Toelichting stand van zaken onderzoek en standpunt voortgang proces - deel 2 (10-3-2020)

Uitgesproken door de officieren van justitie op de zitting van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Den Haag.

Wij zullen nu toelichten welke vorderingen wij doen voor nader onderzoek. Ook zullen wij op enkele punten uitleggen dat wij juist geen nader onderzoek vorderen, omdat wij denken dat dit geen zinvolle aanvulling op het dossier kan opleveren. Wij geven die uitleg, omdat wij denken dat de verdediging of uw rechtbank daar mogelijk anders over zou kunnen denken. Door nu vroegtijdig aan te geven op welke punten in het dossier nader onderzoek overwogen kan worden, willen wij de voortgang van het onderzoek bevorderen. Ook willen wij bijdragen aan uw rechterlijke oordeelsvorming. U heeft immers een eigen verantwoordelijkheid voor de volledigheid van het onderzoek ter zitting en u kunt ook ambtshalve opdracht geven tot nader onderzoek.[1]

Wij vorderen nader onderzoek alleen in de zaak Pulatov. In grotere strafzaken met meerdere verdachten wordt onderzoek in de zaak van één verdachte vaak tegelijk bevolen in de zaken van de andere verdachten. Ook als de verdachten in andere zaken daar zelf niet om gevraagd hebben. Gelijktijdig onderzoek in alle zaken dient dan het praktisch belang dat hetzelfde onderzoek later niet nog eens keer opnieuw hoeft te worden verricht, als andere verdachten daar alsnog om vragen.

In dit geval adviseert het OM uitdrukkelijk om dat niet te doen, vanwege het verschil tussen de verstekzaken van Girkin, Dubinskiy en Kharchenko en de zaak op tegenspraak van Pulatov. Als nader onderzoek in de zaak van Pulatov tegelijkertijd wordt toegewezen in de zaken van de andere verdachten, zou dit ertoe kunnen leiden dat van verschillende onderzoekshandelingen schriftelijke kennisgevingen gedaan moeten worden aan die andere verdachten, die zich in het buitenland bevinden. In het bijzonder bij verhoren van bedreigde getuigen (artikel 226b lid 1 Sv) en deskundigenonderzoek (artikel 228 lid 1 Sv). De ervaring leert dat formele kennisgevingen aan die andere drie verdachten door middel van rechtshulpverzoeken bijzonder tijdrovend zijn en zelden succesvol. Dat levert onnodige vertraging op. Op basis van het dossier moeten we aannemen dat die andere drie verdachten op de hoogte zijn van deze strafzaak, maar ervoor gekozen hebben om hier niet aan deel te nemen. Als onderzoek in de zaak van Pulatov informatie oplevert die van belang is voor de zaken tegen de anderen kan die informatie ook in hun dossier worden gevoegd. Eventuele ontlastende informatie zal in elk geval in hun zaak worden toegevoegd. Als de houding van deze drie verdachten in de toekomst nog verandert, en zij alsnog aan hun proces willen deelnemen, kunnen zij al hun rechten als verdachte alsnog inroepen (artikel 280 lid 3 Sv). Tot die tijd zullen wij vorderingen tot nader onderzoek alleen in de zaak van Pulatov doen en verzoeken wij uw rechtbank nader onderzoek niet ambtshalve te gelasten in de zaken van de andere verdachten.

We bespreken nu achtereenvolgens de volgende categorieën:

  • nader deskundigenonderzoek naar tapgesprekken;
  • nader deskundigenonderzoek naar beeldmateriaal;
  • nader te horen getuigen;
  • een schouw van de reconstructie van MH17.

De officier van justitie tijdens de zitting (deel 1)

3. Stand van zaken onderzoek MH17 - vorderingen

De officier van justitie tijdens de zitting (deel 2)

4. Stand van zaken onderzoek MH17 - vooruitblik

Tapgesprekken

Wij hebben zojuist toegelicht op welke wijze uitgebreid validatie onderzoek is gedaan naar de door Oekraïne verstrekte tapgesprekken. Wat het OM betreft is daarmee via verschillende methoden zo volledig mogelijk onderzoek gedaan naar de authenticiteit en inhoud van de afgeluisterde gesprekken. Nader onderzoek sluiten wij niet uit, maar achten wij alleen zinvol aan de hand van serieuze en concrete nieuwe informatie over de afgeluisterde gesprekken. 

Bij de vraag of nieuwe informatie over de afgeluisterde gesprekken wel of niet reden moet zijn voor nader onderzoek dient kritisch bekeken te worden uit welke bron die nieuwe informatie afkomstig is. Specifieke beschuldigingen van manipulatie staan bijvoorbeeld in een – via het internet - gepubliceerd rapport van de Maleisische onderzoeker A. Rosen. Het onderzoeksteam heeft dat rapport geanalyseerd en in het procesdossier gevoegd. Er vallen enkele dingen aan op:

  • Rosen heeft onderzoek gedaan aan video’s op Youtube – geplaatst door de SBU - waarin fragmenten uit tapgesprekken zijn weergegeven. Dat is dus niet onderzoek aan de tapgesprekken zelf. Het leidt bijvoorbeeld tot de - weinig verrassende- conclusie dat er in de gesprekken in die YouTube video’s is geknipt. Dat is ongetwijfeld waar, maar zegt niets over de volledige tapgesprekken die zich in het procesdossier bevinden en uitgebreid zijn onderzocht.
  • Rosen schrijft enerzijds dat toegang tot het originele materiaal van de tapgesprekken noodzakelijk is om conclusies te kunnen trekken over de authenticiteit daarvan en dat hij dat originele materiaal niet tot zijn beschikking heeft, maar vervolgens trekt hij alsnog verschillende conclusies over de authenticiteit van de gespreksfragmenten. Dat kunnen wij niet rijmen.
  • Ten slotte bestempelt Rosen tenminste één gesprek als vals en onecht terwijl één van de deelnemers juist publiekelijk heeft bevestigd dat gesprek te hebben gevoerd. Het gaat om een gesprek van ene Kozytsin op 17 juli 2014. Separatist Kozytsin heeft in een interview met een journalist van VICE News erkend dat gesprek gevoerd te hebben en legt in dat interview uit hoe dat gesprek volgens hem begrepen moet worden. 

Onze voorlopige conclusie op basis van deze bevindingen is dat het rapport van Rosen wellicht iets zegt over de fragmenten in video’s op YouTube die hij heeft onderzocht, maar dat dit rapport geen serieuze reden geeft om aan de authenticiteit van tapgesprekken uit het onderzoek te twijfelen. Een forensisch spraakonderzoeker van het NFI heeft ons voorgelicht over de mogelijkheden van authenticiteitsonderzoek naar tapgesprekken en daarbij als voorbeeld van hoe dat niet moet verwezen naar het rapport van Rosen. Deze deskundige van het NFI zegt over dat rapport van Rosen:

“Deugdelijk authenticiteitsonderzoek moet worden uitgevoerd met een specifieke manipulatiehypothese en, waar mogelijk, op de beweerdelijke originelen. Het rapport Rosen voldoet aan geen van deze twee principes. De resultaten uit dit rapport zijn daarom niet relevant voor de vraag naar de authenticiteit van de onderliggende tapgesprekken.”[2]

Wij zien in het rapport van Rosen dan ook geen aanleiding in om nader onderzoek te vorderen.

Wij hebben informatie ingewonnen bij deskundigen over de vraag hoe nader onderzoek naar betwiste tapgesprekken zinvol zou kunnen plaatsvinden. Dat levert het volgende beeld op. Algemene beschuldigingen van manipulatie - zoals de stelling dat alle tapgesprekken vervalst zijn - kunnen niet zinvol onderzocht worden. Specifieke en concrete informatie wel. Als zulke informatie beschikbaar komt, bij voorkeur door een concrete stellingname van verdachten over aan hen toegeschreven tapgesprekken, zijn er verschillende mogelijkheden om daar onderzoek naar te doen. Technisch onderzoek naar beweerdelijke anomalieën of afwijkingen, zoals geluiden die te horen zijn of achtergrondgeluid dat juist zou ontbreken, kan plaatsvinden door forensisch deskundigen. Een nader onderzoek naar de authenticiteit van gevoerde gesprekken op een meer technische manier zou ook kunnen plaatsvinden door een Russisch sprekende forensisch audio-onderzoeker een of meer gesprekken te laten beoordelen op kwesties als mogelijke onlogische zinsconstructies of woordvolgordes in de uitgesproken zinnen. Zulk onderzoek kan mogelijk plaatsvinden in een van de Baltische staten. Wij verwachten dat daar Russisch sprekende forensisch audio-onderzoekers kunnen worden gevonden die met voldoende distantie deskundigenonderzoek in deze zaak kunnen uitvoeren. Ten slotte ligt het voor de hand ook tactisch onderzoek te doen naar betwiste gesprekken. Dat betekent dat geanalyseerd wordt aan de hand van andere onderzoeksinformatie of er – gelet op de inhoud van het gesprek - reden is om aan te nemen dat een gesprek is gemanipuleerd.

