Zitting 15 april 2021

Toelichting van het OM uitgesproken op de zitting van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Den Haag op 15 april 2021.

Zitting MH17-proces 15 april 2021

Voor de uitgeschreven tekst verwijzen wij u naar de toelichting van het OM op deze website

Inleiding

Eind vorig jaar heeft uw rechtbank de regiefase in dit proces afgesloten. In juni zullen de zaken inhoudelijk worden behandeld. In de tussentijd geeft de rechter-commissaris uitvoering aan de opdrachten van uw rechtbank om nader onderzoek te verrichten. Dat onderzoek is voor het publiek niet zichtbaar, maar hier achter de schermen, in het kabinet van de rechter-commissaris, wordt veel en complex werk verzet. Op de vorige zittingen heeft het Openbaar Ministerie zich beperkt tot een reactie op verzoeken van de verdediging. Vandaag staan wij kort stil bij de laatste ontwikkelingen in deze zaak.

Eerst zullen wij ingaan op de actuele stand van zaken in dit strafproces: recente verrichtingen van de rechter-commissaris, aangekondigde verdedigingsrapporten, het voorgenomen bezoek van de verdediging aan de reconstructie van MH17 en de mogelijke schouw van die reconstructie door uw rechtbank. Vervolgens staan wij stil bij de recente publicatie van informatie uit het onderzoek, de indiening van de vorderingen van benadeelde partijen en kijken wij vooruit naar de uitoefening door de nabestaanden van hun spreekrecht en de verdere planning van dit proces, in procedurele en inhoudelijke zin.

Stand van zaken nader onderzoek

Recente verrichtingen rechter-commissaris

Een aanzienlijk deel van het aan de rechter-commissaris opgedragen onderzoek is inmiddels afgerond of bijna afgerond. In een enkel geval kon er geen uitvoering worden gegeven aan het onderzoek. Het onderzoek van de rechter-commissaris is complex en wij hebben grote waardering voor de zorgvuldige wijze waarop de rechter-commissaris te werk gaat. Daarbij heeft de rechter-commissaris rekening gehouden met de bijzondere veiligheidsbelangen van getuigen, zonder dat de verdediging meer dan noodzakelijk in haar ondervragingsrecht wordt beperkt. Integendeel, de rechter-commissaris geeft ruim baan aan de verdediging om haar vragen te stellen. Zo duurde het verhoor van getuige RC02 drie dagen en zijn getuige M58 en de drie deskundigen van het NLR, de RMA en Almaz Antey elk vier dagen lang verhoord. Tijdens al die verhoren heeft de rechter-commissaris de verdediging in de gelegenheid gesteld om het voortouw te nemen in de ondervraging. Ook in de gevallen waarin getuigen om veiligheidsredenen buiten aanwezigheid van de verdediging werden gehoord of een deskundige schriftelijk werd bevraagd, zijn de vragen van de verdediging ruimhartig overgenomen. Alleen wanneer die vragen evident buiten het bereik van de verwijzingsopdracht vielen, heeft de rechter-commissaris deze niet gesteld.

De rechter-commissaris heeft tijdens de verhoren oog en oor gehouden voor de kwaliteit van de vertolking en de interactie tussen de tolk en de getuige of deskundige. Als er vragen waren over de vertaling, heeft de rechter-commissaris dit onmiddellijk opgehelderd met de tolken en de deskundigen of getuigen.1 Hoewel de verdediging verschillende keren heeft aangevoerd dat zij verhoorbeperkingen ondervond, hebben wij die niet wezenlijk kunnen vaststellen. De door de rechter-commissaris van de verhoren opgemaakte processen-verbaal beslaan inmiddels vele honderden pagina’s.

Op twee onderwerpen van het nader onderzoek van de rechter-commissaris willen wij nog kort ingaan.

Ten eerste de video van de Buk-TELAR in Snizhne. In de procedure van de nabestaanden bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft de Russische regering gesteld dat deze video gemanipuleerd zou zijn. Naar aanleiding daarvan hebben wij uw rechtbank in maart 2020 gevorderd om onderzoek te laten doen naar het beeld en de uploaddatum van deze video. Dat onderzoek is inmiddels uitgevoerd door het Zweedse National Forensic Centre en het Nederlands Forensisch Instituut. Daarin hebben beide forensische instituten geen aanwijzingen gevonden voor de door de Russische regering gestelde manipulatie.

