Toelichting stand van zaken onderzoek en standpunt voortgang proces - deel 1 (10-3-2020)

Uitgesproken door de officieren van justitie op de zitting van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Den Haag.

Wij zullen nu toelichten wat de stand van zaken is in het onderzoek en hoe het Openbaar Ministerie (OM) het vervolg van dit proces voor zich ziet. Eerst zullen wij de stand van zaken van het onderzoek bespreken. Daarbij zullen wij enkele specifieke kenmerken van het onderzoek benoemen, die van belang zijn voor een goed begrip van het dossier en ook voor het verdere verloop van dit proces. Verder zullen wij u informeren over enkele, laatste onderzoekshandelingen die nog moeten worden afgerond en stilstaan bij de mogelijkheid dat zich in de loop van dit proces nog nieuwe informatie zal aandienen uit andere hoek, zoals lopende staatsaansprakelijkheidsprocedures.

Daarna zullen wij stilstaan bij de wederhoor die wij hebben toegepast bij de vier verdachten. Voor Pulatov zullen wij het belang benadrukken dat hij tijdig een standpunt in deze zaak bepaalt en de mogelijkheid bespreken van zijn verhoor door een Nederlandse rechter.

Vervolgens zullen wij het belang van de voortgang benoemen en stilstaan bij de mogelijkheden om nu al bepaalde onderzoekshandelingen in gang te zetten, zoals het horen van een beperkt aantal getuigen, deskundig onderzoek naar beweerdelijke manipulatie van beeldmateriaal en telecomgegevens en een schouw van de reconstructie van het MH17-toestel. Om verschillende redenen kunnen wij nu nog geen definitief standpunt innemen over wat nodig is voor de inhoudelijke behandeling van de zaak. In de eerste plaats omdat uw rechtbank, de verdediging en het OM nog niet beschikken over de door de rechter-commissaris afgenomen verhoren van de meeste bedreigde getuigen. De rechter-commissaris kon deze verklaringen nog niet aan ons verstrekken, omdat Pulatov eind januari in beroep is gegaan tegen de beslissing van de rechter-commissaris om deze getuigen als bedreigde getuigen aan te merken en hun identiteitsgegevens af te schermen. Op dat beroep moet nog beslist worden. In de tweede plaats moet nog duidelijk worden wat Pulatov op de beschuldiging te zeggen heeft, welk bewijs hij betwist en wat hij in zijn verdediging wil aanvoeren. Dan kan vastgesteld worden over welke vervolgstappen de verdediging en het OM het eens zijn en op welke punten we van mening verschillen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de vragen welke getuigen er nader gehoord moeten worden en of er op specifieke punten nader onderzoek moet worden gedaan. Deze vooruitblik heeft dus noodzakelijkerwijs een beperkt en voorlopig karakter. Wel kunnen wij nu al verschillende onderwerpen voorleggen die van belang zijn voor een zorgvuldig en efficiënt verloop van dit proces.

Na de bespreking van het nader onderzoek zullen wij enkele specifieke procedurele kwesties in de zaak van Pulatov benoemen: inzage van zijn raadslieden in stukken die niet in het procesdossier zitten en Russische vertalingen van processtukken. In belang van de voortgang van de zaak zullen wij u vragen om de regie hierover in de perioden tussen de zittingen aan de rechter-commissaris over te dragen.

Daarna staan wij stil bij de rechten van de nabestaanden in dit proces en de momenten waarop die kunnen worden uitgeoefend. Daarbij zullen wij een eerste inventarisatie geven van het aantal nabestaanden dat gebruik wil maken van het spreekrecht en het recht om schadevergoeding te vorderen.

Wij sluiten af met een vooruitblik op de inhoudelijke behandeling. Daarbij zullen wij het voorstel doen om de inhoudelijke bespreking van het dossier in verschillende fasen te laten plaatsvinden. Als de verdediging van Pulatov met het OM van mening is dat bepaalde alternatieve scenario’s, zoals een explosie van binnenuit en het neerschieten van MH17 door een gevechtsvliegtuig, kunnen worden uitgesloten, dan zouden deze al tijdens de regiefase in juni of op een daaropvolgend moment inhoudelijk kunnen worden besproken. Niet alleen in de zaak van Pulatov, maar ook in die van de andere verdachten. Datzelfde geldt voor de bespreking van technische onderwerpen die niet zien op de betrokkenheid van verdachten, zoals het forensisch onderzoek of het onderzoek naar radargegevens. Zo’n gefaseerde aanpak van de inhoudelijke bespreking van het dossier ter zitting verdiept het debat tussen het OM en de verdediging, maakt de zitting begrijpelijker voor nabestaanden en publiek, dient hun recht op informatie over het onderzoek en zorgt ervoor dat de belangrijkste vragen in dit proces de tijd en aandacht krijgen die ze verdienen.

De officier van justitie tijdens de zitting (deel 1)

1. Stand van zaken onderzoek MH17 - kenmerken

De officier van justitie tijdens de zitting (deel 2)

2. Stand van zaken onderzoek MH17 - standpunten verdachten

Stand van zaken onderzoek

Eerst zullen wij uw rechtbank informeren over de stand van het onderzoek. Dat zullen wij in drie stappen doen. Vooraf zullen wij een aantal specifieke kenmerken van dit onderzoek benoemen. Daarna bespreken we de afronding het dossier en tot slot benoemen we mogelijkheden dat zich nog nieuwe informatie zal aandienen, die alsnog aan het dossier moet worden toegevoegd.

Kenmerken onderzoek

In belang van de regie willen we eerst stilstaan bij vier kenmerken van dit onderzoek: de internationale samenwerking in het Joint Investigation Team, de validatie van de onderzoeksresultaten, het onderzoek naar alternatieve scenario’s en de veiligheid van getuigen. Op die punten zullen wij nog terugkomen bij de bespreking van onze vorderingen tot nader onderzoek en onze vooruitblik op het onderzoek ter zitting.

Joint Investigation Team

Het onderzoek naar het neerstorten van vlucht MH17 is uitgevoerd door een samengesteld internationaal onderzoeksteam: een Joint Investigation Team, oftewel een JIT. Dat komt omdat de ramp op 17 juli 2014 veel verschillende landen heeft getroffen. Vlucht MH17 werd uitgevoerd door een Maleisische luchtvaartmaatschappij (Malaysia Airlines) met een Maleisische bemanning die van Schiphol naar Kuala Lumpur (Maleisië) zou vliegen. Het vliegtuig is op Oekraïens grondgebied neergestort. Een groot aantal slachtoffers kwam uit Nederland, Maleisië en Australië. Ook andere landen, waaronder België, hadden slachtoffers te betreuren. 

Na het neerstorten van vlucht MH17 in Oost-Oekraïne zijn onder meer in Nederland, Australië, België, Maleisië en Oekraïne strafrechtelijke opsporingsonderzoeken begonnen. Deze onderzoeken richtten zich op het achterhalen van de verantwoordelijken voor het neerhalen van vlucht MH17. Uiteindelijk zijn deze landen samen gaan werken in een JIT.

Een JIT is een efficiënte vorm van internationale samenwerking als in verschillende landen tegelijkertijd onderzoeken worden uitgevoerd naar dezelfde strafbare feiten. Een JIT stelt de betrokken landen in staat hun werk te coördineren, gezamenlijk uit te voeren waar dat efficiënt is, en zonder onnodige bureaucratie informatie en bewijs uit te wisselen.

Een JIT komt niet in de plaats van de verschillende nationale onderzoeken, maar vormt als het ware de kern van de gezamenlijke onderzoeken. Binnen die kern kan het werk verdeeld en gecoördineerd worden en kan informatie en bewijs worden uitgewisseld. Daarnaast behoudt ieder land de vrijheid om ook eigen onderzoek en analyse te doen.

De vijf JIT landen hebben in de oorspronkelijke JIT overeenkomst en de verlengingen daarvan vastgelegd dat zij geen informatie uit het JIT openbaar maken zonder dat eerst met elkaar te bespreken. Deze zogenoemde consultatiebepaling is een gebruikelijke voorwaarde in een JIT, omdat openbaarmaking van informatie de verschillende lopende strafrechtelijke onderzoeken zou kunnen schaden. Voordat informatie uit het JIT openbaar gemaakt mag worden, bijvoorbeeld voor een getuigenoproep, bespreken de JIT landen dat met elkaar. Alle voorstellen tot openbaarmaking die binnen het JIT zijn gedaan, zijn unaniem goedgekeurd. Er is in de hele looptijd van het JIT nooit een voorstel tot openbaarmaking afgekeurd. Er is ook nooit bezwaar gemaakt tegen de verschillende voorstellen tot openbaarmaking van informatie uit het JIT.

