13 november 2020

Uitgesproken op de zitting van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Den Haag.

Deelneming

Inleiding

We komen nu te spreken over de onderzoekswensen van Pulatov die gericht zijn op de beschuldiging dat hij betrokken is geweest bij het neerschieten van MH17. Hij vindt dat er meer onderzoek moet plaatsvinden naar het bewijs voor zijn feitelijke bijdrage, het opzet van hem zelf en andere betrokkenen, en het bestaan van een mogelijke noodweersituatie. In de motivering van die onderzoekswensen betrekt Pulatov verschillende stellingen die volgens ons niet juist zijn. Omdat die in bredere zin relevant zijn voor de vraag wat onderzocht en bewezen moet worden, bespreken wij die eerst. Daarna zullen we de verschillende onderzoekswensen afzonderlijk bespreken.

Vergissingsscenario

Pulatov lijkt te denken dat er daadwerkelijk een militair vliegtuig geweest moet zijn om te kunnen constateren dat het de bedoeling was om een militair vliegtuig neer te schieten (deel 5, randnummer 54). Dat is natuurlijk onjuist. We hebben eerder een parallel getrokken met vergismoorden: die vinden meestal plaats juist omdat de dader iemand op een bepaalde plaats verwacht maar die persoon heel ergens anders blijkt te zijn. Hetzelfde geldt hier: het vergissingsscenario is goed mogelijk als een militair vliegtuig wel verwacht werd maar niet kwam.

Ook de gedachte dat een militair vliegtuig hetzelfde is als een gevechtsvliegtuig (randnummer 54), is onjuist. Die misvatting leidt Pulatov tot de conclusie dat het OM niet enerzijds kan constateren dat het bewijs in het dossier de aanwezigheid van een gevechtsvliegtuig uitsluit maar anderzijds kan vaststellen dat het dossier verschillende aanknopingspunten biedt om te denken dat het op 17 juli 2014 de bedoeling was om een militair vliegtuig neer te schieten (randnummers 51-55). Deze denkfout is er een uit het rijtje: een hond is een huisdier, dus een huisdier moet een hond zijn. Zij miskent dat niet ieder militair vliegtuig een gevechtsvliegtuig is. Er zijn ook militaire transportvliegtuigen zoals bijvoorbeeld de Antonov-26 en de Ilyushin-76. Over een Antonov wordt in de eerste berichten na het neerschieten nu juist gesproken, zoals wij in juni al op zitting hebben toegelicht.1 Enkele dagen voor MH17, op 14 juli 2014, is in Oost-Oekraïne al een Antonov-26 neergeschoten. En een maand eerder, in juni, werd in Oost-Oekraïne een militair transportvliegtuig Ilyushin IL-76 neergeschoten. Daarbij werden 49 militaire inzittenden gedood.

Opzet

Vervolgens verwart Pulatov in zijn samenvatting van hetgeen onderzocht en bewezen moet worden opzet en motief (zie bijvoorbeeld randnummers 56 en 60). Simpel gezegd: opzet betreft de vraag wat iemand wilde doen; motief betreft de vraag waarom hij dat wilde. Opzet moet bewezen worden, motief niet. Natuurlijk moet bewezen worden dat het de bedoeling was met de Buk-raket een vliegtuig neer te schieten. Maar aan die bedoeling kan redelijkerwijs niet getwijfeld worden. Als een Buk-installatie een vliegtuig neerschiet, doet zij waarvoor zij gebouwd is. Zij is niet bedoeld om een komkommer mee snijden of een band mee te plakken.

Zoals we al hebben toegelicht is de opzeteis niet specifieker dan het neerschieten van een vliegtuig.2 Welk vliegtuig bedoeld werd neer te schieten, waarom dat de bedoeling was, of wat de concrete aanleiding was om op de lanceerknop te drukken zijn allemaal vragen die in dit strafproces niet per se beantwoord hoeven te worden. Daarom heeft uw rechtbank ze – terecht – niet opgenomen in het rijtje vragen dat uit de tenlastelegging voortvloeit. Het antwoord op deze vragen is voor veel nabestaanden belangrijk en kan mogelijk ook van belang kunnen zijn in een eventuele strafzaak tegen andere betrokkenen. Daarom zou het OM deze vragen op zich graag beantwoord krijgen. Maar het gelasten van nader onderzoek naar deze vragen kan in dit proces niet noodzakelijk worden bevonden.

Ook voor de vraag of sprake was van voorbedachte raad is niet relevant welk vliegtuig men wilde neerschieten. Zoals we al eerder hebben toegelicht: opzet en voorbedachte raad zijn bij moord gericht op het doden van een ander, niet op de identiteit van de slachtoffers.3

Op dit moment ligt de bewijsvraag nog niet voor, en spreken we alleen over de vraag of nader onderzoek verricht moet worden. Daarbij kunt u constateren dat we inmiddels twee concrete standpunten hebben die tegenover elkaar staan. Pulatov en zijn mededaders hebben gedurende meerdere dagen in verschillende tapgesprekken hebben gesproken over de door hen gewenste Buk-TELAR als oplossing voor de problemen die zij ondervonden van vijandelijke luchtaanvallen. Als deze gesprekken betrekking hadden op de Buk-TELAR die MH17 heeft neergeschoten, is duidelijk dat er sprake was van voorbedachte raad. Pulatov stelt dat hij wel op 16 en 17 juli 2014 met anderen over een Buk heeft gesproken, maar dat deze gesprekken bedoeld waren ter misleiding van de vijand en niet daadwerkelijk betrekking hadden op een Buk-TELAR. Als het waar is dat Pulatov alleen telefonisch heeft gesproken over een verzonnen Buk en niets te maken heeft gehad met het neerschieten van MH17 zal uw rechtbank hem vrijspreken en niet meer toekomen aan een bespreking van voorbedachte raad. Dus wie ook gelijk heeft: onderzoek naar de vraag welk vliegtuig men wilde neerschieten kan niet bijdragen aan een door uw rechtbank te nemen beslissing over voorbedachte raad.

Noodweer

Voor nader onderzoek naar noodweer, putatief noodweer en noodweerexces is ook geen aanleiding. Noodweer is gerechtvaardigde verdediging van zichzelf of een ander. Putatief noodweer betekent dat iemand oprecht denkt tot verdediging over te moeten gaan, maar zich vergist. Noodweerexces betekent dat iemand in de verdediging verder gaat dan noodzakelijk, maar dit door de omstandigheden van de situatie te begrijpen is.  

Uit de toelichting van de verdediging blijkt dat hierover alleen een hypothetisch balletje wordt opgegooid: er is geen feit of omstandigheid aan te wijzen waarom we aan noodweer zouden moeten denken. De enkele wens van een verdachte om een strafuitsluitingsgrond te vinden is echter niet voldoende voor nader onderzoek. Uw rechtbank zal ook geen nader onderzoek gelasten naar de vraag of de bemanning van de Buk-TELAR jonger was dan twaalf jaar, of ontoerekeningsvatbaar. Er is simpelweg geen aanleiding voor in het dossier.

Daarbij miskent Pulatov dat noodweer op dit moment wel degelijk al valt uit te sluiten (zie randnummer 57). Noodweer is een rechtvaardigingsgrond. Een handelen dat onder een rechtvaardigingsgrond valt te brengen, wordt op zijn minst als maatschappelijk geaccepteerd en dus als toegestaan gezien.4 Omdat van noodweer alleen sprake is bij noodzakelijke verdediging, kun je zelfs zeggen dat de toepasselijkheid van noodweer betekent dat een verdachte het juiste heeft gedaan: datgene wat iedereen in zijn situatie moreel gezien had moeten doen. Dat etiket valt op het neerschieten van MH17 niet te plakken, welk doel met de Buk-TELAR ook werd beoogd. Dat valt alleen al te constateren door te bekijken hoe de internationale gemeenschap heeft gereageerd op het geweld in Oost-Oekraïne vanaf 2014.5

Als uw rechtbank inderdaad vaststelt dat een Buk-TELAR van het Russische leger betrokken was bij het neerschieten van MH17, betekent dit een schending van de Oekraïense soevereiniteit en territoriale integriteit. Het zonder toestemming militair binnentrekken van een ander land is in strijd met het internationaal recht, of men nu binnentrekt om alleen te dreigen of om (op welk doel dan ook) te schieten.6 De enige kant die dan een beroep kan doen op zelfverdediging is de Oekraïense overheid. En noodweer tegen noodweer bestaat niet.7 Dat de inzet van de Buk-TELAR niet gerechtvaardigd was, blijkt ook wel uit het feit dat alle daarbij betrokken personen hun verantwoordelijkheid proberen te ontlopen als dieven in de nacht.

Voor nader onderzoek naar noodweer ontbreekt dus niet alleen een aanknopingspunt in het dossier: ook is nu al duidelijk dat een beroep op noodweer nooit zal kunnen slagen.8 Datzelfde geldt voor noodweerexces en (op soortgelijke gronden) ook voor putatief noodweer. Daar komt nog bij dat putatief noodweer, als vorm van afwezigheid van alle schuld, een persoonlijke schulduitsluitingsgrond is. Die geldt dus alleen voor de persoon die zich daar succesvol op beroept, niet voor andere betrokkenen.9 Een onderzoek naar putatief noodweer van de bemanning van de Buk-TELAR kan daarom geen gevolgen hebben voor Pulatov.

Onderzoekswensen

Na deze inleiding over de reikwijdte van het onderzoek in dit proces zullen we nu de verschillende onderzoekswensen bespreken.

Linguïstisch expert en Koreets (randnummers 6-13)

Pulatov vraagt om nader onderzoek naar een gesprek van 17 juli 2014 dat in het dossier aan hem wordt toegeschreven. De andere deelnemer is Koreets (Tskhe).10 Dat is een relevant gesprek, want er wordt in gesproken over het neerschieten van een ‘Sushka’ die vlak daarvoor een civiel vliegtuig neergehaald heeft. Het gesprek is gevoerd met het nummer dat eindigt op -511. Over dat nummer heeft Pulatov op video zelf verklaard dat het in 2014 zijn telefoonnummer was en men hem op dat nummer altijd kon bereiken.

Pulatov vraagt in zijn videoverklaring na het beluisteren van het gesprek: “Ja, maar wie zijn dat? […] Ik kan ze ook niet herkennen."11 Vervolgens zegt hij: “De Koreyets, die is duidelijk."12

Hieruit valt op te maken dat Pulatov in ieder geval aangeeft niet de stem te herkennen die gebruik maakt van zijn telefoonnummer. Mogelijk heeft dat er mee te maken dat het een gesprek is dat op een meer opgewonden toon wordt gevoerd dan de meeste andere gesprekken in het dossier, zo begrijpen wij van verbalisanten die Russisch spreken.

Onduidelijk blijft of Pulatov stelt Koreets wel of niet te kennen. Zijn uitlatingen zijn op dat punt innerlijk tegenstrijdig, en er is niet op doorgevraagd. In het dossier zitten meerdere andere gesprekken uit dezelfde periode tussen dat nummer van Pulatov en Koreets, die ook wel Tskhe wordt genoemd. In een gesprek op 16 juli 2016 om 13:22:24 uur vertelt Koreets tegen Pulatov dat op dat moment een ‘Zushka’ en een crew bij hem zijn. Pulatov beveelt hem dan op te trekken naar Stepanovka. ‘Zushka’ is de bijnaam voor ZU-23 luchtafweergeschut, zo valt af te leiden uit verschillende tapgesprekken in het dossier. In een gesprek van 16 juli 2014 om 15:28:24 uur geeft Pulatov aanwijzingen aan Koreets dat deze de lucht in de gaten moet houden omdat daar een ‘mother fucker’ vliegt. Pulatov heeft deze en andere gesprekken tussen zijn telefoonnummer en Koreets als audiobestanden verstrekt gekregen.13 Als we een ruimere periode bekijken zijn er nog aanvullende gesprekken tussen deze twee beschikbaar, maar die zijn niet in het procesdossier gevoegd bij gebrek aan relevantie. Gesprekken in juni en juli 2014 zijn al wel ter inzage aan de verdediging verstrekt.

Als we op basis van al deze informatie de balans opmaken, constateren wij dat we op dit moment de noodzaak van nader onderzoek naar dit tapgesprek niet zien. Onderzoek naar manipulatie komt sowieso niet in beeld, want het enige dat Pulatov duidelijk naar voren brengt is dat hij in dit gesprek zijn stem niet herkent. Dat levert geen aanwijzing op voor manipulatie. Pulatov heeft inmiddels honderden audiobestanden van gesprekken van dit telefoonnummer kunnen naluisteren en ook kunnen controleren aan de hand van metadata en historische verkeersgegevens.14 Dat hij van een aantal gesprekken bevestigt dat hij ze gevoerd heeft en geen enkel ander gesprek dan dit betwist, bevestigt de conclusie die wij eerder hebben getrokken op basis van het uitgebreide validatie-onderzoek naar de telecomgegevens: er is geen reden om manipulatie van gesprekken te veronderstellen. Dat Pulatov in één gesprek zijn stem niet herkent, levert ook geen manipulatiehypothese op die zinvol onderzocht kan worden.

Het laat wel de mogelijkheid open dat iemand anders dan Pulatov dit gesprek met Koreets heeft gevoerd. De videoverklaring van Pulatov hierover levert echter veel vragen op. Kent Pulatov Koreets nu wel of niet? Heeft Pulatov ook de andere gesprekken met Koreets in zijn bezit afgeluisterd? Die gaan ook over luchtafweer, dus kunnen zijn geheugen wellicht opfrissen.

En heeft Pulatov het gesprek waarin hij zijn stem niet herkent ook beluisterd in samenhang met de gesprekken die hij voert over hetzelfde onderwerp er voor en er na? Het gesprek met Koreets staat immers niet op zichzelf. Kort er voor belt Pulatov met Kharchenko. In dat gesprek vertelt Kharchenko aan Pulatov dat zij een Sushka hebben neergeschoten die kort daarvoor een Chinese passenger vehicle had neergeschoten. Minder dan een uur na het gesprek met Koreets belt Pulatov met Dubinskiy en vertelt Pulatov dat de Buk een Sushka heeft neergehaald nadat die Sushka de Boeing had neergeschoten. Het zou heel goed kunnen dat Pulatov zelf zijn relatie met Koreets en ook dit specifieke gesprek wel weer kan plaatsen als hij het beluistert in samenhang met die andere gesprekken.

Maar ook als dat niet zo is, kan onderzoek er naar niet noodzakelijk worden geacht. Dit gesprek is onderdeel van een serie van meerdere samenhangende gesprekken over hetzelfde onderwerp. Kharchenko vertelt aan Pulatov over het neerschieten van een vliegtuig. Pulatov vertelt dat vervolgens verder, eerst aan Koreets en dan aan Dubinskiy. Pulatov betwist de gesprekken met Kharchenko en Dubinskiy niet. Of hij tussen die twee gesprekken wel of niet een gesprek van dezelfde strekking met Koreets heeft gevoerd, maakt voor de beslissingen van uw rechtbank niet uit.

Er is ook geen reden te denken dat onderzoek naar dit ene gesprek meer informatie kan opleveren over andere afgeluisterde gesprekken dan Pulatov zelf naar voren kan brengen. Hij beschikt inmiddels al meer dan acht maanden over de audiobestanden van zijn eigen gesprekken die het belangrijkst zijn voor het bewijs.15 En hij beschikt ook al maanden over alle gegevens en audiobestanden van honderden andere eigen gesprekken. Als daar iets mis mee was, dan hadden we dat nu echt wel gehoord. Pulatov erkent bovendien dat het -511 nummer bij hem in gebruik was en zegt dat men wist dat hij op dat nummer altijd te bereiken was. Bij deze stand van zaken is het door Pulatov niet herkennen van de eigen stem in één enkel gesprek dat niet doorslaggevend is voor het bewijs geen reden voor nader onderzoek. Pulatov heeft al alle middelen in handen om zelf grondiger te kijken naar samenhangende gesprekken en op die manier zijn geheugen op te frissen.16

Kharchenko (randnummers 14-17 en 39-45) en Girkin (randnummers 31-34)

Pulatov wil zijn medeverdachten Kharchenko (deel 4, randnummers 52-58 en deel 5, randnummers 14-17 en 39-45) en Girkin (deel 5, randnummers 31-34) over meerdere onderwerpen als getuigen doen horen. Dat hij daar belang bij heeft, behoeft geen uitgebreide motivering. Zij hebben nauw met hem samengewerkt op en rond 17 juli 2014, en onze beschuldiging is dat zij met elkaar het misdrijf hebben gepleegd.

Van medeverdachte Kharchenko is bekend dat wij verschillende pogingen hebben gedaan om hem te horen. Wij hebben ook veel moeite gedaan om Kharchenko op de hoogte te stellen van zijn strafproces. Geen van die pogingen heeft geleid tot een reactie. Er is geen woon- of verblijfplaats van hem bekend en geen manier waarop met hem contact kan worden opgenomen.

