Het Openbaar Ministerie (OM) legt een aannemersbedrijf een boete van 40.000 euro op vanwege valsheid in geschrift. Het bedrijf bracht bij een woningcorporatie in Veenendaal in de periode april 2022 tot en met november 2023 hogere kosten in rekening dan contractueel was afgesproken. Het OM rekent het bedrijf zwaar aan dat hierdoor misbruik is gemaakt van publieke middelen die bestemd zijn voor de volkshuisvesting.

Hogere marges dan afgesproken

Het aannemersbedrijf voerde op basis van een vijfjarige raamovereenkomst werkzaamheden uit voor de woningcorporatie. In die overeenkomst waren marges van 5 en 8 procent afgesproken. In de praktijk bleken hogere marges in rekening te zijn gebracht.

De afwijkingen kwamen aan het licht nadat een medewerker van de woningcorporatie onregelmatigheden in de facturering had ontdekt. Daarop liet de woningcorporatie onderzoek uitvoeren door een extern onderzoeksbureau. De bevindingen leidden uiteindelijk tot een strafrechtelijk onderzoek door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).

Valsheid in geschrift

De ILT onderzocht twaalf facturen die het aannemersbedrijf tussen april 2022 en november 2023 bij de woningcorporatie had ingediend. Volgens het OM heeft het bedrijf zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift in relatie tot deze facturen.

Het OM vindt het ernstig dat een aannemer gedurende anderhalf jaar op deze manier financieel voordeel heeft behaald ten koste van een woningcorporatie. Woningcorporaties vervullen een belangrijke maatschappelijke taak en moeten hun middelen kunnen inzetten voor betaalbare en goede huisvesting. Het OM vindt het van groot belang dat zorgvuldig en integer met deze middelen wordt omgegaan.

Boete van 40.000 euro

Bij het bepalen van de straf heeft het OM rekening gehouden met de ernst van de feiten, de periode waarin de onregelmatigheden plaatsvonden en het feit dat het gaat om middelen met een publieke bestemming.

Tegelijkertijd heeft het OM meegewogen dat de kwestie tussen de woningcorporatie en het aannemersbedrijf inmiddels civielrechtelijk is afgehandeld door middel van een vaststellingsovereenkomst. Ook is rekening gehouden met de publiciteit waarmee het bedrijf eerder is geconfronteerd alsmede de medewerkende houding sinds het aan het licht komen van de onregelmatigheden.

Alles afwegende acht het OM een boete van 40.000 euro passend. De zaak wordt daarmee buitengerechtelijk afgedaan door middel van een OM-strafbeschikking.