Voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i).

De voorwaardelijke invrijheidstelling houdt in dat een veroordeelde na het uitzitten van 2/3 van zijn gevangenisstraf onder bepaalde voorwaarden kan vrijkomen. De voorwaardelijke invrijheidstelling geldt voor gevangenisstraffen van minimaal 1 jaar.

De v.i. geldt voor onvoorwaardelijke en onherroepelijke gevangenisstraffen van meer dan één jaar. Bij gevangenisstraffen tussen de één en twee jaar komt de veroordeelde in aanmerking voor v.i. Dat kan nadat één jaar en eenderde van het overige deel van de gevangenisstraf is ondergaan. Een voorbeeld: bij een gevangenisstraf van één jaar en negen maanden kan v.i. plaatsvinden na één jaar en drie maanden.

Bij gevangenisstraffen van meer dan twee jaar komt de veroordeelde na tweederde van de gevangenisstraf in aanmerking voor v.i. Een voorbeeld: bij een gevangenisstraf van drie jaar kan v.i. plaatsvinden na twee jaar.

Waarom v.i.?

De v.i. heeft tot doel de kans op herhaling van het plegen van strafbare feiten te verminderen. Dit zorgt voor een grotere maatschappelijke veiligheid. Een veroordeelde kan tijdens de v.i. deelnemen aan de maatschappij onder voorwaarden.

Voorwaarden

Wanneer een veroordeelde voor v.i. in aanmerking komt gebeurt dit altijd onder de algemene voorwaarde: geen strafbare feiten plegen.

Ook is het mogelijk om bijzondere voorwaarden op te leggen. Die worden afgestemd op de persoon en zijn gedrag. De voorwaarden verschillen per veroordeelde. Voorbeelden zijn:

  • een contactverbod met bepaalde personen;
  • een verbod om op bepaalde plaatsen te komen (vaak gecontroleerd met een elektronische enkelband);
  • een meldplicht bij de reclassering;
  • een behandelverplichting.

De voorwaarden gelden tijdens de v.i.-proeftijd. De v.i.-proeftijd is gelijk aan het restant van de gevangenisstraf. Uitzondering hierop is als het restant korter is dan één jaar. In dat geval geldt een v.i.-proeftijd van één jaar.

Voorbeeldberekeningen v.i.-proeftijd:

  • Bij een gevangenisstraf van zes jaar is de v.i.-proeftijd twee jaar: na het uitzitten van tweederde van de gevangenisstraf (vier jaar) is het restant twee jaar.
  • Bij een gevangenisstraf van 30 maanden is de v.i.-proeftijd één jaar: na het uitzitten van tweederde van de gevangenisstraf (20 maanden) is het restant minder dan één jaar. De v.i.-proeftijd duurt minimaal één jaar.

De CVv.i. beslist welke voorwaarden worden opgelegd. Tegen deze beslissing staat geen beroep open bij de rechter. Of de voorwaarden worden nageleefd wordt gecontroleerd door de CVv.i., maar het uitvoeren van de controle ligt in de praktijk bij de reclassering en de politie.

Overtreding van de voorwaarden

Soms worden de voorwaarden overtreden. Pleegt de veroordeelde een nieuw strafbaar feit dan kan de rechter beslissen dat de veroordeelde alsnog het resterende deel van de gevangenisstraf of een deel ervan moet uitzitten. Dit komt bovenop de opgelegde straf voor het nieuwe feit.

Bij overtreding van de bijzondere voorwaarden zijn er voor de CVv.i. drie mogelijkheden:

  • een waarschuwing geven;
  • wijzigen of aanscherpen van de voorwaarden;
  • geheel of gedeeltelijk herroeppen van de v.i.

Welke mogelijkheid de CVv.i. kiest is afhankelijk van de ernst van de overtreding en het gedrag van de veroordeelde. Wanneer de CVv.i. beslist om de v.i. geheel of gedeeltelijk te herroepen wordt een vordering bij de rechter ingediend. De rechter beslist of de veroordeelde alsnog het resterende deel van de gevangenisstraf of een gedeelte daarvan moet uitzitten.

Wanneer geen v.i.?

In bijzondere gevallen vindt de CVv.i. dat een veroordeelde geen v.i. moet krijgen. De CVv.i. kan bij de rechter vorderen dat de v.i. wordt uitgesteld of geheel achterwege blijft. De beslissing hierover is aan de rechter.

Uitstel of achterwege laten van de v.i. kan als er sprake is van de volgende situaties:

  • ernstige misdragingen tijdens de gevangenisstraf (bijvoorbeeld: het plegen van een strafbaar feit of slecht gedrag tijdens de gevangenisstraf dat is bestraft door de directeur van de gevangenis);
  • onttrekken aan de gevangenisstraf (bijvoorbeeld: ontvluchten of niet terugkeren van proefverlof);
  • de kans op herhaling van het plegen van strafbare feiten wordt niet verminderd door het opleggen van bijzondere voorwaarden (bijvoorbeeld: de veroordeelde zegt zich niet aan de voorwaarden te zullen houden).

Om dit zorgvuldig te kunnen doen laat de CVv.i. zich voor ieder besluit informeren door andere partijen. De CVv.i. krijgt informatie van de gevangenis, de reclassering, de politie, de officier van justitie die zich met de strafzaak heeft beziggehouden en van (gedrags-)deskundigen.

Verlengen van de proeftijd

Vanaf 1 januari 2018 is het mogelijk de v.i.-proeftijd te verlengen met maximaal twee jaar. Bij zware gewelds- en zedendelicten is het mogelijk de v.i.-proeftijd meerdere malen met maximaal twee jaar te verlengen.

In iedere zaak bekijkt de CVv.i. voor het einde van de v.i.-proeftijd of verlengen noodzakelijk is. Verlengen kan noodzakelijk zijn omdat bepaalde doelen nog niet zijn bereikt. Bijvoorbeeld omdat een behandeling nog niet is afgerond of omdat er nog geen passende huisvesting is gevonden.

Vindt de CVv.i. dat de v.i.-proeftijd moet worden verlengd dan dient zij een vordering tot verlenging in bij de rechtbank. De rechtbank bepaalt of de v.i.-proeftijd wordt verlengd en voor hoe lang.

Tijdens de verlenging van de v.i.-proeftijd blijven de opgelegde algemene en bijzondere voorwaarden gelden.

Centrale Voorziening voorwaardelijke invrijheidstelling (CVv.i.)

Het Openbaar Ministerie heeft een speciale afdeling die zich voor het hele land bezighoudt met v.i. Dit is de Centrale Voorziening voorwaardelijke invrijheidstelling (CVv.i.). De CVv.i. is onderdeel van het Ressortsparket en is gevestigd in Arnhem.

Zie ook:

De voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) is iets anders dan gratie. Meer informatie over gratie vindt u op de website van de Rijksoverheid.

Informatie op Rijksoverheid.nl over vervroegde vrijlating