Kortom: wij vorderen nu geen nader onderzoek naar de authenticiteit van de tapgesprekken in het dossier omdat wij die gesprekken voldoende onderzocht vinden. Wij zien op dit moment geen informatie die specifiek en objectief genoeg is om aan die authenticiteit te twijfelen. Als er alsnog een voldoende specifieke betwisting uit een serieuze bron komt, zullen wij ons graag uitlaten over de vraag welk onderzoek daarnaar op een zinvolle wijze kan plaatsvinden. Teen behoeve van de voortgang van dit proces hebben wij vast informatie ingewonnen over de vraag hoe zinvol nader onderzoek gedaan zou kunnen worden als uw rechtbank dit noodzakelijk acht. Gelet op het te verwachten tijdsverloop van zulk nader onderzoek is het van belang dat hierover zo snel mogelijk besloten wordt. Hiertoe is met name relevant om te vernemen of verdachten, en Pulatov in het bijzonder, specifieke tapgesprekken betwisten.

Beeldmateriaal

Dan komen we bij mogelijk onderzoek aan beeldmateriaal. Het dossier bevat zeven video’s en drie foto’s van de TELAR, volgens onderzoek gemaakt op 17 en 18 juli 2014 in Oost-Oekraïne. Aan de hand van één foto hebben wij al toegelicht hoe wij deze beelden hebben gevalideerd. Ook daarvoor geldt dat nader onderzoek alleen zinvol is bij voldoende en concrete aanwijzingen dat deze beelden gemanipuleerd zijn.

Beeldmanipulatie

Van een aantal van deze beelden heeft het Russische Ministerie van Defensie gesteld dat deze gemanipuleerd zouden zijn. Dat is gebeurd tijdens een persconferentie van 17 september 2018.

Die bewering van manipulatie gaf te denken. Van een video van de TELAR in Luhansk had hetzelfde Ministerie van Defensie nog op 21 juli 2014 gezegd dat het beeld wel klopte, maar dat deze niet in Luhansk was opgenomen maar in Krasnoarmeisk, een plaats die onder controle stond van de Oekraïense krijgsmacht. Dat werd afgeleid uit een adres dat op een reclamebord zou staan. Op de video zelf is dat adres niet te zien. Geolocatie aan de hand van specifieke kenmerken in de video levert op dat de video daadwerkelijk is gemaakt in Luhansk en niet, zoals de Russische autoriteiten op hun persconferentie beweerden, in Krasnoarmeisk. Vier jaar later blijft op de nieuwe persconferentie de locatie van de opname onbesproken en zou het beeld zelf gemanipuleerd zijn.

Dit was niet de eerste draai van het Russische Ministerie van Defensie. Op 21 juli 2014 en 26 september 2016 heeft het een tegenstrijdige uitleg gegeven van dezelfde radarplots: eerst zouden het reflecties zijn van een Oekraïens gevechtsvliegtuig; later van wrakstukken van MH17. Tijdens dezelfde persconferentie van 21 juli 2014 heeft het Russische Ministerie ook nog satellietfoto’s getoond waarop een Oekraïens Buk-systeem te zien zou zien dat vóór 17 juli 2014 uit beeld verdween bij Donetsk, op 17 juli 2014 weer in beeld kwam bij Zaroshchenske en de dag erna weer verdwenen was. Daarmee werd gesuggereerd dat het verdwenen Oekraïense Buk-systeem verantwoordelijk zou zijn voor het neerschieten van MH17. Uit satellietbeelden van de European Space Agency en Google Earth en weerbeeldonderzoek van het KNMI is gebleken dat de Russische beelden niet op die beweerdelijke data kunnen zijn gemaakt.

Er was dus alle reden om die nieuwe beweringen van het Ministerie van Defensie in 2018 dat de beelden van de TELAR gemanipuleerd zouden zijn, in twijfel te trekken. Wie zelf bewijs vervalst en steeds opnieuw met onderling tegenstrijdige verhalen komt, is niet de beste bron om de authenticiteit van ander bewijs te beoordelen. Desondanks zijn deze beelden, en de Russische stellingen daarover, voorgelegd aan deskundigen van het NFI. Volgens het NFI zijn er geen aanwijzingen dat de betwiste beelden gemanipuleerd zijn.

Kort voor deze zitting hebben wij kennis genomen van nieuwe Russische manipulatiebeschuldigingen. Deze zijn opgenomen in het schriftelijke standpunt van de Russische Federatie van 31 december 2019 in een procedure bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Deze procedure is door verschillende nabestaanden van slachtoffers van MH17 aangespannen tegen de Russische Staat. In dit schriftelijk standpunt stelt de Russische Federatie dat ook andere beelden van de TELAR vervalst (“fake”) zouden zijn. Er zou zelfs sprake zijn van een aaneenrijging van gemanipuleerde beelden: een “false digital story”.

In het schriftelijke standpunt van de Russische Federatie worden verschillende beelden opgevoerd. Met uitzondering van een foto en een video van een zelfstandig rijdende TELAR in Snizhne, zijn deze beelden al eerder genoemd door het Russische Ministerie van Defensie en gericht onderzocht door het NFI. In dat onderzoek werden de Russische stellingen genoegzaam weerlegd. Volgens het NFI zijn er geen aanwijzingen voor manipulatie. Daarmee blijven over de foto en video van de TELAR in Snizhne. Die zijn niet eerder betwist. Over de foto wordt het een en ander gezegd over de wijze waarop deze in een JIT-presentatie is getoond, maar niet uitgelegd waarom dit beeld zelf ‘fake’ zou zijn. Alleen van de video in Snizhne worden concrete, beweerdelijke aanwijzingen genoemd van manipulatie.

Wij hebben onszelf de vraag gesteld of dit reden geeft tot nader beeldonderzoek. Concreet hebben wij ons afgevraagd hoe ver wij moeten gaan met de validatie van beeldmateriaal, wat nader onderzoek naar beeldmanipulatie nog toevoegt aan al het onderzoek dat al is verricht en hoe serieus wij Russische beschuldigingen nog kunnen nemen na alle aantoonbare onwaarheden die de Russische autoriteiten de afgelopen jaren al hebben verkondigd. Toch menen wij dat het in deze vroege fase van het proces nog in de rede ligt om deskundig onderzoek te laten doen naar dit specifieke voorbeeld van beweerdelijke beeldmanipulatie. De voortgang van het proces hoeft hier niet onder te lijden als dat nu vroegtijdig in gang wordt gezet.

Metadata

In het onderzoek is alleen onderzoek gedaan naar metadata bij originele beeldbestanden, zoals foto’s of video’s. Bij andere bestanden had zulk onderzoek geen zin, omdat metadata bij opnieuw opslaan, verzenden of uploaden bij diensten zoals YouTube kunnen wijzigen. In dat geval zeggen metadata dus niet veel over wanneer een beeldbestand is gemaakt of gewijzigd.

In het schriftelijk standpunt van de Russische Federatie in de EHRM-procedure wordt gesteld dat een YouTube-versie van de video van de TELAR in Snizhne als ‘encoded date’ 16 juli 2014 vermeldt. Dus een dag vóór het neerschieten van MH17 en het maken van de andere beelden van de TELAR. Volgens de Russische Federatie kan deze ‘encoded date’ nooit vroeger zijn dan de datum waarop de video feitelijk is geüpload en moet deze video dus al op 16 juli 2014 zijn geüpload.

Dat sluit niet aan bij de onderzoeksbevindingen. Wij kunnen wijzen op ander bewijs uit verschillende bronnen voor een zelfstandig rijdende TELAR door Snizhne op 17 juli 2014. Bovendien vragen wij ons af waarom een video die volgens de Russische Federatie zou zijn gefabriceerd “with a propaganda motive” van het JIT gemaakt is op een dag die niet in diezelfde ‘propaganda’-lijn past. Tegelijk is er expertise nodig om inhoudelijk op dit punt van de ‘encoded date’ te kunnen reageren. Op deze nieuwe vraag geeft het eerdere NFI-rapport geen antwoord. Ook dit punt zouden wij aan een deskundige voorgelegd willen zien.

Conclusie beeldmateriaal

Kortom: met betrekking tot onderzoek naar beeldmateriaal zien wij reden voor een vordering tot verwijzing naar de rechter-commissaris voor een opdracht tot deskundigenonderzoek naar de video van de TELAR in Snizhne. Concreet gaat het om onderzoek naar:

  • mogelijke aanwijzingen voor beeldmanipulatie van de twee in het dossier opgenomen versies van dezelfde video van de TELAR in Snizhne, mede in het licht van de stellingen van de Russische Federatie,
  • onderzoek naar de stelling dat de door de Russische Federatie genoemde versie van diezelfde video al op 16 juli 2014 moet zijn geüpload en dus daarvoor moet zijn opgenomen.

Getuigen

Wij komen nu te spreken over het nader horen van getuigen door de rechter-commissaris. Wij hebben al uitgelegd dat we nu vorderingen doen tot het nader horen van getuigen vanwege de te verwachten voorbereidingstijd die hiervoor nodig zal zijn. Wij houden hierbij overigens nadrukkelijk de mogelijkheid open dat wij later, tijdens de regiezitting, nog meer getuigenverhoren zullen vorderen. Eerst zullen wij aangeven welke aandachtspunten uit oogpunt van veiligheid gelden bij het nader horen van getuigen. Daarna zullen wij van verschillende getuigen aangeven, op welke gronden wij vorderen die getuigen wel nader gehoord worden. 

