Het Openbaar Ministerie (OM) is voornemens om de strafzaak tegen een voormalige advocaat van Ridouan T. voor de rechter te brengen. De 37-jarige advocaat werd vorig jaar aangehouden na een bezoek aan zijn cliënt in de EBI in Vught, op verdenking van deelname aan de criminele organisatie van T.. Die verdenking is onverkort aanwezig.

In april van dit jaar is een einddossier verstrekt aan de verdediging. Toch is het onderzoek nog niet afgerond. Dat heeft onder meer te maken met procedures rondom het vrijgeven van bepaalde geheimhoudersinformatie, de vertrouwelijke communicatie tussen een advocaat en diens cliënt. Een groot deel van die communicatie, zoals opgenomen telefoongesprekken, was al eerder aan het onderzoeksteam beschikbaar gesteld door de rechter-commissaris. Die had geoordeeld dat de opnames niet onder het verschoningsrecht van de advocaat vallen.

Bij de aanhouding van de advocaat in april 2025 zijn ook gegevensdragers in beslag genomen. Over de communicatie die op hierop staat vinden nog procedures plaats. De rechter-commissaris oordeelde ook van dit gedeelte dat de communicatie niet onder het verschoningsrecht van de verdachte valt. Daarom mag de informatie gebruikt worden voor het onderzoek, zo oordeelde de rechter-commissaris in januari 2026. Tegen de beslissingen van de rechter-commissaris is de verdediging in beroep gegaan, en inmiddels in cassatie.

Procedures rondom geheimhouders moeten zorgvuldig worden doorlopen en kosten daarom tijd. Het OM wacht de uitkomst van deze juridische procedures dan ook geduldig af. Mogelijk wordt het strafdossier nog aangevuld met gegevens uit deze procedures. Daarnaast wacht het OM nog op informatie uit het buitenland, die via rechtshulpverzoeken bij verschillende landen is opgevraagd. Het is nog niet bekend wanneer de zaak op zitting komt.