| Rechtskarakter: | Aanwijzing (artikel 130, lid 6 Wet RO) |
|---|---|
| Van: | College van procureurs-generaal |
| Aan: | hoofden van de OM-onderdelen, commandant van de K'mar, Korpschef van de politie, platform bijzondere opsporingsdiensten |
| Registratienr.: | 2026R007 |
| Datum inwerkingtreding: | 03 november 2026 |
| Vervallen: | Richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten (2024R011) |
| Relevante beleidsregels OM: | Aanwijzing OM-strafbeschikking (2022A003); Aanwijzing jeugdstrafrecht (2026A002); Richtlijn voor strafvordering jeugdigen vuurwerkdelicten (2026R008) |
| Relevante wetgeving: | Wetboek van Strafrecht, artikelen 173a, 173b, 174, 175; Wet op de economische delicten, Wet milieubeheer, artikelen 8.40, 9.2.1.2, 9.2.2.1, 9.2.2.1a, 9.2.1.4, 9.2.3.2, 9.5.8 lid 6 en 18.18; Omgevingswet, artikelen 4.3, 5.1 en 5.5 en het Besluit activiteiten leefomgeving, artikelen 3.30, 3.31 en 3.32 (milieubelastende activiteiten met vuurwerk: opslaan, herverpakken en bewerken); Vuurwerkbesluit, artikelen 1.2.2, 1.2.3, 1.2.4 t/m 1.2.7, 1.3.1, 1.3.2, 1.4.1 t/m 1.4.3, 2.1.2, 2.1.3, 2.1.4, 2.2.1 t/m 2.2.4, 2.3.1 t/m 2.3.6, 3.1.1 3.2.1 t/m 3.2.3, 3.3.1, 3B.1 t/m 3B.6 |
Omschrijving
Deze richtlijn ziet op economische vuurwerkovertredingen en -misdrijven, waaronder misdrijven met betrekking tot het zelf maken van vuurwerk (geïmproviseerd vuurwerk), gepleegd door meerderjarigen.
1. Reikwijdte strafvorderingsrichtlijn
De overtredingen van het Vuurwerkbesluit zijn economische delicten en zijn strafbaar gesteld via artikel 9.2.2.1 jo. 9.2.2.1a van de Wet milieubeheer in samenhang met artikelen 1a onder 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten. Daarnaast is sinds 1 oktober 2024 een pyro-pass verplicht voor het kopen en gebruiken van professioneel vuurwerk. Dit is geregeld in artikel 9.5.8 Wet milieubeheer, waarbij schending van artikel 9.5.8 lid 6 van deze wet via artikel 1a onder 1 Wet op de economische delicten strafbaar is gesteld.
Voorts geldt per 1 augustus 2026 in Nederland een algeheel vuurwerkverbod voor consumenten. Sindsdien is het gedurende het hele jaar niet meer toegestaan om vuurwerk, behorend tot categorie F2 en F3, aangewezen in de Regeling aanwijzing consumentenvuurwerk (hierna RAC), te bezitten en te gebruiken. Een uitzondering geldt voor het afsteken van vuurwerk tijdens de jaarwisseling in het kader van een ontheffing van de burgemeester voor verenigingen of stichtingen met een lokale binding. Zij mogen maximaal 200 kilogram F2-vuurwerk dat is aangewezen in de Regeling aanwijzing consumentenvuurwerk laten aanvoeren, voorhanden hebben en tot ontbranding brengen. In lijst I van deze strafvorderingsrichtlijn zijn de richtlijnen opgenomen voor deze strafbare feiten, waarvan een deel door het Parket CVOM wordt beoordeeld en een deel door het arrondissementsparket.
Deze richtlijn is niet van toepassing op vuurwerkdelicten gepleegd door minderjarigen. [1] Ook ziet deze richtlijn niet op delicten die zijn te beschouwen als zware (ondermijnende) criminaliteit, zoals wanneer heel grote partijen professioneel vuurwerk worden aangetroffen, of als sprake is van regionale en/of grensoverschrijdende illegale handel in professioneel vuurwerk. Dit vergt maatwerk. Tenslotte bevat de richtlijn geen uitgangspunten voor andere, commune misdrijven, die zijn gepleegd met vuurwerk, zoals vernieling, brandstichting (explosies), mishandeling en openbare geweldpleging. De strafbaarstelling daarvan staat niet in het Vuurwerkbesluit, maar bijvoorbeeld in de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht.
2. Bijkomende straffen
De officier van justitie kan bij veroordeling van bedrijven die bedrijfsmatig vuurwerk verhandelen of verkopen de bijkomende straffen opleggen die in Wet op de economische delicten staan. Het gaat hierbij om onder meer het ontzeggen van het recht om gedurende een bepaald aantal jaren in vuurwerk te handelen, het intrekken van vergunningen, het verbod tot het uitoefenen van een bepaald beroep en het stilleggen van de onderneming.