Van Girkin is wel een woonplaats bekend, maar hij heeft al vele malen duidelijk aangegeven niets met dit proces te maken te willen hebben. De oproep om vragen van het Openbaar Ministerie te beantwoorden zijn naar zijn bij de Russische autoriteiten bekende adres gestuurd. Daarop heeft hij niet gereageerd. In april en mei van dit jaar heeft Girkin nog in interviews herhaald geen medewerking te verlenen aan dit strafproces.17 Hij heeft als verdachte ook het recht om geen vragen te beantwoorden als getuige.

Het is redelijkerwijs uit te sluiten dat Kharchenko en Girkin binnen aanvaardbare termijn als getuige kunnen worden gehoord. Daarom moet dit verzoek worden afgewezen, hoe graag wij ook – net als Pulatov - vragen zouden willen stellen aan hen.

Dubinsky (deel 4, randnummers 182-183 en deel 5, randnummers 18-23) 

Voor medeverdachte Dubinskiy ligt dit anders. Ook hij heeft lang medewerking aan dit proces geweigerd. Recent heeft Dubinskiy echter een interview gegeven waarin hij zich tot het Openbaar Ministerie en de rechtbank richt en commentaar geeft op de beschuldigingen tegen hem.18 Wij hebben vanaf maart steeds gezegd dat wij graag het standpunt van de verdachten horen in dit proces, en dat wij als Openbaar Ministerie ook de taak hebben om de gerechtvaardigde belangen van de verdachten te bewaken. Daarom spelen wij nu het video-interview met Dubinskiy af, zodat zijn standpunt in dit proces gehoord wordt. Wij zullen later vandaag nog verzoeken deze beelden toe te voegen aan het procesdossier in alle vier de zaken. De video begint bij de eerste passage waarin Dubinskiy over dit proces spreekt.

Wij hebben goed geluisterd naar de uitlatingen van Dubinskiy, zoals wij vorige week goed hebben geluisterd naar Pulatov. Het is belangrijk dat zij zich nu hebben uitgelaten over dit strafproces en de beschuldigingen tegen hen. Het is ook goed te horen dat de verdachten die hier niet vertegenwoordigd zijn, zoals Dubinskiy, in staat zijn hun proces adequaat te volgen. De uitlatingen van beide verdachten zijn nu afgespeeld hier op de zitting, zodat uw rechtbank ze kan meewegen bij de beoordeling van de onderzoekswensen en het bewijs.

De verklaring van Dubinskiy

Dubinskiy geeft aan dat tapgesprekken volgens hem gemanipuleerd zijn en dat hij informatie kreeg over een Oekraïense Buk die op 17 juli 2014 bij Zaroshchenske was. Van wie hij die informatie kreeg wil hij niet vertellen. Verder zegt hij dat hij geen contact heeft gehad over een Buk-TELAR met het Russische Ministerie van Defensie en ook niet met militairen van de 53e brigade. Dat is een opmerkelijk nauwe ontkenning van de beschuldigingen tegen hem. We horen Dubinskiy nadrukkelijk niet ontkennen dat hij betrokken is geweest bij het aansturen van het transport en de bewaking van de Buk-TELAR. Dat hij in ieder geval bij het transport betrokken was, heeft Dubinskiy inmiddels ook al meermalen bevestigd: zowel in een afgeluisterd telefoongesprek als tegen een getuigeals op het internetforum Glav.ru. Op 24 juli 2015 stuurde Glav gebruiker ‘Karahan’, geïdentificeerd als Dubinskiy, namelijk het volgende bericht:

“Sorry, ik herhaal, wat betreft de Boeing geen enkel commentaar. Vooral omdat ik niets te maken heb met de BUK, behalve het transport”.

De manier waarop Dubinskiy zich uitlaat over van hem afgeluisterde gesprekken is in opvallend algemene zin. Wij hebben in maart op zitting al uitgebreid uitgelegd dat we navraag hebben gedaan bij deskundigen hoe onderzocht kan worden of tapgesprekken gemanipuleerd zijn. De uitkomst daarvan is dat onderzoek naar algemene stellingen over manipulatie niet zinvol onderzocht kunnen worden, maar specifieke stellingen wel.19 Nodig is een concrete manipulatiehypothese die onderzocht kan worden.20 Dubinskiy geeft in zijn interview aan het strafproces te volgen,21 maar zegt vervolgens toch alleen in algemene zin dat tapgesprekken volgens hem bewerkt zijn.22 Terwijl ook voor Dubinskiy tenminste sinds maart duidelijk moet zijn dat zulke algemene stellingen niet nader onderzocht kunnen worden door deskundigen.

Wat Dubinskiy in het interview niet betwist, is dat hij de verschillende tapgesprekken heeft gevoerd die wij van hem eerder in getuigenoproepen en ter zitting hebben laten horen en die op internet terug te vinden zijn.

Zie:

  1. Het JIT heeft in september 2016 een tapgesprek naar buiten gebracht23 van 16 juli 2014 om 19:09:20 uur waarin te horen is dat Dubinskiy tegen Semenov zegt dat ze niks kunnen beginnen tegen de ‘Sushka’s’ (bijnaam van een Sukhoi gevechtsvliegtuig) en dat het goed zou zijn als hij een BUK daarheen kon sturen in de ochtend;
  2. Het JIT heeft zowel in 201524 als in 201625 een tapgesprek naar buiten gebracht van 17 juli 2014 te 09:08:26 uur waarin Dubinskiy door Chernykh op de hoogte wordt gebracht van de aankomst van een Buk in Donetsk en waarin Chernykh aan Dubinskiy vraagt of de Buk met een bemanning is gekomen;
  3. In september 2016 is een tapgesprek van 17 juli 2014 om 09:22:19 uur getoond26 waarin te horen is dat Dubinskiy aan Chernykh vraagt of hij één of twee heeft meegenomen. Chernykh vertelt dat hij er één heeft die op een dieplader staat. Dubinskiy vertelt hem vervolgens dat de Buk samen met de Vostok tanks zal gaan.
  4. Op de zitting van 26 juni jl.27 hebben wij een tapgesprek afgespeeld van 17 juli 2014 om 16:48:44 uur, dus kort nadat vlucht MH17 is neergeschoten. Te horen is dat Kharchenko tegen Dubinskiy zegt dat ze op de plek zijn en net een ‘Sushka’ hebben neergehaald. Dubinskiy geeft Kharchenko vervolgens de opdracht geeft om naar ‘hier’ (vermoedelijk Donetsk) te komen en dat hij een compagnie achter moet laten om de BUK te bewaken;
  5. Op diezelfde zitting is een tapgesprek afgespeeld28 van 17 juli 2014 om 19:54:17 uur waarin Dubinskiy aan Girkin doorgeeft wat hij kort daarvoor van Pulatov heeft gehoord, namelijk dat de ‘Sushka’ eerst de Boeing neerschoot en dat die ‘Suskha’ vervolgens door de Buk werd neergeschoten;
  6. Het JIT heeft in 2015 een gesprek naar buiten gebracht29 van 18 juli 2014 om 07:41:06 uur waarin Dubinskiy door Kharchenko wordt geïnformeerd dat het ‘het voertuig’ inmiddels in Rusland is;
  7. In de getuigenoproep van maart 2015 is ook een tapgesprek getoond30 van 18 juli 2014 om 08:01:35 waarin door Kharchenko tegen Dubinskiy wordt verteld dat ‘Bibliothekar’ (Chernykh) ‘het voertuig’ naar Rusland heeft begeleid.31

Al die gesprekken, die ook voor Dubinskiy te beluisteren zijn, betwist hij niet. Het enige gesprek dat Dubinskiy wel specifiek betwist is een gesprek van 17 juli om 17:42:43 uur.32 De SBU heeft eerder fragmenten van dat gesprek gepubliceerd. Wij zullen nu het volledige gesprek laten horen.

Dubinskiy: Hallo, ja Botsman, ik luister.

NN: Dag grote broer, hoe gaat het?

Dubinskiy: Dag. Het gaat niet zo geweldig. Wij zijn nu in Marinovka (fon.). Daarom gaat het niet zo goed moet ik zeggen. Maar wij houden stand.

NN: Wat is er dan?

Dubinskiy: Wat denk je? Wij worden non-stop door GRADs bestoken.... nu pas een korte onderbreking tering!

NN: Duidelijk. Er werd een vliegtuig neergeschoten hier bij ons, ik moet nu daarheen om de dozen op te halen. Ik zal deze aan jou overdragen voormhet geval dat...en je draagt die daarna over, hé?

Dubinskiy: Wie is neergeschoten?

NN: Wat zeg jij?

Dubinskiy: Ik zal over een uur of 2 pas in de stad zijn, ik ben nu in Marinovka, zoals ik zei. Wij hebben ook nu net een Sushka neergehaald, boven Saur-Mogila. Wij hebben toch een BUK-M gekregen dus... Ik zal over een uur of 2... En wanneer je? Zeg, blijf je lang in de stad?

NN: In Gorlovka zal ik zijn... dat weet ik niet, ik zal 'hem' nu gaan zoeken, de dozen zal ik gaan zoeken. En zodra ik die vind, dan ga ik denk ik meteen naar huis.

Dubinskiy: Waarvoor zijn de dozen? Aaaaaa... die dozen. De dozen...

NN: De zwarte dozen, ja.

Dubinskiy: Duidelijk, duidelijk. Mijn jongens zoeken nu ook. Wij zijn zwaar onder vuur genomen door GRADs, het is nu pas opgehouden met knallen. Maar wij  houden stand.

NN: [onduidelijk]

Dubinskiy: Ja natuurlijk, wij houden Marinovka in handen, en dat is voor hen de enige    vluchtroute uit de Lugansk provincie, tering. Dus kan je voorstellen...[onderbroken door B]

NN: Hebben jullie grote verliezen geleden?

Dubinskiy: Hele grote verliezen. Dus.

NN: Jeminee.

Dubinskiy: Wij hebben ingenomen... gisteren heeft de verkenningsbataljon Marinovka ingenomen, en de spetsnaz-groep heeft drie heuvels ingenomen. De infanterie werd ingezet, en wij hielden samen stand, en daarna kwam nog  een infanteriegroep, en wij zijn pas vanmorgen weggegaan en de infanterie is volledig verpletterd door de GRADs, en wij moesten verdomme weer een verkenningsbataljon in Marinovka plaatsen. En nu weer...[onderbroken door В].

NN: Ik was vannacht in Lugansk. Ik was in Lugansk vannacht.

Dubinskiy: Zij proberen uit Zelenopillya [fon.] te vluchten, maar hun enige vluchtroute loopt via mij [mijn positie], snap je? Dus klote. Gisteren werden twee Sushka's neergeschoten, vandaag nog een. Godzijdank is vanmorgen de BUK-M aangekomen, dat scheelt heel wat. Maar het blijft natuurlijk vrij zwaar. Zij laten godsamme geen tanks door, geen niets, vijf batterijen GRADs zijn maf aan het knallen en drie [onduidelijk] batterijen SAU3. Kortom, lol en pret!

NN: Hou vol, wat kan ik zeggen. Bel mij als je iets nodig hebt, dan kom ik meteen.

Dubinskiy: Hoeft niet. Bedank, bedank broer. Over een uurtje of twee ben ik van plan om daar naartoe te gaan. Het lijkt wat rustiger nu. Over een uurtje of 2 moet ik in Donetsk zijn, want drie 'Gvozdika's’ zijn daar aangekomen en die moet ik ophalen en hier naartoe slepen want wij hebben het hier behoorlijk zwaar [...onduidelijk]

NN: Misschien moeten zij door een GRAD onder vuur worden genomen?

Dubisnkiy: Aaaah, het feit is dat wij wel over een GRAD beschikken, maar wij hebben geen KAO, dat is klote. Dat is dus [punt] één. En ten tweede... [onderbroken door B] .

NN: Gebrek aan KAO is inderdaad pijnlijk.

Dubinskiy: Nu zijn wij aan het wachten, want Rusland zou vanaf haar kant op hun posities knallen. Zij [vermoedelijk, tegenstander] hebben zich bij de grens opgesteld, bij Grigorovka, en zij hebben ons onder vuur genomen, tering! Dat is dus de stand van zaken. Maar goed, als ik in de stad ben, bel ik jou, oké?

NN: Goed, goed., [onduidelijk]

Dubinskiy: En luister, ik heb gisteren met Pervy gesproken, zij hebben niets met betrekking tot Palestinets. Ik vermoed dat hij over één-twee dagen wordt vrijgelaten. Aha.

NN: En op de docks? Kijk, is Mongol één van je mannen?

Dubinskiy: Nee. Mongol is een klootzaak van Boroday, tering! Mongol en Baranov, je kent toch Baranov?

NN: Hun gesprek is onderschept, dat zij van plan zijn Bez... dat zij van plan zijn Bez een kopje kleiner te maken.

[mannenstem ( hierna: C) hoorbaar op de achtergrond. C:... 'in contact... spreek....' [rest onhoorbaar]]

Dubinskiy: [onduidelijk] ...willen, klote. Ik heb hem nog gisteren gezegd, ik heb hem nog gisteren gezegd waar de basis is van deze klote 'Baran'

NN: [mannenstem( C) hoorbaar op de achtergrond. C: 'ontvangen'] Khmury, ik bel je later.

Dubinskiy: Is goed.

Dubinskiy suggereert dat dit gesprek op de 16e juli zou zijn gevoerd, in plaats van op 17 juli 2014. Het onderzoeksteam heeft naar aanleiding van de recente stellingname van Dubinskiy de beschikbare historische telefoongegevens van beide gespreksdeelnemers en de metadata van het afgeluisterde gesprek nogmaals bekeken. Die wijzen uit dat dit gesprek op 17 juli is gevoerd, en niet op 16 juli 2014. Als er gemanipuleerd zou zijn, zou dat dus een complexe manipulatie zijn van niet alleen enkele stukjes van één tapgesprek, maar van ook van metadata en historische gegevens van verschillende telefoonnummers.33

Als we naar de inhoud van dit gesprek kijken, constateren we aan de hand van de gespreksinhoud dat het gesprek op 17 juli 2014 moet zijn gevoerd, en niet op 16 juli 2014:

  • in het gesprek is door Dubinskiy gezegd dat het verkenningsbataljon Marinovka gisteren heeft ingenomen. Uit het dossier blijkt dat die inname op 16 juli heeft plaatsgevonden en niet op 15 juli 2014;
  • in het gesprek is te horen dat Dubinskiy zegt: “Gisteren werden twee Sushka’s neergeschoten”. Uit meerdere bronnen blijkt dat op 16 juli 2014 twee Oekraïense SU-25 gevechtsvliegtuigen werden neergeschoten in Oost-Oekraïne.Op 15 juli 2014 was dat niet het geval.

Wat opvalt in dit gesprek, is de mededeling van Dubinskiy dat hij in Marinovka is. Onderzoek naar verschillende tapgesprekken in combinatie met de historische verkeersgegevens wijst namelijk uit dat Dubinskiy zowel op 16 juli als op 17 juli 2014 niet in Marinovka was, maar steeds in Donetsk. Mogelijk is hier dan sprake van de misleiding over de telefoon waar Pulatov over spreekt. Of dat dan misleiding van de vijand is of alleen misleiding van Dubinskiy’s eigen collega’s is de vraag. In meerdere berichten op internet zegt Pulatov dat Dubinskiy iemand is die dingen uit zijn duim zuigt, er van houdt belangrijk te doen en tijdens het conflict vooral bezig was met zijn eigen winstbejag. Het zou dus kunnen dat Dubinskiy vanuit zijn hoofdkwartier een telefoongesprek voerde waarin hij pretendeert bij zijn mannen aan het front te zijn.

Wat daar ook van zij: de enkele niet-onderbouwde stelling van Dubinskiy dat dit gesprek verkeerd zou zijn gedateerd, hoeft wat het Openbaar Ministerie betreft niet nader onderzocht te worden. Het dossier biedt al zoveel bewijs voor het tegendeel dat dat niet nodig is. Daar komt bij dat Pulatov inmiddels heeft erkend dat er op en rond 17 juli 2014 door hem en de mensen om hem heen telefonisch over een Buk werd gesproken. Ook dat staat haaks op de niet-onderbouwde stelling van Dubinskiy dat belastende tapgesprekken zouden zijn bewerkt.

Dubinskiy stelt aan het einde van het interview bereid te zijn nadere vragen te beantwoorden in de Russische Federatie met gebruik van een leugendetectortest. Hij stelt daar een aantal voorwaarden aan: hij wil de vragen van tevoren krijgen, zelf bepalen wat hij wel en niet beantwoordt, en uitsluitend vragen krijgen over ‘de Boeing’. Dat maakt de afweging op het verzoek van Pulatov om Dubinskiy te horen anders dan bij de andere twee verdachten. Als er aanwijzingen zijn dat de bereidheid om mee te werken van een belangrijke potentiele getuige positief is veranderd, kan het ook later in het strafproces noodzakelijk zijn die getuige te horen.

Vragen aan Dubinskiy zijn er genoeg. Wij hebben zojuist het volledige gesprek laten horen waarin Dubinskiy op 17 juli 2014 vertelt dat “vanmorgen de Buk-M is aangekomen”. We hebben ook uitgelegd dat Dubinskiy wel de datum van dat gesprek betwist, maar blijkbaar niet de inhoud. Dat laat veel vragen open over de besproken Buk, zeker gezien de door Pulatov afgelegde verklaring over dat soort gesprekken.