Tijdens het onderzoek van het JIT is in diverse media bericht dat Oekraïne als lid van het JIT een ‘vetorecht’ zou hebben, dus zou kunnen bepalen welk bewijs er in het Nederlandse procesdossier terecht zou komen- of niet. Van een dergelijk ‘vetorecht’ is nooit sprake geweest.

In de gewijzigde JIT overeenkomst van juni 2019 is bevestigd en vastgelegd dat de Nederlandse JIT teamleider beoordeelt (en beslist) welke informatie en welk bewijs dat door het JIT is verzameld in het Nederlandse procesdossier terecht komt. Het is uiteindelijk aan uw rechtbank om te bepalen of het procesdossier compleet is of nog aangevuld moet worden.

Validatie

Sinds 17 juli 2014 heeft het JIT breed en diepgravend onderzoek verricht. Er is forensisch onderzoek gedaan op de lichamen van de slachtoffers en de wrakstukken van MH17. Er zijn honderden getuigen gehoord in vele verschillende landen. Er is onderzoek gedaan naar telecommunicatie, naar satellietbeelden en radargegevens, naar foto’s en video’s en naar informatie uit open bronnen.

Vanaf het begin van het onderzoek was duidelijk dat verschillende partijen naar elkaar wijzen over de schuld voor het neerschieten van MH17. Vanaf het begin van het onderzoek was ook duidelijk dat de resultaten van dit onderzoek niet door iedereen met een open blik zouden worden ontvangen. Daarom hebben wij extra stappen gezet. Door nóg langer door te rechercheren en door al het bewijs nóg strenger te toetsen dan we in andere onderzoeken zouden doen. Dat hebben we op meerdere manieren gedaan.

In de eerste plaats hebben we langs verschillende wegen de betrouwbaarheid van individuele onderzoekresultaten getoetst.

Zo zijn Oekraïense telefoongegevens onderzocht door de inhoud, tijd- en locatiegegevens van gesprekken te verifiëren. Die verificatie vond plaats door vergelijking met andere telefoongegevens, door vergelijking met informatie uit andere bronnen en door na te gaan of gespreksdeelnemers de opgenomen gesprekken konden bevestigen. Dat laatste is in verschillende gevallen gelukt. Het JIT heeft meerdere deelnemers aan opgenomen gesprekken geïdentificeerd en als getuigen gehoord. Ook hebben verschillende gespreksdeelnemers openbaar gemaakte tapgesprekken bevestigd, bijvoorbeeld in interviews.

Verder zijn er bij telecomproviders in andere landen, zoals Spanje en Polen, telecomgegevens opgevraagd die vergeleken konden worden met de Oekraïense telecomgegevens. Zo kon gecontroleerd worden of de Oekraïense telecominformatie over internationale gesprekken feitelijk juist was. In 2015 hebben Nederlandse specialisten netwerkmetingen gedaan in Oost-Oekraïne. Dit leverde informatie op over de locaties van telefoonzendmasten in bezet gebied, die weer vergeleken kon worden met zendmastgegevens die door de Oekraïense autoriteiten waren verstrekt.

Bij de analyse van de verstrekte tapgesprekken is bewust breed gekeken, dus ook naar tapgesprekken die niet direct relevant zijn voor het bewijs. Dat leverde bevestiging op van vele details in de gesprekken. Zo voerde bijvoorbeeld verdachte Dubinskiy op 27 juli 2014 een gesprek met iemand die hem vertelde dat er een telefoontje uit Moskou was gekomen dat er een Nederlandse journalist werd vermist. In het gesprek werd ook de naam van die journalist genoemd. Enkele dagen later publiceerde deze journalist een artikel in een Nederlandse krant, waarin hij vertelde over hoe hij enige uren was vastgehouden door gewapende strijders in het gebied dat werd gecontroleerd door de groep van Dubinskiy. De journalist die in het tapgesprek met Dubinskiy werd genoemd, heeft in diezelfde tijd dus daadwerkelijk vast gezeten in Oost-Oekraïne.

Deze uitgebreide validatie van de door Oekraïne verstrekte telecomgegevens was tijdrovend, maar heeft door de omvang, onderlinge samenhang en brede analyse een solide basis opgeleverd voor de beoordeling van die gegevens door uw rechtbank.

Er is ook uitgebreid validatie onderzoek gedaan naar beeldmateriaal. Het dossier bevat verschillende foto’s en video’s van een Buk-TELAR in Oost-Oekraïne en ook meerdere foto’s van een condensspoor in de lucht dat vermoedelijk afkomstig is van de afgeschoten raket. Dat beeldmateriaal is uitvoerig onderzocht. In de eerste plaats is in alle gevallen geprobeerd de maker van het beeldmateriaal te vinden en als getuige te horen. In sommige gevallen is dat gelukt, en in andere niet. In sommige gevallen konden ook personen worden gehoord die bij de maker aanwezig waren tijdens het opnemen van het beeldmateriaal of die betrokken waren bij de verspreiding van het beeldmateriaal en daardoor de oorsprong daarvan konden bevestigen. Waar mogelijk is de betreffende camera, inclusief geheugenkaart, in beslag genomen en onderzocht door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Waar zinvol heeft het NFI ook onderzocht of er aanwijzingen waren voor manipulatie van het beeldmateriaal.

Beelden zijn ook aangeboden aan het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI). Een deskundige van dat weerinstituut heeft onderzoek gedaan naar schaduw, licht en bewolking. Op basis daarvan werd beoordeeld of het weer op de foto of de video overeenkwam met het weerbeeld op 17 juli 2014 en wanneer deze foto of video ongeveer moet zijn opgenomen.

Verder heeft de recherche onderzocht waar het beeldmateriaal moet zijn opgenomen. Dat gebeurde door vergelijking van de kenmerken op het beeld met de omgevingskenmerken uit open bronnen, zoals Google Streetview of satellietbeelden. Van alle foto’s en video’s heeft het onderzoeksteam een geografische locatie vastgesteld.

Elk type bewijs, van video’s tot tapgesprekken en van forensische sporen tot getuigenverklaringen, is dus steeds zo nauwkeurig mogelijk gevalideerd.

Naast individuele toetsing van onderzoekresultaten, zijn al die verschillende bewijsbronnen ook weer met elkaar vergeleken en in samenhang beschreven in het procesdossier. Zo kunnen relevante verschillen en overeenkomsten worden vastgesteld. De Kamer van Beroep van het Joegoslavië tribunaal noemt dit een ‘holistische benadering’:

“The Appeals Chamber has reiterated the importance of such a holistic approach to assessing credibility within its own jurisprudence. A tribunal of fact must never look at the evidence of each witness separately, as if it existed in a hermetically sealed compartment; it is the accumulation of all the evidence in the case which must be considered.”[1]

Met dat doel hebben wij een breed dossier samengesteld. Een dossier waarin onderzoekresultaten in onderlinge samenhang kunnen worden getoetst en in de juiste context kunnen worden beoordeeld. Daarom bevat het dossier bijvoorbeeld ook ruim informatie over het verloop van het gewapend conflict waarin MH17 is neergeschoten.

Deze validatie, de toetsing van bewijs op zichzelf én in samenhang met andere onderzoekresultaten, willen wij aan de hand van één voorbeeld toelichten. Dat voorbeeld geeft inzicht in de wijze waarop het onderzoek is verricht, maar helpt ook bij de beoordeling van welk nader onderzoek nog plaats moet vinden. Bij de onderbouwing van onze vorderingen tot nader onderzoek zullen wij hier op terugkomen.

Als voorbeeld nemen wij één enkele foto waarop een Buk-TELAR op een oplegger is te zien, samen met een donker busje met zwaailicht en een witte personenauto. In een latere fase van dit proces kunnen zulke beelden ook worden getoond. Nu moeten wij ons beperken tot een mondelinge bespreking.

Eerst de foto zelf. Die is in juli 2014 naar het Nederlandse onderzoeksteam gemaild. Met als onderwerp ‘Buk M Makeevka’. Van deze foto waren geen metadata bekend. Vervolgens is de authenticiteit van de foto op verschillende manieren getoetst: door deskundig beeldonderzoek van het NFI, vergelijking van de beeldkenmerken met die van Google Streetview, en een tijdsbepaling door het KNMI op basis van de schaduwval. Op basis daarvan werd geconcludeerd dat deze foto gemaakt moest zijn tussen 08:48 en 09:32 uur aan Illicha Avenue in Donetsk.

