Vanwege de uitzonderlijke verdenking van genocide eist het OM dat een man uit Rwanda levenslang de cel in gaat. De 66-jarige verdachte werd in februari 2024 aangehouden in Ede. Op de vijfde dag van zijn proces in de rechtbank Den Haag zette het OM uiteen waarom het overtuigd is van de schuld van deze verdachte. Hij wordt onder meer verdacht van betrokkenheid bij de moord op 3000 Tutsi’s in een stadion in Rwanda in 1994.

‘Ze hadden opdracht gekregen dat ze alle Tutsi's moesten doden. Ze hadden gezegd dat in het boek van de gemeente niet één naam van een Tutsi moest overblijven’.

De details blijven schokkend. Tijdens de Rwandese genocide zijn in drie maanden tijd zo’n 800.000 mensen vermoord, voornamelijk Tutsi’s en gematigde Hutu’s. In de prefectuur Butare, waar deze zaak speelt, werden meer dan 100.000 mensen vermoord. De officieren van justitie:

“Dat was geen spontane geweldsexplosie, voortkomend uit instinctieve haat. Nee. Het was een genocidale golf van geweld, uitgelokt en geregisseerd via een doelgerichte propagandacampagne waarmee leden van de meerderheid werd opgezet tegen iedereen die bij de minderheid hoorde: mannen, vrouwen, ouden van dagen, kinderen. Honderdduizenden slachtoffers, honderdduizenden daders. Die daders waren hoofdzakelijk gewone landbouwers, die na jaren propaganda en oorlogsretoriek met machetes en knuppels hun buren, vrienden en collega’s beroofden en vermoordden. Zij werden daarin aangevoerd en voorgegaan door de lokale leiders.”

Een van die lokale leiders was volgens het OM deze verdachte. Hij was, zo blijkt uit diverse getuigenverklaringen, betrokken bij een plunder- en vernietigingstocht. Hierbij werden huizen van Tutsi’s in brand gestoken en vernietigd, en hun bezittingen geplunderd. De verdachte heeft volgens het OM tijdens deze aanvalstocht aangezet tot genocide. Kort erna vond in het stadion van Mbazi een massaslachting plaats op ongeveer 3.000 Tutsi’s die zich in het stadion hadden verzameld. Het OM verdenkt deze verdachte ervan dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van genocide op de Tutsi’s in het stadion. Zo gooide hij een granaat in de menigte en droeg hiermee bij aan de massaslachting.

Onderzoek in Rwanda

De verdachte kwam in 1998 in Nederland terecht en kreeg hier asiel. In Rwanda liepen intussen diverse onderzoeken en rechtszaken naar de massaslachtingen en daarbij kwam ook de verdachte in beeld. Die had zich inmiddels in Ede gevestigd en had een Nederlands paspoort gekregen. Daarom kon hij niet worden uitgeleverd. Het Team Internationale Misdrijven (TIM) van de Eenheid Landelijke Opsporing en Interventies is vanaf 2020 zijn zaak zelf gaan onderzoeken, samen met het Landelijk Parket van het Openbaar Ministerie (OM). Het TIM is daarvoor veelvuldig naar Rwanda gereisd om getuigen te horen en onderzoek ter plaatse te doen. Op 14 februari 2024 hield het TIM de in Rwanda geboren Nederlander aan.

Tientallen getuigen

Onder leiding van de rechter-commissaris hebben daarna in Rwanda tientallen getuigenverhoren plaatsgevonden. Ook heeft er een schouw plaatsgevonden waardoor de gebeurtenissen gereconstrueerd konden worden. Er zijn uiteindelijk 40 getuigen gehoord door het Team Internationale Misdrijven en 31 getuigen door de rechter-commissaris. Het zijn grotendeels andere getuigen dan die waarvan al eerder de verklaringen van de Rwandese autoriteiten waren ontvangen. Daarnaast zijn verklaringen en documenten uit lokale rechtbanken nauwkeurig onderzocht.

Spreekrecht

Een dag voor de strafeis, op maandag, maken negen overlevenden gebruik van hun spreekrecht. Vijf van hen zijn aanwezig in de Haagse rechtszaal. Hun achtergrond verschilt; de een was in 1994 student, de ander boer, onder hun vermoorde familieleden een horlogemaker en een metselaar. De sprekers overleefden allen ternauwernood de genocide, en waren ooggetuige van extreme gruwelijkheden. “Ik heb met eigen ogen gezien wat hij gedaan heeft, hij moet daar niet over liegen”, vertelt een van hen. De daders waren buren, ‘mensen met wie je vroeger voetbalde en maaltijden deelde’. Ook 32 jaar later is de genocide nog altijd voelbaar. “Slapen voelt soms nutteloos omdat het tot nachtmerries leidt”, vertelt een slachtoffer. “ ‘s Nachts keert je brein terug en komen de herinneringen.”

Uitgemoord vanwege hun etniciteit

Voor de overlevenden is het pijnlijk dat de verdachte blijft ontkennen, en dat hij hen niet in de ogen wil kijken. De verdachte beweert dat hij zelf gevaar zou hebben gelopen tijdens de genocide. Bij herhaling zegt hij dat hij zelf Tutsi is, of in ieder geval zo werd “geëtiketteerd”. Toch stond in zijn identiteitsbewijs in 1994 dat hij een Hutu was, en zo werd hij ook door de slachtoffers gezien. Het OM gelooft zijn lezing dan ook niet. Het is ervan overtuigd dat deze verdachte een bijdrage heeft geleverd aan de genocide in Rwanda en zich daarnaast schuldig heeft gemaakt aan oorlogsmisdrijven.

“Verdachte heeft, als lokaal bestuurder, meegedaan met het plunderen en vernietigen van de huizen van Tutsi’s, die voor een deel al verdreven waren en voor een deel hun huis uit vluchtten toen de aanvallers naderden. Voor zover zij de genocide al hebben overleefd, zijn zij werkelijk alles kwijt geraakt: hun huis, al hun spullen, hun vee, hun toekomstdromen. Velen van hen zijn verdreven naar het Byiza stadion, waar zij dachten veilig te zijn. Daar zijn echter zo’n 3000 Tutsi’s op afschuwelijke wijze vermoord. De enkele overlevenden, zoals de aanwezige slachtoffers hier ter zitting, moeten voor altijd leven met traumatische herinneringen aan de zwarte dagen in april 1994. Zij hebben talloze familieleden en vrienden verloren. Gewone burgers, waarvan veel kinderen en oudere mensen, die niks hadden misdaan. Zij werden enkel uitgemoord vanwege hun etniciteit.”

Strafeis

De straffen in – uitzonderlijke - zaken als deze moeten volgens het OM een effectieve waarschuwing zijn aan alle genocidairs dat zij nergens ter wereld gevrijwaard zullen zijn van vervolging van hun daden. Ook niet in Nederland.

“Het is evident dat het plegen van feiten als deze de grens qua aard, ernst en omvang voor het opleggen van levenslang ver overstijgt. Als de vreselijke misdrijven van verdachte, waarin niet één maar naar schatting 3000 onschuldige mensen letterlijk zijn afgeslacht, waarin verdachte eigenhandig een granaat in een stadion bomvol met weerloze mannen, vrouwen en kinderen heeft gegooid, en waarin verdachte tot op de dag van vandaag geen verantwoordelijkheid voor zijn daden heeft genomen geen levenslange gevangenisstraf verdienen, welke feiten dan wel?”

Het vonnis van de rechtbank wordt verwacht op 28 augustus 2026.