Ten tweede het onderzoek naar het schadebeeld van MH17 en het afvuurgebied van een Buk-raket. Dat zal volgende week worden besloten met een afrondend verhoor van de deskundigen van het NLR, de RMA en Almaz Antey. Zij zijn het er in elk geval over eens dat MH17 kan zijn neergeschoten met een Buk-raket. Ook zijn de deskundigen het eens dat in dat geval sprake moet zijn geweest van een detonatie van een warhead in de nabijheid van MH17 en niet van een impactdetonatie. Alleen over het type van die mogelijke raket - een 9M38M1 of een 9M38 - en de afvuurlocatie ervan - vanuit een gebied ten zuiden van Snizhne of ten zuidoosten van Zaroshchenske – zijn de deskundigen verdeeld. Daarbij houdt Almaz Antey vast aan het afvuurgebied, zoals het in zijn persconferentie van 13 oktober 2015 heeft gepresenteerd. In plaats van een door uw rechtbank verzocht eerder opgesteld rapport te verstrekken, heeft het concern eind vorig jaar twee nieuwe rapporten opgesteld. Daarin gaat Almaz Antey uitvoerig in op het verloop van het onderzoek door de OVV, het NLR en de RMA, maar geeft het volgens de deskundigen van het NLR en de RMA onvoldoende inzicht in de data en methoden van het eigen onderzoek.

Het NLR en de RMA hebben elk verschillende methoden gebruikt om een afvuurgebied te berekenen. Het NLR begon vanaf de grond en heeft vanuit een ruim grondgebied rondom de plek waar MH17 is getroffen een groot aantal lanceringen gesimuleerd. Bij elk van die lanceringen heeft het NLR een geobjectiveerde vergelijking gemaakt tussen de bij die lancering te verwachten schade en de feitelijke schade aan MH17. Het uiteindelijke afvuurgebied van het NLR bestaat uit alle lanceerlocaties waar vandaan een schade kan zijn veroorzaakt die in voldoende mate overeenkomt met de schade aan MH17. De RMA begon zijn analyse in de lucht en is van daaruit gaan terugrekenen. Op basis van de schade aan MH17 heeft de RMA een detonatielocatie en oriëntatie van de raket bepaald ten opzichte van MH17. Van daaruit is teruggerekend naar een mogelijk afvuurgebied. Zo komen het NLR en de RMA via verschillende methoden tot een overlappend afvuurgebied. Almaz Antey lijkt dezelfde methode te hebben gebruikt als de RMA, maar gaat op basis van het schadebeeld uit van een andere oriëntatie of naderingshoek van de raket ten opzichte van het toestel.

Daarnaast zijn de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de deskundige van Almaz Antey in zijn verhoor aan bod gekomen. Concreet is stilgestaan bij de relatie tussen de persconferenties van Almaz Antey en de EU-sanctie die aan het concern is opgelegd, de afhankelijkheid van het bedrijf van de Russische regering en het Russische Ministerie van Defensie en de persoonlijke uitlatingen van de deskundige over een ‘informatieoorlog’.

De verklaringen van de verschillende deskundigen zullen verder tijdens de inhoudelijke behandeling besproken worden.

Nieuwe rapporten verdediging

In november 2020 heeft de verdediging de verwachting uitgesproken dat zij nog rapporten van eigen deskundigen zal inbrengen en daar mogelijk nieuwe onderzoekswensen aan zal verbinden.Over die voorgenomen inschakeling van eigen deskundigen heeft de verdediging sinds 21 februari 2020 bij herhaling gesproken.Voor een geordende inhoudelijke behandeling en een voldragen discussie is het van belang dat eventuele rapporten van de verdediging zo vroeg mogelijk worden ingebracht. Als dat niet ruim voor de inhoudelijke behandeling gebeurt, zal uw rechtbank moeten wegen of toevoeging aan het dossier verenigbaar is met de beginselen van een goede procesorde. Nu de verdediging al sinds de start van dit proces de concrete verwachting uitspreekt nog schriftelijke stukken aan het dossier te willen toevoegen en daar mogelijk nog onderzoekswensen aan te zullen verbinden, verzoeken wij uw rechtbank deze aankondiging bij uw regie over de inhoudelijke behandeling te betrekken. Dat kan onnodige procedurele complicaties voorkomen.Dit zou bijvoorbeeld kunnen door van de verdediging thans duidelijkheid te vragen over hetgeen op dit vlak nog verwacht kan worden en door de verdediging uit te nodigen om voor een door uw rechtbank te bepalen datum eventuele aanvullende stukken te verspreiden en daaraan te verbinden onderzoekswensen schriftelijk bekend te maken.

