OM eist gevangenisstraffen tegen Haagse oud-wethouders en ondernemers vanwege omkoping en corruptie

Het openbaar ministerie (OM) heeft woensdag bij de rechtbank Rotterdam tegen de Haagse oud-wethouders Richard de Mos en Rachid Guernaoui gevangenisstraffen van 22 maanden en 16 maanden waarvan 6 voorwaardelijk geëist vanwege ambtelijke omkoping, meineed, schending van de wettelijke geheimhoudingsplicht en deelname aan een criminele organisatie.

Ook wil het OM dat zij voor een periode van vier jaar ontzet worden uit het recht een bestuurlijk ambt te bekleden. Tegen De Mos eiste het OM bovendien een geldboete van 8500 euro. Beiden hebben zich volgens het OM laten omkopen door giften, beloften en diensten aan te nemen in ruil voor gunsten.

Tegen drie vastgoed- en twee horecaondernemers eiste het OM vanwege omkoping gevangenisstraffen van 11 tot 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Het OM eiste tegen N.D., oud-raadslid van Groep De Mos/Hart voor Den Haag, een werkstraf van 240 uur vanwege meineed. Het OM ziet haar als pion in de criminele organisatie van de oud-wethouders en ondernemers.

Op de tenlastelegging van De Mos staat verder nog het inhuren van een illegale klusjesman. Een van de ondernemers staat ook terecht vanwege het bezit van een vuurwapen met munitie.

Veelvoud aan corruptie

De officieren van justitie schetsten hoe het onderzoek van de rijksrecherche een veelvoud aan corruptie heeft blootgelegd. “Corruptie schaadt een ieder wiens leven, levensonderhoud of geluk afhankelijk is van de integriteit van mensen in een gezagspositie. Het draait dus om de ongerechtvaardigde beïnvloeding van gezaghebbers en hun criminele netwerk, wat door de ondermijnende werking ervan het goed functioneren van de rechtsstaat zal aantasten”, aldus het OM

Volgens het OM gaat het bij corruptiezaken veelal om personen die binnen de ambtelijke en bestuurlijke organisatie te boek staan als opvallende, kleurrijke en geslepen regelaars. “Zij eisen vaak - subtiel of minder subtiel - de vrijheid om zelfstandig zaken te regelen en staan bekend als doortastend en ondernemend. Meestal kennen de omkoper en omgekochte elkaar voorafgaand aan het strafbaar handelen al goed.”

De officieren van justitie wezen de rechtbank op de voedingsbodem voor het ontstaan van corruptie bij lokale overheden. “De integriteit van bestuurders is echter van fundamenteel belang voor een zo goed mogelijk functionerende overheid en het vertrouwen van de burger in die overheid; zij dienen objectief en onafhankelijk te zijn. Een beetje integer bestaat niet.”

Vriendjespolitiek

“Ongeacht of zij nu landelijk of lokaal opereren, als politici of bestuurders dat vertrouwen beschamen, schaadt dat de democratie. Het aanzicht van de volksvertegenwoordiging wordt ermee geschaad”, zo beklemtoonde het OM. De officieren noemden het van niet te onderschatten belang dat corruptie blijvend wordt onderzocht en waar nodig aangepakt om zo de integriteit van het bestuur zoveel als mogelijk te kunnen waarborgen.

De door De Mos en Guernaoui gepropageerde ‘ombudspolitiek’ klinkt volgens het OM heel sympathiek, maar is in de praktijk pijnlijk ondemocratisch. De wijze waarop door hen politiek werd bedreven is pure vriendjespolitiek. “Er is dan sprake van verrotting van het politieke en democratische proces en de besluitvorming in het  toch al kwetsbare politieke domein. Integere bestuurders worden weggespeeld en de werking van de rechtsstaat  wordt in de kern aangetast. Daarmee wordt een voedingsbodem geschapen voor de zware georganiseerde misdaad.

Zucht naar macht

In de ogen van het OM heeft De Mos jarenlang zijn politiek positie strafbaar ingezet. Hij heeft daarin ook anderen meegesleurd. “De Mos werkte hard, ook voor de stad waar hij zonder twijfel oprecht van houdt. Als leider van zijn politieke partij is hij de essentiële cultuurdrager en rolmodel. Dat had positief kunnen uitpakken. Hij heeft zich echter laten leiden door zijn zucht naar macht, prestige en status, en misbruikte de verworven macht en status.” De conclusie van het OM is dat een stevige onvoorwaardelijke gevangenisstraf gerechtvaardigd is.

Het strafproces wordt de komende dagen en volgend week voortgezet met de pleidooien van de advocaten van de verdachten. De strafzaak tegen een medeverdachte vastgoedondernemer wordt op 7 maart door de rechtbank behandeld.