Zoals al ter zitting is besproken, heeft Girkin op 6 februari 2015 tegen de Russische autoriteiten verklaard dat hij op de middag van 17 juli 2014 op de hoogte werd gesteld dat zijn troepen een vliegtuig hadden neergeschoten. Het is ook relevant te vernemen wat Dubinskiy daarvan weet, en in het bijzonder of hij kan vertellen waar dat neergeschoten vliegtuig is gebleven als het niet MH17 was.

Dat Pulatov niet eerder dit getuigenverzoek heeft gedaan, het late tijdstip van zijn verzoek niet heeft toegelicht en bij zijn verzoek vorige week de blijkbaar veranderde houding van Dubinskiy niet heeft gemeld, weegt voor het Openbaar Ministerie minder zwaar dan zijn duidelijk grote belang bij een verhoor van Dubinskiy. Naar ons oordeel moet worden meegewogen dat er pas sinds kort aanwijzingen zijn dat Dubinskiy mogelijk wel vragen wil beantwoorden, weegt dat mee bij de invulling van het noodzakelijkheidscriterium en moet dit verzoek worden toegewezen.

Wat ons betreft aanvaardt uw rechtbank dus het aanbod van Dubinskiy om nadere vragen te beantwoorden, en wel als getuige in de zaak van Pulatov. Dat hoeft niet met een leugendetectortest, want dat heeft geen toegevoegde waarde. Net als in de meeste andere landen34 en internationale tribunalen35 worden in Nederland de resultaten van een leugendetectortest onvoldoende betrouwbaar gevonden om in een strafzaak als bewijs te gebruiken.36 Gelet op de late fase van dit proces en alle voorbehouden en voorwaarden die Dubinskiy heeft geformuleerd, verzoeken wij u wel in uw beslissing tot uitdrukking te brengen dat het verhoor zal geschieden op de naar het oordeel van de rechter-commissaris meest efficiënte wijze. Daarbij zou de rechter-commissaris in ieder geval de ruimte moeten krijgen om het plaatsvinden van het verhoor afhankelijk te maken van voorafgaande instemming van Dubinskiy om als getuige in de zaak van Pulatov te verklaren. Dat kan immers alleen op vrijwillige basis, omdat hij als verdachte het recht heeft te zwijgen.37

Indien u dit verzoek inderdaad toewijst, valt niet te verwachten dat er een verklaring van Dubinskiy zal liggen voor februari of maart. Het is ook maar de vraag of er überhaupt een getuigenverklaring zal komen. De planning van de inhoudelijke behandeling hoeft daar niet onder te lijden. Dubinskiy heeft in de afgelopen twee jaren al meerdere kansen gekregen om een verklaring af te leggen. Dat heeft hij steeds geweigerd. Het is onzeker of dat nu werkelijk anders wordt. Als er een verklaring van Dubinskiy binnenkomt, kan die ook na het voorhouden van de stukken in het dossier nog besproken worden. De planning van dit strafproces kan daarvan niet afhankelijk worden gemaakt. 

Zekerheidshalve herhalen we overigens dat we ook nog steeds openstaan voor de standpunten van verdachten Girkin en Kharchenko. Als die net als Pulatov en Dubinsky op een praktische wijze bekend willen maken wat zij van de beschuldigingen vinden, zullen wij ook naar hen luisteren. Zo zijn we benieuwd wat Girkin vindt van de stelling van Pulatov dat alle gesprekken over een kapotte Strela op en rond 17 juli bedoeld waren om de vijand te misleiden en niet echt over een kapotte Strela-10 gingen. Girkin heeft namelijk in 2018 op internet verteld dat de DPR militie waarover hij het bevel voerde onder meer beschikte over één Strela-10 die bijna altijd buiten gebruik was, een slecht getrainde crew had en volgens zijn herinnering nooit een raket heeft afgeschoten, zelfs niet gedurende de gevechten rond Marinovka. Was Girkin in 2018 nog steeds bezig de vijand te misleiden over gebeurtenissen in 2014? Of sprak Girkin de waarheid en was die ene Strela wel degelijk kapot? Natuurlijk heeft Girkin het recht om achter de ruggen van Dubinskiy en Pulatov te blijven schuilen. Maar als ook hij de verantwoordelijkheid wil nemen om te reageren, zullen wij luisteren.

Khodakovsky (randnummers 24-25)

Het volgende verzoek is om Khodakovsky te laten horen over een gesprek dat hij voerde met Dubinskiy. De verdediging wenst Khodakovsky te vragen “wat hij bedoelde in dit en evt. andere gesprekken met 'buk' en om dat uit te leggen” (randnummer 25). Probleem daarbij is dat Khodakovsky het woord Buk in dat gesprek niet één keer in de mond neemt. Alleen Dubinskiy doet dat. Wat bedoeld wordt met andere eventuele gesprekken wordt uit de toelichting niet duidelijk. Ook dit verzoek faalt dus bij gebrek aan feitelijke grondslag: je kunt een getuige niet laten horen om uit te leggen wat hij bedoelde met uitspraken die hij niet heeft gedaan.

Kim en Zakharchenko (randnummers 26-28)

Dan is er een summier verzoek om Kim en Zakharchenko te horen over een gesprek dat zij samen voerden. Blijkbaar is dit verzoek bedoeld ter ondersteuning van de stelling van Pulatov dat separatisten zich bewust waren van het feit dat zij werden afgeluisterd, en daarvan gebruik maakten om misleidende gesprekken te voeren. Het bewustzijn bij verschillende separatisten dat zij werden afgeluisterd blijkt al uit het dossier: daarvoor hoeven geen getuigen te worden gehoord. Of separatisten misleidende gesprekken voerden is een vraag die niet in algemene zin kan worden gesteld of beantwoord. Per gesprek zal moeten worden gekeken of het aannemelijk is dat dit was bedoeld om te misleiden, of niet. Daarbij is bijvoorbeeld een relevante vraag in hoeverre  het gesprek aansluit bij daadwerkelijke gebeurtenissen en bij samenhangende gesprekken. Kim kan misschien wel iets verklaren over de gesprekken die hij zelf voerde, maar dat zegt niets over de gesprekken van Pulatov. Zakharchenko kan al jaren niets meer verklaren, want hij is in 2018 bij een bomaanslag in Donetsk om het leven gekomen.

Averyanov (randnummers 35-36)

Averyanov zou gehoord moeten worden over de bezigheden van Pulatov op 17 juli 2014. Hiermee zou bevestigd kunnen worden dat Pulatov zich toen bezig hield met het vervoer van tanks, en dus niet met het vervoer van een Buk-raket. Dit verzoek lijkt geënt op de clichématige veronderstelling dat mannen maar één ding tegelijk kunnen doen. Dat is natuurlijk grotendeels waar, maar sluit toch niet uit dat mannen meerdere dingen tot stand brengen op een en dezelfde dag. Pulatov heeft zelf verklaard dat hij op 17 juli “veel taken te vervullen” had.38 Dat Pulatov zich op 17 juli 2014 ook heeft bemoeid met tanks, blijkt al uit het dossier en wordt door niemand ontkend. Het zegt alleen niets over de vraag wat al die andere taken van Pulatov die dag waren. Een verhoor van Averyanov over tanks is daarom zinloos.

Velikorodiny, Sinenkov en Averyanov (randnummers 37-38)

Het volgende verzoek betreft het horen van meerdere personen die op 17 juli 2014 om 10.00 uur in de ochtend bij een briefing met Pulatov zouden zijn geweest en zouden kunnen verklaren dat daar niet over een Buk-raket is gesproken. Er is geen bewijs in het dossier dat dit wel het geval is geweest. Dit verzoek kan dus niet dienen om belastend bewijs te ontkrachten. Er is geen concrete reden om te denken dat deze gevraagde verhoren ontlastend bewijs kunnen opleveren. Het zal voor iedereen duidelijk zijn dat er op 16 en 17 juli vele momenten zijn geweest dat Pulatov niet bezig was met het transport en de bewaking van een Buk-raket. Hoe vaak, wanneer en waar Pulatov niet bezig was met het tenlastegelegde misdrijf is echter niet een relevante vraag zo lang dat het bewijs dat Pulatov op andere momenten wel een rol speelde in dat misdrijf niet onderuit haalt. Er is daarom geen belang bij deze verhoren.

Dudnichenko en Sinenkov (deel 5, randnummers 39-49)

De volgende persoon van wie een verhoor wordt gevraagd, is Dudnichenko, die de call-sign de ‘14e’ had. Uit het onderzoek volgt dat Dudnichenko in juli 2014 inlichtingen ontving over vliegbewegingen van de Oekraïense strijdkrachten en dat hij vanaf 15 juli 2014 ook rechtstreeks contact zocht met Pulatov om dergelijke informatie aan hem door te geven. Het telefoonnummer van Dudnichenko39 is samen met het nummer van Pulatov bovendien het enige nummer dat op 17 juli 2014 contact zocht met het telefoonnummer -6335, waarvan aannemelijk is dat het in gebruik was bij een bemanningslid van de Buk-TELAR of iemand die in nauw contact stond met de bemanning.40 De telefoon van Dudnichenko is daarbij de enige die op 17 juli daadwerkelijk verbinding maakt met het nummer -6335, en wel gedurende 60 seconden.41 Dit contact vond plaats om 14:00 uur, dus rond de tijd dat de Buk-TELAR de afvuurlocatie bereikteen enkele minuten nadat Pulatov en de gebruiker van het nummer -6335 ook contact met elkaar zochten. Uit het onderzoek volgt dat Dudnichenko ongeveer een half uur na het contact met -6335 heeft gebeld met een inlichtingenbron met de bijnaam ‘Taiga’ die toegang had tot informatie over vliegbewegingen vanaf verschillende vliegvelden. In dit telefoongesprek heeft Dudnichenko aan ‘Taiga’ verzocht om hem direct te informeren indien er nieuwe ‘gasten’ zouden komen omdat zij al ‘aan het wachten zijn’. Ook in een gesprek tussen Dudnichenko en een onbekende, enkele minuten voorafgaand aan dit gesprek, laat Dudnichenko weten dat het belangrijk is dat de lijntjes tussen hem en ‘Taiga’ zo kort mogelijk moeten zijn voor wat betreft informatie over ‘gasten'.42

Dat Pulatov een belang heeft bij een verhoor van Dudnichenko is voor ons wel duidelijk. Het Openbaar Ministerie had Dudnichenko ook graag willen horen. Of dat belang zo groot is dat een verhoor in deze late fase ook noodzakelijk genoemd kan worden is een vraag waar wij om praktische redenen niet aan toe komen. Ook over Dudnichenko hebben we deze week navraag gedaan bij de Oekraïense autoriteiten en ook over hem luidt het antwoord dat zijn huidige verblijfplaats onbekend is. Dudnichenko staat al jaren gesignaleerd door de Oekraïense overheid. Hij wordt gezocht voor zijn rol in het geweld in Oost-Oekraïne. Mogelijk verblijft hij nog steeds in het deel van Oost-Oekraïne waar de overheid geen zeggenschap heeft. Er is dus geen manier waarop zinvol uitvoering gegeven kan worden aan de wens tot dit verhoor. Het is niet aannemelijk dat Dudnichenko binnen aanvaardbare termijn gehoord kan worden. De vraag of dat verhoor noodzakelijk is, kan daarom in het midden blijven.

In onderzoeken waar de kring van getuigen beperkt is tot Nederland wordt wel eens zekerheidshalve een opdracht gegeven aan de rechter-commissaris om een getuige te horen, ook als de verwachting is dat dat feitelijk niet mogelijk is. In dit proces zijn er goede redenen om dat niet te doen maar al bij de beoordeling van de verzoeken als zittingsrechter zelf kritisch te beoordelen welke verhoren uitvoerbaar zijn en welke niet. In dit geval zou de rechter-commissaris deze getuige moeten traceren, terwijl dat het JIT de afgelopen jaren niet gelukt is. Daarbij zal de rechter-commissaris ook de autoriteiten van andere landen moeten betrekken. Die autoriteiten van andere landen zullen op hun beurt weer naspeuringen moeten doen en van de resultaten daarvan verslag uitbrengen aan de rechter-commissaris. Pas na ontvangst van dat verslag kan de rechter-commissaris tot een concrete bevinding komen. Dat zal voor alle betrokkenen arbeidsintensief en tijdrovend zijn. De Oekraïense autoriteiten hebben geen feitelijke zeggenschap in de gebieden in Oost-Oekraïne en op De Krim. Tegelijk bestaat er geen rechtshulprelatie met de feitelijke machthebbers in die gebieden, omdat Nederland die niet als zelfstandige staten erkent. Dat maakt het vrijwel onmogelijk om daar getuigen te traceren en op te roepen. Het is daarom van belang om de rechter-commissaris alleen met uitvoerbare opdrachten op pad te sturen om onnodige vertraging te voorkomen.

Sinenkov zou gehoord moeten worden over het feit dat hij contact heeft met vele telefoonnummers uit dezelfde serie als het nummer dat eindigt op *6335. Dat dit relevante informatie kan opleveren lijkt ons te speculatief. Sinenkov had in die tijd wel contact met veel andere telefoonnummers die er sterk op leken, maar niet met dit specifieke nummer. Als Pulatov zich niet kan herinneren of en waarom hij zelf heeft gebeld met dit telefoonnummer, valt niet te verwachten dat iemand anders die geheel geen contact heeft gehad met ditzelfde nummer vele jaren later kan vertellen wie de gebruiker is omdat hij contact heeft gehad met telefoonnummers die er op lijken. Hetgeen in het dossier is gerelateerd over Sinenkov maakt aannemelijk dat het *6335 telefoonnummer op 17 juli 2014 gebruikt werd door iemand die in contact stond met de groepering van Sinenkov en Pulatov. Het zegt niet dat Sinenkov zelf kennis heeft over de gebruiker van een telefoonnummer waar hij niet mee heeft gebeld. Dat Sinenkov de gevraagde informatie zou kunnen geven, is dus niet aannemelijk.

Audio en SMS-berichten (randnummer 46)

Verzocht is om de audio van een gesprek en de tekst van een aantal sms-berichten afkomstig van of verzonden aan het nummer 380633426335 aan Pulatov te verstrekken. Pulatov gaat er daarbij ten onrechte van uit dat er sprake is van onderschepte gesprekken en sms-berichten. In Primo-05484 is beschreven dat van het nummer 380633426335 historische verkeersgegevens zijn ontvangen en dat op basis van die gegevens, in combinatie met tapgesprekken van anderen, getracht is inzicht te krijgen in de reisbewegingen van de gebruiker van dat nummer en de rol die hij mogelijk speelde op 17 juli 2014. Dat op pagina 4 van het betreffende PV is verwezen naar een gesprek van 60 seconden volgt uit de historische verkeersgegevens. Zoals in de tabel op die pagina is weergegeven heeft op 17 juli 2014 om 14:00:57 uur een contact van 60 seconden plaatsgevonden met de gebruiker van het nummer 380631212501. Het gesprek van 60 seconden noch de sms-berichten, zijn, kortom, onderschept. Wij kunnen om die reden niet aan dit verzoek voldoen.

Leden van de 53e brigade (deel 4, randnummers 213-217 en deel 5, randnummers 39-49 en 64) en Gilazov (randnummer 45)

Pulatov doet op verschillende plaatsen het verzoek om leden van de Russische 53e brigade als getuigen te horen. De ene keer betreft het verzoek ‘de leden van de 53e brigade’ (randnummer 64), de andere keer noemt hij daar enkele namen bij (deel 4, randnummers 213). Aan een beoordeling van de inhoudelijke gronden voor het verzoek om leden van de 53e brigade te horen komen we niet toe, omdat dit geen geldig getuigenverzoek is.

Een opgave van getuigen moet voldoende stellig en duidelijk zijn.43 Een getuigenverzoek is pas duidelijk genoeg als dat ook voldoende identificerende gegevens van de getuige bevat.44 Zonder die identificerende gegevens is het immers onmogelijk vast te stellen wie de verdachte wil horen en of deze persoon bijvoorbeeld vindbaar is. Het verzoek tot het horen van “de vermeende bemanning van de BUK, alsmede alle leden van de 53e brigade die mogelijk betrokken zijn geweest bij het vervoer” is te generiek. Niet is vast te stellen welke individuen de verdediging wenst te bevragen. Het verzoek moet daarom in deze vorm als ongeldig worden afgewezen.

Dat het verzoek enkele namen noemt van personen die “in ieder geval” gehoord moeten worden (deel 4, randnummers 213-214), maakt het niet kansrijker. Duidelijk is namelijk dat de verdediging hier simpelweg namen noemt van personen uit de 53e brigade, zonder te weten of deze personen ook de gevraagde kennis hebben. Zij draagt geen informatie aan dat deze personen de bemanning van de Buk-TELAR hebben gevormd of betrokken zijn geweest bij het vervoer daarvan. En dat zijn wel de individuen waar het verzoek zich op richt (randnummer 215). Dat de verdediging aangeeft op dit moment nog geen selectie te kunnen maken van te horen leden van de 53e brigade (randnummer 221) onderstreept dat Pulatov hier informatie wil verkrijgen van een militaire eenheid – niet van een persoon die als getuige kan worden gehoord.