We zullen steeds spreken over getuigen in de mannelijke vorm. Als de identiteit van de getuige is afgeschermd, is het ook mogelijk dat het om een vrouwelijke getuige gaat. Daarom moet overal waar wij ‘hij’ zeggen dus begrepen worden ‘hij of zij’.

Procedure

Wij legden al uit waarom de rechter-commissaris heeft besloten om van tientallen getuigen de identiteit uit het dossier te houden. De dreiging van de DPR in Oost-Oekraïne en het feit dat de Russische Federatie met verregaande middelen probeert zijn betrokkenheid in deze zaak te verhullen, hebben nadrukkelijk gevolgen voor het onderzoek dat de komende tijd nog moet plaatsvinden.

Er zal alles aan gedaan moeten worden om getuigen veilig te laten verklaren. Getuigen van wie de identiteit op bevel van de rechter-commissaris is afgeschermd, zullen niet veilig ter zitting gehoord kunnen worden. We moeten er rekening mee houden dat anonieme getuigen alleen veilig door de rechter-commissaris kunnen worden gehoord buiten aanwezigheid van verdediging en OM. Het enkel bekend worden van een plaats en tijd van verhoor kan immers, gezien de aard van de dreiging, al een onaanvaardbaar veiligheidsrisico opleveren. Dat risico doet zich niet voor als de rechter-commissaris op een onbekend moment in een ruime tijdsperiode op een voor anderen onbekende wijze getuigen hoort, aan de hand van schriftelijke vragen van OM en verdediging. Eerder vond de rechter-commissaris het noodzakelijk om de data van afgenomen 226a Sv-verhoren uit het dossier weg te laten omdat die data aanknopingspunten kunnen geven voor de onthulling van de identiteit van die getuigen. Dat risico zal nu niet anders zijn.

Het OM meent dat de rechter-commissaris bij uitstek in staat is om te beslissen over de wijze waarop nieuwe getuigen veilig kunnen worden gehoord en tegelijk tegemoet kan worden gekomen aan het ondervragingsrecht van de verdediging. De rechter-commissaris beschikt over de meeste informatie en heeft inmiddels de nodige ervaring opgedaan met het verhoren van bedreigde getuigen in dit dossier. Voor alle getuigen van wie de identiteit is afgeschermd op basis van artikel 149b Sv zal hoe dan ook naar de rechter-commissaris moeten worden verwezen, omdat beoordeeld moet worden hoe een verhoor kan plaatsvinden dat recht doet aan de eerdere beslissing om de identiteit van de getuige buiten het dossier te houden.

Het ligt niet in de rede dat uw rechtbank één van de leden van uw kamer als rechter-commissaris aanwijst. Als later bepaald zou moeten worden dat de raadslieden en de officier van justitie niet bij het verhoor aanwezig mogen zijn, wat te verwachten valt, mag dat lid van uw kamer daarna niet meer deelnemen aan het onderzoek ter zitting (artikel 316 lid 2 Sv). Als uw rechtbank kennis zou nemen van informatie die om veiligheidsredenen niet in het dossier kan worden gevoegd, komt u in de ongelukkige situatie dat u meer over een getuige weet dan de verdediging. Dat lijkt ons ongewenst. Daarom verzet het OM zich op voorhand tegen een mogelijke aanwijzing van een lid van uw kamer als rechter-commissaris.

Als de rechter-commissaris beslist tot een verhoor zonder aanwezigheid van OM en verdediging is denkbaar dat voor sommige getuigen meerdere schriftelijke rondes moeten worden ingelast. Dit alles heeft uiteraard gevolgen voor de doorlooptijd van door de rechter-commissaris af te nemen getuigenverhoren. Voor getuigen die nog niet eerder zijn gehoord door de rechter-commissaris zal bekeken moeten worden op welke wijze de verhoren praktisch en procedureel vormgegeven moeten worden en zullen mogelijk nog tijdrovende 226a Sv procedures doorlopen moeten worden. Tel daarbij op dat de rechter-commissaris in veel gevallen een uiterst discrete manier zal moeten vinden om de voor deze verhoren benodigde internationale rechtshulp te verkrijgen, en dan is duidelijk dat het van groot belang is dat de rechter-commissaris zo spoedig mogelijk aan deze belangrijke taak kan beginnen.

Uitgangspunt daarbij is uiteraard dat het ondervragingsrecht van de verdediging in ruime mate moet worden gefaciliteerd. Gelet op de uitzonderlijke veiligheidsrisico’s in deze zaak moet bij de vormgeving van dat ondervragingsrecht al wel met een scherp oog gekeken worden hoe een eerlijke belangenafweging uitvalt. Wij zien in dit dossier geen getuigen die te zijner tijd mogelijk kunnen worden aangemerkt als ‘sole and decisive’ getuigen in de zin van de jurisprudentie van het EHRM. Het gaat bij de anonieme getuigen in dit dossier om een aanzienlijke groep getuigen die met name kunnen verklaren over de aanvoer en afvoer van de Buk-TELAR en het afvuren van de Buk-raket. Bij de huidige stand van het dossier is voor geen enkele verdachte een getuigenverklaring aan te merken als potentieel beslissend voor een veroordeling. Die omstandigheid is relevant bij het wegen van enerzijds de belangen van de verdachte tot het doen ondervragen van getuigen en anderzijds de belangen van de getuigen bij een veilige wijze van verhoor.

M58

In het dossier bevinden zich verklaringen van getuige M58. Deze getuige heeft uiteindelijk een verklaring op naam afgelegd, maar wij zien in deze fase geen reden om die naam hier ter zitting al te noemen. Deze getuige verklaart (samengevat) dat hij in de zomer van 2014 als Russische vrijwilliger actief was in een separatistische eenheid in de zelfverklaarde republiek Donetsk. Hij geeft aan dat hij zich op 17 juli 2014 ten tijde van het neerhalen van vlucht MH17 bij een kruispunt ten zuiden van Snizhne bevond, in de buurt bij een Buk-TELAR op het moment dat een raket werd gelanceerd. Hij had daar de opdracht om samen met anderen het terrein te bewaken. Hij verklaart over andere aanwezige separatisten op de afvuurlocatie en over diverse details ter plaatse. Hij verklaart dat de aanwezigen aanvankelijk blij waren omdat hen werd gezegd dat er een militair transportvliegtuig was neergeschoten. Toen de eerste mensen terugkwamen van de crashsite, vertelden zij echter dat het om een burgervliegtuig ging.

Gelet op de inhoud van de verklaring en zijn persoonlijke omstandigheden zijn specifieke maatregelen genomen voor de bescherming van M58. De beschermingsmaatregelen zijn van invloed op de (verdere) feitelijke beschikbaarheid van M58 voor het onderzoek, uw rechtbank, het OM en de verdediging. Daarom is M58 in oktober 2019 door de rechter-commissaris gehoord. Deze verhoren vonden plaats buiten aanwezigheid van verdediging en de officier van justitie en zijn audiovisueel vastgelegd, waarbij M58 onherkenbaar is gemaakt. De ervaring leert dat de veiligheid van beschermde getuigen gebaat is bij het doen verhoren van die getuigen zodra dat kan, omdat het afnemen van verhoren – zeker in zaken waarvoor veel belangstelling is in de media – de aandacht kan vestigen op beschermde getuigen.

Het OM vordert een nader verhoor door de rechter-commissaris zodat ook het OM en (desgewenst) de verdediging deze getuige vragen kunnen stellen. De getuige verklaart consistent en duidelijk maar er zijn enkele ondergeschikte punten waarop de verklaringen van de getuige nog vragen openlaten, bijvoorbeeld waar het gaat om de data van enkele gebeurtenissen in de aanloop naar 17 juli 2014. Ook zou het OM graag nadere vragen stellen over zijn waarnemingen op de lanceerlocatie, bijvoorbeeld ten aanzien van de daar aanwezige personen. Getuige verklaart daarover op verschillende momenten, onder meer dat hij Russische accenten heeft herkend bij op de lanceerlocatie aanwezige militairen, dat er Russische militairen bij de Buk aanwezig waren en ook dat hij van zijn maten heeft gehoord dat er mensen van de FSB aanwezig waren bij het neerschieten van het vliegtuig.

De audiovisuele opnames van het verhoor van M58 berusten bij de rechter-commissaris. Het OM verzoekt uw rechtbank de rechter-commissaris opdracht te geven een samenstelling te maken van de relevante onderdelen van de verhooropname, die met inachtneming van de veiligheidsmaatregelen voor de getuige aan het dossier kunnen worden toegevoegd en desgewenst ter zitting kunnen worden getoond. Bij de selectie door de rechter-commissaris van de relevante onderdelen op basis van het proces-verbaal van verhoor zouden de standpunten van het OM en de verdediging moeten worden betrokken.

