Publicatiegegevens
Rechtskarakter:Aanwijzing (artikel 130 lid 6 Wet RO)
Van:College van procureurs-generaal
Aan:hoofden van de OM-onderdelen, Korpschef van de politie, commandant van de K'mar, platform bijzondere opsporingsdiensten
Registratienr.:2026R008
Datum inwerkingtreding:3 november 2026
Vervallen:

Richtlijn en kader voor strafvordering jeugd en adolescenten, inclusief strafmaten Halt (2021R001)

Relevante beleidsregels OM:Aanwijzing jeugdstrafrecht (2026A002);
Instructie inbeslagneming (2024I001);
Relevante wetgeving:Wetboek van Strafrecht, Wet op de economische delicten, Wet milieubeheer, Vuurwerkbesluit

Omschrijving

Deze richtlijn bevat de uitgangspunten voor passende straffen en maatregelen bij een jeugdige verdachte voor strafbaar bezit en gebruik van vuurwerk. Met jeugdige verdachte worden de jeugdigen en jongvolwassenen bedoeld waarop het jeugdstrafrecht van toepassing is. Deze richtlijn dient in samenhang te worden gelezen met de Aanwijzing jeugdstrafrecht en strafvordering jeugd en adolescenten.

1. Uitgangspunten voor passende straffen

De te eisen of op te leggen straf wordt bepaald aan de hand van vier, hierna opgenomen lijsten. De indeling van het vuurwerk in deze vier lijsten is gebaseerd op de algemene gevaarzetting die van dat vuurwerk uit gaat, onafhankelijk van de omstandigheden waaronder het is aangetroffen. Indien er onderzoek naar het aangetroffen vuurwerk is uitgevoerd door het Centraal Onderzoeksteam Vuurwerk (COV), komt deze lijstindeling terug in de daarover opgestelde processenverbaal. [1]

• Lijst I betreft vuurwerk behorend tot de categorie F2, zoals aangegeven in de Regeling aanwijzing consumentenvuurwerk (verder te noemen: RAC) (‘consumentenvuurwerk’);

• Lijst II betreft ten eerste professioneel vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F2 en niet als consumentenvuurwerk aangewezen in de RAC, ten tweede professioneel vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F3, ten derde pyrotechnische artikelen voor theatergebruik van de categorie T1/T2, en ten vierde handfakkels;

• Lijst III betreft professioneel vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F4, of vuurwerk dat volgens opschrift niet is voorzien van een F-categorie, en vuurwerk P1/P2, met uitzondering van handfakkels; (1)

• Lijst IV betreft geïmproviseerd vuurwerk (vuurwerk dat zelf is vervaardigd of is aangepast).

2. Lijst I. Verboden handelingen met vuurwerk behorend tot categorie F2 en aangewezen in de RAC

De officier van justitie houdt bij het vorderen of opleggen van straffen vanwege verboden handelingen met consumentenvuurwerk behorend tot categorie F2 en aangewezen in de RAC rekening met de volgende omstandigheden, en hanteert de in de tabel genoemde uitgangspunten.

• De lijst is van toepassing op het voorhanden hebben van vuurwerk behorend tot categorie F2 en aangewezen in de RAC.

Een opsporingsambtenaar kan er voor kiezen om de opsporing vroegtijdig te beëindigen als een verdachte afstand doet van het vuurwerk dat de verdachte voorhanden heeft. De opsporingsambtenaar maakt bij een vroegtijdige beëindiging een KVI en afstandsverklaring op. Daarnaast maakt de opsporingsambtenaar een mutatie van deze afdoening in het registratiesysteem aan. Tot deze handelwijze kan worden overgegaan bij het gedragingen met betrekking tot een kleine hoeveelheid consumentenvuurwerk (tot 25 kg), en als er geen eerdere mutatie van vroegtijdige beëindiging is aangemaakt. De officier van justitie wordt niet geïnformeerd over de vroegtijdige beëindiging.

Consumentenvuurwerk

Taakstraf / Geldboete

tot 25 kg

TS 10 uur dan wel GB 75

25 tot 50 kg

TS 15 uur dan wel GB 175

50 tot 100 kg

TS 20 uur

100 kg of meer

TS 25 uur

3. Lijst II. Professioneel vuurwerk, dat is ingedeeld in categorie F2 en niet als consumentenvuurwerk is aangewezen in de RAC en professioneel vuurwerk F3. Daarnaast pyrotechnische artikelen voor theatergebruik van de categorie T1/T2 en handfakkels.

