Geweld tegen functionarissen met een publieke taak is onacceptabel. Hulpverleners, boa's, politieagenten en andere mensen met een publieke taak moeten hun werk voor onze samenleving veilig kunnen doen. Al jaren geeft het OM prioriteit aan de opsporing en vervolging van deze zaken: ze worden met prioriteit opgepakt, er zijn kortere doorlooptijden en er worden gemiddeld genomen hogere straffen geëist. De maatschappelijke impact van deze zaken is groot, maar het geweld neemt helaas niet af. Het OM heeft daarom besloten om de strafrechtelijke aanpak te verzwaren.

Herziene ELA

Al sinds 2010 bestaat er een bredere aanpak van agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak. Hierover zijn afspraken gemaakt tussen de politie en het OM over een eenduidige, effectieve en snelle afhandeling van agressie- en geweldszaken tegen functionarissen met een publieke taak. Deze Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA) is onlangs geëvalueerd en aangescherpt en treedt op 1 oktober 2026 in werking. De herziene ELA hanteert uitgangspunten die zijn uitgewerkt in opsporingsafspraken voor de politie en vervolgingsafspraken voor het OM. Zo blijven zaken van agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak hoge prioriteit krijgen en wordt waar mogelijk lik-op-stuk toegepast, zijn de dossiers van goede kwaliteit en is er een transparante registratie. Ook zijn er afspraken gemaakt over een optimale informatievoorziening aan slachtoffers en (eventueel) werkgevers, en is er een actief communicatiebeleid afgesproken over dit soort zaken.

 

Nieuwe richtlijn

Plv. hoofdofficier van justitie én landelijk portefeuillehouder Veilige Publieke Taak (VPT), Lisan Wösten: “De maatschappelijke impact van dit geweld is groot, maar we zien het geweld helaas niet afnemen. Het OM heeft daarom besloten om de strafrechtelijke aanpak te verzwaren voor fysiek geweld tegen functionarissen met een publieke taak. We erkennen daarmee de impact van dit geweld op deze functiegroepen en beschermen de belangen van hun werk.”

De richtlijn voor strafvordering fysiek geweld tegen functionarissen met een publieke taak treedt per 1 oktober 2026 in werking en is van toepassing op een ieder die zich vanaf die datum schuldig maakt aan fysiek geweld tegen een functionaris met een publieke taak. Uitgangspunt bij deze richtlijn is dat bij fysiek geweld de officier van justitie of advocaat-generaal voortaan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf eist. De verdachte moet hiervoor altijd voor de rechter verschijnen. Een geldboete of een taakstraf (eisen) is voor het OM gezien de maatschappelijke impact geen passende straf meer. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf eisen is de zwaarste strafvorm die het OM kan inzetten.
 

Er blijft sprake van een uitgangspunt. Dit betekent dat de officier van justitie de richtlijn moet toepassen, maar bij hoge uitzondering hiervan gemotiveerd kan afwijken.
 

Wie vallen onder deze richtlijn?

Wie vallen onder deze richtlijn?
Onder deze richtlijn vallen functionarissen met een publieke taak die belast zijn met een hulpverlenings- en opsporingstaak. Denk hierbij aan opsporingsambtenaren, ambulancepersoneel, medisch personeel en de brandweer. Ook geldt deze richtlijn voor functionarissen met een gezagsrol of bijvoorbeeld buschauffeurs in het openbare vervoer, en functionarissen met een andere taak in het publieke domein zoals onder meer advocaten, rechters en bestuurders. Daarnaast geldt de nieuwe richtlijn ook voor fysiek geweld tegen journalisten.