Vervolgens is foto vergeleken met ander bewijs. Zo kwamen dezelfde dieplader en donkere busje met zwaailicht terug op andere beelden. Verder sloot de foto aan bij de telecomgegevens. Daaruit bleek dat de telefoons van twee begeleiders van het Buk-transport in diezelfde periode zendmasten aanstraalden aan Illicha Avenue in Donetsk. In een tapgesprek vertelde één van deze begeleiders dat hij met de Buk en een trekker was aangekomen in Donetsk. Net als op de foto. Vervolgens zei de begeleider dat ze in de linkerbaan moesten stoppen. Dat bleek weer overeen te komen met wat verschillende getuigen hadden gezien. Zij verklaarden over een Buk-systeem op een dieplader achter een Volvo-truck, op Illicha Avenue in Donetsk. Verder merkten deze getuigen op dat die truck met dieplader daar in de linkerbaan bleef staan. Tot slot konden de eigenschappen van de foto vergeleken worden met berichten in sociale media. Daarin werd diezelfde ochtend melding gemaakt van een Buk-systeem in Donetsk.

Op deze manier is deze foto in het onderzoek gevalideerd. Eerst door de authenticiteit van de foto zelf te beoordelen. Op basis van deskundigenonderzoek en vergelijking met andere beelden van dezelfde locatie. En daarna door die foto te bekijken in samenhang met andere bewijs, zoals andere beelden van de TELAR, telecomgegevens, getuigenverklaringen en sociale mediaberichten. Een ‘holistic approach’, zoals de Kamer van Beroep van het Joegoslavië tribunaal dat noemt.

Uw rechtbank zal moeten beoordelen of de validatie van deze foto en andere relevante onderzoekresultaten volledig is of niet. Wat ons betreft is het daarbij steeds de vraag of nader onderzoek nog daadwerkelijk iets kan toevoegen aan het dossier of niet. Als nader onderzoek geen relevant verschil kan maken voor het bewijs, is er geen reden om dat in gang te zetten.

Alternatieve scenario’s

Naast de validatie van afzonderlijke bewijsbronnen, zijn deze ook in bredere scenario’s geplaatst. In elk scenario werd een andere oorzaak voor het neerstorten van MH17 benoemd. Die verschillende, elkaar uitsluitende scenario’s zijn onderzocht. Zo zijn de mogelijkheden onderzocht van een explosie van binnenuit, een aanval door een gevechtsvliegtuig (het ‘air-to-air’ scenario) en het scenario dat vlucht MH17 is neergeschoten door een grond-luchtraketsysteem, oftewel een ‘surface-to-air’ (SAM) wapen. Dat laatste scenario hebben we weer opgedeeld in twee mogelijkheden: een aanval met een Buk-systeem en een aanval met een ander type ‘surface-to-air’ systeem. Voor de aanval met een Buk hebben we dan weer de verschillende scenario’s onderzocht dat deze is afgeschoten vanuit gebied onder controle van Oekraïne of vanuit gebied onder controle van DPR-strijders. Na meer dan vijf jaar onderzoek naar al die verschillende mogelijkheden is alleen dat laatste scenario overeind gebleven. Alle alternatieven kunnen volgens het OM worden uitgesloten.

Tegelijkertijd heeft het onderzoek juist bewijs opgeleverd voor het scenario dat vlucht MH17 is neergeschoten met een Buk-raket vanuit een landbouwveld bij Pervomaiskyi. Er is forensisch bewijs voor een Buk-raket, dat weer heeft geleid tot specifieke conclusies van deskundigen over het gebied waaruit die raket moet zijn afgeschoten. Er zijn foto’s, video’s, afgeluisterde telefoongesprekken en gespreks- en zendmastgegevens verzameld die in dezelfde richting wijzen. Er zijn ooggetuigen die verklaringen hebben afgelegd over de aanvoer van de Buk-TELAR, over de afvuur van de raket, en ook weer over de afvoer van de Buk-TELAR terug naar de Russische Federatie. Daarom staat dat laatste scenario nu in de tenlastelegging.

Ook bij nader onderzoek naar alternatieve scenario’s, moet bezien worden of dat daadwerkelijk iets kan toevoegen of niet. Zo zal een nieuwe getuige die verklaart dat MH17 is neergeschoten met een gevechtsvliegtuig niets toevoegen aan soortgelijke verklaringen van andere getuigen die al in het dossier zitten. De relevantie van die verklaring zit hem immers niet in de hoeveelheid getuigen die verklaren dat zij hetzelfde hebben gezien, maar in het vermogen van die verklaringen om bewijs voor het tegendeel te ontkrachten. Denk aan objectief bewijs zoals primaire radarbeelden, waarop geen gevechtsvliegtuig te zien is of forensisch bewijs voor het neerschieten met een Buk-raket. Als een getuigenverklaring daar niets aan kan afdoen, voegt een nieuw verhoor op dit punt niets meer toe aan wat er al in het dossier is opgenomen.

Veiligheid getuigen

In het contact met getuigen is zo veilig mogelijk gewerkt. In dit onderzoek is namelijk sprake van een reëel veiligheidsrisico voor getuigen. Om dat risico zo veel mogelijk te beperken heeft de rechter-commissaris besloten dat van tientallen getuigen de identiteit moet worden afgeschermd. Een kleiner aantal is als bedreigde getuige gehoord. Op die manier hebben zij een verklaring kunnen afleggen zonder onverantwoorde risico’s te lopen. Dat geldt niet voor alle getuigen. Of er reden is voor afscherming van de identiteit, hangt bijvoorbeeld af van waar de getuige woont en of zijn verklaring aansluit bij de positie van de gewapende groep of regering die zeggenschap heeft in het gebied waar de getuige verblijft. Een getuige die verklaart dat Oekraïne achter de aanslag op MH17 zit, heeft in de Russische Federatie bijvoorbeeld weinig te vrezen.

Het risico voor getuigen moet ook bij het vervolg van deze zaak nadrukkelijk worden meegewogen. Dat risico geldt bij uitstek voor getuigen die woonachtig zijn of familie hebben in de gebieden in Oost-Oekraïne die bezet zijn door gewapende groepen. Vele neutrale internationale organisaties en journalisten constateren dat de DPR in het gebied onder zijn controle een schrikbewind voert waar niemand veilig is. Zo schrijft de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties op 15 juli 2014, twee dagen voordat MH17 werd neergeschoten, dat in Oost-Oekraïne de ‘rule of law’ niet langer bestaat en is vervangen door de ‘rule of violence’. En verder, over de gewapende groepen in Oost-Oekraïne:

“The armed groups fighting in the east must abide by international law but unfortunately this has not been the case. Grave human rights abuses have been committed by those armed groups. And it must be remembered that these groups have taken control of Ukrainian territory and inflicted on the populations a reign of intimidation and terror to maintain their position of control.”[2]

Die dreiging is nog steeds aanwezig. Zo beschrijft de Speciale Rapporteur van de Verenigde Naties inzake Foltering in 2019 willekeurige vrijheidsberoving, geweld en foltering door de machthebbers in Donetsk.[3]

Het hoeft dus niet te verbazen dat vele getuigen in het JIT-onderzoek hebben aangegeven bezorgd te zijn over hun veiligheid. Getuige V7 verklaart bijvoorbeeld: “Ik wil graag anoniem blijven. Ik vrees voor mijn veiligheid en ik ben bang dat er mogelijk represailles tegen mij worden genomen, omdat ik een verklaring afleg.” Eén van de personen die de Buk-TELAR heeft gefilmd in Oost- Oekraïne, heeft per email aan het onderzoeksteam laten weten dat hij tot twee keer is bezocht door gewapende mensen. Daarna is de filmer gevlucht.

Ook de dreiging van de Russische Federatie in dit onderzoek moet niet worden onderschat. Getuige S24 verklaart angst te hebben voor represailles van de Russische Federatie. S24 vertelt bang te zijn dat hij geliquideerd wordt, om te voorkomen dat de waarheid naar boven komt. Getuige V9 zegt: “Mijn verklaring mag wat mij betreft gebruikt worden, zoals die het best gebruikt kan worden, maar dan zonder mijn naam daarboven. Ik wil namelijk niet dat de autoriteiten in bijvoorbeeld Oekraïne of Rusland te weten komen wie deze verklaring heeft afgelegd. Als mijn naam wel bekend wordt, kan ik problemen krijgen. Ik bedoel daarmee te zeggen dat ik kan worden opgepakt door Speciale Russische Diensten. Ik heb gezien dat in de DNR mensen werden gevangen genomen. Ik loop nu al een risico, maar ik vind het mijn plicht om mijn verhaal te doen.” Deze getuigen, en meerdere anderen, hebben aangegeven dat zij dreiging ervaren en daarom anoniem willen getuigen. De rechter-commissaris heeft de risico’s voor deze getuigen beoordeeld en beslist dat hun identiteit inderdaad afgeschermd moeten blijven.