3. Maatregelen
De officier van justitie kan bij vuurwerkdelicten de oplegging van maatregelen vorderen, zoals de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, waaronder de (fysieke) meldplicht en het locatieverbod.
Op grond van artikel 8a Wet op de economische delicten kan de officier van justitie de maatregel vermeld in artikel 8, onder d (maatregel kostenverhaal) vorderen. Hierdoor kan een veroordeelde door de rechtbank de verplichting worden opgelegd om de kosten te betalen van de vernietiging van inbeslaggenomen vuurwerk, de kosten voor het verzamelen, de opslag en het transport en de daarmee samenhangende personeelskosten inbegrepen. De officier van justitie vordert in beginsel oplegging van de maatregel kostenverhaal indien de economische vuurwerkzaak door het betreffende arrondissementsparket wordt voorgelegd aan een meervoudig economische kamer. Wordt een zaak door het betreffende arrondissementsparket aan een economische politierechter voorgelegd, dan beoordeelt de officier van justitie of het vorderen van oplegging van de maatregel opportuun is, waarbij de officier van justitie de daarvoor vereiste inzet afweegt tegen de verwachte uitkomst.
4. Strafverzwarende omstandigheden
De officier van justitie beoordeelt bij de bepaling van de straf(eis) of sprake is van strafverzwarende omstandigheden. Zo kan het feit dat het vuurwerkdelict gepleegd is in relatie staat met een evenement in strafverzwarende zin mee worden genomen. Onder evenement vallen georganiseerde evenementen zoals sport- of muziekevenementen, de jaarwisseling en spontane evenementen. Voor strafverhoging bij het plegen van een strafbaar feit in relatie tot een evenement wordt gekozen vanwege de aanvullende veiligheidsrisico’s door dit strafbare feit, zoals gevaar voor escalatie, ontstaan van paniek en aantasting van het veiligheidsgevoel. Ook kan de officier van justitie in strafverzwarende zin meewegen dat de aangetroffen kilogram vuurwerk een hoge explosieve lading heeft. Daarmee houdt de officier van justitie rekening met het gevaarzettend karakter van het specifieke, aangetroffen vuurwerk.
5. Lijsten
De officier van justitie bepaalt de te eisen of op te leggen straf aan de hand van vier, hierna opgenomen lijsten. De indeling van het vuurwerk in deze vier lijsten is gebaseerd op de algemene gevaarzetting die van dat vuurwerk uit gaat, onafhankelijk van de omstandigheden waaronder het is aangetroffen. Indien er onderzoek naar het aangetroffen vuurwerk is uitgevoerd door het Centraal Onderzoeksteam Vuurwerk (COV), komt deze lijstindeling terug in de daarover opgestelde processen-verbaal. [2]
• Lijst I betreft vuurwerk behorend tot de categorie F2, zoals aangegeven in de Regeling aanwijzing consumentenvuurwerk (verder te noemen: RAC) (‘consumentenvuurwerk’);
• Lijst II betreft ten eerste professioneel vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F2 en niet als consumentenvuurwerk aangewezen in de RAC, ten tweede professioneel vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F3, ten derde pyrotechnische artikelen voor theatergebruik van de categorie T1/T2, en ten vierde handfakkels;
• Lijst III betreft professioneel vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F4, of vuurwerk dat volgens opschrift niet is voorzien van een F-categorie, en vuurwerk P1/P2, met uitzondering van handfakkels;
• Lijst IV betreft geïmproviseerd vuurwerk (vuurwerk dat zelf is vervaardigd of is aangepast).
6. Bijzonderheden: bevorderen of voorbereiden van handelingen als bedoeld in art. 1.2.2 lid 5 Vuurwerkbesluit[3] [4]
Het bevorderen of het voorbereiden van handelingen is ingevolge artikel 1.2.2 lid 5 Vuurwerkbesluit strafbaar:
• Art. 1.2.2 lid 5 onder a Vuurwerkbesluit: te trachten een ander te bewegen om de handelingen in art. 1.2.2 lid 1 t/m 4 Vuurwerkbesluit te plegen, te doen plegen, mede te plegen of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen
• Art. 1.2.2 lid 5 onder b Vuurwerkbesluit: te trachten zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het verrichten van de handelingen in art. 1.2.2 lid 1 t/m 4 Vuurwerkbesluit te verschaffen
• Art. 1.2.2 lid 5 onder c Vuurwerkbesluit: voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat zij bestemd zijn
• tot het verrichten van de handelingen in art. 1.2.2 lid 1 t/m 4 Vuurwerkbesluit
De officier van justitie vermindert bij deze handelingen de opgelegde straffen of strafeisen met de helft. [5] Het stafuitgangspunt is derhalve de straf uit de tabel voor de toepasselijke lijst minus 50%.
