Het Openbaar Ministerie (OM) gaat niet in hoger beroep in de strafzaak tegen voormalig strafrechtadvocaat Inez Weski. De 71-jarige verdachte werd op 21 mei 2026 door de rechtbank Rotterdam veroordeeld voor deelname aan de criminele organisatie van haar toenmalige cliënt Ridouan Taghi.

Het OM is zeer tevreden dat de rechtbank vrijwel al het bewijs dat het OM in deze zaak inbracht heeft overgenomen en het handelen van de verdachte in zeer krachtige bewoordingen heeft afgekeurd. Wel heeft het OM lang nagedacht of de opgelegde straf van 42 dagen een strafmaatappèl zou rechtvaardigen. De straf wijkt natuurlijk flink af van de geëiste 4,5 jaar.

Het OM blijft van mening dat de opgelegde straf geen recht doet aan de door de rechtbank vastgestelde verwijten. Ook kan het OM zich niet vinden in alle in het vonnis genoemde argumenten voor deze lage straf. Toch zijn de uiteindelijk opgelegde straf en deze overwegingen niet de enige omstandigheden die meewegen bij de beslissing om niet in hoger beroep te gaan. Omdat de verdediging heeft aangegeven zelf niet in appèl te gaan, ligt er straks een onherroepelijk en zeer helder vonnis, en dat weegt zwaar voor het OM.

John Lucas, hoofdofficier van het Landelijk Parket:

“Het goed gemotiveerde vonnis benadrukt ruimschoots de ernst van de strafzaak, en zendt een onmiskenbaar signaal over wat de kernwaarden van de advocatuur zijn. Het OM heeft een norm willen stellen over de manier waarop informatie wordt doorgegeven tussen advocaten en hun cliënten, die norm is nu gesteld. Dat is erg belangrijk voor ons, net als het gegeven dat er nu een onomstotelijk vonnis is.”