De zorgen van deze getuigen zijn goed te begrijpen. In 2004 werden al enkele Russische diplomaten in Qatar veroordeeld voor een moord met een autobom die volgens de rechtbank gepleegd was in opdracht van de Russische autoriteiten.[4] In de afgelopen jaren zijn meerdere Russische burgers aangeklaagd voor moorden of pogingen tot moord in Groot-Brittannië[5], Duitsland [6], Turkije[7] en Bulgarije. [8] In al deze gevallen zijn de autoriteiten van die landen na onderzoek tot de uitdrukkelijke conclusie gekomen dat de Russische overheid verantwoordelijk was voor deze levensdelicten. In de meeste gevallen hebben die autoriteiten ook bekend gemaakt dat zij specifiek de Russische veiligheidsdiensten GRU of FSB verantwoordelijk houden. Let wel: we noemen hier alleen de gevallen waarin autoriteiten van andere landen na onderzoek naar moorden in die andere landen de zojuist genoemde conclusies hebben getrokken. Het resultaat is een verontrustend patroon van vastgestelde actieve betrokkenheid van Russische veiligheidsdiensten, en specifiek de GRU en de FSB, bij moorden in andere landen.

Het onderzoek van het JIT heeft duidelijke aanwijzingen opgeleverd dat diezelfde Russische veiligheidsdiensten FSB en GRU ook nauw betrokken zijn bij het gewapend conflict in Oekraïne. In het dossier bevinden zich tapgesprekken over verschillende vormen van betrokkenheid van de GRU en de FSB bij de gewapende strijd in Oost-Oekraïne. Ook bevinden zich in het dossier meerdere in Oekraïne afgeluisterde gesprekken uit juli 2014 waarin leden van gewapende groepen in Oost-Oekraïne met elkaar spreken over “groen licht uit Moskou om iemand te executeren” en “een bevel uit Moskou om iemand neer te schieten”. Getuige M58 heeft verklaard dat op de afvuurlocatie Russische militairen bij de Buk-TELAR waren, waarvan de aanwezige DPR-strijders zeiden dat deze van de FSB waren.

Er zijn verder duidelijke aanwijzingen dat Russische veiligheidsdiensten actief proberen waarheidsvinding naar het neerschieten van vlucht MH17 te verstoren. De Britse en Nederlandse autoriteiten hebben vastgesteld dat Russische GRU-agenten betrokken zijn geweest bij pogingen om de Maleisische opsporings- en vervolgingsautoriteiten te hacken.[9] Eerder zijn al pogingen vastgesteld om de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) te hacken tijdens zijn onderzoek naar het neerstorten van vlucht MH17. Getuige S28 heeft verklaard dat hij vanuit de Russische Federatie onderzoek deed naar de MH17 ramp, waarna zijn computer in beslag werd genomen en hij werd gezocht door de Russische veiligheidsdienst FSB.

De optelsom van al deze feiten werpt een donkere schaduw over dit proces. Er zijn sterke aanwijzingen dat de Russische overheid er veel aan gelegen is dit onderzoek te dwarsbomen, en daarbij de inzet van de Russische veiligheidsdiensten niet schuwt. Die Russische veiligheidsdiensten worden beschuldigd van meerdere moorden die de afgelopen jaren in verschillende Europese landen gepleegd zijn. Meerdere getuigen in dit onderzoek hebben uitgesproken voor hun leven te vrezen als hun identiteit bekend wordt. De inzet van Russische veiligheidsdiensten om de identiteit van getuigen in dit onderzoek te achterhalen is een reëel scenario. Die veiligheidsdiensten hebben capaciteiten om communicatie te onderscheppen en reisbewegingen van personen te monitoren. Capaciteiten die een gewone criminele groepering niet heeft.

We hebben in dit strafproces, kortom, te maken met een reële dreiging vanuit verschillende hoeken tegen getuigen. Om die reden is per getuige een inschatting gemaakt welke maatregelen nodig zijn. Daarbij is onder meer gekeken naar de persoonlijke omstandigheden van de getuige, waaronder de woonplaats en die van familieleden, de aard van de verklaring van de getuige en de mogelijke manieren om ongewenste gevolgen van het afleggen van een verklaring te voorkomen. Als gezegd heeft dit bij tientallen getuigen geleid tot het afschermen van de identiteit op grond van een beslissing van de rechter-commissaris (op grond van artikelen 149b en 226a Sv). Dit zijn in grote meerderheid getuigen die hebben verklaard over hun waarnemingen in Oost-Oekraïne. De risico’s zijn dus groot. Daarom moet in dit proces met grote zorgvuldigheid worden omgegaan met de belangen van getuigen.

Daar tegenover staat het belang van de verdediging. Door afscherming kunnen verschillende getuigen waarschijnlijk niet in persoon door de verdediging worden ondervraagd. Als de verdediging reden heeft om getuigen te ondervragen, zal dit dus op andere manieren moeten gebeuren. Bezien zal moeten worden hoe het ondervragingsrecht zo goed mogelijk kan worden uitgeoefend, zonder de veiligheid van getuigen in gevaar te brengen. Wij komen hier later nog op terug.

Zoals gezegd heeft Pulatov beroep ingesteld tegen de beslissingen van de rechter-commissaris om een aantal getuigen als anoniem bedreigde getuigen te horen. Op dit beroep moet de rechtbank, in een andere samenstelling dan de uwe, nog beslissen. Ongeacht de uitkomst van de beslissing met betrekking tot die getuigen, zijn er nog tientallen andere getuigen in het dossier van wie de identiteit is afgeschermd. Met hun belangen en die van eventuele nieuwe getuigen die zich in deze zaak zullen aandienen, zal nadrukkelijk rekening moeten worden gehouden.

Afronding onderzoek

Het procesdossier is wat het OM betreft vrijwel klaar voor de inhoudelijke behandeling van de zaak. Op dit moment wordt nog een enkele onderzoekshandeling afgerond. Van een getuige uit het Oekraïense leger bijvoorbeeld, is na zijn eerder in het dossier gevoegde eerste verhoor eind 2019 nog een tweede verhoor afgenomen. Ook werden enkele collega-militairen gehoord die zich rond 17 juli 2014 op dezelfde plaats bevonden. Deze verhoren konden niet tijdig voor de afronding van de dossieraanvulling in februari worden uitgewerkt en beoordeeld op relevantie. Ook het onderzoek naar uitlatingen van verdachten op internet en in andere open bronnen is nog niet geheel afgerond. Wij streven ernaar om ruim voor de zitting in juni het dossier aan te vullen met de laatste bevindingen uit het opsporingsonderzoek.

In die aanvulling zullen wij ook enkele visuele weergaven opnemen van onderdelen van processtukken. Dit betreffen foto’s, korte video’s en kaartmateriaal waarop relevante locaties en gebeurtenissen zijn ingetekend. Zo zullen wij een visuele weergave voegen van het verloop en de resultaten van het forensisch onderzoek en een overzicht van de verschillende bewijsbronnen in het dossier van het transport van de Buk-TELAR, die zijn ingetekend op een kaart. Bij enkele andere visuele weergaven van onderdelen van het procesdossier zullen wij een schriftelijke toelichting bijvoegen, zoals bij die van het onderzoek naar radargegevens. Deze visuele weergaven kunnen helpen om de inhoud van het dossier inzichtelijk te maken voor de procesdeelnemers en het publiek.

Aanvulling dossier

Voor alle beslissingen die uw rechtbank zal moeten nemen is naar onze inschatting voldoende informatie in het dossier verzameld. Daarbij geldt uiteraard dat de vraag of het dossier compleet is, beoordeeld moet worden naar de inhoud van de tenlasteleggingen die onderzocht moeten worden. De vraag is niet of het dossier alle mogelijke informatie bevat over iedere mogelijke betrokkene bij het neerschieten van vlucht MH17, maar alleen of het dossier volledig genoeg is om te oordelen in de zaken tegen deze vier verdachten.

Natuurlijk kunnen wij in een zaak als deze nooit een garantie geven dat een dossier compleet is en geen verdere aanvulling meer behoeft. Wij hebben niet in de hand welke informatie in de toekomst nog naar voren komt. Maar wij zijn doordrongen van het feit dat de inhoud van het dossier tijdig voor de inhoudelijke behandeling moet worden vastgesteld en alleen bij hoge uitzondering kan worden aangevuld.

