Verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna twee jaren schuldig gemaakt aan seksuele uitbuiting van zijn eigen partner. Hij heeft doelbewust misbruik gemaakt van de kwetsbaarheid van het slachtoffer en heeft druk op haar uitgeoefend door haar sekswerk te laten verrichten om daarmee zelf financieel voordeel te hebben. De officier: “Door zo te handelen heeft hij een forse inbreuk gemaakt op de geestelijke en lichamelijke integriteit van het slachtoffer.”
Wat deze zaak bijzonder ernstig maakt, is dat de uitbuiting plaatsvond binnen de relatie. Verdachte misbruikte het vertrouwen dat zijn partner in hem had. Hij wist als geen ander waar haar kwetsbaarheden lagen en heeft daar bewust en berekend gebruik van gemaakt. De officier: “Het overwicht dat hij op haar had, zette hij in om haar te laten doen wat hij wilde.” Hij bedreigde haar met geweld en bouwde een web van misleiding op door zich voor te doen als een andere persoon. Via die fictieve figuur gaf hij haar opdrachten en bedreigde hij haar. “Daarmee ontnam hij haar niet alleen de vrijheid om te weigeren, maar ook het zicht op wie haar werkelijk onder druk zette. Zij kon zich niet verweren tegen een dreiging die ze niet kon plaatsen, en zij kon geen steun zoeken bij degene die de dreiging zelf veroorzaakte. Dit getuigt van een hoge mate van planning, sluwheid en minachting voor het slachtoffer.” Dat de gedragingen van verdachte een enorme impact op het slachtoffer hebben gehad blijkt ook uit de verklaring van het slachtoffer die vandaag is voorgedragen.
Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan verduistering van in totaal ongeveer €15.000. Geld dat van zijn minderjarige stiefkind was. Geld waarvan zij niet eens wist dat het van haar was. Zij heeft schriftelijk laten weten hoeveel impact het handelen van verdachte op haar heeft gehad en nog steeds heeft. Naast het financieel verlies, gaat het ook over het gebruiken van haar identiteit, over de nalatenschap van haar overleden vader en opa en het vertrouwen dat zij in verdachte had.
Uit het dossier en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen blijkt dat verdachte de gevoelens van de slachtoffers ondergeschikt heeft gemaakt aan zijn eigen behoeftes. Verdachte had kennelijk als doel geld te verdienen en gebruikte de slachtoffers als zijn bron van inkomsten. Daar komt bij dat de verdachte geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen. De officier: “Deze proceshouding draagt niet bij aan het herstel van dat wat de slachtoffers is aangedaan en dat neem ik verdachte bijzonder kwalijk.”
Bij het formuleren van de strafeis houdt de officier, naast de ernst van de feiten, rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en komt tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar. Daarnaast vordert de officier een contact- en locatieverbod. Tot slot kondigt de officier een vordering tot ontneming aan.
De rechtbank doet 17 november uitspraak.

Beeld: © Mediatheek Rijksoverheid