In dat verlangen naar informatie staan Pulatov en het Openbaar Ministerie zij aan zij. In het dossier is een rechtshulpverzoek opgenomen waaruit blijkt dat het Openbaar Ministerie al in 2018 soortgelijke vragen aan de Russische Federatie heeft gesteld als Pulatov nu formuleert. In dat rechtshulpverzoek is aan de Russische Federatie gevraagd naar de locatie van de 3X2 Buk-TELAR tussen 23 juni en 23 juli 2014, welke leidinggevende personen tussen 15 juli 2014 en 19 juli 2014 verantwoordelijk waren voor de TELAR en wie in die periode deel uit maakten van de bemanning. Het antwoord van (de generale staf van de strijdkrachten van) de Russische Federatie van 25 oktober 2018 houdt kort gezegd in dat er in juli 2014 geen Russische Buk-TELAR op het grondgebied van de provincies Donetsk en Luhansk is geweest en dat de vragen over de verantwoordelijken en de bemanning van de 3x2 Buk daarom niet beantwoord worden.

Dat gebrek aan concrete informatie van de Russische Federatie over de 3x2 TELAR van de 53e brigade in juli 2014 is een zeer opmerkelijk punt in deze zaak. De Russische Federatie heeft kosten noch moeite gespaard om dit onderzoek te beïnvloeden. Een eenvoudige, snelle wijze om te bewijzen dat de 53e brigade hier niet bij betrokken was, laat zij echter onbenut. Een simpel antwoord op de vraag waar de 3X2 TELAR was op 17 juli 2014 en wie daarvan de bemanning was, zodat die als getuigen gehoord kunnen worden, had de afgelopen jaren veel onderzoek kunnen besparen. Dat de Russische Federatie dat antwoord al jaren niet wenst te geven, zegt veel.

Voor het verzoek van Pulatov geldt in ieder geval dit: voor zover hij op zoek is naar ontkenningen van leden van de 53e brigade die niet uit eigen wetenschap kunnen verklaren maar alleen als Russische overheidsvertegenwoordigers, zitten zulke ontkenningen al ruimschoots in het dossier. Die kan uw rechtbank al bij uw beoordeling betrekken. Voor zover hij op zoek is naar ontkenningen van leden van de 53e brigade die persoonlijk betrokken waren bij het vervoeren of bedienen van de Buk-TELAR die MH17 heeft neergeschoten, ontbreekt het in zijn verzoek aan voldoende vaste grond om die te identificeren.

Het verzoek is onvoldoende gemotiveerd voor zover het gaat om de genoemde namen en ongeldig voor zover het meer bestrijkt dan die namen.  Daarbij is al duidelijk dat de Russische autoriteiten niet meewerken aan de beantwoording van de bedoelde vragen. Deze verhoren zullen dus ook niet binnen aanvaardbare termijn kunnen plaatsvinden.

Dat Gilazov (randnummer 45) niet gehoord kan worden omdat hij dood is, hebben we gisteren al toegelicht.

S40 (randnummer 50) en S38 (randnummers 65-68)

Van getuige S40 zijn inderdaad met machtiging van de rechter-commissaris meerdere pagina’s in de verklaring zwart gemaakt. Dit is gedaan omdat de veiligheid van deze getuige dat noodzakelijk maakte. Uit verschillende passages daarvoor wordt echter wel duidelijk dat de afgeschermde informatie voor Pulatov niet ontlastend is. De getuige verklaart immers dat hij niet weet wat de rol van Giurza was.

Van getuige S38 zijn de verklaringen met machtiging van de rechter-commissaris vanwege veiligheidsrisico’s geheel buiten het dossier gebleven. Uit de 149b-beschikking inzake getuige  S38 blijkt al dat de rechter-commissaris het Openbaar Ministerie heeft verzocht te onderzoeken of het mogelijk is om naar aanleiding van de verklaringen van S38 een zogenoemd netto proces-verbaal op te maken. Wij hebben dit verzoek overwogen maar geconcludeerd dat dit niet mogelijk is. De rechter-commissaris heeft die conclusie overgenomen en de vordering tot volledige onthouding toegewezen. Kortom, de mogelijkheid  om, met inachtneming van het veiligheidsrisico voor S38 toch informatie aan het procesdossier toe te voegen, is door de rechter-commissaris al uitdrukkelijk en kritisch getoetst.

Ook voor S38 is geen reden om te denken dat hij voor Pulatov ontlastend kan verklaren. In de 149b-procedures is door het OM voor iedere getuige afzonderlijk toegelicht dat en waarom geen sprake is van het onthouden van ontlastende informatie. De rechter-commissaris heeft dit aspect uiteraard in de toetsing betrokken. Dat deze verklaringen niet in het dossier gevoegd kunnen worden vanwege de veiligheidsrisico’s voor S38 is spijtig voor het Openbaar Ministerie, niet voor Pulatov.

Deze verzoeken stranden daarom op twee obstakels die we eerder al in algemene zin hebben toegelicht: een getuigenverhoor kan niet dienen om een getuige nogmaals te laten vertellen wat hij al eerder verklaard heeft maar om veiligheidsredenen uit het dossier is gelaten. En een verdachte heeft geen belang bij het zoeken naar aanvullende belastende informatie: wat er niet is, kan ook niet tegen Pulatov gebruikt worden.

Subsidiair verzoekt Pulatov uw rechtbank aan het Openbaar Ministerie opdracht te geven om opnieuw te beoordelen of stukken van S38 in het dossier kunnen worden gevoegd. Aan dit verzoek wordt niets anders ten grondslag gelegd dan ongeloof van de verdediging dat het afschermen van deze stukken daadwerkelijk nodig is (randnummer 67-68). Er worden geen argumenten aangevoerd over veranderde omstandigheden of kennelijke onjuistheden in de eerdere afweging. Ten aanzien van meerdere andere afgeschermde stukken heeft enkele maanden geleden nog een uitgebreide herziene beoordeling plaatsgevonden door het Openbaar Ministerie, de rechter-commissaris en uw rechtbank. De conclusie was toen dat er geen sprake was van veranderde omstandigheden. Naar het oordeel van het Openbaar Ministerie zal een nieuwe beoordeling van de stukken betreffende S38 precies hetzelfde resultaat hebben als de eerste beoordeling. Zonder inhoudelijke argumentatie voor het tegendeel kan dit verzoek niet noodzakelijk worden geacht.

Het is goed om bij dit soort verzoeken te beseffen dat technische wetstermen als ‘overlast voor een getuige’ niet goed de lading dekken van de problemen waar we het hier over hebben. Zoals we eerder in dit proces hebben toegelicht hebben we hier te maken met ernstige veiligheidsrisico’s. Met terreur van gewapende groepen, burgers die in kelders worden opgesloten en worden gemarteld, en met ontwrichtende bedreigingen. Dat is de werkelijkheid, en daar moeten wij naar handelen. 

Vragen over de statenklacht

Inleiding

Eerder heeft het Openbaar Ministerie verschillende vragen van de verdediging beantwoord over de klacht die de Nederlandse Staat bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft ingediend tegen de Russische Staat over zijn aandeel bij het neerhalen van vlucht MH17. Wij vroegen ons toen al af wat de relevantie was van die vragen voor de zaak van Pulatov. Inmiddels heeft de verdediging daar alsnog een uitleg over gegeven: zij ziet ergens “aan de horizon” de vraag of het Openbaar Ministerie zijn vervolgingsrecht kan hebben verspeeld door informatie uit de strafzaak te delen met het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Daarnaast, dus kennelijk los van die vraag, wil Pulatov graag weten of het OM nog wel vrij is om tot een ander oordeel te komen in zijn zaak als het onderzoek daar aanleiding voor zou geven (deel 6, randnummer 6).

Beoordeling Openbaar Ministerie

Laten we met die tweede vraag beginnen. In ons openingswoord van dit proces hebben wij al duidelijk gemaakt dat wij het bewijs in deze zaak steeds opnieuw en met open blik wegen en de conclusies trekken die daarbij horen, óók als wij daarvoor onze standpunten moeten bijstellen. Wij gaan waar het bewijs ons leidt, en alleen daar.45 Zo is het Openbaar Ministerie bijvoorbeeld teruggekomen op zijn eerdere beoordeling van een tapgesprek van een persoon met de call-sign Orion, op basis van nieuwe bevindingen in het onderzoek.46 Als wij tijdens dit strafproces op nieuwe informatie stuiten, die een ander licht werpt op de zaak van Pulatov, zullen wij hetzelfde doen. Het Openbaar Ministerie is uit op waarheid en gerechtigheid, niet op een blinde veroordeling. Zouden wij dit anders zien, dan zouden wij niet alleen onze wettelijke taak verzaken, maar - nog kwalijker - onrecht doen aan Pulatov en de nabestaanden.

Die ijzeren regel van het Openbaar Ministerie - alleen dáár gaan, waar het bewijs ons leidt - maakt elk standpunt van een ander overheidsorgaan, in een andere procedure, irrelevant. In Nederland bepaalt de regering niet de uitkomst van een rechtszaak of de standpunten die het Openbaar Ministerie daarin inneemt.

In het Nederlandse rechtsbestel heeft het Openbaar Ministerie een zelfstandige, onpartijdige taak. Het OM heeft zijn eigen wettelijke bevoegdheden, waarvan het naar zijn eigen inzicht gebruik maakt. Daarom is het onderdeel van de rechterlijke organisatie. Tegelijk staat het Openbaar Ministerie, als uitvoerder van de wet, onder democratische controle. Dat gebeurt via de minister van Justitie en Veiligheid, die tegenover het parlement verantwoording aflegt over het optreden van het Openbaar Ministerie. Om die verantwoordelijkheid mogelijk maken, en de democratische controle te effectueren, heeft de minister op zijn beurt de bevoegdheid om het Openbaar Ministerie een bijzondere aanwijzing geven. Een dergelijke, bijzondere aanwijzing moet in het procesdossier worden opgenomen (art. 128 lid 5 Wet RO) en worden voorgelegd aan het parlement (art. 128 lid 6 Wet RO). Verder dient de uitoefening van deze aanwijzingsbevoegdheid plaats te vinden in overeenstemming met internationale verdragen en algemene rechtsbeginselen.47 Een bijzondere aanwijzing is volgens de wetgever een ultimum remedium en is nog nooit gegeven. Ook in deze zaak hebben de minister en zijn regering zich op geen enkele wijze met onze beoordeling van het bewijs bemoeid.

Verder geldt dat de vragen die bij het EHRM voorliggen niet dezelfde zijn als de vragen in deze strafzaak. Bij het EHRM gaat het over de vraag of de Russische Federatie zijn verdragsverplichtingen heeft geschonden – niet over de schuld of onschuld van individuele personen. Daarbij is niet te verwachten dat het EHRM eerder een feitenoordeel zal vellen dan uw rechtbank.

Informatieverstrekking Openbaar Ministerie

Van het Ministerie van Buitenlandse Zaken hebben wij begrepen dat de Nederlandse regering aan de President van de behandelende kamer van het EHRM heeft verzocht om de inhoud van de klacht en de onderliggende stukken niet openbaar te maken. Dat verzoek is gedaan in ‘the interests of justice'48: in het belang van de lopende strafzaken en het lopend strafrechtelijk onderzoek. De president van het Hof heeft dit verzoek om de stukken niet openbaar te maken ingewilligd en bepaald dat partijen die betrokken zijn in de procedures waarin de statenklacht is ingebracht deze stukken niet met derden mogen delen. Op die manier kunnen deze EHRM-procedures hun beloop hebben, terwijl de rechtsgang in dit strafproces zo min mogelijk wordt belemmerd. Deze vertrouwelijkheidsbeslissing van het ERMH sluit aan bij die van uw rechtbank van 23 maart jl. Vanwege die beslissing van het EHRM kan het Openbaar Ministerie niet ingaan op de inhoud van de verstrekte informatie.

Wat wij wel kunnen zeggen is dit. 

Anders dan de verdediging doet lijken, is de Nederlandse statenklacht niet uit de lucht komen vallen. Op de eerste twee zittingsdagen hebben wij al gewezen op lopende interstatelijke procedures tussen Oekraïne en de Russische Federatie bij het Internationaal Gerechtshof en het EHRM.49 de aansprakelijkstelling van de Russische Federatie door Nederland en Australië, de lopende procedures van nabestaanden tegen de Russische Federatie bij het EHRM én het besluit van de Nederlandse Staat om zijn eigen standpunt in die procedures kenbaar te maken (te interveniëren).50

Ook hebben wij er toen al op gewezen dat die procedures los staan van dit strafproces. De strafzaken van Girkin, Dubinskiy, Pulatov en Kharchenko gaan over hun schuld of onschuld aan de feiten waarvan zij beschuldigd worden. Niet meer en niet minder. Dat er tegelijk nog andere procedures lopen, is niet ongewoon. De aansprakelijkstelling van de Russische Federatie doet daar ook niets aan af. Aansprakelijkheid van een staat bestaat naast de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van betrokken personen. Misdrijven worden gepleegd door personen, en personen moeten verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor hun misdrijven. Ook als zij in groter verband optreden en staten daarom eveneens schuldplichtig kunnen worden.51 Ook als het om dezelfde feiten gaat.

Als er één procedure loopt, kan dat geen reden zijn om andere procedures stil te leggen of uit te stellen. Het recht moet zijn beloop hebben. Andere belanghebbenden, of dat nu nabestaanden zijn of staten, kunnen geen eigen rechtsmiddelen worden ontzegd.

De beslissing van de Nederlandse Staat om een andere staat aansprakelijk te stellen, is aan de regering. Voor zijn beoordeling of de Russische Federatie aansprakelijk kon worden gesteld had de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken informatie nodig, ook uit het strafrechtelijk onderzoek. Daarom heeft de minister van Justitie en Veiligheid op 11 oktober 2017, op grond van art. 39g jo. art. 14 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens toestemming verleend aan het Openbaar Ministerie om informatie uit het strafrechtelijk onderzoek te verstrekken aan de minister van Buitenlandse Zaken.52

Omdat er een zwaarwegend algemeen belang was gemoeid met de verstrekking van deze informatie, was die verstrekking noodzakelijk en heeft het Openbaar Ministerie het informatieverzoek van het Ministerie van Buitenlandse Zaken ingewilligd. Daarbij is alleen onderzoekinformatie verstrekt die redelijkerwijs van belang was voor de vaststelling van staatsaansprakelijkheid en waarmee geen onevenredige inbreuk werd gemaakt op de privacy van betrokkenen.

Uit parlementaire stukken en publicaties van het EHRM blijkt verder hoe de verschillende staatsaansprakelijkheidsprocedures zijn verlopen.53 Op 4 april 2019 heeft het EHRM de twee klachten van twee groepen nabestaanden in behandeling genomen en de Nederlandse Staat - als Verdragspartij waarvan onderdanen in de procedures waren betrokken - uitgenodigd om te interveniëren.54 Een maand later heeft de Nederlandse regering bekend gemaakt dit te zullen doen, om de nabestaanden uit eigen land in hun zaken tegen de Russische Federatie te ondersteunen.55 Op 10 juli 2020 heeft de regering besloten dat die ondersteuning het beste kon worden geboden door een zelfstandige statenklacht in te dienen tegen de Russische Federatie.56

Dat is wat wij kunnen zeggen over de informatieverstrekking door het Openbaar Ministerie aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het verloop van de staatsaansprakelijkheidsprocedures. Voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie is dit niet relevant. Het is duidelijk dat het vervolgingsrecht niet wordt geraakt door een wettelijk geregelde en noodzakelijke informatieverstrekking.

Aangehouden beslissingen op getuigenverzoeken

In uw tussenbeslissing van 3 juli jl. heeft uw rechtbank de beslissing op verschillende getuigenverzoeken van Pulatov aangehouden die hij op 22 en 23 juni heeft gedaan.

Eén daarvan behoeft geen bespreking. Dat is het verzoek om de opsteller te horen van het Amerikaanse memorandum van de Office of the Director of National Intelligence (pleitaantekeningen 22-23 juni 2020, deel 4a, randnummer 28). Daarvoor moet het onderzoek van de rechter-commissaris worden afgewacht.57

De beslissing op de overige getuigenverzoeken heeft uw rechtbank aangehouden, omdat toen nog niet duidelijk was welke onderdelen van de verdenking Pulatov betwistte, welk alternatief scenario hij voorstond en of hij nog een verklaring zou afleggen over tapgesprekken en telecomgegevens. Daarnaast heeft uw rechtbank opdracht gegeven aan het OM, om bij de Onderzoeksraad voor Veiligheid navraag te doen wie het onderzoek naar de geluidspieken heeft verricht.