Ook na de volledige afronding van het opsporingsonderzoek naar deze vier verdachten kan zich nog nieuwe informatie aandienen, die aan het dossier moet worden toegevoegd. In dit proces houden wij rekening met de volgende mogelijkheden.

Wij zullen de komende tijd, indien gewenst, aan de verdediging inzage verlenen in stukken die vanwege een gebrek aan relevantie niet aan het procesdossier zijn toegevoegd. Als de verdediging naar aanleiding van die inzage gemotiveerd verzoekt om toevoeging van stukken aan het dossier die eerder niet zijn gevoegd, kan dat leiden tot aanvulling van het dossier.

Verdachten Girkin, Dubinskiy en Kharchenko zouden relevante uitlatingen kunnen doen in interviews of op sociale media. Ondanks herhaalde uitnodiging van het onderzoeksteam en het OM, hebben zij ervoor gekozen om geen verklaring af te leggen in hun zaak en zich niet op deze zitting te laten vertegenwoordigen. Toch hebben wij al eerder in het openbaar van hen mogen horen hoe zij in grote lijn tegen de feiten aankijken. Nieuwe publieke reacties van deze verdachten op dit proces sluiten wij niet uit. Wij zullen die op de voet volgen.

Ook zouden zich nieuwe getuigen kunnen aandienen in de zaken van verdachten. Het ligt daarbij wel in de rede om steeds kritischer te kijken of het horen van een nieuwe getuige daadwerkelijk iets toevoegt aan het dossier. Indien een verklaring relevant blijkt en de veiligheid van de getuige het toelaat, kan dat reden zijn om die verklaring aan het dossier toe te voegen. Vervolgens kan dan met uw rechtbank en de verdediging worden beoordeeld of de betreffende getuige nog nader moet worden gehoord of niet.

Verder gaat het onderzoek van JIT naar de betrokkenheid van andere personen nog door. Dat onderzoek is gericht op de identiteit van de bemanning van de Buk-TELAR en verantwoordelijken in de bevelslijn. Indien uit dat onderzoek nog relevante informatie naar voren komt voor de zaken tegen deze vier verdachten, zal die informatie aan het dossier moeten worden toegevoegd.

Tot slot lopen er procedures bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (ERHM) tegen de Russische Federatie. Vóór deze zitting hebben wij nog stukken van de Russische regering uit die procedures aan het dossier toegevoegd. Daarin worden uitlatingen gedaan over aard van het gewapend conflict in Oost-Oekraïne en worden nieuwe beweringen gedaan over mogelijke manipulatie van bewijs uit het strafrechtelijk onderzoek. Wij sluiten niet uit dat deze staatsaansprakelijkheidsprocedures nog nieuwe informatie opleveren, die voor de strafzaken van belang is.

Nog meer dan in andere grote zaken zullen wij rekening moeten houden met nieuwe ontwikkelingen buiten de zittingzaal.

Het OM heeft een eigen verantwoordelijkheid voor een volledig en evenwichtig onderzoek. Als wij kennis krijgen van ontlastende informatie, zal die in elk geval aan het dossier moeten worden toegevoegd. Bij informatie waar dit onduidelijk is, zullen wij de standpunten betrekken die de verdachten in deze procedure innemen. Indien zulke nieuwe informatie zou kunnen worden gebruikt voor de onderbouwing van aangekondigde verweren van Pulatov, zullen wij die met zijn raadslieden delen. Dan kunnen zij zich over de relevantie van die informatie uitlaten. Daarbij geldt dat hoe eerder wij weten welke verweren de verdediging wil voeren, hoe eerder wij kunnen beoordelen welke stukken wij actief aan de verdediging ter inzage kunnen geven. Zoals gezegd hebben wij al ruim stukken gevoegd, over verschillende andere lezingen van de feiten dan het OM ten laste legt, maar op basis van concrete standpunten van de verdediging kunnen wij controleren of het dossier nog moet worden aangevuld.

In die standpunten van de verdediging zal dan wel concreet moeten worden toegelicht wat de relevantie is van de aanvullende informatie. Gisteren heeft de verdediging vragen opgeworpen over het OVV-rapport uit 2015, specifiek over de beperkte sluiting van het luchtruim boven Oost-Oekraïne in juli 2014. Voor ons bleef onduidelijk wat de relevantie van die vragen is voor enige door uw rechtbank te nemen beslissing in de zaak van Pulatov. Als er een verwijt van nalatig ingrijpen kan worden gemaakt, zijn daardoor volgens jurisprudentie niet de belangen van de verdachte geschaad, maar alleen die van de slachtoffers.[10] De vraag naar het optreden van de Oekraïense autoriteiten met betrekking tot de beperkte sluiting van het luchtruim is daarom niet relevant in de strafzaak van Pulatov.

Conclusie onderzoek

Het onderzoek is vrijwel afgerond. Tijdig voor een regiezitting in juni zal een laatste aanvulling op het dossier worden verstrekt. Daarin zal verslag worden gedaan van laatste onderzoeksbevindingen en zullen enkele visuele weergaven van onderdelen van het huidige dossier worden gevoegd. Daarnaast houden wij er rekening mee dat zich nieuwe informatie aandient, die mogelijk aan het dossier zal moeten worden toegevoegd. Wij stellen ons voor dat bij de beoordeling of het dossier moet worden aangevuld of niet, na de regiefase een strengere noodzakelijkheidstoets zal moeten worden aangelegd.

Standpunten verdachten

Bij onze toelichting op het onderzoek hebben wij al aangegeven dat wij het belangrijk vinden dat de standpunten van de verdachten in deze zaak zo goed mogelijk ter zitting naar voren komen. Bij de bespreking van het aanwezigheidsrecht is al genoemd welke inspanningen wij hebben verricht om hen over de strafzaak te informeren en hun kant van het verhaal te vernemen. Er is geprobeerd om via telefoon, email en sociale media rechtstreeks contact met hen te leggen. Dat is bij Dubinskiy en Pulatov ook gelukt, maar heeft geen inhoudelijke reactie opgeleverd. De publieke reacties van verdachten in sociale media en interviews hebben we opgenomen in het procesdossier. Die reacties zullen wij blijven volgen. De inhoud van het dossier schreeuwt om een concrete uitleg van verdachten. Wij vinden het passend om hen erop te wijzen dat zij nu nog de gelegenheid hebben om die uitleg te geven. Wij zullen dit toelichten.

Pulatov

Aan de Russische autoriteiten hebben wij gevraagd om de drie Russische verdachten te horen. Dit rechtshulpverzoek is op 28 oktober 2019 door het parket van de Russische Procureur-Generaal ontvangen. Vorige week ontvingen wij het antwoord op dit rechtshulpverzoek. Van de drie opgeroepen Russische verdachten is alleen Pulatov verschenen. Hij gaf aan zich op zijn zwijgrecht te beroepen, omdat hij op advies van zijn advocaten alleen ‘ten behoeve’ van een Nederlandse rechter een verklaring wil afleggen in het bijzijn van zijn advocaten. Mogelijk wordt hier bedoeld: ‘alleen tegenover een Nederlandse rechter’.

Wij constateren dus dat Pulatov zich op dit moment op zijn zwijgrecht beroept. Dat recht heeft een verdachte uiteraard. Als dat verandert en Pulatov alsnog tot een inhoudelijke betwisting komt van zijn betrokkenheid bij de ten laste gelegde feiten, kan het in zijn eigen belang zijn om tijdig voor de regiezitting te verklaren. In ieder geval over de vragen waar hij op 17 juli 2014 was en wat hij in de periode van 8 juni tot en met 18 juli 2014 zelf heeft gezien en gehoord met betrekking tot de ten laste gelegde feiten. Een eventuele verklaring van hem kan relevant zijn voor de beoordeling welk nader onderzoek er nog moet plaatsvinden en welk onderzoek overbodig is. Daarbij heeft een betwisting uit de mond van zijn advocaten minder gewicht dan een verklaring van de verdachte zelf.[11] Gisteren hebben wij van de raadslieden vernomen dat Pulatov zich ‘op het standpunt stelt dat hij op geen enkele manier verantwoordelijk is voor het neerhalen van MH17’ en daar ‘niets mee te maken heeft gehad’. Dat standpunt bestrijkt alles, maar zegt niets. In de eerste plaats is het geen verklaring van Pulatov zelf. In de tweede plaats laat deze formulering van de verdediging volledig open wat nu precies wordt betwist: feitelijke betrokkenheid of de strafrechtelijke aansprakelijkheid die daaruit volgt? Betwist Pulatov zijn feitelijke betrokkenheid bij de aanvraag en de inzet van de Buk-TELAR of erkent hij die betrokkenheid wel, maar meent dat hieruit geen aansprakelijkheid volgt voor het neerschieten van MH17? Dat maakt nogal verschil. Een algemene betwisting van elke aansprakelijkheid bij monde van zijn raadslieden levert geen concrete aanknopingspunten op voor de beoordeling van onderzoekwensen.

