoor de strafbeschikkingen onherroepelijk worden en deze zaak effectief en buitengerechtelijk is afgedaan.