Inmiddels hebben wij antwoord ontvangen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid en heeft Pulatov een verklaring afgelegd. Op woensdagavond ontvingen wij nog een brief van de verdediging met 18 pagina’s aan opmerkingen over die eerdere verzoeken. Wat die brief vooral duidelijk maakt is het chaotische karakter van de grote hoeveelheid verzoeken die de verdediging in wisselende formuleringen vol haakjes, althansen en onduidelijke verwijzingen op uw rechtbank afvuurt. Wat de brief ook duidelijk maakt is hoe onvoldragen en speculatief veel verzoeken van Pulatov zijn. In juni voerde de verdediging hem nog op als een deskundige op het gebied van relevante militair-strategische vraagstukken, niet specifiek over het conflict in Oekraïne. Nu schrijft de verdediging dat Klep niet deskundig is ten opzichte van Oekraïne en er daarom geen belang is bij zijn verhoor.     

In lijn met uw beslissing en in het licht van deze nieuwe informatie zal het Openbaar Ministerie de eerdere verzoeken opnieuw beoordelen. Omdat wij in de meeste gevallen teruggrijpen op onze eerdere reactie, zullen wij dat verkort doen.

Warplane-scenario

Het grootste deel van de getuigenverzoeken is gericht op onderzoek of een zogenaamd warplane scenario – in de woorden van de verdediging - “in beeld komt”.58 Anders gezegd: onderzoek naar de mogelijkheid om een nader in te kleuren verweer te kunnen voeren dat MH17 zou zijn neergeschoten door een gevechtsvliegtuig. Dit betreffen de verzoeken genoemd in de pleitaantekeningen van 22-23 juni 2020, delen 1 en 2 (randnummers 1-13, 26-34, 36-52, 60, 76, 84-105) en deel 3 (randnummers 42-44, 46, 48, 59, 61 en 72). Kort voor deze zitting heeft Pulatov zijn verzoek om Haisenko te horen ingetrokken en van het verhoor van Klep aangegeven dat hij daar geen belang bij heeft (brief raadslieden d.d. 11 november 2020, randnummers 10 en 13). De overige verzoeken heeft hij gehandhaafd.

In juni heeft het OM al geconcludeerd dat de motivering van deze hele categorie onderzoekswensen tekortschoot. Ten eerste omdat dit scenario heel duidelijk in strijd is met een grote hoeveelheid bewijs, waaronder ook forensisch en technisch bewijsmateriaal. We wezen op het schadebeeld van MH17, de vondst van vastgeklemde vliegtuigvreemde delen in de wrakstukken en de lichamen van de slachtoffers, de opname van de Cockpit Voice Recorder en de radargegevens. Maar ook op de tapgesprekken, getuigenverklaringen, video’s en foto’s, satellietbeelden, waarnemingen van journalisten en sociale mediaberichten, waaruit volgt dat MH17 is neergeschoten met een Buk-raket. Op grond daarvan is er dus geen begin van aannemelijkheid dat MH17 is neergeschoten door een gevechtsvliegtuig.

In juni hebben wij er ook al op gewezen dat vele individuele verzoeken in deze categorie gebaseerd zijn op een onjuiste lezing van het dossier.59 Verder hebben wij opgemerkt dat het door Pulatov opgevoerde warplane scenario niet eenduidig is. Het is vooral een hagelschot van vragen en beweerdelijke aanwijzingen die onderling tegenstrijdig zijn. De ene getuige zou hebben gezien of gehoord dat MH17 is neergeschoten door één gevechtsvliegtuig, de tweede dat MH17 is neergeschoten door twee gevechtsvliegtuigen, de derde dat MH17 eerst vanaf de grond en later pas door een vliegtuig werd neergeschoten en de vierde dat een gevechtsvliegtuig juist vanaf de grond werd neergeschoten, terwijl deze bij MH17 vloog.60 Tot slot hebben wij erop gewezen dat de verdediging zelf ook niet heeft gesteld, laat staan gemotiveerd dát dit scenario een begin van aannemelijkheid heeft. Zij heeft slechts de wens uitgesproken dat het verzochte onderzoek “informatie [zou] kunnen geven in verband met de vraag of er een gevechtsvliegtuig en/of raket in de buurt van vlucht MH17 was of waren en wat, zo nee, dat betekent voor de vraag of er een gevechtsvliegtuig kan zijn geweest”.61

Inmiddels heeft Pulatov een verklaring afgelegd. Volgens hemzelf “had en heeft [hij] geen eigen wetenschap van hoe en waarom MH17 is neergehaald”.62 Uit eigen wetenschap kan Pulatov dus niet over een aanval van een gevechtsvliegtuig verklaren. Volgens zijn videoverklaring heeft hij een geluid gehoord dat hem aan een Strela-10, een grond-lucht raket, deed denken.63 Over de waarneming van een gevechtsvliegtuig op 17 juli 2014 zegt hij niets, laat staan over een aanval daarvan op MH17. Pulatov heeft ook niet uitgelegd hoe het geluid van een grond-luchtraket in dat scenario zou passen. De eerdere verzoeken die hierop zien, worden dus niet nader onderbouwd. Pulatov heeft geen alternatief scenario opgevoerd. Op de vraag of hij weet wie MH17 heeft neergehaald antwoordt hij in zijn videoverklaring:

“Dat is een heel moeilijke vraag, gezien de feiten uit tapgesprekken. Het zou verkeerd van me zijn om hierover [te] speculeren of aannames te doen. Het is de taak van de rechtbank om dit duidelijk te krijgen, zonder druk van iemand en zonder dat er met de gevoelens van de nabestaanden wordt gespeeld."64

Daarmee zijn we weer terug bij de motivering van zijn verzoeken in juni. Toen bleef het warplane scenario hangen in speculatie. Op basis van die motivering was het al - in de woorden van uw rechtbank - “niet duidelijk (…) welk alternatief scenario de verdachte voorstaat".65 Inmiddels zegt Pulatov zelf van verdere speculatie af te willen zien en laat hij de beoordeling aan uw rechtbank.66

Daarom blijven wij bij onze conclusie dat alle onderzoekswensen die de verdediging eerder heeft opgevoerd onder de algemene noemer van het warplane scenario moeten worden afgewezen.

Er is geen concreet alternatief scenario benoemd, waarvan de aannemelijkheid onderzocht zou kunnen worden. En voor zover er in die eerdere motivering al een alternatief scenario ontwaard zou kunnen worden, heeft dat – ook volgens de toelichting van de verdediging - geen begin van aannemelijkheid dat onderzoek zou kunnen rechtvaardigen. Op basis van enkele speculatie, nieuwsgierigheid of een algemene behoefte aan controle wordt geen gerechtelijk onderzoek verricht.

De nadere brief van de verdediging van 11 november jl. verandert hier niets aan. De opmerkingen die daarin worden gemaakt over Haisenko en Biedermann lijken een vingeroefening in abstracte dialoog. Er wordt niet concreet gemaakt wat er relevant zou zijn aan de verklaring van Haisenko of het horen van Biedermann, terwijl de verdediging zelf over die verklaring van Haisenko beschikt. Het enige concrete wat over deze verklaring wordt gezegd is dat deze – in de woorden van de verdediging - “maar liefst 45 pagina’s (!)” beslaat (brief raadslieden d.d. 11 november 2020, randnummer 7). Dat is wel waar, maar geen aanwijzing voor de relevantie ervan. Zoveel bladzijden heeft de handleiding van een Singer 7105-naaimachine ook en dat lijkt ons geen reden om die aan het dossier toe te voegen.67 Het nieuwe verzoek om de verklaring van Haisenko aan het dossier toe te voegen (brief 11 november 2020, randnummer 8) moet daarom bij gebrek aan enige motivering worden afgewezen.

Tegen drie verzoeken die Pulatov onder de noemer van het warplane-scenario heeft gedaan, hebben wij ons in juni niet verzet. Dit betreffen de gevraagde verhoren van S09 (pleitaantekeningen 22-23 juni 2020, deel 2, randnummer 18) en de deskundigen D21 (deel 2, randnummer 52) en Koeberg68 (deel 3, randnummer 59).

Bij S09 hebben wij de verdediging uitgenodigd om het verzoek nader te motiveren, zodat het gewenste verhoor kon worden gericht op relevante onderwerpen in plaats van beweerdelijke waarnemingen die deze getuige volgens zijn eigen verklaring niet heeft gedaan.69 Die nadere motivering heeft de verdediging niet gegeven.

Verder hebben wij toen aangegeven, dat áls uw rechtbank nog ruimte zou zien voor onderzoek naar het war plane scenario, de verhoren van deskundigen D21 en Koeberg méér voor de hand lagen dan andere verzoeken van de verdediging.70 Dat laatste is nog steeds het geval, maar inmiddels is het november en is Pulatov op dit onderwerp nog geen stap verder gekomen. Pulatov heeft ruim gelegenheid gekregen om zijn verzoeken over dit onderwerp uit te werken, maar heeft daar geen gebruik van gemaakt. Als iets duidelijker is geworden, is dat het speculatieve karakter van al het gevraagde war plane onderzoek. Daarom concludeert het OM nu –in het licht van de verzoeken van november – dat deze drie verhoorverzoeken moeten worden afgewezen.

Overigens menen wij wel, zoals wij gisteren hebben aangegeven,71 dat áls uw rechtbank het vanuit uw eigen verantwoordelijkheid voor de volledigheid van het onderzoek, noodzakelijk acht om een deskundige te laten horen over de loop van het NFI-onderzoek Koeberg in dat geval het meest voor de hand ligt.

Cockpit Voice Recorder

Er staat nog een verzoek open om de personen te horen die onderzoek hebben gedaan naar de geluidsgolven van de Cockpit Voice Recorder (CVR). De bevindingen van dit onderzoek zijn opgenomen in het eindrapport van de OVV. Daarmee wilde de verdediging “onderzoeken of hun bevindingen betrouwbaar zijn” (pleitaantekeningen 22-23 juni 2020, deel 4b, randnummer 12).

De beslissing op deze verzoeken heeft uw rechtbank aangehouden, omdat u eerst wilde weten door wie dit onderzoek is verricht, zodat u kon beoordelen of deze personen wel gehoord konden worden. Daarvoor hebben wij navraag gedaan bij de OVV. Bij brief van 22 juli jl. hebben wij laten weten dat het onderzoek naar de geluidsgolven is verricht door een onderzoeker van de OVV (in de zin van art. 32 van de Rijkswet OVV), in samenwerking met drie medewerkers van de Amerikaanse National Transportation Safety Board (NTSB).72 Deze organisatie nam namens de Verenigde Staten (als de staat van ontwerp en vervaardiging van het MH17-toestel) deel aan het internationaal luchtvaartonderzoek.

In juni heeft het OM al aangegeven dat dit verzoek van Pulatov onvoldoende was onderbouwd, omdat hij niet heeft benoemd wat er mis zou kunnen zijn met dit onderzoek naar geluidsgolven. Verder heeft hij hier geen belang bij, omdat dit onderzoek geen belastend bewijs tegen hem heeft opgeleverd, maar slechts één van de meerdere redenen was voor het OM om het onderzoek naar een alternatief scenario als afgerond te beschouwen.73 Zoals wij hiervoor al hebben aangegeven, is belastend gebruik van dit onderzoek ook wettelijk uitgesloten (art. 69 lid 1 sub f Rijkswet OVV).

Op basis van de nadere informatie over de onderzoekers kan verder worden vastgesteld dat zij hier ook niet over gehoord kunnen worden. Op grond van art. 69 lid 4 Rijkswet OVV mag de OVV-onderzoeker niet worden opgeroepen voor verhoor. Op basis van titel 49, paragrafen 835.3(b en c) en 835.10(c) van de Amerikaanse Code of Federal Regulations mogen de NTSB-onderzoekers geen deskundigenverklaring afleggen.74

Daarom moet ook dit verzoek worden afgewezen.

Rampgebied

Verder staan er nog verzoeken open om getuigen te horen over de repatriëring en berging in het rampgebied. Dat betreffen OVSE-medewerker Bociurkiw, een onbepaalde groep onbekende personen (“een mengeling van medewerkers van de OVSE, de Forensische Opsporing en het JIT”) en de opsteller van Primo-12501, een Excellijst waarin een aantal bevindingen uit het forensisch dossier is samengevat (pleitaantekeningen 22-23 juni 2020, deel 7, randnummers 21-23).

In juni hebben wij al gesproken over het onbepaalde karakter en de gebrekkige onderbouwing van deze verzoeken. Voor nadere informatie over de repatriëring en berging hebben wij de verdediging toen gewezen op relevante vindplaatsen in het dossier.75 Verder hebben wij, op verzoek van de verdediging, nadere informatie verstrekt over de repatriëring van slachtoffers.76 Inmiddels heeft Pulatov verklaard dat hij - anders dan het JIT - zelf aanwezig was in het rampgebied, kort nadat MH17 was neergehaald, en dat hij daar “de beveiliging opzette om de veiligheid van al het bewijsmateriaal (…) te waarborgen”. Dit alles heeft uiteindelijk geleid tot één concrete verhoorvraag, die de verdediging in haar brief van 11 november jl. (randnummer 84) heeft gesteld. Die vraag kan op basis van het dossier eenvoudig beantwoord worden.  

Daarom blijven wij bij onze eerdere conclusie dat deze verzoeken moeten worden afgewezen.

Telecom en tapgesprekken

Tot slot de openstaande verzoeken over de telecom en tapgesprekken. Die zagen op getuigenverhoren van een groot aantal verbalisanten (pleitaantekeningen 22-23 juni 2020, deel 8, randnummers 18, 19, 23, 24, 27 en 34) en het hoofd van het zogenaamde Incident Response Centre van de SBU in Kiev (deel 8, randnummer 22). Doel daarvan was het stellen van algemene vragen over het onderzoek naar telecomgegevens (deel 8, randnummer 5). Verder heeft Pulatov verzocht om een aantal verbalisanten te horen over de herkenning van zijn stem (deel 8, randnummer 36 en 38) en om informatie te verkrijgen over het ontbreken van audiobestanden van een bepaalde provider op 17 juli 2014 (deel 8, randnummer 42) tussen 14.58 en 15.37 uur.

Deze verzoeken werden in juni ingeleid met een bredere beschouwing over de bron van deze telecominformatie: de Oekraïense autoriteiten. Volgens de verdediging was die bron op zichzelf al een “obstakel” in het onderzoek, omdat er geen tapgesprekken van de Oekraïense strijdkrachten waren verstrekt (deel 1, randnummer 6, onder D). Daarbij vroeg zij zich hardop af of de SBU wel te goeder trouw was (deel 1, randnummer 96) en stelde zij dat veiligheidsdiensten zoals de SBU “niet de meest betrouwbare partners zijn” bij “het aandragen van bewijs” (deel 1, randnummer 108). Tot besluit stelde de verdediging - zonder enige feitelijke grond - dat zes Oekraïense officieren van justitie die betrokken waren bij dit onderzoek, “ontslagen” zouden zijn “op verdenking van onder meer corruptie. De boodschap aan uw rechtbank was dus duidelijk: informatie uit Oekraïne moest op voorhand gewantrouwd worden. Want, zoals de verdediging stelde (deel 1, randnummer 137):

“Daarmee kan worden vermeden dat wij via een door Oekraïne ontworpen venster naar de werkelijkheid blijven kijken.”

Sinds deze waarschuwing van Pulatov heeft hij zich verder in de telecomgegevens kunnen verdiepen. In het bijzonder in de tapgesprekken die er in het dossier aan hem worden toegeschreven en de in locaties van de zendmasten die volgens het dossier door zijn telefoon werden aangestraald. Daarvoor kon de verdediging in de eerste plaats het dossier bestuderen, waarin die telecomgegevens zijn benoemd en uitgebreid verslag wordt gedaan van het verloop van het onderzoek naar de die gegevens en de meervoudige wijze waarop die gegevens zijn gevalideerd. In de tweede plaats kon de verdediging gebruik maken van de nadere toelichting die het Openbaar Ministerie over het telecomonderzoek heeft gegeven, op zittingen en in verschillende brieven80. En in de derde plaats kon Pulatov kennis nemen van de aanvullende telecomgegevens die het Openbaar Ministerie aan de verdediging heeft verstrekt: de tekstbestanden met (volledige) metadata van de 1823 tapgesprekken die in het dossier worden genoemd en audio- en tekstbestanden van alle 1040 beschikbare tapgesprekken, tekstberichten en overige intercepties van Pulatov in de maanden juni en juli 2014. Daar zaten ook de metadata van die intercepties bij, waaronder zendmastgegevens.81 Al deze informatie was beschikbaar toen hij zijn zaak in september en oktober met zijn raadslieden in Rusland heeft doorgenomen tijdens “intensieve en nuttige gesprekken”.82

Op zijn beurt heeft het Openbaar Ministerie Pulatov bij herhaling uitgenodigd om kritisch naar de telecomgegevens te kijken. Op de zitting van 10 maart83 en bij brieven van 23 maart84, 10 juli85 en 22 juli86 hebben wij hem telkens weer gevraagd om zich uit te laten over de gesprekken die het Openbaar Ministerie aan hem toeschrijft.