Wij gaan er vanuit dat M58 met het oog op zijn veiligheid niet ter zitting gehoord kan worden. Het vooraf bekend worden van een plaats en tijd van verhoor ter zitting en de daarbij horende noodzakelijke reisbewegingen vormen daarvoor een te groot risico. Indien u wel een verhoor ter zitting zou overwegen geven we u in overweging vroegtijdig een standpunt van de rechter-commissaris in te winnen over de vraag of dit op een verantwoorde wijze kan plaatsvinden. Uit oogpunt van veiligheid is namelijk ook van belang dat een getuige als M58 niet vaker gehoord wordt dan noodzakelijk.

S21 en S07

Getuige S21 verklaart (samengevat) dat hij in de zomer van 2014 deel heeft uitgemaakt van een separatistische eenheid die actief was in de omgeving van Donetsk. Hij rapporteerde aan verdachte Kharchenko. Tot zijn werkzaamheden behoorde onder meer het bemannen van checkpoints, patrouilleren en het bewaken van locaties en objecten. Op de dag waarop MH17 is neergeschoten, is hij samen met een aantal anderen in de avond ingeschakeld om een Buk-TELAR te vervoeren vanaf Snizhne. Ze dragen de TELAR uiteindelijk over aan anderen in de omgeving van Debaltseve.

Getuige S07 heeft verklaard dat ook hij in de betreffende periode actief was in een separatistische eenheid die onder leiding stond van Kharchenko. Over zijn bezigheden op 17 juli 2014 is S07 weinig specifiek. S21 heeft verklaard dat S07 ook aanwezig geweest bij het afvoeren van de Buk-TELAR na het neerschieten van MH17. S07 heeft dat in zijn verhoren niet erkend.

Het OM wil S07 daarover nader bevragen en hem confronteren met de verklaringen van S21. Ook wil het OM S21 vragen stellen die voortkomen uit de verklaringen van S07 en getuige M58. M58 beschrijft bijvoorbeeld de situatie op en in de omgeving van de lanceerlocatie en de daar aanwezige mensen, locaties waar S21 ook is geweest.

S17, S27 en S32

Getuige S17 werd gehoord in 2015. Hij beschrijft in zijn verklaring dat hem op 17 juli 2014 al voor het neerschieten van MH17 een video is getoond met daarop een stuk luchtafweergeschut dat op een tank leek. De maker had de video eerder die dag gemaakt. Inmiddels zijn natuurlijk meerdere beelden van 17 juli 2014 bekend geworden met een Buk-TELAR erop. Het OM wil S17 nader bevragen om vast te stellen of de video één van deze beelden betreft.

Getuige S27 werd ook gehoord in 2015. Uit zijn verklaring blijkt dat hij op twee verschillende momenten en locaties op 17 juli 2014 een Buk-TELAR heeft gezien. Een van die plaatsen is de Illicha Avenue in Donetsk. Daar is ook een foto genomen van de Buk-TELAR. S27 geeft ook beschrijvingen van de mensen die bij de Buk-TELAR waren en herkent specifieke uniformen die zij hebben gedragen. Daarnaast verklaart hij over gesprekken met mensen die het afschieten van de raket hebben gehoord. Het OM zou hem graag nader ondervragen op basis waarvan hij concludeerde dat het om een Buk-TELAR ging. Ook zou het OM hem in de huidige fase van het onderzoek specifieker willen bevragen op de mensen bij de Buk-TELAR.

S32 heeft in 2016 verklaard dat hij in juli 2014 met zijn dashboardcamera beelden heeft gemaakt van een Buk met begeleidend konvooi en die door iemand anders op YouTube heeft laten zetten.

Voor deze getuigen geldt alle drie dat zij al langer geleden gehoord zijn, en nog niet door het OM. Wij waren voor alle drie getuigen voornemens al eerder, nog voor juni 2019, een vordering in te dienen voor een verhoor door de rechter-commissaris op voet van art. 226a Sv. Bij de voorbereiding van die vorderingen bleek echter dat een dergelijk verhoor toen niet uitvoerbaar zou zijn, omdat de getuigen niet meer bereikt konden worden of niet op een veilige manier door de rechter-commissaris gehoord konden worden.

Mogelijk is dat nu, door het tijdsverloop, anders. Wij vinden het noodzakelijk dat deze drie getuigen, indien mogelijk, alsnog op een veilige manier gehoord worden door de rechter-commissaris – al dan niet conform de 226a Sv procedure. Dan kunnen nadere vragen gesteld worden door OM en verdediging en indien het verhoor verloopt conform de 226a Sv procedure kan de rechter-commissaris een betrouwbaarheidsonderzoek uitvoeren op voet van art. 226e Sv. De verklaringen van alle drie deze getuigen zijn van belang voor de beoordeling van beeldmateriaal van de Buk-TELAR in het dossier. Zoals wij zojuist hebben toegelicht, wordt de authenticiteit van dat beeldmateriaal door sommigen in twijfel getrokken. Dat maakt het aangewezen deze drie getuigen nader te horen.

Schouw

Tot slot de mogelijkheid van een schouw. Eigen waarneming van de wrakstukken van de MH17 verdiept het inzicht van de rechtbank, de verdediging en het OM in het forensisch dossier. Op die manier kunnen de procesdeelnemers zich zelf een compleet beeld vormen van de perforaties en kraters aan de linkerzijde van het toestel en de verschillende wrakstukken waar de deeltjes zijn ingeslagen en uitgenomen die overeenkomsten vertonen met een Buk-raket van de 9M38-serie. Voor dat ruimere schadebeeld is een schouw behulpzaam. Dat grotere beeld kan eenmaal niet goed in foto’s worden gevangen. In het dossier is een 3D reconstructie opgenomen van de wrakstukken. Dat geeft een duidelijker beeld dan afzonderlijke foto’s, maar biedt ook niet dezelfde indruk als een schouw van de wrakstukken in persoon.

In Gilze-Rijen staat de reconstructie die de OVV heeft gemaakt van het voorste deel van het vliegtuig: de buitenzijde van de cockpit, de business class en een klein deel van de economy class. De meeste wrakstukken waarin deeltjes zijn aangetroffen die overeenkomen met onderdelen van een Buk-raket zijn onderdeel van deze reconstructie. Alleen de linkervleugel, waarin verschillende van deze deeltjes zijn gevonden, is op een andere locatie opgeslagen. Hetzelfde geldt voor de verschillende grotere en kleinere delen, die visueel en in elementsamenstelling overeenkomen met verschillende onderdelen van een Buk-raket. Deze zijn niet alleen uitgenomen uit de wrakstukken, maar ook uit de lichamen van slachtoffers en vluchtdocumenten van de bemanning. Grotere delen zijn los aangetroffen in het rampgebied. Deze vermoedelijke raketdelen zijn elders opgeslagen. Datzelfde geldt voor de onderdelen van de verschillende ontmantelde en gedetoneerde referentieraketten uit Oekraïne en Finland, waarmee de aangetroffen delen zijn vergeleken, en de aluminium getuigenplaten die gebruikt zijn bij de arenatesten. Wat ons betreft geven de foto’s in het dossier hiervan voldoende beeld. Deze hoeven niet worden te geschouwd. Zo nodig kunnen kleinere delen later nog op zitting worden getoond. Voor een ruimer schadebeeld volstaat een schouw van de reconstructie. Wij vorderen daarom dat uw rechtbank de zitting hiervoor op een ander te bepalen moment verplaatst naar de betreffende hangar op de luchtmachtbasis in Gilze-Rijen. Indien u er de voorkeur aan geeft dat ook de zojuist genoemde elders opgeslagen voorwerpen worden geschouwd, kunt u dat uiteraard ambtshalve bepalen.

Voor een schouw zal de verdediging voldoende vertrouwd moeten zijn met het forensisch dossier. Daarom zou deze ook in of na juni kunnen plaatsvinden. Ook in dit geval lijkt het ons wenselijk als uw rechtbank hier nu al over beslist, zodat daarvoor de nodige logistieke voorbereidingen kunnen worden getroffen en hiermee in de verdere zittingsplanning rekening kan worden gehouden.

Inzage raadslieden Pulatov

Daarmee komen wij bij de inzage van stukken. Zoals gezegd, zal het OM de verdediging actief inzage aanbieden in verschillende stukken die niet in het dossier zitten omdat wij ze hebben beoordeeld als niet relevant, maar waar de verdediging wellicht anders over denkt. Wij hebben bij de samenstelling van het procesdossier immers nog geen rekening kunnen houden met mogelijke verweren van Pulatov die tot op heden nog niet bekend zijn gemaakt. Ook staat het de verdediging vrij om gemotiveerd inzage te vragen in andere stukken die niet in het dossier zitten, ter onderbouwing van concrete verweren. In het procesdossier wordt van verschillende, nader genoemde stukken vermeld waarom deze niet in het dossier zijn gevoegd. Als de verdediging van zulke stukken kennis wil nemen, is dat vanzelfsprekend mogelijk. Dat zal het OM alleen weigeren als dat op zwaarwegende gronden noodzakelijk is (artikel 187d Sv), zoals bijvoorbeeld de veiligheid van getuigen of het belang van het onderzoek dat nog plaatsvindt naar andere betrokkenen. Indien het OM en de verdediging van mening verschillen over de vraag of inzage kan plaatsvinden, beslist uw rechtbank. Om de voortgang van dit proces te bespoedigen stelt het OM voor dat de rechter-commissaris de opdracht krijgt om, tussen de zittingen door, namens uw rechtbank te beslissen op eventueel bezwaar van de verdediging tegen een weigering van het OM om inzage te geven. Ook dat lijkt ons weer in belang van de volledigheid van het onderzoek en de voortgang van de zaak.

