Kroatië maakte deel uit van de Republiek Joegoslavië, maar verklaarde zichzelf in 1991 onafhankelijk. Met deze onafhankelijkheidsverklaring ontstonden de eerste gevechten tussen Kroatische troepen en het Joegoslavische leger. Van 1992 tot mei 1995 werd er hevig gevochten, met name in de Kroatische provincie Krajina waar het Joegoslavische leger en Kroaten tegenover elkaar stonden.
In Nederland is er een zaak geweest betreffende oorlogsmisdrijven begaan in Kroatië.
De zaak tegen Ranko Š.
Dit verzoek werd getoetst door de Rechtbank in Leeuwarden. Er werd geconcludeerd dat de uitlevering ontoelaatbaar was aangezien het uitleveringsverzoek niet alle benodigde stukken bevatte. Daarbij werd geoordeeld Š. veroordeeld was voor daden die niet strafbaar zijn in Nederland. Op 12 november 2008 werd er een nieuw uitleveringsverzoek ingediend door de Kroatische autoriteiten. Ook dit verzoek werd op 22 april 2009 afgewezen door de Rechtbank in Leeuwarden aangezien de omstandigheden niet gewijzigd waren. Daarbij was het volgens de rechtbank niet toegelaten om een afgesloten zaak opnieuw te starten in plaats van in beroep te gaan. De Hoge Raad concludeerde op 25 oktober 2011 echter anders, aangezien de omstandigheden wel veranderd waren. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd. Op 28 februari 2012 is de zaak tegen Š. weer op zitting gekomen bij de Hoge Raad, waarna deze op 29 mei 2012 de uitlevering aan Kroatië toelaatbaar verklaarde.