Dat heeft Pulatov uiteindelijk op de zitting van op 3 november gedaan. In zijn videoverklaring presenteerde hij toen zijn eigen ‘venster op de werkelijkheid’. Volgens zijn verklaring is er met de door hem besproken Oekraïense tapgesprekken weinig mis. Alleen de uitleg van het OM klopt volgens hem niet en in één gesprek herkende hij zijn stem niet. Volgens Pulatov maakte hij in die gesprekken gebruik van codewoorden en desinformatie, waarmee hij de Oekraïense tegenstander op het verkeerde been probeerde zetten. Zo verschoof Pulatov’s standpunt over de telecomgegevens tussen maart en november van mogelijke misleiding door de Oekraïense autoriteiten naar zijn eigen misleiding van de Oekraïense autoriteiten.

Nadat Pulatov kennis heeft genomen van alle telecomgegevens die er aan hem worden toegeschreven in de maanden juni en juli 2014, heeft Pulatov dus de authenticiteit van verschillende, belastende tapgesprekken bevestigd en die van de overige gesprekken niet betwist. 

Verder heeft hij verklaard dat hij het telefoonnummer eindigend op -511 in gebruik had en dat anderen wisten dat hij daarop altijd bereikbaar was. Pulatov heeft maar één concreet gesprek opgevoerd waarin hij zichzelf niet herkent (pleitaantekeningen 3-5 november 2020, deel 5 randnummers 8-9). Alle overige telecomverzoeken die hij nu in november heeft gedaan, zien op onderzoek naar de uitleg van tapgesprekken; niet op de betrouwbaarheid ervan.

Verder heeft Pulatov verklaard waar hij op 17 juli 2014 was. Na kennisneming van de zendmastgegevens van de gesprekken die er in juni en juli 2014 met zijn telefoonnummer zijn gevoerd, heeft hij de authenticiteit van die locatiegegevens niet betwist. De verdediging trekt alleen de bewijswaarde van de zendmastgegevens voor de feitelijke locatie van een telefoongebruiker in twijfel (brief raadslieden d.d. 11 november 2020, randnummers 18-25). Dat het onderzoek naar de zendmastgegevens in oorlogsgebied beperkingen kent en er met de feitelijke locatiebepaling op basis van die zendmastgegevens behoedzaam moet worden omgegaan, staat niet ter discussie. Dat heeft het Openbaar Ministerie zelf op zitting naar voren gebracht tijdens de toelichting van het onderzoek in juni. Die beperkingen zijn gegeven en behoeven geen nader onderzoek.

Welke concrete informatie Pulatov nu wil verkrijgen met zijn gevraagde verhoren over telecomgegevens blijft ook na kennisname van de brief van twee dagen geleden mistig. Die informatie mag wel van hem gevraagd worden, met name omdat hij zelf inmiddels langere tijd beschikt over alle telecomgegevens die nodig zijn om de conclusies in het dossier daarover te controleren.

Uw rechtbank heeft op 3 juli jl. al geconstateerd dat geen verdedigingsbelang kan worden vastgesteld bij verzoeken die zien op telecomgegevens, als niet duidelijk is of Pulatov meent dat telefoonnummers ten onrechte aan hem worden toegeschreven, dat deze onjuist zijn gelokaliseerd, dat er gesprekken verkeerd zijn vertaald of dat gesprekken bezien moeten worden in samenhang met bepaalde andere gesprekken. Inmiddels blijft vrijwel niets over dat concreet wordt betwist en daarom nader onderzocht kan worden. Er is de vraag naar de stemherkenning op één enkel gesprek. Zoals besproken, is het belang daarbij beperkt en kan geen van de verzochte telecomgetuigen over dat gesprek verklaren. Er is de betekenis van de gesprekken van Pulatov over de Buk: die zal beoordeeld moeten worden aan de hand van alle informatie in het dossier. De gevraagde getuigen kunnen ook daarover niet verklaren. Voor zover Pulatov meent dat nog niet in het dossier gevoegde gesprekken daarvoor nuttig kunnen zijn, kan hij uw rechtbank vragen specifiek aan te wijzen gesprekken aan het dossier toe te voegen of ter inzage aan de verdediging te laten verstrekken. Hij zou bijvoorbeeld kunnen vragen om alle beschikbare gesprekken op 16 tot en met 18 juli 2014 waarin het woord toy of box wordt genoemd.

Daarom blijven wij bij onze eerdere conclusie tot afwijzing van de eerdere verzoeken om verbalisanten en een afdelingshoofd van de SBU te horen. Eerder hebben wij - uit oogpunt van efficiëntie - wel ingestemd met het verhoor van verbalisant Primo 17-170, een teamleider van de Nederlandse politie, over zijn vergelijking van de kwaliteit en de integriteit van Oekraïense en de Nederlandse telecomdata. Gelet op het recente standpunt van Pulatov, is zijn belang bij dat verhoor inmiddels komen te vervallen. Ook dat verzoek kan dus niet langer worden toegewezen.

Conclusie openstaande verzoeken

Daarom concludeert het OM tot afwijzing van allen openstaande verhoorverzoeken van Pulatov, met uitzondering van het verzoek om Stolworthy te horen, waarop uw rechtbank nog op een later moment zal moeten beslissen.

Vorderingen OM naar aanleiding van de onderzoekswensen

De onderzoekswensen van Pulatov en het recente interview van Dubinskiy geven het Openbaar Ministerie aanleiding om enkele vorderingen te doen die er toe strekken dat deze nieuwe informatie op een toegankelijke wijze beschikbaar is in alle vier de zaken: 

  1. Wij vorderen toevoeging aan het dossier van de twee video’s van Pulatov ook in de zaken van de drie andere verdachten. Pulatov doet in die video’s uitspraken over zijn deelname aan tapgesprekken en de samenwerking tussen de vier verdachten die ook voor de andere zaken relevant zijn.
  2. Wij vorderen dat uw rechtbank opdracht geeft om het transcript van de ter zitting getoonde video van Pulatov te laten controleren en waar nodig opnieuw te laten uitwerken door de tolken die het in opdracht van de rechtbank hebben vervaardigd. Van Russisch sprekende verbalisanten uit het onderzoeksteam hebben wij begrepen dat in meerdere passages de ondertitels geen volledige weergave vormen van hetgeen Pulatov heeft gezegd op de video. Daar hebben wij alle begrip voor. Het transcript is onder hoge tijdsdruk tot stand gekomen en was bedoeld om voor het publiek leesbare ondertitels te leveren voor de af te spelen video. Het is echter wel wenselijk dat we beschikken over een woordelijke vertaling van de vragen en antwoorden, in de vorm van een transcript waarnaar verwezen kan worden. Vandaar dit verzoek, waarbij we tevens toevoeging aan het dossier vorderen van de te vervaardigen tweede versie van het transcript in alle vier de zaken.
  3. Wij vorderen toevoeging aan het dossier van een gecontroleerd, volledig transcript van de februari-video van Pulatov in alle vier de zaken.
  4. Wij vorderen ook toevoeging aan het dossier in alle vier de zaken van het getoonde video-interview van Dubinskiy en een volledig transcript daarvan. De verdediging heeft aangekondigd daar in de zaak van Pulatov bezwaar tegen te zullen maken en eerst meer onderzoek naar de video nodig te achten, zoals de verdediging ook voor het vertonen van de video schriftelijk bezwaar heeft aangetekend tegen de vertoning er van ter zitting. Wij zien niet op welke grond dit bezwaar zou kunnen worden gehonoreerd. Hoe de video tot stand is gekomen en wie daarbij betrokken was is bepaald minder relevant dan de uitspraken die Dubinskiy in deze video, herkenbaar in beeld, doet over de beschuldigingen in dit strafproces. Voor zover daar onderzoek naar verricht moet worden, kan dat gebeuren in het gevraagde verhoor van Dubinskiy en hoeft dat niet in de weg te staan aan voeging in het dossier.

De videoverklaring van Pulatov geeft ons verder aanleiding om opnieuw te vorderen dat uw rechtbank de rechter-commissaris opdracht geeft een samenstelling te maken van de relevante onderdelen van de verhooropname van M58, die met inachtneming van de veiligheidsmaatregelen voor de getuige aan het dossier in de zaak van Pulatov kunnen worden toegevoegd en desgewenst ter zitting kunnen worden getoond. Bij de selectie door de rechter-commissaris zouden de standpunten van het OM en de verdediging moeten worden betrokken. U heeft ons eerdere verzoek daartoe in juli afgewezen. U overwoog daarbij dat het vertonen van beelden van een onherkenbaar gemaakte getuige met een vervormde stem de rechtbank niet noodzakelijk voorkomt voor het inzichtelijk maken van het proces voor het publiek. Nu ter zitting videobeelden zijn getoond waarop twee verdachten de beschuldigingen ontkennen, zou dat oordeel ons inziens heroverwogen moeten worden. Op dit moment tekent zich een inhoudelijke behandeling af waar de ontkenningen van meerdere verdachten op beeld zullen passeren. Daar staat veel belastende informatie tegenover, ook van meerdere getuigen, maar de belangrijkste van die getuigen kunnen om veiligheidsredenen niet ter zitting worden opgeroepen of anderszins in beeld worden gebracht. Hun verklaringen kunnen dus alleen worden voorgelezen. Dat heeft een andere impact dan beeld van een getuige zelf. M58 is een belangrijke getuige en kan wel in beeld worden gebracht, zij het met maskerende maatregelen. Misschien zijn die maatregelen met betrekking tot zijn uiterlijk en stem zodanig dat het niet zinvol is om de video te tonen. Maar op dit moment weten wij dat niet, want wij kennen die videobeelden niet. Wij vragen u dus niet om nu te bepalen dat die beelden ook daadwerkelijk getoond worden. Wij vragen u alleen om ons in staat te stellen om te beoordelen of die beelden kunnen bijdragen aan het standpunt dat het Openbaar Ministerie nog ter zitting naar voren moet brengen. Op die beoordeling kan niet vooruit gelopen worden zonder kennis te nemen van de beelden. Te meer nu er wel beeldmateriaal beschikbaar is gekomen waarmee de verdediging haar standpunt kracht zal kunnen bijzetten.

5.Wij vorderen daarom (opnieuw) het door de rechter-commissaris doen samenstellen van een compilatie van het verhoor door de rechter-commissaris van getuige M58.

Ook doen wij een voorwaardelijk verzoek naar aanleiding van het aanbod van Pulatov om vragen van uw rechtbank te beantwoorden:

6. Indien u op enige manier vragen aan Pulatov wenst te stellen, verzoeken wij u het Openbaar Ministerie in de gelegenheid te stellen ook vragen op te geven, en (zo mogelijk) voor de uitvoering een dusdanig tijdpad te bepalen dat de antwoorden van Pulatov ook bij rechtbank en Openbaar Ministerie bekend zijn tenminste twee weken voor aanvang van de inhoudelijke behandeling.

Nader onderzoek efficiënt uitvoeren

Er is veel, zeer veel, nader onderzoek gevraagd. Het is daarom van belang kritisch te bekijken wat daadwerkelijk uitgevoerd moet worden en wat niet.

Bedacht moet worden dat alleen al de voorbereiding van getuigenverhoren waar andere landen bij betrokken zijn maanden kan duren.90 Verhoren waarbij afscherming een rol speelt zijn extra complex en tijdrovend.91 Zo mag uit veiligheidsoogpunt vaak niet blijken wanneer het verhoor van een anonieme bedreigde getuige heeft plaatsgevonden. Dat betekent dat de rechter-commissaris in het proces-verbaal van verhoor een periode van enkele maanden heeft opgenomen waarbinnen het verhoor daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Bij het stellen van nadere vragen waarvoor een aanvullend verhoor georganiseerd moet worden, zal de rechter-commissaris dezelfde afschermingsmaatregel in acht nemen. Het vertragende effect is groot.92

Daarnaast is het belangrijk om de uitvoering van het toegewezen onderzoek zo in te richten dat het zo efficiënt mogelijk verloopt. Daarom doen wij de volgende verzoeken: 

  1. Wij verzoeken u de toe te wijzen verhoren van anderen dan de drie medeverdachten te clausuleren, zodat voor de rechter-commissaris duidelijk is waar getuigen en deskundigen over gehoord moeten worden en verhoren niet langer duren dan nodig.
  2. Wij verzoeken u bij toe te wijzen verhoren van verbalisanten te bezien of een getuigenverhoor nodig is of volstaan kan worden met het opmaken van aanvullend proces-verbaal.
  3. Wij verzoeken u in algemene zin voor toe te wijzen getuigen te bepalen dat de rechter-commissaris, in geval de betreffende getuige zich mogelijk op een verschoningsrecht kan beroepen, de ruimte krijgt om eerst te informeren of de getuige bereid is vragen te beantwoorden en alleen hoeft over te gaan tot verhoor als dat zo is. Dit is in elk geval van belang bij journalisten, medeverdachten en andere personen die zich vanwege hun actieve betrokkenheid bij de gewapende strijd zouden blootstellen aan een strafvervolging in bijvoorbeeld Oekraïne93 en buitenlandse overheidsfunctionarissen met een geheimhoudingsplicht.94
  4. Wij verzoeken u een termijn te stellen voor het bezoek aan de reconstructie van MH17 door een door de verdediging aan te wijzen kundig persoon. Uw rechtbank heeft het Openbaar Ministerie op 3 juli jl. opdracht gegeven om dit te faciliteren, maar de verdediging heeft nog geen kundig persoon aangewezen. Het is vooralsnog onduidelijk wanneer dat wel zal gebeuren. Verder zal ook de daaropvolgende planning en uitvoering van de bezichtiging weer de nodige tijd in beslag nemen. Daarbij is het de vraag hoe groot het verdedigingsbelang bij dit onderzoek is. Tegenover de rechter-commissaris heeft de verdediging benadrukt dat zijzelf niet (formeel) om dit onderzoek heeft verzocht.95 Het is niet wenselijk dat toegewezen onderzoek langdurig niet wordt uitgevoerd maar wel boven de markt blijft hangen. Het stellen van een uiterste termijn is daarom aangewezen.
  5. Wij verzoeken u voor nog te horen deskundigen door de rechter-commissaris te laten bepalen wat de meest aangewezen wijze van informatieverstrekking is (mondeling of schriftelijk), op basis van de vragen die de verdediging en het Openbaar Ministerie opgeven.
  6. Wij verzoeken u om een nadere overweging te wijden aan het in juli reeds toegewezen deskundigenonderzoek, waarbij u benadrukt dat een voortvarende uitvoering voorop moet staan en het plaatsvinden van deskundigenverhoren niet afhankelijk gemaakt hoeft te worden van een voorafgaande benoeming van een deskundige van Almaz-Antey. De reden daarvoor is dit: de rechter-commissaris heeft in dit deel van het onderzoek een bepaalde volgorde voorgenomen die is afgeleid uit wat uw rechtbank in juli heeft overwogen. Die volgorde houdt in dat eerst een deskundige van Almaz-Antey moet worden benoemd en moet hebben gereageerd op de rapporten van het NLR en de RMA, voordat andere deskundigen worden gehoord.96 Die volgorde leek ook ons in juli en augustus nog logisch. Inmiddels is het echter november en moeten wij constateren dat er nog geen benoeming is - laat staan een schriftelijk stuk - van een deskundige van Almaz-Antey. Het is onwenselijk en onnodig als ook andere verhoren hierdoor worden vertraagd. Uw dictum uit juli laat de rechter-commissaris al de ruimte om van de eerder voorgenomen volgorde af te stappen en alle verhoren zo spoedig mogelijk te doen plaatsvinden. Wij denken dat het de voortgang van dit proces bespoedigt als uw rechtbank zich uitlaat over de wenselijkheid daarvan. Dat hoeft de inhoudelijke reikwijdte van het onderzoek niet te beperken: als alle verhoren hebben plaatsgevonden en er blijkt nog van een reden om deskundigen op elkaar te laten reageren, dan kan dat alsnog plaatsvinden.

Ten slotte reageren wij nog op het verzoek van de verdediging om te bepalen dat de verdediging bij toe te wijzen verhoren alle vragen zelf mag stellen en de verhoren zelf mag bijwonen, en dat ook alle vragen moeten worden beantwoord (deel 2 randnummer 28). Dit verzoek miskent de ernstige veiligheidsrisico’s voor getuigen en andere personen in dit proces. Het miskent ook de strafprocessuele waarborgen die voor dit soort situaties zijn getroffen. In verschillende bepalingen van het Wetboek van Strafvordering zijn bevoegdheden toegekend aan de rechter-commissaris en het Openbaar Ministerie om hen in staat te stellen uitvoering te geven aan hun verantwoordelijkheid voor de veiligheid van getuigen en andere personen. Het is de zittingsrechter niet toegestaan die bevoegdheden uit het wetboek te schrappen. Omdat dit verzoek van de verdediging niet alleen onverantwoordelijk is, maar ook wettelijk onmogelijk, moet het worden afgewezen.