Indien de verdediging een verklaring van Pulatov wenselijk acht voor de regiezitting in juni, is het nodig om nu al de formaliteiten voor een verhoor in gang te zetten. Als Pulatov inderdaad tegenover een Nederlandse rechter wil verklaren in het bijzijn van zijn Nederlandse advocaten zijn daarvoor twee logische mogelijkheden: een verhoor door de rechter-commissaris, hetzij in Nederland, hetzij in de Russische Federatie, of een verhoor hier ter zitting. Een verhoor via videoconferentie wordt door de wet uitgesloten in een zaak met dodelijke slachtoffers.[12] Indien Pulatov door de rechter-commissaris gehoord wil worden, moet er rekening mee worden gehouden dat de voorbereiding van dat verhoor tenminste meerdere maanden zal vragen vanwege de tijd die het kost om rechtshulpverzoeken aan de Russische Federatie uit te voeren.

Indien Pulatov hier ter zitting een verklaring wil afleggen kan de vraag rijzen of hem daartoe een vrijgeleide moet worden verleend. De ervaring in andere zaken leert dat ook dit een tijdrovende aangelegenheid kan zijn. Als Pulatov overweegt een vrijgeleide te vragen om hier ter zitting een verklaring te kunnen afleggen zonder aangehouden te worden, kan dat verzoek maar beter zo snel mogelijk gedaan worden. De ervaringen in de zaak Bouterse kunnen helpen om deze optie te verkennen.

Het Hof Den Haag stelde in de Bouterse-zaak vast dat er geen wettelijke of verdragsrechtelijke regeling bestaat om een vrijgeleide te verlenen aan verdachten. Een garantie tegen de toepassing van dwangmiddelen kan doorgaans wel worden gegeven aan getuigen die via buitenlandse autoriteiten worden gedagvaard. Aan verdachten kunnen door het OM wel toezeggingen worden gedaan dat zij niet zullen worden aangehouden in de zaak waarin zij een verklaring komen afleggen, maar kunnen geen toezeggingen worden gedaan met betrekking tot eventuele aangiften van andere strafbare feiten of uitleveringsverzoeken van andere landen. Een verzoek van een verdachte om een vrijgeleide die beschermt tegen iedere mogelijke aanhouding kan dus niet worden ingewilligd.[13]

Het wettelijk kader in deze zaak is hetzelfde als dat in de zaak Bouterse. Een effectieve vrijgeleide is mogelijk als Pulatov wordt gedagvaard om als getuige te verklaren in de zaken van zijn medeverdachten. Artikel 12 lid 1 van het Europees rechtshulpverdrag bepaalt dan immers dat hij als gedagvaarde getuige niet kan worden aangehouden voor feiten die vooraf gingen aan zijn vertrek. In dat geval staat het hem vrij om ter zitting te verklaren als getuige in de zaken van de andere verdachten, maar ook om een verklaring af te leggen als verdachte in zijn eigen zaak. Als Pulatov uitsluitend als verdachte ter zitting wil verklaren, kan hij niet als getuige worden gedagvaard en kan hem geen garantie worden gegeven dat hij niet zal worden aangehouden. Bij een verschijning ter zitting in Nederland kan immers aangifte worden gedaan tegen Pulatov voor andere misdrijven, waarvoor mogelijk verdragsrechtelijke vervolgingsverplichtingen bestaan. Ook kunnen door andere landen uitleveringsverzoeken worden gedaan waaraan Nederland dan verdragsrechtelijk verplicht is gevolg te geven. In beide scenario’s kan alleen een dagvaarding als getuige een daadwerkelijke vrijgeleide garanderen, omdat daarmee een verdragsrechtelijk verbod op aanhouding ontstaat dat zwaarder mag wegen dan andere verdragsrechtelijke plichten tot aanhouding. In de Bouterse-zaak is daarom tot aan de Hoge Raad uitgeprocedeerd dat er geen vrijgeleide kan worden verleend om als verdachte ter zitting te komen verklaren.

Wij bespreken dit nu al, omdat de voortgang van dit proces vraagt om een verre blik vooruit. Het staat Pulatov volledig vrij om zich op zijn zwijgrecht te blijven beroepen of pas in een latere fase een verklaring af te leggen. Wat wij alleen willen voorkomen is dat wij in juni moeten vaststellen dat een effectieve regiezitting niet mogelijk is, omdat Pulatov eerst nog door een Nederlandse rechter moet worden gehoord. En dat het vanaf dat moment weer maanden duurt, voordat dat verhoor georganiseerd kan worden. Zowel voor de dagvaarding om als getuige ter zitting of door de rechter-commissaris te worden gehoord, als voor verhoor door de rechter-commissaris in de Russische Federatie is immers een rechtshulpverzoek nodig dat maanden van tevoren moet worden verstuurd.

Als het de wens is van Pulatov om al vóór een regiezitting te verklaren tegenover een Nederlandse rechter, kunnen we dat nu in gang zetten. Dan kunnen we alvast de voorbereidingen treffen voor een verhoor waarvan Pulatov pas later beslist of dat wel of niet doorgang moet vinden. Als de rechter-commissaris in uw opdracht een rechtshulpverzoek doet aan de Russische Federatie om Pulatov daar te mogen horen in de tweede helft van mei, zodat er genoeg voorbereidingstijd is voor dat verhoor, kan dat verhoor tot in de eerste helft van mei nog worden afgezegd door de verdediging. Als Pulatov wordt gedagvaard om eind mei bij de rechter-commissaris in Nederland of op een van de eerste zittingsdagen in juni hier ter zitting als getuige gehoord te worden (waarbij hij desgewenst ook als verdachte een verklaring kan afleggen), kan Pulatov zelf beslissen of hij aan die dagvaarding gehoor geeft. Als hij dan beslist om niet te verschijnen heeft dat voor hem geen nadelige consequenties.[14] Wij kunnen dus nu de gelegenheid scheppen voor een verhoor dat pas maanden later zal plaatsvinden. Dat geeft de verdediging een ruime voorbereidingstijd, is tegelijk nog op tijd voor de regiezitting in juni en laat Pulatov volledige vrijheid om uiteindelijk wel of niet een verklaring af te leggen. Wij horen graag van de verdediging of Pulatov van die mogelijkheden gebruik wil maken. Als de verdediging dat niet wil, hoort daar de consequentie bij dat in juni onderzoekswensen worden besproken en regie wordt gevoerd zonder een voorafgaande verklaring van Pulatov. Nu is het moment om die keuze te maken.

Natuurlijk is een verhoor van Pulatov door de rechter-commissaris of hier op zitting alleen zinvol als hij van plan is om een inhoudelijke verklaring af te leggen. Anders is er geen reden om hem in persoon te horen. Er zijn immers andere en efficiëntere manieren om een eigen standpunt over te brengen met bijstand van zijn Nederlandse advocaten. Te denken valt aan een door de verdediging zelf opgenomen verklaring van Pulatov, op video of schriftelijk en door hem ondertekend. Wij gaan er dan ook van uit dat de verdediging alleen zal aansturen op een verhoor van Pulatov als hij niet alleen bereid is een inhoudelijke verklaring af te leggen, maar daarbij ook vragen wil beantwoorden. Als dat zo is, en Pulatov zich in Nederland tegenover een Nederlandse rechter vrijer voelt om te verklaren dan in de Russische Federatie tegenover de Russische autoriteiten, is de waarheidsvinding gediend bij een verhoor van Pulatov in Nederland.

Voor sommigen kan het pijnlijk zijn om een internationaal gesignaleerde verdachte van een zo ernstig misdrijf in Nederland te zien verklaren en weer als vrij man de zaal te zien verlaten. Toch kan dat in het belang van een goede rechtsgang de beste optie zijn. Daarbij moet ook bedacht worden dat Pulatov onschuldig is, totdat uw rechtbank anders oordeelt.

Op een aantal deelonderwerpen ligt het in elk geval op de weg van de verdediging om nu zo snel mogelijk duidelijkheid te verschaffen over het standpunt van Pulatov. Hij weet al vanaf juni 2019 van de beschuldiging in deze zaak en beschikt vanaf oktober 2019 over juridische bijstand in de Russische Federatie. Op losse punten, waarvoor hij het volledige procesdossier niet hoeft te kennen, mag van hem al eerder een reactie worden gevraagd. Dat is in het belang van een doelmatige rechtsgang en van hemzelf.

