Het Openbaar Ministerie (OM) legt aan het bedrijf Grondbank GMG uit Andelst een strafbeschikking op van 200.000 euro voor het in strijd met de vergunning accepteren van afval uit geothermieboringen. Het OM is voornemens om twee andere verdachten die in dit onderzoek naar voren zijn gekomen te dagvaarden.
Geothermie is een mijnbouwproces waarbij heet water uit de diepe ondergrond wordt gewonnen om warmte te produceren. Hiervoor worden putten van twee tot vier kilometer diepte geboord waardoor heet water omhoog wordt gepompt. Tijdens het boorproces worden veelal chemicaliën gebruikt waaronder chloride en barium. Het is belangrijk dat deze niet in de leefomgeving komen. Om die reden moet het afval afkomstig uit geothermieboringen voorzien worden van een juiste Eural-code en moet het afgevoerd worden naar een erkende afvalverwerker. Als boorafval een verkeerde code krijgt en afgegeven wordt bij een niet-erkende verwerker, bestaat het risico dat verontreinigd afval in de leefomgeving terechtkomt. Uit het strafrechtelijk onderzoek komt naar voren dat de betrokken ontdoeners (in dit geval de opdrachtgevers van de boringen) op die manier aanzienlijke kosten hebben bespaard.
Strafrechtelijk onderzoek
Na een aanwijzing startte de Opsporingsdienst van de Inspectie Leefomgeving en Transport een strafrechtelijk onderzoek onder leiding van het Functioneel Parket. In het onderzoek kwam naar voren dat tussen 2021 en 2022 mogelijk strafbare feiten werden gepleegd. Uit dit onderzoek bleek dat verwerker Grondbank GMG op een tweetal locaties boorafval heeft geaccepteerd in strijd met de voor die locaties geldende vergunningen. Het bedrijf heeft tegenover het OM erkend dat er fouten zijn gemaakt. Inmiddels heeft het bedrijf organisatorische maatregelen getroffen. Daarnaast heeft het bedrijf er werk van gemaakt het afval alsnog naar een erkende verwerker af te voeren en heeft daarvoor bijbehorende kosten gemaakt.
Straf
De opgelegde straf is efficiënt en passend bij de aard en omvang van de delicten. De hoogte van de straf is vergelijkbaar met wat het OM op een eventuele zitting zou hebben geëist. Een lang proces bij de rechter wordt hiermee voorkomen.
Andere verdachten
Het OM heeft ook bij twee andere verdachten, bedrijven waar het afval is ontstaan (de ontdoeners), de mogelijkheden onderzocht om de zaak op voorwaarden van het OM buitengerechtelijk af te doen. De standpunten bleken hiervoor te ver uit elkaar te liggen. Het OM is voornemens deze verdachten te dagvaarden en heeft de verdachten gevraagd eventuele onderzoekswensen kenbaar te maken bij het Kabinet Rechter-Commissaris van de rechtbank Rotterdam.