Vooruitblik inhoudelijke behandeling

Voorafgaand en bij de start van dit zittingsblok heeft uw rechtbank aangegeven dat u voornemens bent de zaken van de vier verdachten gelijktijdig inhoudelijk te behandelen in de zittingsperiode van februari en maart 2021. Verder begrijpen wij dat u tijdens die inhoudelijke behandeling gelegenheid zult bieden aan de verdediging en het Openbaar Ministerie om aanvullende stukken aan de orde te stellen. U heeft laten weten dat u ernaar zult streven op enig moment vóór 1 december 2020, voor zover mogelijk, meer concrete informatie te verstrekken over uw voorgenomen aanpak bij de inhoudelijke behandeling.

Met het oog op deze planning van de inhoudelijke behandeling wil het Openbaar Ministerie u enkele zaken in overweging geven. Daarbij hebben wij drie belangen voor ogen: de processuele zorgvuldigheid van de inhoudelijke behandeling, de begrijpelijkheid en voorspelbaarheid van het proces voor de nabestaanden en het bredere publiek en een doelmatige invulling van de zittingstijd.

In de eerste plaats verzoeken wij uw rechtbank om zo ruim mogelijk voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling een planning bekend te maken, ook van de te bespreken onderwerpen. Op die manier kunnen de verdediging en het Openbaar Ministerie vooraf beoordelen welke stukken zij graag voorgehouden zouden zien en kort na behandeling van het betreffende onderwerp vaststellen welke aanvullende stukken zij daarover nog aan de orde willen stellen. Op die manier kunnen die aanvullende stukken in voldoende aansluiting op dat onderwerp aan de orde worden gesteld.

In de tweede plaats verzoeken wij u om erop toe te zien dat aanvullend te bespreken stukken steeds tijdig voorafgaand aan de zitting door de verdediging en het Openbaar Ministerie aan uw rechtbank en elkaar worden aangekondigd. Bij voorkeur door het stellen van termijnen. Op die manier wordt voorkomen dat partijen uw rechtbank en elkaar verrassen. Daarbij is het ook zaak dat partijen uw rechtbank en elkaar zo volledig en specifiek mogelijk informeren over welke nadere stukken zij aan de orde willen stellen. Sommige bronnen laten ruimte voor verschillende uitleg. Andere bronnen hebben verschillende gezichten. Denk bijvoorbeeld aan de tapgesprekken van de DPR-strijder met de call-sign Mongol over het neerschieten van MH17. Die lopen nogal uiteen.

Er is het gesprek met zijn vrouw in de avond van 17 juli 2014 (21:47:47 uur), waarin zij hem tweemaal vraagt “It was you who shot down the Boeing?” en Mongol antwoordt: “Yeah…We, we did it”, “but we did it accidentally, it was accidentally”.

En er is het gesprek van twee dagen later (19 juli 2014, 07:37:57 uur), waarin hij zijn vrouw weer iets anders vertelt, namelijk dat MH17 is neergeschoten door een ander vliegtuig en niet met een raket vanaf de grond. Met Mongol kun je dus alle kanten uit.

Dit voorbeeld onderstreept het belang om vooraf te weten welk specifieke onderdeel van het dossier door de ene partij aan de orde wordt gesteld, zodat de andere partij dit desgewenst weer kan aanvullen. Wij zien geen reden tapgesprekken te bespreken van Mongol bij de inhoudelijke behandeling, omdat wij op basis van het dossier constateren dat Mongol wel over het neerschieten van MH17 praat, maar daarvan verschillende, tegenstrijdige versies uitdraagt terwijl zijn redenen van wetenschap onbekend zijn en er geen reden is om te denken dat hij er persoonlijk bij betrokken is geweest. Maar als uw rechtbank of de verdediging er voor zou kiezen wel een of meer gesprekken van Mongol voor te houden, dan is het van belang dat dit gebeurt in de context van zijn andere gesprekken. Kort en goed: een procedure waarbij voor alle partijen vooraf duidelijk is welke specifieke stukken worden voorgehouden, voorkomt onnodige discussie ter zitting over die stukken. 

In de derde plaats verzoeken wij uw rechtbank om op vaste momenten, aan het begin en eind van een bepaald zittingsblok of de bespreking van een bepaald onderwerp, telkens uitloopdagen in te plannen. Zulke dagen kunnen dan benut worden voor procedurele kwesties of aanvullende verzoeken. Vorige week heeft de verdediging al aangeven dat zij onverminderd op zoek is naar  deskundigen en dat de uitkomst van lopend onderzoek weer aanleiding kan geven voor nieuwe onderzoekswensen. Als Pulatov nieuwe verzoeken wil doen, bijvoorbeeld om stukken te voegen aan het dossier of om nieuwe getuigen of deskundigen te horen, dan moet daarvoor de gelegenheid worden geboden. Tegelijk moet de inhoudelijke behandeling niet worden doorkruist door de bespreking van zulke verzoeken. Dat komt de begrijpelijkheid van die behandeling voor de nabestaanden en het bredere publiek niet ten goede.

Tot slot willen wij nog stilstaan bij de kwestie van inzage door de verdediging in stukken die niet in het dossier zijn opgenomen en bezichtigingen van fysiek bewijsmateriaal. Sinds 23 maart hebben wij al verschillende keren afschrift verleend van zulke stukken, inzage verleend in stukken met gevoeliger informatie en bezichtigingen georganiseerd van de reconstructie van MH17 en vliegtuigvreemde materialen die tijdens het forensisch onderzoek zijn veiliggesteld. In december bieden wij gelegenheid om kennis te nemen van resterende vliegtuigvreemde materialen bij het Nederlands Forensisch Instituut.

Vóór de zitting van augustus hebben wij de verdediging in een brief laten weten hoe wij aankijken tegen inzageverzoeken in de aanloop naar de laatste regiefase.100 Inmiddels is de regiefase bijna afgerond en stevenen wij af op de inhoudelijke behandeling. Dat betekent dat wij de eerder geschetste lijn bij de beoordeling van inzageverzoeken zullen doorzetten. Er mag nu meer gevraagd worden van de motivering van inzageverzoeken dan aan het begin van een proces. Een eventuele toewijzing van inzageverzoeken na eerdere weigering van het Openbaar Ministerie, kan immers alleen plaatsvinden als die inzage noodzakelijk is. Daarbij dient het tijdsverloop, de eerder geboden gelegenheid en de procesfase te worden meegewogen.

Daarom zien wij geen reden voor een nieuwe verwijzing naar de rechter-commissaris om op inzageverzoeken te beslissen, en in elk geval niet voor beslissingen van de rechter-commissaris langs de lijnen van artikel 34 Sv.

Conclusie

Wij hebben nu alle onderzoekswensen van Pulatov besproken, en ook enkele praktische zaken ten behoeve van het verdere verloop van deze zitting.

Het Openbaar Ministerie heeft zich niet verzet tegen toevoeging aan het dossier van het NFI rapport 111 over sporen van raketbrandstof.

Verder heeft het Openbaar Ministerie geconcludeerd tot:

  • toewijzing van het verzoek om een getuigenverhoor van medeverdachte Dubinskiy;
  • afwijzing van alle overige verzoeken gedaan van 3 tot en met 5 november 2020;
  • afwijzing van alle openstaande verzoeken gedaan van 22 tot en met 23 juni 2020, waarop uw rechtbank haar beslissing eerder heeft aangehouden.

Dat vrijwel alle onderzoekswensen moeten worden afgewezen, heeft meerdere redenen. Allereerst vloeit het voort uit de duur en grondigheid van dit onderzoek. Gedurende zes jaar heeft het JIT al zoveel informatie verzameld, zoveel verschillende scenario’s onderzocht en zoveel mistige wegen uitgelopen, dat er niet veel meer te onderzoeken valt om te kunnen oordelen over de schuld of onschuld van deze vier verdachten. Het resultaat is een lijvig dossier, waarvoor uw rechtbank de verdediging ook een lange voorbereidingstijd heeft gegund. In dat dossier zijn ook de kritische noten die de verdediging naar voren brengt al opgenomen: getuigen die gevechtsvliegtuigen zeggen te hebben gezien, ontkenningen van de Russische overheid over betrokkenheid van de 53e Brigade en tal van codewoorden in tapgesprekken. Dat het voor Pulatov niet eenvoudig is om onderzoek te vinden dat nog niet is verricht, begrijpen wij. Maar dat kan geen reden zijn om een verdachte zijn eigen onderzoek te gunnen als dat geen verschil kan maken voor de vaststellingen van uw rechtbank.

Voor veel onderzoekswensen concluderen wij ook tot afwijzing, omdat na de toelichting door de verdediging nog steeds onduidelijk is welke relevante vragen gesteld zouden kunnen worden aan de gevraagde getuige of deskundige. Verhoren dienen niet om naar informatie te vragen die al in het dossier staat. En het heeft ook geen zin om verhoren in gang te zetten van personen waarvan nu al duidelijk is dat zij toch niet gevonden kunnen worden. Laat staan van overleden personen. Een strafproces is geen werkgelegenheidsproject. In een strafzaak moeten we met elkaar de strafvorderlijke spelregels volgen. Dat is een kwestie van gelijkheid en rechtszekerheid.

Pulatov heeft nog steeds alle mogelijkheden om in dit proces zijn kant van de zaak met kracht naar voren te brengen. Hij heeft in juli al de gelegenheid gekregen om een eigen kundig persoon het schadebeeld op de reconstructie te laten beoordelen en op zijn verzoek worden niet alleen meerdere deskundigen die al hebben gerapporteerd, maar ook een nieuwe deskundige van Almaz Antey gehoord over de werking van een Buk-raket, het schadebeeld van MH17 en de berekening van het afvuurgebied. Hij heeft op zijn verzoek van het Openbaar Ministerie grote aantallen documenten, foto’s en telecombestanden ontvangen die hij kan betrekken in zijn bestudering en betwisting van het dossier.

Ook voor een grondige beoordeling van de nieuwe standpunten die Pulatov vorige week naar voren heeft gebracht, bevat het dossier veel relevante informatie. Dat geldt bijvoorbeeld voor de stelling van Pulatov dat het transport van de Buk-TELAR zoals geconstateerd door het JIT feitelijk niet mogelijk was vanwege de posities van het Oekraïense leger op 17 juli 2014. In het dossier valt veel te lezen over de frontlinies op dat momenten ook over de vraag of de wegen en transportroutes tussen de regio’s Donetsk en Luhansk en de grensregio met de Russische Federatie door de Oekraïense strijdkrachten werden geblokkeerd. Zo is er beeldmateriaal van een konvooi met zwaar militair materieel dat vanuit de richting van de Russisch Oekraïense grens op 15 juli 2014 tot Donetsk vrijwel dezelfde route aflegt als de Buk-TELAR twee dagen later.101 De begeleidende voertuigen bij dit konvooi van 15 juli 2014 vertonen opmerkelijke overeenkomsten met voertuigen die twee dagen later onderdeel waren van het Buk-konvooi en op de aanvoerroute meermaals op beeld zijn vastgelegd.102

We weten nu dat een belangrijke vraag bij de inhoudelijke behandeling zal zijn of de afgeluisterde tapgesprekken over de Buk-raket betrekking hadden op echte gebeurtenissen of niet. Voor de beoordeling van die vraag zit veel relevant materiaal in het dossier. Wij kijken uit naar de bespreking daarvan.

Voetnoten

[1] Toelichting OM 8-10 juni 2020, onderzoek naar alternatieve scenario’s, p. 7-9.

[2] Toelichting OM 8-10 juni 2020, conclusie, p.6.

[3] Openingswoord 9 maart 2020, onderdeel 5.

[4] Zie bijvoorbeeld N. Rozemond en R. ter Haar, ‘Culpa in causa in het criminele milieu. De rechtsgevolgen van het ontbreken van rechtsordehandhaving op het noodweerrecht’, TPWS 2017/2, p. 4-5 en de daar genoemde bronnen.

[5] De EU heeft vanaf maart 2014 verschillende sancties in het leven geroepen tegen de Russische Federatie en verschillende individuen, zie: https://www.consilium.europa.eu/en/policies/sanctions/ukraine-crisis/; de OVSE heeft in 2015 de Russische unilaterale en onrechtmatige aanval op de Oekraïense soevereiniteit en territoriale integriteit veroordeeld en de Russische Federatie opgeroepen om de militaire, financiële of logistieke steun aan illegale gewapende groepering in de regio’s Donetsk en Luhansk te stoppen, zie: https://www.oscepa.org/news-a-media/press-releases/press-2015/osce-parliamentary-assembly-adopts-resolution-condemning-russia-s-actions-in-ukraine; verschillende staten hebben daarnaast Russische betrokkenheid bij het geweld tegen Oekraïne veroordeeld. Zo heeft de Britse ambassadeur bij de Veiligheidsraad op 5 augustus 2014 het volgende gesteld: “The truth of the matter is that this is not an insurrection born in the Donbas; it is an insurgency manufactured in Moscow. It is led by Russians, using Russian-supplied weapons, in a deliberate effort to destabilise Ukraine and to exert control over Kyiv”, zie: https://www.gov.uk/government/speeches/let-us-be-absolutely-clear-it-is-the-continuing-separatist-violence-that-is-responsible-for-the-worsening-humanitarian-situation.

[6] Artikel 2 lid 4 Handvest van de Verenigde Naties.

[7] Vgl. HR 27 mei 1986, NJ 1987, 8; HR 8 juni 2010, LJN BK4788; HR 14 februari 2012, LJN BV3884 en HR 11 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:235.

[8] Vgl. HR 8 mei 1990, NJ 1991/579, HR 31 oktober 2000, NJ 2001/11, HR 16 november 2004, NJ 2007/467 en HR 22 november 2005, NJ 2006/123) en Handboek strafzaken 36.7.2.3.2.1.

[9] Zie art. 50 sr en De Hullu, Materieel Strafrecht 2018, par. V.8.3.

[10] Transcript video regels 175-178.

[11] Transcript video regels 451-453.

[12] Transcript video regels 454.

[13] Brief van OM aan verdediging, d.d. 11 september 2020.

[14] Brief van OM aan verdediging d.d. 10 juli 2020 met bijlage; beoordeling inzageverzoeken.

[15] De audiobestanden zijn opgenomen in de eerste aanvulling op het dossier en op 3 maart 2020 aan de raadslieden verstrekt. Op de zitting van 10 maart 2020 en bij brieven van 23 maart, 10 juli en 22 juli heeft het OM om een reactie op deze gesprekken gevraagd.

[16] Vermeldenswaard in dat opzicht is ook Primo-10981b, een proces-verbaal waarin gesprekken tussen Pulatov en Koreets worden beschreven in samenhang met andere tapgesprekken en videobeelden van 16 juli 2014.

[17] Interview 1 april 2020: Primo-14484 + digi 14472xx14484.

[18] Zie: https://m.youtube.com/watch?v=EjzQK9LMjhE

[19] Zie Standpunt Openbaar Ministerie voortgang proces 10 maart 2020, p. 28-29.

[20] Brief van NFI van 4 maart 2020 (los verstrekt op 5 maart 2020). 

[21] Zie interview vanaf 2:20 min. Het interview is te raadplegen op: youtube.com/watch?v=EjzQK9LMjhE

[22] Zie interview vanaf 2:13 min. Het interview is te raadplegen op: youtube.com/watch?v=EjzQK9LMjhE

[23] https://www.om.nl/onderwerpen/mh17-vliegramp/strafrechtelijk-onderzoek-mh17-jit/eerste-resultaten-strafrechtelijk-onderzoek-mh17---28-9-2016; https://www.youtube.com/watch?v=JJL5F7zV4Rk&list=PL5VK-BMmlzk3GisZOYOsqJ57G32Pp6GWk&index=4

[24] https://www.youtube.com/watch?v=olQNpTxSnTo&sns=

[25] https://www.om.nl/onderwerpen/mh17-vliegramp/strafrechtelijk-onderzoek-mh17-jit/eerste-resultaten-strafrechtelijk-onderzoek-mh17---28-9-2016; https://www.youtube.com/watch?v=JJL5F7zV4Rk&list=PL5VK-BMmlzk3GisZOYOsqJ57G32Pp6GWk&index=4

[26] https://www.youtube.com/watch?v=Sf6gJ8NDhYA&list=PL5VK-BMmlzk3GisZOYOsqJ57G32Pp6GWk&index=5

[27] Reactie OM, zitting van 26 juni 2014, p. 37.

[28] Reactie OM, zitting van 26 juni 2014, p. 37.