Als Pulatov meent dat hij aanspraak kan maken op enige vorm van immuniteit, bijvoorbeeld, ligt het in de rede dat wij dat nu zo snel mogelijk van hem horen. Die vraag is niet verbonden met de inhoud van het dossier en een positief antwoord is in zijn eigen belang.

Als Pulatov meent dat tapgesprekken die hij zelf heeft gevoerd gemanipuleerd zijn, ligt het evengoed in de rede dat hij dat snel concreet maakt. Dan kan dit tijdig worden onderzocht. Ook dat is in zijn eigen belang. De verdediging beschikt over de audiobestanden van relevante gesprekken waaraan Pulatov deelneemt, met vertalingen in het Engels en in het Nederlands. Dat geeft alle mogelijkheid voor een tijdige en concrete reactie van Pulatov op die gesprekken. Wij nodigen de verdediging uit om die reactie snel te geven.

Op andere punten begrijpen wij dat de verdediging meer tijd nodig heeft om een standpunt te bepalen.

Los van een eventueel verhoor op zitting vernemen wij graag op een later moment of Pulatov nog inhoudelijk zal reageren, of dat hij zich op zijn zwijgrecht blijft beroepen. Als hij tot een inhoudelijke betwisting komt van zijn betrokkenheid bij de ten laste gelegde feiten, vernemen wij graag tijdig voor de regiezitting in juni waar hij op 17 juli 2014 was en wat hij in de periode van 8 juni tot en met 18 juli 2014 zelf heeft gezien en gehoord met betrekking tot die feiten. Zijn verklaring kan immers relevant zijn voor de beoordeling welk nader onderzoek er nog moet plaatsvinden en welk onderzoek overbodig is.

Girkin

Verdachte Girkin is hier niet aanwezig, maar uit zijn interviews en sociale mediaberichten weten we dat hij zijn eigen zaak nauwlettend volgt. Daarom willen wij hem uitnodigen om één concrete vraag te beantwoorden. Deze vraag ziet op de verklaring die Girkin in februari 2015 als getuige heeft afgelegd tegenover de Russische autoriteiten en door de Russische autoriteiten is verstrekt. In dat verhoor zegt Girkin het volgende:

“Op 17 juli 2014, omstreeks 16:30 uur Moskouse tijd heeft de commandant van een volksstrijderseenheid met de alias ‘Kep’ - op dit moment plaatsvervangend minister van Defensie van de Volksrepubliek Donetsk; zijn personalia weet ik niet mij te herinneren omdat wij elkaar met aliassen aanspraken - gerapporteerd over het treffen door de luchtverdediging van één van de twee vliegtuigen SU-25 van de Oekraïense luchtmacht. Dat gebeurde in het gebied ten noorden van de woonplaats Snezhnoye. […] Ongeveer een uur na de rapportage over het treffen van het gevechtsvliegtuig SU-25, dat wil zeggen omstreeks 17:30 uur, kreeg ik een bericht uit de woonplaats Gorlovka, Oekraïne, dat er in de directe nabijheid van de voornoemde plaats een onbekend vliegtuig was neergestort.”

Hier verklaart Girkin dus tegenover de Russische autoriteiten dat hij op 17 juli 2014 ongeveer tien minuten na het neerschieten van vlucht MH17 werd geïnformeerd dat ’de luchtverdediging’ een vliegtuig had neergeschoten. Het is inmiddels algemeen bekend dat er in de middag van 17 juli 2014 in Oekraïne maar één vliegtuig is neergeschoten. Sinds 17 juli 2014 zijn er geen wrakstukken gevonden van een gevechtsvliegtuig. Volgens de radargegevens was er geen ander vliegtuig in de buurt van MH17. Met de kennis van nu schreeuwt deze verklaring om een nadere uitleg over welk neergeschoten vliegtuig Girkin hier nu spreekt. Wij nodigen Girkin van harte uit om die uitleg te geven.

Dubinskiy

Ook Dubinskiy heeft veel uit te leggen. Laten wij één concreet voorbeeld benoemen: in het dossier bevinden zich tapgesprekken uit september en oktober 2014 waarin Dubinskiy onderhandelt met een bekende van hem aan Oekraïense zijde over een gevangenenruil. Zo dringt Dubinskiy in één van die gesprekken aan op de vrijlating van Russische leden van de motorbende Night Wolves die door Oekraïne gevangen zijn genomen. De gesprekspartner van Dubinskiy heeft als getuige bevestigd deze gesprekken met Dubinskiy te hebben gevoerd. In een van die gesprekken, op 27 september 2014, krijgt Dubinskiy te horen dat hij in verband wordt gebracht met de ‘Boeing’, oftewel vlucht MH17. Dit gesprek vindt plaats nadat de Oekraïense autoriteiten in de maanden ervoor verschillende tapgesprekken van Dubinskiy in relatie tot de Buk-TELAR publiek hebben gemaakt. In reactie op de mededeling dat hij in verband wordt gebracht met de Boeing zegt Dubinskiy:

“When the toy was being moved around, got it. I mean the one, which was moved across the Republic's area. Yes. It really features my voice. But it does not mean that someone was shooting down.”

Dubinskiy lijkt hier dus te bevestigen dat zijn stem inderdaad te horen is in die gesprekken over de Buk. Daarin spreekt hij over ‘speelgoed’ dat in zijn omgeving verplaatst werd in relatie tot het neerschieten van MH17. In een interview met de BBC in juni 2019 zegt Dubinskiy dan weer dat hij als hoofd van een contraspionagedienst niet belast was met het vervoer of de inzet van een Buk wapensysteem. Als Dubinskiy nog wil uitleggen hoe we die twee verklaringen in relatie tot MH17 met elkaar moeten rijmen, heeft hij nu nog de kans om dat te doen.

Kharchenko

Van Kharchenko hebben wij voor het laatst vernomen in een video die op 19 en 20 december 2019 op internet is geplaatst. In die video trekt de presentator de resultaten van het JIT-onderzoek in twijfel. Volgens hem is er sprake een zorgvuldig voorbereide provocatie van de veiligheidsdiensten van andere staten. Er zou geen Buk-raket zijn afgeschoten vanuit het gebied onder controle van de DPR. Daarbij verwijst de presentator naar interviews met verschillende DPR-strijders, waaronder Kharchenko. In zijn video-interview verklaart Kharchenko dat hij in vijf jaar oorlog nooit een Buk heeft gezien op het grondgebied van de DPR. Het dossier bevat objectief forensisch bewijs dat MH17 is neergeschoten met een Buk-raket vanuit een gebied dat onder controle stond van de DPR. Daarnaast bevat het dossier een ruime hoeveelheid tapgesprekken en andere telecomgegevens waaruit volgt dat Kharchenko direct betrokken was bij de inzet van een Buk-systeem in DPR-gebied. Ook dit vraagt om uitleg. Als Kharchenko die uitleg op video kan geven, moet hij dat nu doen.

Belang voortgang onderzoek ter zitting

In dit proces zal een balans gevonden moeten worden tussen verschillende belangen. In de eerste plaats is duidelijk dat aan de verdediging nu de nodige tijd geboden moet worden om het dossier te bestuderen, een procespositie te bepalen en de inhoudelijke behandeling voor te bereiden. In een zorgvuldig strafproces moet de verdachte voldoende gelegenheid krijgen om zijn verdediging voor te bereiden en te voeren. Dat is niet alleen in zijn eigen belang, maar in het belang van ons allemaal: het is een zwaarwegende bijdrage aan de kwaliteit van het strafproces en de legitimiteit van de uitkomst daarvan.

Anderzijds is het ook noodzakelijk om de voortgang van dit proces zo goed mogelijk te bewaken. Dat is nodig voor de nabestaanden en het maatschappelijk belang bij een goede en efficiënte rechtspleging. Voortgang is belangrijk voor de nabestaanden, omdat zij niet langer moeten worden belast dan strikt noodzakelijk is. Zij hebben recht op tijdig uitsluitsel over wat er met hun geliefden is gebeurd. Bovendien is dit proces, en alle publieke aandacht die het krijgt, voor veel nabestaanden een pijnlijke confrontatie met hun verlies. Zoals een nabestaande het stelt: “daarmee ga je weer terug in de tijd, je begint weer van voor af aan”. Dit proces verlengt de “martelgang” die deze vader sinds 17 juli 2014 doormaakt.[15] Voortgang is ook belangrijk voor de kwaliteit van het proces, omdat tijdsverloop de waarheidsvinding doorgaans bemoeilijkt. Het is ook van belang voor de vele getuigen in dit proces die zich begrijpelijke zorgen maken over hun veiligheid. Zij hebben er recht op dat zij hun plichten als getuigen zo snel mogelijk kunnen vervullen, zodat zij daarna weer verder kunnen met hun leven zonder de zorgen en complicaties die hun positie als getuige nu met zich meebrengt.