De officier van justitie hanteert bij de het vorderen of opleggen van straffen vanwege verboden handelingen met betrekking tot lijst II de volgende uitgangspunten. Dit vuurwerk wordt onderverdeeld in twee lijsten: Lijst A: vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F2 en niet is aangewezen in de RAC of rookbommen T1/T2 en handfakkels;

Lijst B: vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F3.

Lijst A:

Voorhanden hebben

Taakstraf /

Jeugddetentie

Ter beschikking stellen/afleveren

Taakstraf /

Jeugddetentie

tot 10 kg

10 uur

25 uur

10 tot 50 kg

25 uur

30 uur

50 tot 100 kg

35 uur

40 uur

100 kg of meer

vanaf 50 uur dan wel jeugddetentie

Vanaf 50 uur dan wel jeugddetentie

Tot ontbranding brengen; per stuk

10 uur

Lijst B:

Voorhanden hebben

Ter beschikking stellen/afleveren

tot 10 kg siervuurwerk/ tot 21 stuks (flash)bangers

12 uur

30 uur

10 tot 50 kg siervuurwerk/

21 tot 60 stuks (flash)bangers

25 uur

35 uur

50 tot 100 kg siervuurwerk/

60-100 stuks (flash)bangers

vanaf 50 uur dan wel jeugddetentie

Vanaf 60 uur dan wel jeugddetentie

100 kg of meer siervuurwerk/

100 of meer stuks

(flash)bangers

vanaf 70 uur dan wel jeugddetentie

vanaf 80 uur dan wel jeugddetentie

Tot ontbranding brengen; per stuk

12 uur

4. Lijst III. Professioneel vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F4 of vuurwerk dat volgens opschrift niet is voorzien van een F-categorie en daarnaast vuurwerk P1/P2 met uitzondering van handfakkels.

De officier van justitie hanteert bij de het vorderen of opleggen van straffen vanwege verboden handelingen met betrekking tot lijst III de volgende uitgangspunten.

Voorhanden hebben van vuurwerk, ingedeeld in categorie F4 of niet ingedeeld, niet zijnde shells (mortierbommen), vuurpijlen met hoofdzakelijk knaleffect (zoals lawinepijlen, signaalraketten etc), knalvuurwerk

Taakstraf / Jeugddetentie

1 tot 20 stuks

40 uur

20 tot 40 stuks

50 uur

40 tot 60 stuks

80 uur dan wel jeugddetentie

60 tot 100 stuks

100 uur dan wel jeugddetentie

100 stuks of meer

Jeugddetentie

200 stuks of meer

Jeugddetentie

Voorhanden hebben van shells (mortierbommen), vuurpijlen met hoofdzakelijk knaleffect

(zoals lawinepijlen, signaalraketten etc), knalvuurwerk, ingedeeld in categorie F4 of niet ingedeeld

Taakstraf / Jeugddetentie

1 tot 7 stuks

40 uur

7 tot 20 stuks

80 uur

20 tot 40 stuks

100 uur dan wel jeugddetentie

40 tot 60 stuks

140 uur dan wel jeugddetentie

60 stuks of meer

Jeugddetentie

100 tot 200 stuks

Jeugddetentie

200 stuks of meer

Jeugddetentie

Professioneel vuurwerk lijst III

Ter beschikking stellen/afleveren

Taakstraf / Jeugddetentie

Per aflevering

60 uur

Voor de strafmaat dient, bij de strafmaat voor het enkel ter beschikking stellen, ook de strafmaat voor het voorhanden hebben te worden opgeteld.

Professioneel vuurwerk lijst III

Tot ontbranding brengen

Taakstraf / Jeugddetentie

Per keer

40 uur

bij forse gevaarzetting, schade, letsel of meerdere tot ontbranding brengen:

dagvaarden en voorgeleiding overwegen

5. Lijst IV. Geïmproviseerd vuurwerk: (zelfgemaakt vuurwerk of vuurwerk waaraan geknutseld is)

De officier van justitie hanteert bij de het vorderen of opleggen van straffen vanwege verboden handelingen met betrekking tot lijst IV de volgende uitgangspunten.

Geïmproviseerd vuurwerk lijst IV Zonder erkenning vervaardigen, voorhanden hebben, aan een ander overdragen/ter beschikking stellen, tot ontbranding brengen

Legenda:

GB = geldboete TS = taakstraf vw = voorwaardelijk

JD = jeugddetentie

Slotbepaling

Deze richtlijn treedt in werking op 3 november 2026.

 

[1] N.B. Deze lijstindeling correspondeert niet met de categorie-indeling F1-F4 ingevolge de Pyrorichtlijn, zoals doorgaans aangegeven op het vuurwerk zelf en vermeld in artikel 1A.1.3 lid 3 van het Vuurwerkbesluit.