Vertaling Pulatov

Mogelijk heeft de verdediging ook belang bij de vertaling van processtukken. Vóór deze zitting heeft het OM een Russische vertaling van de dagvaarding en het algemeen relaas verstrekt. Dat relaas is een gedetailleerde samenvatting van het dossier, van (in de Nederlandse versie) 147 pagina’s. Dit heeft geruime tijd gekost. Daarnaast heeft het OM de Russische vertaling van het persoonsdossier toegezegd, een overzicht van het onderzoek met betrekking tot verdachte Pulatov van (in de Nederlandse versie) 68 pagina’s. Deze vertaling is bijna afgerond. Nadat de verdediging zich heeft gesteld heeft het OM bovendien de audiobestanden van de voor het bewijs belangrijkste tapgesprekken aan het dossier toegevoegd, zodat de verdediging beschikt over de originele Russischtalige geluidsbestanden. Ook dat vergemakkelijkt de kennisname door de verdachte van belangrijk bewijsmateriaal tegen hem.

Het OM meent dat deze stukken de verdachte voldoende inzicht geven in de beschuldiging en het bewijs dat het OM hiervoor aanvoert. Op grond van deze stukken en de nadere bespreking van andere dossierstukken in het overleg met zijn raadslieden (met hulp van een tolk of zijn Russische advocaat) zou verdachte in alle zorgvuldigheid zijn proceshouding moeten kunnen bepalen. Op basis van concrete, gemotiveerde verzoeken kan vervolgens beoordeeld worden of verdachte belang heeft bij de Russische vertaling van andere stukken.

Vóór deze zitting heeft het OM al met de verdediging besproken dat voor vertaling van aanvullende stukken steeds concreet moet worden onderbouwd waarom de verdediging die vertaling noodzakelijk acht. Dat is volgens Nederlandse (artikel 32a lid 1 Sv) en Europese regels. Volgens de Europese richtlijn moet het gaan om processtukken die essentieel zijn om te garanderen dat verdachte zijn verdedigingsrecht kan uitoefenen (artikel 3 lid 1 Richtlijn 2010/64/EU). Stukken of onderdelen van stukken waar dat niet voor geldt, hoeven niet vertaald te worden (artikel 3 lid 4 Richtlijn).

Vanaf deze zitting zullen vertaalverzoeken aan uw rechtbank moeten worden gericht. Ook hier stellen wij voor dat uw rechtbank aan de rechter-commissaris de opdracht geeft om, tussen de zittingen door, namens uw rechtbank te beslissen over eventuele vertaalverzoeken van de verdediging teneinde de voortgang te bespoedigen.

Nabestaanden

Net als verdachten hebben ook de nabestaanden van de slachtoffers rechten. Ook zij hebben bijvoorbeeld recht op kennisneming van processtukken, voor zover zij daar belang bij hebben (artikel 51b leden 1 en 6 Sv). Zo kunnen bepaalde processtukken van belang zijn voor de opstelling van hun verklaring in het kader van het spreekrecht of voor de onderbouwing van een vordering tot schadevergoeding.

Aan de andere kant moet het OM bij de verstrekking van afschrift van processtukken aan nabestaanden rekening te houden met mogelijke gevolgen voor dit strafproces. Vanwege de bijzondere mediabelangstelling voor deze zaak en het grote aantal nabestaanden is er een reële kans dat processtukken in de openbaarheid komen. Het lijkt ons niet in het belang van de rechtsgang dat dit gebeurt, nog voordat die de processtukken op een openbare zitting zijn behandeld. Daarom hanteert het OM een restrictieve lijn bij de verstrekking van processtukken aan nabestaanden, waarbij wij tegelijkertijd steeds elk verzoek individueel hebben getoetst op de vraag of er argumenten zijn om van die algemene restrictieve lijn af te wijken.

Rekening houdend met de belangen van de nabestaanden, zien wij ruimte om aan alle nabestaanden een kopie van de samenvatting van het onderzoek (het algemeen relaas) te verstrekken, zodra de inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden. Dit hebben wij hen al eerder toegezegd. Ook hebben wij toegezegd dat wij er in elk geval voor zullen zorgen dat zij deze samenvatting krijgen uiterlijk vier weken vóórdat hen gevraagd wordt om hun vordering in te dienen. Daarvoor zal voldoende tijd – tenminste vier weken - moeten worden ingepland tussen de afronding van de inhoudelijke behandeling en het moment dat de vorderingen benadeelde partijen moeten zijn ingediend. Nu de zitting is aangevangen zal uw rechtbank moeten beslissen op verzoeken tot kennisneming en afschrift van processtukken. Wij denken dat het recht van nabestaanden op inhoudelijke informatie over het onderzoek het beste gediend kan worden door al in de regiefase over te gaan tot een inhoudelijke bespreking van sommige onderdelen van het dossier. Wij zullen daar zo nader op ingaan.

Naast recht op informatie hebben nabestaanden ook het recht om in de strafzaak gehoord te worden en het recht om schadevergoeding te vorderen. Een eerste inventarisatie onder de nabestaanden heeft geleerd dat tot op heden 49 nabestaanden gebruik willen maken van het spreekrecht, dat 84 nabestaanden een vordering als benadeelde partij willen indienen en dat 82 nabestaanden een schriftelijke slachtofferverklaring willen indienen. Dit is slechts een voorlopige inschatting. Het staat nabestaanden vrij van dit voornemen af te zien of juist alsnog van hun rechten gebruik te willen maken. In het belang van een goede procesgang heeft het onze voorkeur als het spreekrecht vóór requisitoir wordt uitgeoefend. Datzelfde geldt voor de eerste toelichting op de vordering tot schadevergoeding.

Wij verzoeken uw rechtbank om met bovenstaande rekening te houden in de verdere planning van de zitting.

Vooruitblik inhoudelijke behandeling

Wij ronden af met een vooruitblik op de inhoudelijke behandeling. Die vooruitblik wordt mede bepaald door de wijze waarop de afgelopen jaren, sinds 17 juli 2014, geprobeerd is om de waarheidsvinding in deze zaak tegen te werken.

In de afgelopen jaren is het publieke besef van het gevaar van desinformatie sterk gegroeid. Desinformatie is het doelbewust, vaak heimelijk, verspreiden van misleidende informatie, met het doel om schade toe te brengen aan (onder meer) het publieke debat en democratische en rechtstatelijke processen. Staten maken tegenwoordig gebruik van beïnvloeding en misleiding door gemanipuleerde informatievoorziening. In democratische rechtsstaten wordt inmiddels breed erkend dat desinformatie een serieuze bedreiging vormt voor de stabiliteit en kwaliteit van de democratische rechtsorde en een open samenleving. Net als de Europese Unie [3] en veel andere landen heeft de Nederlandse overheid maatregelen genomen om de gevaren van desinformatiecampagnes tegen te gaan.[4]

Na het neerschieten van vlucht MH17 is een desinformatiecampagne gestart die voortduurt tot op de dag van vandaag. Aan de hand van open bronnen en tapgesprekken kan de start van die campagne heel precies worden bepaald. In de eerste uren na de crash werd de schaarse informatie nog ongefilterd gedeeld. Zo berichtte het pro-Russische televisiestation LifeNews op 17 juli vanaf 16.34 uur, dus binnen een kwartier na de crash, als volgt:

“Rebellen berichten ons dat het hen gelukt is nog een transportvliegtuig van de Oekraïense luchtmacht neer te halen. Dat gebeurde boven de stad Torez in de zelfuitgeroepen republiek Donetsk. Dat was omstreeks 5:00 uur Moskouse tijd. Een AN-26 vloog boven de stad. Een raket boorde zich plotseling in het toestel. Er volgde een explosie en het vliegtuig begon te vallen. In de lucht was zwarte rook te zien. De AN-26 was aan de kant van de mijn, van de woonwijken neergevallen. Ik voeg er aan toe dat Torez niet ver van de stad Snizhne en de Saur-Mogila heuvel ligt. Deze gebieden worden door rebellen gecontroleerd.”

Merk op dat in deze vroege berichtgeving al belangrijke elementen worden genoemd die later in het onderzoek zijn vastgesteld: de betrokkenheid van de ‘rebellen’, die blijkbaar zelf het neerschieten hebben geclaimd tegenover de journalisten; het gebruik van een raket; en de link met het gebied rond Snizhne, dat door de ‘rebellen’ werd gecontroleerd. Alleen de aard van het neergeschoten vliegtuig was onjuist.