[29] https://www.youtube.com/watch?v=olQNpTxSnTo&sns=

[30] https://www.youtube.com/watch?v=olQNpTxSnTo&sns=

[31] https://www.youtube.com/watch?v=olQNpTxSnTo&sns=

[32] In het interview, dat op 30 oktober 2020 door Bonanza op Youtube werd gezet, is door Dubinskiy verwezen naar een tapgesprek dat ten onrechte door het JIT zou zijn gedateerd op 17 juli 2014 in plaats van op 16 juli 2014. In het interview zegt Dubinskiy daarover (vanaf 2:27 min) dat zij dit de vorige keer ook besproken hebben. In de video is kort daarvoor in beeld verwezen naar de Bonanza documentaire ‘MH17 – call for justice’ waarin Dubinskiy ook met de interviewster zou hebben gesproken. In die documentaire (vanaf 13:11 min) is te horen dat iemand die wordt aangeduid als Dubinskiy reageert op de vraag of het juist is dat de door de SBU gepubliceerde telefoontaps van 17 juli 2014 zijn. Hij antwoordt dat in ieder geval het tapgesprek met ‘Boatsman’ waarin hij tegen ‘Boatsman’ zegt dat ze een SU-25 hebben neergeschoten en dat hij op dat moment in Stepanovka is, niet op 17 juli 2014 maar op 16 juli 2014 heeft plaatsgevonden. Op de 17e zou hij namelijk alweer terug zijn in Donetsk. Volgens Dubinskiy kan de SBU dat makkelijk uitzoeken aangezien zij zijn telefoongegevens hebben. Op de vraag of zijn stem te horen is in het gesprek antwoordt hij bevestigend. De inhoud van het gesprek waaraan hij refereert komt overeen met het gesprek van 17 juli 2014 om 17:42:43 uur. Ook hebben op 16 en 17 juli 2014 geen andere gesprekken plaatsgevonden tussen ‘Botsman’ en Dubinskiy. Het gesprek van 17 juli 2014 te 17:42:43 is bovendien door de SBU op Youtube gezet (vindplaats vanaf 4:16 min: youtube.com/watch?v=MVAOTWPmMM4). Gelet op het voorgaande kan het niet anders dan dat het volgens Dubinskiy verkeerd gedateerde gesprek, het gesprek van 17 juli 2014 om 17:42:43 is.

[33] Zie Z-tap, 17-07-2014, 17:42:43u; Primo-06324 en bijlage 2. Zie over de reden dat historische telefoongegevens vaak een iets later aanvangstijdstip en een iets kortere gespreksduur vermelden dan metadata Primo-7058, p. 9 (Relaas Dossier Telecom) en Primo-4104 (dit betreft het verschil tussen registratie aanvang bellen en totstandkoming gesprek).

[34] Zie bijvoorbeeld voor wat betreft de Verenigde Staten de zaak The US v Scheffer (1998). Hierin oordeelde het Hooggerechtshof: “There is simply no consensus that polygraph evidence is reliable”. De Europese Commissie voor de Rechten van de Mens heeft al in 1984 in de zaak A v Germany, betreffende een door een Duitse rechtbank afgewezen verzoek van een verdachte om door middel van een leugendetector te mogen worden ondervraagd, geoordeeld dat op basis van de toenmalige stand van de wetenschap het niet mogelijk is om door middel van het gebruik van een leugendetector een volledig betrouwbaar resultaat te verkrijgen. Voor wat betreft de Russische Federatie heeft het Hooggerechtshof van de Russische Federatie op 11 september 2012 (nr. 41-O12-57SP), naar wij begrijpen, geoordeeld dat het Wetboek van Strafvordering van de Russische Federatie niet voorziet in de mogelijkheid om een leugendetector te gebruiken in strafprocedures. Gegevens van een leugendetector zijn bij het controleren van de verklaring van de betrouwbaarheid van beklaagden geen bewijs. Dit oordeel is nog eens bevestigd in de uitspraak van 4 oktober 2012 (nr. 34-O12-12).

[35] Zie bijvoorbeeld: ICTY, Prosecutor v Naletilić & Martinović (decision on the request of the accused to be given the opportunity to be interrogated under application of a polygraph of 27 November 2000), Case IT-98-34 (“Emphasizing that, ultimately, it is for the Trial Chamber to determine the credibility of the witnesses and the accused; that in the present state of the law and technology, polygraph evidence would not be of material assistance to it in performing that function; and that the appropriate course for an accused who wishes to address the Trial Chamber about the case against him or her is either to appear as a witness in his or her own case, or to make a statement pursuant to Rule 84 bis”).

[36] Zie bijvoorbeeld: HR 14 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU5496, NJ 2007, 345, ro 8.4: “Het is immers van algemene bekendheid dat de toepassing van de leugendetector met het oog op de strafrechtelijke waarheidsvinding uiterst omstreden is wegens de onbetrouwbaarheid ervan.”

[37] Het aanbod om als verdachte een leugendetectortest af te leggen is niet hetzelfde als een getuigenverklaring in de zaak van een ander – zo zagen wij ook in de videoverklaring van Pulatov, die blijkbaar geen vragen over anderen wenste te beantwoorden.

[38] Transcript video regel 466.

[39] Uit Primo-9445 (bijlagendossier) volgt dat Dudnichenko gebruik maakte van het telefoonnummer 380631212501.

[40] Primo-05484 (bijlagendossier).

[41] Uit Primo-05484 (bijlagendossier) volgt dat tussen het nummer -2501 en -6335 op 17 juli 2014 om 14:00:57 uur een verbinding van 60 seconden heeft plaatsgevonden.

[42] Z-tap, 17-07-2014, 14:33:10 uur. Deze Taiga is overigens als getuige in het onderzoek gehoord: zie Primo-05695 (overige getuigen).

[43] HR 25 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7658.

[44] HR 23 november 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA3797, NJ 2000, 128; HR 19 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:AZ7120, NJ 2009, 251 en HR 28 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7140, NJ 2012, 609. Zie ook G. Pesselse en J.H.B. Bemelmans, de geldigheid van getuigenverzoeken, DD2017/61, par 3.2

[45] Openingswoord OM d.d. 9 maart 2020, p. 10-11.

[46] Openingswoord OM d.d. 9 maart 2020, p. 10.

[47] TK 1996-1997, 25392, nr. 3, p. 24-25.

[48] Zie art. 40 lid 2 EVRM jo. regel 33 van de Rules of Court.

[49] Openingswoord OM d.d. 9 maart 2020, p. 6-7.

[50] Standpunt OM voortgang proces d.d. 10 maart 2020, p. 47.

[51] Openingswoord OM d.d. 9 maart 2020, p. 7.

[52] Zie ministerieel besluit van Zie brief van OM aan raadslieden d.d. 11 september 2020, met bijgevoegd ministerieel besluit.

[53] Op 6 mei 2016 hebben nabestaanden uit verschillende landen een klacht ingediend bij het EHRM tegen de Russische Federatie voor haar aandeel bij het neerschieten van vlucht MH17 (bron: http://hudoc.echr.coe.int/eng?i=001-192578). Op 25 mei 2018 hebben de Nederlandse en de Australische Staat besloten om de Russische Federatie aansprakelijk te stellen. Naar aanleiding van die aansprakelijkstelling zijn deze drie staten een diplomatiek overleg gestart om tot een oplossing te komen die recht doet aan het leed en de toegebrachte schade (bron: Brief van de minister van Buitenlandse Zaken aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 25 mei 2018, TK 2017-2018, 33997, nr. 117). Op 23 november 2018 hebben andere nabestaanden een tweede klacht gedaan bij het EHRM tegen de Russische Federatie (bron: http://hudoc.echr.coe.int/eng?i=001-192578).

[54] Brief van de minister van Buitenlandse Zaken aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 10 mei 2019, TK 2019-2020, 33997, nr. 138.

[55] Brief van de minister van Buitenlandse Zaken aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 10 juli 2020, TK 2019-2020, 33997, nr. 152.

[56] Brief van de minister van Buitenlandse Zaken aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 10 juli 2020, TK 2019-2020, 33997, nr. 152.

[57] Tussenbeslissing 3 juli 2020, p. 13.

[58] Pleitaantekeningen 22-23 juni 2020, deel 3, randnummer 49 (“De uitkomst van dit onderzoek zou kunnen zijn dat MH17 niet door een BUK-raket kan zijn geraakt. Het gevolg daarvan is dat het warplane scenario in beeld komt”).

[59] Reactie OM 26 juni 2020, deel 1, p. 25-27.

[60] Reactie OM 26 juni 2020, deel 1, p. 25-26.

[61] Reactie OM 26 juni 2020, deel 1, p. 28 (citaat uit pleitaantekeningen 22-23 juni 2020, deel 2, randnummer 54)

[62] Pleitaantekeningen 28 september 2020, randnummer 11 en pleitaantekeningen 3 november 2020, randnummer 52 (“Sterker nog, hij had en heeft geen eigen wetenschap van hoe en waarom MH17 is neergehaald.”).

[63] Transcriptie van video verdediging, p. 37: “En precies op het dat moment, toen ik in de auto zat en de auto begon te rijden, hoorde ik een geluid dat me aan Strela-10 deed denken.”

[64] Transcriptie van video verdediging, p. 57-58.

[65] Tussenbeslissing 3 juli 2020, p. 11.

[66] Zie C.P.J. Scheele, Strafblad, 2017/2, 31 mei 2017: “(…) de aan het verzoek ten grondslag gelegde argumenten moeten wel een begin van aannemelijkheid, een begin van houdbaarheid of deugdelijkheid hebben, ofwel de inhoud van het dossier moet ruimte laten voor de aan het verzoek ten grondslag gelegde mogelijkheid, die dan via het getuigenverhoor zou moeten worden onderzocht. Het mag niet te speculatief zijn [onderstreping OM], er moet een kans van slagen zijn.”

[67] https://www.gebruikershandleiding.com/Singer-7105/preview-handleiding-734305.html.

[68] In de motivering van juni maakt de verdediging niet duidelijk op welk onderwerp dit verzoek is gericht. Omdat het is opgenomen in het hoofdstuk ‘warplane scenario’, gaat het OM er vanuit dat het verhoor van Koeberg onder deze noemer valt. Zie Reactie OM d.d. 26 juni 2020, p. 35-36.

[69] Reactie OM d.d. 26 juni 2020, p, 25 en 26.

[70] Reactie OM d.d. 26 juni 2020, p. 31 (over D21) en p. 34-35 (over Koeberg).

[71] Reactie OM d.d. 12 november 2020, p. 43.

[72] Brief OM aan raadslieden en voorzitter d.d. 22 juli 2020, p. 2.

[73] Reactie OM d.d. 26 juni 2020, p. 6.

[74] Zie voor nadere informatie: brief OM aan raadslieden en voorzitter d.d. 22 juli 2020, p. 2.

[75] Reactie OM d.d. 26 juni 2020, p. 16-18.

[76] Zie bijlage bij brief van OM aan raadslieden d.d. 10 juli 2020, p. 3-5 (verstrekking stukken en nadere toelichting) en brief van OM aan raadslieden d.d. 11 september 2020, p. 15 (inzage in stukken op JCS).

[77] Transcriptie video verdediging, p. 10.

[78] Reactie OM d.d. 26 juni 2020, p. 16-18.

[79] Toelichting OM d.d. 8 juni 2020, onderzoek telecomgegevens (algemene toelichting); Reactie OM d.d. 26 juni 2020, p. 20-22 (toelichting over metadata en provider MTS).

[80] Brief OM aan raadslieden d.d. 23 maart 2020, p. 2-5, met bijgevoegde lijst van intercepties van Pulatov in de periode van 15 t/m 19 juli 2014; bijlage bij brief OM aan raadslieden d.d. 10 juli 2020, p. 5-7.

[81] Zie overzicht inzagen en bezichtigingen door de verdediging d.d. 26 oktober 2020, als bijlage gevoegd bij email van OM aan de voorzitter en raadslieden op dezelfde datum.

[82] Pleitaantekeningen d.d. 28 september 2020, randnummer 9.

[83] Standpunt OM voortgang proces d.d. 10 maart 2020, p. 22.

[84 ] Brief OM aan raadslieden d.d. 23 maart 2020, p. 3-4.

[85] Brief OM aan raadslieden d.d. 10 juli 2020, p. 6.

[86] Brief OM aan raadslieden d.d. 22 juli 2020, p. 3.

[87] Tussenbeslissing d.d. 3 juli 2020, p. 21.

[88] Reactie OM d.d. 26 juni 2020, p. 21.

[89] De verzoeken tot verhoor van de getuigen genoemd onder de nummers 1-13, 15-16, 19-20, 26-34, 36-49, 51, 54, 56, 59-60, 65-81 en 84-105, zoals vermeld op de lijst van de verdediging van 23 juni 2020 (pleitaantekeningen d.d. 23 juni 2020, deel 9 van 9, bijlage 1) en in de tussenbeslissing van 3 juli 2020.

[90] OM Toelichting maart 2020, Standpunt OM voortgang proces, p. 25.

[91] Denk verder  bijvoorbeeld ook aan ingewikkelde reisarrangementen. Ook de recente brief van de rechter-commissaris over de organisatie van het verhoor van M58 geeft een goed beeld van mogelijke complexiteiten.

[92] Immers kunnen de processen-verbaal van verhoor pas maanden later worden verstrekt, zodat ook daaruit niet kan worden afgeleid wanneer de getuige daadwerkelijk op de verhoorlocatie is geweest.

[93] Voorbeelden separatisten Kupryan (callsign Batya) deel 4 van 5, randnummer 191), S21 (Kruglov) (deel 4 van 5, randnummer 47), Chernyk (Bibliotekar) en Vlokh (deel 4 van 5, randnummer 82), Protsenko (Dushman) (deel 4 van 5, randnummer 86).

[94] Bijvoorbeeld vanwege het beschikken over informatie die als staatsgeheim is aangemerkt. Denk bijvoorbeeld aan K.R. Stolworthy, (pleitnota juni 2020, deel 4a (satellietbeelden), randnummer 28) of leden van de inlichtingendienst MVD (deel 2, randnummer 311). 

[95 Proces-verbaal regiebijeenkomst d.d. 25 augustus 2020, p. 6: “De verdediging merkt op dat zij niet formeel heeft verzocht om deze kundige persoon, maar dat dit een additioneel verzoek was dat niettemin is toegewezen door de rechtbank. De verdediging zet uiteen dat zij druk bezig is geweest, maar dat het een enorme zoektocht is en dat het - anders dan de rechter-commissaris haar had verzocht - nog niet gelukt is om een datum vast te leggen voor het bezoek aan Gilze Rijen.”

[96] Zie brief rechter-commissaris 17 juli 2020, p. 2 en proces-verbaal regiebijeenkomst d.d. 25 augustus 2020, p. 6.

[97] Tot die bevoegdheden behoren onder meer het vorderen of verlenen van de status van anoniem bedreigde getuige voor een nog te horen persoon (art. 226a Sv), de beoordeling door de rechter-commissaris of een verhoor kan plaatsvinden in aanwezigheid van de verdediging en het Openbaar Ministerie of niet (art. 186a Sv) het (vorderen tot) beletten van de beantwoording van vragen (art. 187b Sv) of de kennisneming daarvan door de procesdeelnemers (art. 187d Sv).

[98] Pleitaantekeningen, deel 1, randnummer 34.

[99] Zie bijvoorbeeld pleitaantekeningen, deel 4, randnummer 290.

[100] Brief OM aan raadslieden d.d. 28 augustus 2020, p. 1-2: “Voor een goede organisatie van het proces is het van belang dat inzageverzoeken tijdig worden gedaan. Om die reden is de wettelijke inzageregeling van artikel 34 Sv ook alleen van toepassing tijdens het voorbereidend onderzoek en niet in de zittingsfase. Omdat de verdediging in deze zaak pas relatief kort vóór aanvang van de zitting kennis heeft genomen van het dossier, heeft het OM de verdediging in de eerste zittingsfase een zelfde inzagegelegenheid geboden. Naar mate de tijd verstrijkt, zullen inzageverzoeken kritischer beoordeeld moeten worden. Die verzoeken strekken immers tot verkrijging van informatie die gebruikt kan worden voor de onderbouwing van onderzoekwensen en voegingsverzoeken. Gelet op de planning van de rechtbank, waarbij de verdediging nadere gelegenheid wordt geboden voor het indienen van onderzoekwensen in de zittingsperioden in september en november, dienen nadere inzageverzoeken ook zo ruim vóór die zittingsperioden gedaan te worden, dat zij tijdig beoordeeld en uitgevoerd kunnen worden. Daar komt bij dat de beoordeling en uitvoering van zulke inzageverzoeken de nodige tijd vraagt van politie en OM voor inventarisatie van stukken en beoordeling op af te schermen informatie. Om dezelfde reden zal (net als bij onderzoekwensen aan de rechtbank) bij latere inzageverzoeken ook een motivering mogen worden gevraagd, waarom de verdediging die inzageverzoeken niet eerder heeft kunnen doen.”

[101] De vermoedelijke route die het militaire konvooi op 15 juli heeft afgelegd vanaf de Russische grens naar Donetsk is via Luhansk, Yenakiieve en Makeevka. Primo-02624 (bijlagendossier), p. 1513.

[102] Zie Primo-07288, p.1. In het konvooi van 15 juli 2014 reden onder meer een groenkleurige UAZ 469 Jeep, een donkerkleurige Volkswagen Transporter en een donkergrijze/zilverkleurige Toyota RAV 4 mee (Primo-02624 (algemeen dossier), p.1513; Primo- Primo-6537 (bijlagendossier); Primo-6538 (bijlagendossier)). In het konvooi van 17 juli 2014 zijn op videobeelden eveneens een groenkleurige UAZ 469 Jeep, een donkerkleurige Volkswagen Transporter en een donkerkleurige/grijze/zilveren Toyota RAV4 gezien die vermoedelijk mee reden als begeleiding (primo-02378 (zaaksdossier aanvoerroute), p. 48, 60, 84, 88).