7. Lijst I Verboden handelingen met consumentenvuurwerk behorend tot categorie F2 en aangewezen in de RAC
De officier van justitie houdt bij de het vorderen of opleggen van straffen vanwege verboden handelingen met consumentenvuurwerk behorend tot categorie F2 en aangewezen in de RAC rekening met de volgende omstandigheden, en hanteert de in de tabel genoemde uitgangspunten:
• Strafbaar is het binnen het grondgebied van Nederland brengen, opslaan, vervaardigen, toepassen, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen of tot ontbranding brengen van vuurwerk behorend tot categorie F2 en aangewezen in de RAC. In de lijst hieronder worden de uitgangspunten gespecificeerd naar enkele concrete handelingen.
• Handelen in strijd met de voorwaarden waaronder door de burgemeester een ontheffing is verleend, staat gelijk aan handelen zonder ontheffing. In die gevallen wordt in de zaak tegen de ontheffingshouder teruggevallen op de hieronder genoemde uitgangspunten.
• Er zijn feitcodes voor het voorhanden hebben dat valt in de categorie tot 25 kg, 25 tot 50 kg, 50 tot 100 kg en het zonder ontheffing tot ontbranding brengen. Deze zaken worden door het Parket CVOM behandeld. Het voorhanden hebben van 100 kg of meer wordt behandeld door het arrondissementsparket.
Een opsporingsambtenaar kan er voor kiezen om de opsporing vroegtijdig te beeindigen als een verdachte afstand doet van het vuurwerk dat de verdachte voorhanden heeft. De opsporingsambtenaar maakt bij een vroegtijdige beëindiging een KVI en afstandsverklaring op. Daarnaast maakt de opsporingsambtenaar een mutatie van deze afdoening in het registratiesysteem aan. Tot deze handelwijze kan worden overgegaan bij gedragingen met betrekking tot een kleine hoeveelheid consumentenvuurwerk (tot 25 kg), en als er geen eerdere mutatie van vroegtijdige beëindiging is aangemaakt. De officier van justitie wordt niet geïnformeerd over de vroegtijdige beëindiging.
|
Voorhanden hebben |
Binnen het grondgebied brengen |
Aan een ander ter beschikking stellen | |
|
Tot 25 kg |
GB € 150 |
GB € 400 |
GB € 650 |
|
25 tot 50 kg |
GB € 375 |
GB € 650 |
GB € 1050 |
|
50 tot 100 kg |
GB € 750 |
GB € 1050 |
GB vanaf €1700 |
|
100 kg of meer |
GB vanaf € 1200 |
GB vanaf € 1700 |
GB vanaf € 2650 |
|
Zonder ontheffing tot ontbranding brengen; per stuk |
GB € 225 | ||
8. Lijst II professioneel vuurwerk, dat is ingedeeld in categorie F2 en niet als consumentenvuurwerk is aangewezen in de RAC en professioneel vuurwerk F3. Daarnaast pyrotechnische artikelen voor theatergebruik van de categorie T1/T2 en handfakkels
De officier van justitie hanteert bij de het vorderen of opleggen van straffen vanwege verboden handelingen met betrekking tot lijst II de volgende uitgangspunten. Dit vuurwerk wordt onderverdeeld in twee lijsten:
• Lijst A: vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F2 en niet is aangewezen in de RAC of rookbommen T1/T2 en handfakkels;
• Lijst B: vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F3.
|
Lijst A | |||
|
Voorhanden hebben |
Ter beschikking stellen/afleveren aan meerderjarigen |
Ter beschikking stellen/ afleveren aan minderjarigen | |
|
tot 10 kg |
GB € 400 |
TS 20 uur |
TS 40 uur |
|
10 tot 50 kg |
GB € 600 |
TS 40 uur |
TS 80 uur |
|
50 tot 100 kg |
GB € 600 tot € 1000 of TS 20 uur |
TS 80 uur |
TS 120 uur |
|
100 kg of meer |
TS 60 uur |
TS 120 uur + GS 2 weken vw |
TS 180 uur + GS 1 maand vw |
|
Tot ontbranding brengen; per stuk |
GB € 400 | ||
|
Lijst B | |||
|
Voorhanden hebben |
Ter beschikking stellen/afleveren aan meerderjarigen |
Ter beschikking stellen/ afleveren aan minderjarigen | |
|
tot 10 kg siervuurwerk/ tot 20 stuks (flash)bangers |
GB € 600 |
TS 60 uur |
TS 90 uur |
|
10 tot 50 kg siervuurwerk/ 20 tot 60 stuks (flash)bangers |
GB € 750 tot € 1000 of TS 20 uur |
TS 120 uur + GS 2 tot 4 weken vw |
TS 180 uur + GS 1 maand vw |
|
50 tot 100 kg siervuurwerk/ 60-100 stuks (flash)bangers |
TS 100 uur |
TS 180 uur + GS 1 maand vw |
TS 240 uur + GS 6 weken vw |
|
100 kg of meer siervuurwerk/ 100 of meer stuks (flash)bangers |
TS 180 uur + GS 1 maand vw |
GS vanaf 2 maanden ov |
GS vanaf 4 maanden ov |
|
Tot ontbranding brengen; per stuk |
GB € 600 | ||
9. Lijst III professioneel vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F4 of vuurwerk dat volgens opschrift niet is voorzien van een F categorie en daarnaast vuurwerk P1/P2 met uitzondering van handfakkels.