Uw rechtbank heeft medegedeeld dat in juni de onderzoekswensen van de verdediging en het OM op zitting kunnen worden besproken. In een strafzaak van deze aard en omvang ligt het in de verwachting dat op een later moment, bijvoorbeeld in het najaar, een tweede regieronde volgt waar de balans kan worden opgemaakt van het onderzoek dat in de tussentijd door de rechter-commissaris is verricht, voordat de inhoudelijke behandeling van de zaak aanvangt. Om de komende tijd zo efficiënt mogelijk te benutten lijkt het ons verstandig om - zoals gebruikelijk in zaken van deze omvang - de rechter-commissaris in staat te stellen tussen zittingen door de voortgang te bewaken en te beslissen op een door uw rechtbank af te bakenen categorie verzoeken die al voor een regiezitting gedaan kunnen worden.

Het valt te verwachten dat de rechter-commissaris voor veel uit te voeren onderzoekshandelingen geruime voorbereidingstijd nodig zal hebben om betrokken autoriteiten van andere landen aan te zoeken en op een zorgvuldige wijze een veilige uitvoeringswijze te verkennen. Eventueel nader onderzoek door deskundigen, bijvoorbeeld naar de authenticiteit van beeldmateriaal of tapgesprekken, vraagt doorgaans ook vele maanden. Dat maakt het noodzakelijk de rechter-commissaris steeds zo vroeg mogelijk in staat te stellen de benodigde werkzaamheden uit te voeren. Daarom zullen wij ook vandaag al enkele vorderingen doen om getuigen te horen waarop wat ons betreft nu al besloten kan worden. Dat betekent niet dat die verhoren ook meteen volgende week plaatsvinden. Bij toewijzing kan uw rechtbank bijvoorbeeld bepalen dat uitvoering pas zal plaatsvinden na de laatste zittingsdag in juni, om de verdediging voldoende voorbereidingstijd te gunnen. Toewijzing nu, in maart, betekent echter wel dat de rechter-commissaris de voorbereidingen kan treffen die getuigenverhoren in bijvoorbeeld juli of augustus mogelijk maken. Zou u uw beslissing uitstellen tot eind juni dan is er gerede kans dat uitvoering niet lukt voor september en verliezen we kostbare maanden in dit proces. Bovendien krijgt de rechter-commissaris dan te maken met een onnodige stapeling van opdrachten tot nader onderzoek omdat verwacht kan worden dat de verdediging in juni de nodige onderzoekswensen zal formuleren. Het dient dus de voortgang van het proces om nu te beslissen over nader onderzoek waar dat mogelijk is.

Voetnoten

[1] ICTY Appeals Chamber 23 oktober 2001, Kupreskic et al., Judgement, § 334 en verwijzingen daar; zie ook ECLI:NL:RBDHA:2017:14782 en verwijzingen daar.

[2] Office of the United Nations High Commissioner for Human Rights 15 July 2014, Report on the human rights situation in Ukraine, p. 3, 7.

[3] Zie A/HRC/40/59/Add.3, § 96-102.

[4] BBC, Russia 'behind Chechen murder', 30 juni 2014, beschikbaar op news.bbc.co.uk/2/hi/middle_east/3852697.stm.

[5] Sir Robert Owen, The Litvinenko Inquiry Report into the death of Alexander Litvinenko, januari 2016, beschikbaar op webarchive.nationalarchives.gov.uk/20160613090324/https://www.litvinenkoinquiry.org/report; BBC, Litvinenko inquiry: Key findings, 21 januari 2016, beschikbaar op bbc.com/news/uk-35371344; BBC, Salisbury Novichok poisoning: Russian nationals named as suspects, 5 september 2018, beschikbaar op bbc.com/news/uk-45421445.

[6] BBC, Berlin murder: Germany expels two Russian diplomats, 4 december 2019, beschikbaar op bbc.com/news/world-europe-50659179; Spiegel International, Putin's Killers in Europe - How Russian Agents Hunt Down Kremlin Opponents, 9 december 2019, beschikbaar op spiegel.de/international/world/how-russian-agents-hunt-down-kremlin-opponents-in-europe-a-1300091.html.

[7] RadioFreeEurope/RadioLiberty, Report: Turkey Swapped Two Alleged Russian Spies For Crimean Tartar Leaders, 29 november 2017, beschikbaar op rferl.org/a/report-turkey-swapped-two-alleged-russian-spies-for-crimean-tatar-leaders/28886977.html.

[8] RadioFreeEurope/RadioLiberty, Bulgaria Charges Three Russians In Absentia Over Attempted Murders In 2015, 23 januari 2020, beschikbaar op rferl.org/a/bulgaria-charges-three-russians-gebrev-poisoning-in-absentia/30393608.html.

[9] Ministerie van Defensie, Verklaring over de verstoring van een cyberoperatie van de GRU door de MIVD op 4 oktober 2018 in Den Haag, 4 oktober 2018, beschikbaar op defensie.nl/downloads/publicaties/2018/10/04/statements-over-de-verstoring-cyberoperatie-gru-door-de-mivd-op-4-oktober-2018, p. 1.

[10] Zie bijvoorbeeld Hof Den Haag 18 juni 2009, ECLI:NL:GHSGR:2009:BI8685 (“Het hof is met de rechtbank van oordeel dat in het algemeen heeft te gelden dat een niet tijdig ingrijpen van de politie, waardoor schade die door de verdachte is toegebracht is opgelopen, niet leidt tot strafvermindering, nu die schade niet door de gestelde nalatigheid van de politie is veroorzaakt maar door het onrechtmatig handelen van de verdachte. […] Bovendien zijn het niet de belangen van verdachte die worden geschaad door een mogelijk niet tijdig ingrijpen van de politie, maar hooguit die van het slachtoffer. De vraag in hoeverre de politie in casu adequaat heeft gehandeld dient dan ook bij de beoordeling van de strafbaarheid van de verdachte en bij de straftoemeting buiten beschouwing te blijven.”).

[11] Zie o.a. rechtbank Rotterdam 22 februari 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:1574 (“Een inhoudelijke verklaring van de verdachte over hetgeen hem wordt verweten is geen absolute voorwaarde. Wel kan het voor de rechter(s) die moeten beslissen over onderzoekswensen door het afleggen van een dergelijke verklaring duidelijk worden dát, en waarom, het horen van een getuige of andere onderzoekshandeling redelijkerwijs van belang is voor een (of meer) van de beslissingen in de art. 348 en 350 Sv. Het niet (willen) afleggen van een dergelijke verklaring kan er dan ook toe leiden dat in het dossier noodzakelijke (nadere) informatie ontbreekt om de betekenis van het horen van de verzochte getuige voor de beantwoording van de vragen van art 348 en 350 Sv voldoende te onderbouwen. Het risico daarvoor ligt op dit punt bij de verdediging.”); rechtbank Rotterdam 28 november 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:10294 (“(…) kan een middellijke betwisting door de advocaat niet volstaan om onderzoekswensen van de verdachte te onderbouwen.”); rechtbank Gelderland 23 maart 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:1646 (“Bezien in het licht van de bovenstaande Europese Jurisprudentie mogen aan verzoeken tot het horen van getuigen a decharge (witness for the defence) dus zwaardere motiveringseisen gesteld worden dan bij verzoeken tot het horen van belastende getuigen. Bij de beoordeling mag de “sole and decisive” regel, en ook “the proper administration of justice” een rol spelen. De proceshouding van verdachte kan daarbij behulpzaam zijn, als het gaat om (het begrip van) een alternatief scenario. Een zwijgende verdachte schetst immers geen scenario dat nader onderzoek verdient.”); rechtbank Den Haag 23 april 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ8217.

[12] Art. 131a Sv jo. Besluit videoconferentie art. 2 lid 1 sub d.

[13] Zie hof Den Haag 10 december 1999, ECLI:NL:GHSGR:1999:AA5285; hof Den Haag 30 juni 2000, ECLI:NL:GHSGR:2000:AA6305; Trouw, Vrijgeleide voor Bouterse juridisch mogelijk, 13 augustus 1997, beschikbaar op trouw.nl/cs-b1c4fa89.

[14] Zie artikel 8 Europees rechtshulpverdrag.

[15] nos.nl/l/m/2326254.