Er is meer bewijs in het dossier dat de DPR vlak na het neerstorten van vlucht MH17 openlijk claimde een vliegtuig te hebben neergeschoten. Zo heeft een in het gebied aanwezige fotograaf in een World Press video-interview in 2017 beschreven dat hij na het neerstorten van MH17 werd gebeld door een perswoordvoerder van de separatisten die hem vertelde dat zij een militair vliegtuig van Oekraïne hadden neergeschoten. Hij ontving dit telefoontje voordat bekend werd wat voor vliegtuig was neergeschoten.

Als in de daaropvolgende uren blijkt dat het getroffen doelwit geen militair vliegtuig is, maar burgervlucht MH17, komt desinformatie campagne onmiddellijk op gang. De pro-Russische televisiestations veranderen hun berichtgeving. Zo verdwijnen bij LifeNews vanaf een uur of zes de claim van de ‘opstandelingen’ en de ooggetuigen van de raket volledig uit beeld. In plaats daarvan volgt om 18:02 uur het bericht dat MH17 zou zijn neergeschoten met een S-300 raketsysteem van de Oekraïense krijgsmacht. Een klein half uur later wordt die versie alweer vervangen door het bericht dat de Boeing door een Oekraïens gevechtsvliegtuig zou zijn neergeschoten, waarna het ‘volksleger’ weer dat gevechtsvliegtuig zou hebben neergeschoten.

Enkele dagen later neemt het Russische Ministerie van Defensie de berichtgeving over. Dat gebeurt op 21 juli 2014 in een persconferentie. We noemden deze al eerder. Daarin doet het Ministerie een dubbele suggestie: enerzijds wordt de mogelijkheid geopperd dat MH17 is neergeschoten door een Oekraïens gevechtsvliegtuig; anderzijds wordt gewezen op een Oekraïens Buk-systeem. Vanaf dat moment worden beide verhaallijnen in de lucht gehouden, onder meer door het Ministerie van Defensie, Buk-fabrikant Almaz Antey, de Russische opsporingsautoriteit, de plaatsvervangend Procureur-Generaal en de minister en woordvoerder van Buitenlandse Zaken. Tot midden 2015 is de lezing van een aanval met een Oekraïens gevechtsvliegtuig dominant. Vanaf het uitbrengen van het concept- en eindrapport van de OVV verschuift het accent naar een Oekraïense Buk-raket. Daarbij worden verschillende lezingen gegeven over welk type raket en welk type warhead zouden zijn gebruikt en wordt telkens gesteld dat de Russische krijgsmacht die niet meer in gebruik heeft. Vanaf 26 september 2016 verdwijnt de lezing van een Oekraïens gevechtsvliegtuig naar de achtergrond. Die datum wordt bekend gemaakt dat er Russische radargegevens zijn teruggevonden. Op de radarbeelden is geen gevechtsvliegtuig te zien. Vanaf dat moment wordt de Oekraïense Buk-raket de dominante lezing. Die wordt in 2018 bevestigd door de presentatie van documenten, waaruit zou blijken dat de verantwoordelijke Buk-raket al in 1986 aan een Sovjeteenheid in de Oekraïense deelrepubliek is geleverd. Volgens het Russische Ministerie van Defensie zou die raket daar verder gebleven zijn. Dezelfde lijn wordt begin 2019 gevolgd door de Russische plaatsvervangend Procureur-Generaal. Ook hij wijst op het bewijs voor een Oekraïense raket. Toch blijft de Russische Federatie beide opties open houden: in de reactie in de EHRM-procedure komt het niet verder dan de “alleged shooting down of MH17 by a BUK missile”. Tot op vandaag hebben de Russische autoriteiten geen uitsluitsel gegeven over wat er volgens hen nu precies is gebeurt op 17 juli 2014.

De Russische boodschap is er uitsluitend op gericht om twijfel te zaaien over het bewijs voor een Russische Buk-raket en om het JIT-onderzoek te diskwalificeren. Zo wordt het JIT verweten dat het vooringenomen is, gebruik maakt van vervalste informatie en de Russische informatie niet serieus neemt. Tegelijkertijd verstrekken de Russische autoriteiten zelf evident onjuiste informatie over satelliet- en radarbeelden en weigeren zij om informatie te verstreken over de Buk-TELAR die in het JIT-onderzoek is geïdentificeerd als het systeem waarmee MH17 is neergeschoten. In 2019 verklaart de plaatsvervangend Procureur-Generaal nog dat er geen enkele reden is om Russische burgers te horen, omdat er geen bewijs is voor hun betrokkenheid. Wel vraagt hij op zijn beurt aan de Nederlandse Minister van Justitie om de vervolging van de drie Russische verdachten aan de Russische Federatie over te dragen.

Het lot van vlucht MH17 staat inmiddels bekend als een klassiek voorbeeld van een desinformatiecampagne door de Russische overheid. Het is duidelijk dat we het einde daarvan nog niet hebben gezien. De Nederlandse regering schreef daarover in 2019 het volgende:

“Een van de onderwerpen waarover doelbewust desinformatie verspreid wordt is MH17. Zoals de minister van Justitie en Veiligheid, als coördinerend minister voor statelijke dreigingen, ook aankaartte tijdens het algemeen overleg over nationale veiligheid en crisisbeheersing gaan er veel verschillende theorieën rond over de toedracht van de ramp. Veel van die theorieën zijn inmiddels onjuist gebleken. In sommige gevallen bleken ze bewust gecreëerd te zijn om verwarring te scheppen. Het kabinet heeft bij monde van de minister van Justitie en Veiligheid eerder aangegeven dat we ons moeten voorbereiden op desinformatie in aanloop naar en tijdens het strafproces rondom MH17 met als doel het strafproces negatief te beïnvloeden en het vertrouwen in de onafhankelijke rechtspraak te ondermijnen.” [5]

Die waarschuwing bleek terecht. Kort voor de zitting is er op een website een aantal stukken openbaar gemaakt, die afkomstig zijn uit het JIT-onderzoek.[6] Eén van die stukken betreft een onderdeel van een beeldonderzoek (‘image report’) door de Australian Federal Police. Daarin worden de metadata van vier digitale beeldbestanden van de TELAR besproken die op internet zijn aangetroffen. Het gaat om twee foto’s afkomstig van Paris Match van een TELAR op een oplegger achter een Volvo-truck in Donetsk, een foto van een TELAR op een oplegger in Torez en een foto van een zelfstandig rijdende TELAR in Snizhne. In het gelekte onderdeel van dit rapport worden de metadata van deze bestanden vermeld. Volgens de Australische rechercheurs ‘lijken’ deze bestanden ‘gemanipuleerd’ te zijn (“appears to have been manipulated”), omdat de wijzigingsdatum van die bestanden telkens vóór de creatiedatum valt. Dat is geen conclusie over daadwerkelijke manipulatie, omdat zulke verschillen ook verklaard kunnen worden door opnieuw opslaan, verzending of uploaden van beeldbestanden. Dat merken de Australische rechercheurs zelf ook op: “various reasons could explain why this is so”. Belangijker is dat er de afgelopen jaren veel meer onderzoek naar deze beelden is gedaan dan dit rapport uit 2015 laat zien. Zo is de video veiliggesteld, waaruit de twee Paris Match foto’s in Donetsk zijn uitgesneden. Uit het onderzoek naar deze video is gebleken dat deze volgens de metadata is gemaakt op 17 juli 2014 om 10:23:54 uur op een GPS locatie aan Makeevka Highway in Donetsk. Op basis van de schaduwval op de beelden dateerde het KNMI de video rondom dezelfde tijd. Na vergelijking van de beeldkenmerken van de video met Google Streetview werd dezelfde locatie vastgesteld. Het NFI heeft deze video onderzocht en geen aanwijzingen voor manipulatie gevonden. Verder vindt het transport van de TELAR op deze locatie steun in getuigenverklaringen en telecomgegevens. Ook de twee andere foto’s in het Australische rapport, gemaakt in Torez en Snizhne, zijn breder onderzocht. Daaruit blijkt dat deze foto’s al op 17 juli 2014 openbaar zijn gemaakt. Dat is eerder dan het Australische rapport op basis van de metadata kon vaststellen. Verder zijn ook deze foto’s gevalideerd door onderzoek van het KNMI, vergelijking met informatie op Google Streetview, getuigenverklaringen en telecomgegevens. Het gepubliceerde Australische rapport laat dus wel zien hoe kritisch er in het JIT is gekeken naar verkregen bewijs, maar is inmiddels achterhaald door het vele validatie onderzoek dat er in de jaren na het rapport heeft plaatsgevonden.

In de volledige versie van dat rapport wordt overigens nog een ander beeldbestand genoemd: een video die gemaakt is in Zuhres. Dit onderdeel van het rapport is niet op de betreffende website gepubliceerd. Volgens de informatie in het originele rapport is deze video gemaakt op 17 juli 2014 om 11:37:58 uur lokale tijd op een GPS-locatie in Zuhres. In het dossier worden dezelfde gegevens genoemd en bevestigd door andere bronnen.

Kennelijk zag de website reden om alleen achterhaalde onderzoeksbevindingen naar buiten te brengen, waarmee de suggestie van beeldmanipulatie kon worden gewekt. Delen van het rapport die de authenticiteit van een video bevestigen werden niet gepubliceerd. Deze website is er dus niet op uit om op een journalistiek verantwoorde manier informatie te delen, maar om desinformatie te verspreiden.

