In het voorjaar van 2024 komt er bij een bedrijf in Emmer-Compascuum meerdere keren per week een man in een Dodge Ram met grote aanhanger voorrijden. Op beelden is te zien dat twee mannen die aanhanger volladen met pallets, machines en isolatiemateriaal. Deze twee zijn medewerkers van het bedrijf waar met name medische voeding wordt geproduceerd.
Na een intern onderzoek en een aangifte van het bedrijf wordt een strafrechtelijk onderzoek opgestart. Het OM verdenkt de drie mannen dat zij in een periode van slechts drie weken voor bijna 400.000 euro aan goederen achterover hebben gedrukt. Tegen de een man van 37 uit Emmen, een man van 40 uit Hoogeveen en een man van 41 uit Losser eist het OM daarom 18 maanden cel.
Ontkennen ondanks camerabeelden
Hoewel volgens het OM op beelden te zien is dat de twee Drentse medewerkers van het bedrijf de aanhanger van de man uit Losser volladen met een heftruck, ontkennen alle verdachten de aan hen tenlastegelegde feiten. Dit op basis van onder meer deze camerabeelden en verklaringen van andere medewerkers.
Ook moeten de beide medewerkers weten dat zij nooit goederen mogen meegeven zonder pakbon. De officier van justitie: “Er is een uitgebreid werkproces met pakbonnen, controles, aftekenen van bonnen en registratie in de systemen. Al die stappen zijn hier overgeslagen, waarbij verdachten voor doen komen alsof het wat oude troep was die werd meegegeven.”
Diefstal, verduistering en witwassen
De twee medewerkers worden verdacht van verduistering. De man die de goederen ophaalde wordt verdacht van witwassen. Volgens de officier van justitie moest het voor hem duidelijk zijn dat het allemaal geen zuivere koffie was: “Het gaat om vele momenten en veel goederen die, anders dan wordt gesteld, geen waardeloze resttroep waren. Daarnaast haalt hij het op vreemde tijdstippen op. Dat gebeurde vaak om zes uur in de ochtend, op het moment dat het bedrijf dicht was en enkel de twee medeverdachten er waren.”
Rolverdeling
Hoewel de drie verdachten verschillende rollen hadden, vindt de officier van justitie dat er geen aanleiding is om onderscheid te maken in de strafmaat. Hij vindt dat zij dit samen hebben gepleegd en eist daarom voor een ieder dezelfde straf.
Het OM vindt dat de verdachten schandalig misbruik hebben gemaakt van (hun positie bij) dit bedrijf. Ook nemen zij in de ogen van de officier van justitie geen verantwoordelijkheid. “In korte tijd is er voor bijna € 400.000 aan bedrijfsvoorraad gejat, deels onder de ogen van collega’s en het bedrijf zelf. En na betrapping ontkent men tegen de klippen op. Het OM tilt zwaar aan dit soort feiten.”
Naast de geëiste celstraf vindt het OM dat de mannen de vier ton moeten terugbetalen. De rechtbank Noord-Nederland doet op 12 november 2026 uitspraak.
