Het Openbaar Ministerie (OM) in hoger beroep eist een gevangenisstraf van 34 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een beroepsverbod van 5 jaar tegen een 42-jarige man uit Noord-Holland. Hij wordt ervan verdacht dat hij als dansleraar ontucht heeft  gepleegd met twee minderjarige leerlingen. Rechtbank Noord-Holland legde hem in 2023 een gevangenisstraf op van 36 maanden en een beroepsverbod van 5 jaar conform de eis van het Openbaar Ministerie. De verdachte ging in hoger beroep.

De verdachte heeft een dansschool en geeft onder andere les aan dansparen. De twee slachtoffers maakten deel uit van de formatiegroep van minderjarigen en volwassenen waar de verdachte de leiding over had. De leden kregen trainingen en deden mee aan wedstrijden door het hele land. Op verschillende momenten en locaties vond tussen juli 2012  en september 2013 het misbruik plaats met de twee slachtoffers. Zij waren ten tijde van het misbruik minderjarig.

In eerste aanleg

Bij de behandeling van de strafzaak bij de rechtbank, vond het OM het belangrijk dat er naast een gevangenisstraf ook een beroepsverbod zou komen. Er is daarom geëist dat de verdachte gedurende vijf jaar geen dansles zou mogen geven aan minderjarigen. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat dit verbod direct zou moeten ingaan op de datum van het vonnis. De rechtbank heeft dit overgenomen. Naderhand is gebleken dat het beroepsverbod niet direct kon ingaan. De straf kan pas ingaan wanneer deze onherroepelijk is, maar de verdachte stelde hoger beroep in. Het OM erkent dat de eis bij de rechtbank anders geformuleerd had moeten worden en betreurt dat dit niet is gebeurd.

Hoger beroep

In hoger beroep heeft het OM vandaag naast de gevangenisstraf van 36 maanden waarvan zes voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en een beroepsverbod  voor dansleraar voor minderjarigen van vijf jaar geëist. Net als de gevangenisstraf kan een beroepsverbod pas ingaan zodra een strafzaak onherroepelijk is afgedaan. Daarom heeft het OM in hoger beroep in de strafeis opgenomen om als bijzondere voorwaarde op te leggen dat verdachte geen dansles mag geven aan minderjarigen en deze maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Zodat, wanneer het hof dit oplegt, het verbod op lesgeven aan minderjarigen direct na het arrest kan ingaan. Ook wanneer de verdachte in cassatie zou gaan en de straf dus nog niet onherroepelijk is, is die voorwaarde dan van toepassing.

Wanneer de straf onherroepelijk is, zou als het aan het OM ligt een beroepsverbod voor de verdachte moeten gelden. Dat betekent dat hij vijf jaar geen dansles aan minderjarigen mag geven. Het is uiteraard aan het gerechtshof om een beslissing hierover te nemen.