Dat blijkt ook uit twee andere gelekte stukken, die wel in het dossier zitten. Dit zijn ambtsberichten van de MIVD, waarin informatie wordt verstrekt over de locaties van Oekraïense en Russische Buk-systemen in de regio waarin MH17 is neergeschoten. In de twee gelekte ambtsberichten wordt weer verwezen naar een eerder ambtsbericht, waarin duidelijk wordt aangegeven dat deze militaire informatie beperkt is tot locaties waar “gedurende langere periodes activiteiten zijn waargenomen van [Buk-systemen] in juni en juli 2014”. De MIVD concludeert dus niet dat er op 17 juli 2014 geen Russisch Buk-systeem in Oost-Oekraïne aanwezig was, zoals door de website wordt gesuggereerd. Het MIVD-ambtsbericht ziet alleen op plaatsen waar Buk-systemen langere tijd gestationeerd waren. Kortdurende operaties, waarbij een Buk-systeem wordt aangevoerd, ingezet en gelijk weer afgevoerd, vielen buiten de waarneming van de MIVD, zoals omschreven in de ambtsberichten.

Afgelopen zaterdag hebben de initiatiefnemers van deze website nieuwe stukken naar buiten gebracht. Dit betroffen vergaderstukken van intern JIT-overleg. Uit die stukken blijkt wat wij eerder al bespraken: dat er afstemming plaatsvond tussen de JIT-landen over welk onderzoek er kon worden gedaan. Zulke vergaderingen zijn voor dit proces niet van belang. Waar het om gaat, is welk onderzoek er daadwerkelijk is verricht. Dat vindt u terug in het dossier. Het is duidelijk dat wij meer van zulke publicaties mogen verwachten in de loop van dit proces.

Wij hebben gekeken hoe de gepubliceerde stukken kunnen zijn verkregen. Alleen Nederland, België, Australië en Maleisië beschikten over alle gepubliceerde stukken. Vooralsnog hebben geen van deze vier JIT-staten een lek kunnen vaststellen. Wel zijn er aanwijzingen voor eerdere hackpogingen van de Russische GRU bij de Maleisische politie en het OM aldaar. Op 4 oktober 2018 hebben de Nederlandse en Britse autoriteiten persconferenties gegeven over de verstoring van een cyberoperatie van de GRU bij de OPCW in Den Haag. Het Nederlands Ministerie van Defensie heeft bekend gemaakt dat één van de betrokken Russische inlichtingenofficieren eerder actief was in Maleisië en zich toen richtte op het MH17-onderzoek.[7] Dat wordt bevestigd door de Britse autoriteiten. Volgens hen was de GRU-operatie in Maleisië erop gericht om informatie te verzamelen over het MH17 onderzoek bij het Maleisische OM en de Maleisische politie.[8] Onder deze omstandigheden moeten we rekening houden met de mogelijkheid dat de gepubliceerde stukken zijn verkregen na een succesvolle hackoperatie van de GRU bij één van de vier genoemde JIT-landen. Wij merken hierbij op dat informatie over anonieme bedreigde getuigen in een andere, zwaarder beveiligde omgeving is opgeslagen dan de nu bekend gemaakte documenten. Op dit moment is er geen aanwijzing dat informatie over zulke getuigen in verkeerde handen is gevallen.

De cynische desinformatiecampagne over het lot van vlucht MH17, die nu al meer dan vijf jaar duurt, is voor veel nabestaanden een zware belasting. Zoals wij in ons openingswoord al hebben benadrukt is het voor nabestaanden van dodelijke slachtoffers van ernstige misdrijven essentieel dat zo snel mogelijk wordt opgehelderd wat er is gebeurd en wie daarvoor verantwoordelijk is.

Zeker als daar een overheid bij betrokken is geweest. Eén van de nabestaanden heeft dit vorige week treffend verwoord in een Nederlandse krant:

“Op 17 juli 2014 verloren 298 mensen op gewelddadige wijze hun leven. Tachtig van hen waren kind. Voor zo veel leed is de schaal van het menselijk gevoel ontoereikend. Zo immens is de tragedie MH17. Net zo immens is het belang van dit proces. (…) Waarom gebeurd is wat er gebeurde, is bovenal voor nabestaanden belangrijk. Hun vragen zijn nog altijd even talrijk als hun verdriet diep is. De waarheid legt tevens de noodzakelijke juridische basis voor gerechtigheid en rekenschap.”[9]

Voor veel nabestaanden is zulke informatie een belangrijke stap in het rouwproces. Vanwege het grote aantal nabestaanden kan die informatie niet worden gedeeld in een gesprek met de officier van justitie. Dat moet op de openbare zitting gebeuren. Zo snel als het proces dat toelaat.

Er is ook een breder publiek belang bij een spoedige informatievoorziening op deze zitting. Bij ernstige mensenrechtenschendingen zoals in deze zaak hebben niet alleen de nabestaanden maar ook het bredere publiek een recht om te weten wat er is gebeurd en wie daarvoor verantwoordelijk is. Het EHRM zegt dat zo:

“Furthermore, where allegations of serious human rights violations are involved in the investigation, the right to the truth regarding the relevant circumstances of the case does not belong solely to the victim of the crime and his or her family but also to other victims of similar violations and the general public, who have the right to know what has happened. An adequate response by the authorities in investigating allegations of serious human rights violations may generally be regarded as essential in maintaining public confidence in their adherence to the rule of law and in preventing any appearance of impunity, collusion in or tolerance of unlawful acts. For the same reasons, there must be a sufficient element of public scrutiny of the investigation or its results to secure accountability in practice as well as in theory (…).”[10]

Mede om die reden heeft het JIT eerder in beperkte mate informatie gedeeld over de oorzaak van het neerstorten van vlucht MH17.

Ook de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties wees al in 2006 op het recht van nabestaanden en het bredere publiek op de waarheid na ernstige mensenrechtenschendingen. Daaronder valt niet alleen informatie over de toedracht, maar ook over “the progress and results of the investigation”.[11]

Internationale mensenrechtenorganen benadrukken dus het recht van nabestaanden en publiek op informatie, ook gedurende het onderzoek. Natuurlijk moet daarbij een balans gevonden worden tussen de rechten van nabestaanden en publiek en de rechten van verdachten. Maar zeker in een strafzaak waarin voortdurend desinformatie wordt verspreid die belastend is voor nabestaanden, kunnen de luiken niet veel langer meer gesloten blijven.

Wij moeten er rekening mee houden dat nader onderzoek in deze zaak niet voor het einde van dit jaar kan worden afgerond. Een inhoudelijke behandeling zal dan pas in de loop van 2021 kunnen aanvangen. Tot die tijd zal de desinformatiecampagne ongetwijfeld doorgaan.

Ondertussen lopen er ook nog zaken van nabestaanden tegen de Russische Federatie bij het EHRM. De Nederlandse regering heeft al aangekondigd dat het hierin zal interveniëren. Ook in die procedure trekt de Russische staat het bewijs uit het strafdossier in twijfel. Wij bespraken al de beweringen dat het beeldmateriaal gemanipuleerd zou zijn. Naar aanleiding daarvan hebben nabestaanden ons al benaderd met de vraag hoe zij hierop, zonder kennis van het dossier, kunnen reageren. Het OM is bevoegd om strafvorderlijke informatie te verstrekken en is daar steeds terughoudend in geweest, in belang van de rechtsgang. Wij hopen pas informatie te kunnen delen, nadat die besproken is op een openbare zitting. Op die manier houdt uw rechtbank regie over het dossier. Maar wanneer die inhoudelijke bespreking langer op zich laat wachten, gaan de belangen in andere procedures zwaarder wegen. Dan moeten nabestaanden in staat worden gesteld om onterechte beschuldigingen van manipulatie van beeldmateriaal te weerleggen bij het EHRM. Dan moeten zij in die procedure informatie kunnen verstrekken over de validatie van tapgesprekken en de resultaten van het uitgebreide forensisch onderzoek. Wanneer zulke onderwerpen niet in juni ter zitting besproken kunnen worden, is er een gerede kans dat het OM zal moeten instemmen met verstrekking van die informatie op basis van verzoeken van nabestaanden op grond van artikel 39f lid 1 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.[12] Dat gebeurt dan buiten de regie van uw rechtbank.

Tot slot is er nog de omvang en complexiteit van het dossier. Dit dossier bevat informatie over de werking van radars, de capaciteiten van het Buk-raketsysteem, het forensisch onderzoek en grote hoeveelheden Oekraïense telecommunicatie. Verder wordt in het procesdossier verslag gedaan van het uitgebreide JIT-onderzoek naar andere scenario’s dan het scenario dat nu is tenlastegelegd: naar de mogelijkheid van een explosie binnen in het toestel, van een aanval met een gevechtsvliegtuig en van een Buk-raket die vanuit Oekraïens gebied is afgeschoten. Telkens complexe onderwerpen die op zitting besproken moeten worden, maar die niet direct zien op de betrokkenheid van verdachten.

