Op 27 maart 2026 staat de inhoudelijke behandeling gepland in de zaak tegen een 49-jarige Nederlandse vrouw die ervan wordt verdacht in 2014 met haar minderjarige zoon en dochter te zijn uitgereisd naar Syrië. Daar zou haar toen 14-jarige zoon hebben deelgenomen aan een trainingskamp van Islamitische Staat (IS) en daarna bij de militaire politie van IS zijn gaan werken. Een jaar later is hij in Syrië om het leven gekomen. Het Openbaar Ministerie (OM) verwijt de moeder onder meer dat zij medeplichtig is aan het feit dat haar kind is ingezet bij de strijdkrachten van IS. Dat is een oorlogsmisdrijf.

Na aankomst in Syrië is verdachte gehuwd met een IS-strijder en heeft ze zich samen met hem en haar kinderen gevestigd in een gebied dat in handen was van IS. Volgens het OM heeft haar zoon deelgenomen aan een trainingskamp van IS en zou hij lid zijn geweest van de militaire politie van IS in Raqqa. Voor deze werkzaamheden zou hij soldij hebben ontvangen, waarmee hij mede in het onderhoud van zijn moeder kon voorzien. In 2017 is de zoon van verdachte, op 15-jarige leeftijd, om het leven gekomen tijdens een bombardement. De verdachte is uiteindelijk in mei 2024 vanuit Syrië gerepatrieerd en ter berechting naar Nederland overgebracht. Bij aankomst op het vliegveld in Nederland is ze aangehouden en sindsdien verblijft ze in voorlopige hechtenis.

Kindsoldaat

Het OM verdenkt de vrouw van medeplichtigheid aan een oorlogsmisdrijf, namelijk het rekruteren van een kind onder de 15 jaar als kindsoldaat in een niet-internationaal gewapend conflict. Daarnaast wordt zij vervolgd voor het in hulpeloze toestand brengen en laten van haar zoon, met zijn dood tot gevolg. Verder is haar tenlastegelegd deelname aan de terroristische organisatie IS, het voorbereiden of bevorderen van terroristische misdrijven en het onttrekken van haar kinderen aan het gezag van haar ex-partner in Nederland.

Bescherming kinderen in oorlogstijd

Met deze vervolging onderstreept het OM het fundamentele belang van de bescherming van kinderen, in het bijzonder in situaties van gewapend conflict. Kinderen behoren tot de meest kwetsbare groepen in oorlogstijd en genieten bijzondere bescherming onder zowel nationaal als internationaal recht, waaronder het Kinderrechtenverdrag. Kinderen dienen de zorg en hulp te ontvangen die zij nodig hebben en te worden beschermd tegen de risico’s die verbonden zijn aan oorlog. Kinderen mogen nooit worden ingezet als kindsoldaat.

De inhoudelijke zitting dient op 27 maart om 9.30 uur voor de Haagse rechtbank, zitting houdende te Rotterdam.