De officier van justitie hanteert bij de het vorderen of opleggen van straffen vanwege verboden handelingen met betrekking tot lijst III de volgende uitgangspunten.
|
TABEL | ||
|
Voorhanden hebben van vuurwerk, ingedeeld in categorie F4 of niet ingedeeld, niet zijnde shells (mortierbommen), vuurpijlen met hoofdzakelijk knaleffect (zoals lawinepijlen, signaalraketten etc), knalvuurwerk |
First of- fender |
1x recidive |
|
1 tot 20 stuks |
TS 90 uur |
GS 6 weken tot 3 maanden ov |
|
20 tot 40 stuks |
TS 120 uur |
GS 4 tot 6 maanden ov |
|
40 tot 60 stuks |
TS 140 uur + GS 2 weken vw |
GS 6 tot 9 maanden ov |
|
60 tot 100 stuks |
TS 180 uur + GS 6 weken vw |
GS 9 tot 12 maanden ov |
|
100 tot 200 stuks |
GS 6 maanden ov |
GS vanaf 12 maanden ov |
|
Professioneel vuurwerk lijst III |
Tot ontbranding brengen |
1x recidive |
|
Per keer |
TS 60 uren |
TS 90 uren |
Voor de strafmaat dient, bij de strafmaat voor het enkel ter beschikking stellen, ook de strafmaat voor het voorhanden hebben te worden opgeteld.
Deze tabel is niet van toepassing indien er door het ter ontbranding brengen van dit vuurwerk schade is ontstaan of als er doden of gewonden bij zijn gevallen.
|
TABEL Schenden voorschriften betreffende de pyro-pass gegeven in artikel 9.5.8 lid 6 Wet milieubeheer: als marktdeelnemer (fabrikant, importeur en distributeur) in de BENELUX pyrotechnische artikelen verstrekken zonder aan de hand van de pyropass, raadpleging van het pyro-passregister en een document als bedoeld in art. 1 lid 1 Wet op de identificatieplicht vast te stellen of de pyrotechnische artikelen worden verstrekt aan een persoon die gemachtigd is de betreffende pyrotechnische artikelen te hanteren of te gebruiken |
First offender |
1x recidive |
|
natuurlijk persoon (administratieve omissie) |
GB € 750 |
GB € 1100 + taakstraf 60 uur vw |
|
natuurlijk persoon (calculerend gedrag) |
GB € 1500 |
GB € 2200 + taakstraf 60 uur ov |
|
rechtspersoon (administratieve omissie) |
GB € 1500 |
GB € 2200 |
|
rechtspersoon (calculerend gedrag) |
GB € 3000 |
GB € 4500 en/of voorlopige maatregel art. 28 WED |
10. Lijst IV Geïmproviseerd vuurwerk (zelfgemaakt vuurwerk of vuurwerk waaraan geknutseld is)
De officier van justitie hanteert bij de het vorderen of opleggen van straffen vanwege verboden handelingen met betrekking tot lijst IV de volgende uitgangspunten.
|
Zonder erkenning vervaardigen, voorhanden hebben, aan een ander overdragen/ter beschikking stellen, tot ontbranding brengen | |
|
Geïmproviseerd vuurwerk |
GS 6 tot 9 maanden ov |
Legenda
Afkortingen
GB = geldboete
TS = taakstraf GS = gevangenisstraf vw = voorwaardelijk ov = onvoorwaardelijk Slotbepaling
Deze richtlijn treedt in werking op 3 november 2026.
[1] Zie hiervoor de Richtlijn voor strafvordering vuurwerk jeugdigen (2026R008).
[2] N.B. Deze lijstindeling correspondeert niet met de categorie-indeling F1-F4 ingevolge de Pyrorichtlijn, zoals doorgaans aangegeven op het vuurwerk zelf en vermeld in artikel 1A.1.3 lid 3 van het Vuurwerkbesluit.
[3] Bij deze handelingen worden de straffen met de helft verminderd, op basis van art. 91 jo. art.
[4] , tweede lid, Wetboek van Strafvordering.
[5] O.g.v. art. 91 jo. art. 46, tweede lid, Wetboek van Strafvordering.