Als wij dat op een rij zetten - de desinformatiecampagne, het recht op informatie van de nabestaanden en het bredere publiek, de grote publieke belangstelling voor dit proces, de lopende staatsaansprakelijkheidsprocedures en de omvang van het dossier - zien wij reden voor een gefaseerde aanpak van dit proces.

Daarmee bedoelen wij dat de inhoudelijke behandeling in verschillende fasen plaatsvindt. Zo zouden de alternatieve scenario’s die buiten discussie staan of de (technische) onderwerpen waarvan het onderzoek is afgerond, al inhoudelijk besproken kunnen worden op de zittingen van juni of september.

Als de verdediging met het OM van mening is dat een explosie aan boord van MH17 of een aanval door een gevechtsvliegtuig redelijkerwijs kan worden uitgesloten, dan kan uw rechtbank die alvast op zitting bespreken. Dat zou ook niet vreemd zijn: deze scenario’s zijn al eerder verworpen door de OVV en lijken inmiddels ook door de Russische Federatie te zijn losgelaten. Er ligt inmiddels alleen nog maar méér objectief bewijs dat deze scenario’s uitsluit: forensische sporen en primaire radardata. Laten we het anders zeggen: als de verdediging nog ooggetuigen zou willen horen van een aanval door een gevechtsvliegtuig, dan komt dat op hetzelfde neer als het horen van een beweerdelijke ooggetuige van een steekpartij, terwijl het slachtoffer is overleden aan schotwonden. Die alternatieve scenario’s zouden dus al eerder besproken kunnen worden.

Hetzelfde geldt voor andere onderwerpen. Als de verdediging met het OM van mening is dat al het mogelijke forensisch onderzoek is verricht of geen onderzoek meer nodig naar radargegevens en de werking van de TELAR, dan zou uw rechtbank deze onderzoeksresultaten alvast op zitting kunnen bespreken. Ook als OM en verdediging van mening zouden verschillen over de uitleg van deze onderzoeksresultaten, staat dat niet in de weg aan een inhoudelijke behandeling. Uw rechtbank kan bijvoorbeeld bespreken welke radargegevens het OM heeft proberen te achterhalen, welke data vervolgens zijn verkregen en welk (deskundigen)onderzoek er naar die data is verricht. Dat zit allemaal in het dossier. Uw rechtbank kan deze feitelijke informatie over het onderzoek zelf voorhouden of aan het OM vragen om dit toe te lichten. Als de verdediging en het OM van mening zouden verschillen over de bewijswaarde van die radardata, kan dat debat later bij requisitoir en pleidooi worden gevoerd.

Een gefaseerde behandeling is in het belang van de voortgang van de zaak en het recht op informatie van de nabestaanden en het bredere publiek. Het geeft rust en duidelijkheid: zonder zo’n voorafgaande bespreking zal voor het publiek niet of nauwelijks te volgen zijn wat ter zitting wordt besproken. Dat lijkt ons niet goed verenigbaar met de vereisten van accessibility en public scrutiny die het EHRM in dit soort zaken stelt.[13]

Het is ook in het belang van de verdachte en de kwaliteit van het onderzoek ter zitting. Op die manier wordt het debat tussen het OM en de verdediging aangescherpt: de belangrijkste discussiepunten kunnen zo de meeste ruimte krijgen tijdens de inhoudelijke behandeling.

Tot slot stelt het paal en perk aan de desinformatiecampagne. Waar uw rechtbank het dossier al eerder getrapt behandelt, kan het publiek tijdig kennis nemen van de aanwijzingen voor verschillende scenario’s en van belastend en ontlastend bewijs. Op grond daarvan kan het zichzelf stap voor stap een geïnformeerd oordeel vormen.

Daarom verzoeken wij uw rechtbank om deze gefaseerde behandeling overwegen. Zodra de procesopstelling van de verdediging bekend is. Daarbij zou u tijdig vóór de volgende regieronde een termijn kunnen stellen, waarbinnen het OM en de verdediging zich schriftelijk moeten uitlaten over hun onderzoekwensen met betrekking tot het gehele dossier of tenminste bepaalde onderdelen daarvan. Op grond van die onderzoekwensen kunt u dan bepalen welke onderwerpen mogelijk nog nader onderzoek behoeven en welke onderwerpen al inhoudelijk besproken kunnen worden in de regiefase. Daarbij kunt u overwegen om bepaalde onderwerpen zelf te behandelen of eerst het OM en de verdediging uit te nodigen hierover standpunten in te nemen.

Conclusies en vorderingen

In de zaak van Pulatov vorderen wij ex artikel 328 Sv:

1. de verplaatsing van de zitting naar de luchtmachtbasis in Gilze-Rijen voor een schouw van de reconstructie van vlucht MH17 op een nader door uw rechtbank te bepalen moment;

2. verwijzing naar de rechter-commissaris voor:

a. het horen van de getuigen M58, S07, S17, S21, S27 en S32 op een door de rechter-commissaris te bepalen veilige wijze;

b. de samenstelling van een video-opname van het eerdere verhoor van M58 na gelegenheid voor verdediging en Openbaar Ministerie om zich uit te laten over de gewenste inhoud van die samenstelling;

c. opdracht aan een deskundige tot onderzoek naar:

  • mogelijke aanwijzingen voor beeldmanipulatie van de twee in het dossier opgenomen versies van dezelfde video van de TELAR in Snizhne, mede in het licht van de stellingen van de Russische Federatie,
  • de stelling dat de door de Russische Federatie genoemde versie van diezelfde video al op 16 juli 2014 moet zijn geüpload en dus daarvoor moet zijn opgenomen.

d. het stellen van een termijn waarbinnen de verdediging van Pulatov zich gemotiveerd uitlaat over:

  • de wens van Pulatov om als getuige op zitting of bij de rechter-commissaris te worden gehoord en de bereidheid om daarbij vragen te beantwoorden;
  • de (mogelijke) betwisting van één of meer tapgesprekken van Pulatov, waarvan de audiobestanden zijn verstrekt;

e. de (mogelijke) voorbereiding van een verhoor van Pulatov;

f. nadere beslissingen op:

  • mogelijk bezwaar van de verdediging tegen mogelijke (gedeeltelijke) weigering van het OM tot inzage van de verdediging in stukken die geen onderdeel zijn van het procesdossier;
  • mogelijke verzoeken van de verdediging tot vertaling van processtukken.

Daarnaast verzoeken wij u om:

3. in de zaak van Pulatov tijdig vóór de zitting van juni een termijn te stellen, waarbinnen het OM en de verdediging zich schriftelijk uitlaten over hun onderzoekwensen met betrekking tot het gehele dossier of tenminste bepaalde onderdelen daarvan;

4. op grond van die onderzoekwensen te bepalen welke onderwerpen inhoudelijk besproken kunnen worden in de zaken van Pulatov, Girkin, Dubinskiy en Kharchenko op de zittingen van juni en september.

Voetnoten

[1] Zie o.a. Kamerstukken II 2006/07, 31 116, nr. 3, p. 3 (“De rechter heeft een zelfstandige verantwoordelijkheid voor de deugdelijkheid, volledigheid en grondigheid van het onderzoek dat onder zijn leiding plaats vindt. Hij dient daarbij “the best available evidence” na te streven.”) en Kamerstukken II 2003/04, 29 271, nr. 1, p. 9.

[2] Brief van NFI van 4 maart 2020 (los verstrekt op 5 maart 2020).

[3] Zie o.a. euvsdisinfo.eu.

[4] Zie bijvoorbeeld Kamerbrief Beleidsinzet bescherming democratie tegen desinformatie, 18 oktober 2019, beschikbaar op rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/10/18/kamerbrief-over-beleidsinzet-bescherming-democratie-tegen-desinformatie.

[5] Kamerbrief Beleidsinzet bescherming democratie tegen desinformatie, 18 oktober 2019, beschikbaar op rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/10/18/kamerbrief-over-beleidsinzet-bescherming-democratie-tegen-desinformatie, p. 5.

[6] us4.campaign-archive.com/?e=&u=055d0542fc506a8c7b6067843&id=098c0bc601.

[7] defensie.nl/actueel/nieuws/2018/10/04/mivd-verstoort-russische-cyberoperatie-bij-de-organisatie-voor-het-verbod-op-chemische-wapens.

[8] gov.uk/government/speeches/minister-for-europe-statement-attempted-hacking-of-the-opcw-by-russian-military-intelligence.

[9] Zie volkskrant.nl/cs-b7cbc2fe.

[10] EHRM, Al Nashiri tegen Polen (Nr. 28761/11juli 2014, r.o. 495.

[11] Zie Office of the United Nations High Commissioner for Human Rights, Study on the right to the truth, E/CN.4/2006/91, § 38 (8 februari 2006).

[12] Zie voor een voorbeeld Hof Den Haag 23 november 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BO4912, r.o 4.1-4.7 en HR 20 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV3436, r.o. 3.2.1-3.3.6.

[13] Zie o.a. EHRM (grand chamber), Güzelyurtlu and Others tegen Cyprus and Turkije (Nr. 36925/07), 29 januari 2019, r.o. 219.