Bezichtiging reconstructie door kundige persoon verdediging

In het onderzoek naar het schadebeeld staat nog één onderdeel open: de bezichtiging van de reconstructie door een door de verdediging aangewezen kundig persoon. Op 3 juli 2020 heeft uw rechtbank het Openbaar Ministerie opgedragen om die bezichtiging te faciliteren. Op 8 februari jl. heeft uw rechtbank geconstateerd "dat dit onderzoek al geruime tijd geleden is toegestaan, dat de rechter-commissaris hierop regie voert, maar dat de verdediging haar deel van de uitvoering daarvan pas recent heeft ingezet". Na de zitting heeft uw rechtbank duidelijk gemaakt dat de opdracht aan het Openbaar Ministerie om een bezichtiging te faciliteren alleen zag op de reconstructie en dat er geen reden was het gevraagde bezoek uit te stellen. Op 5 maart jl. heeft het Openbaar Ministerie de verdediging opnieuw gevraagd om aan te geven wanneer zij de reconstructie met een kundig persoon wenste te bezichtigen. Ook op die uitnodiging hebben wij geen reactie ontvangen. Als de verdediging nog steeds onderzoek wil laten uitvoeren naar aanwijzingen in het schadebeeld van MH17 voor een ander wapen dan een Buk-raket, dan zal het dit op korte termijn moeten doen. De verhoren van de deskundigen van het NLR, de RMA en Almaz Antey over het schadebeeld zullen volgende week worden afgerond. Hun bevindingen zullen tijdens de inhoudelijke behandeling in juni besproken worden. Als de verdediging nog een rapport van een kundige persoon wil inbrengen, is het van belang dat dit tijdig vóór die zitting gebeurt, zodat dit stuk door uw rechtbank en het Openbaar Ministerie in samenhang met andere bevindingen kan worden gelezen en begrepen. Als een dergelijk rapport op een later moment alsnog wordt ingebracht, kan dit de inhoudelijke behandeling doorkruisen en tot onnodige vertraging leiden van het proces. Daarom verzoeken wij uw rechtbank een termijn te stellen voor de bezichtiging van de reconstructie, waar wij nu al meer dan negen maanden over spreken.

Schouw

Het Openbaar Ministerie handhaaft zijn vordering tot het uitvoeren van een schouw van de reconstructie op de gronden die daarvoor eerder zijn toegelicht. Uit de verhoren en de rapporten van de deskundigen van het NLR, de RMA en Almaz Antey is gebleken dat er discussie bestaat over het feitelijke schadebeeld van MH17, de begrenzing van die schade en de relevantie van bepaalde typen schade. Het Openbaar Ministerie zal graag na afronding van het gezamenlijk verhoor van de deskundigen een opgave doen van aandachtspunten voor de schouw, zoals door uw rechtbank verzocht.

Enkele voorlopige opmerkingen kunnen wij nu vast maken. Deskundigen van het NLR en de RMA menen dat de begrenzing van de impactschade van de warhead samenhangt met de dichtheid ervan. De hoogste dichtheid is zichtbaar op de linkerzijde van de cockpit. De begrenzing van die concentratie van impactschade is op de reconstructie goed te zien. Almaz Antey meent dat ook de schade aan de linker motorrand, de linker vleugel en de stabilisator van het staartstuk primaire impactschade betreft en om die reden relevant is bij het vaststellen van het feitelijke schadebeeld. Tijdens een schouw kan het verschil in dichtheid tussen de impactschade op de linkerzijde van de cockpit enerzijds, en die op de linker motorrand, de linkervleugel en het staartstuk anderzijds worden bezien. Ook kan de omvang van de impactschade - oftewel de grootte van de gaten - op de motorrand, de linkervleugel en de stabilisator van het staartstuk worden aanschouwd. Die grootte kan iets zeggen over de bron van die schade.

Verder stelt de deskundige van Almaz Antey dat geen sprake is van uitschotschade van primaire fragmenten aan de rechterzijde van de cockpit. Tijdens de schouw zou de rechtbank deze stelling kunnen toetsen, door zelf waar te nemen of uitgaande schade die veroorzaakt kan zijn door primaire fragmenten op de rechterzijde van de cockpit aanwezig is.

Beschikbaarheid processtukken bij derden

Het Openbaar Ministerie heeft geconstateerd dat informatie die zich in het procesdossier bevindt ook in het bezit van derden is gekomen.

De Nederlandse nieuwsrubriek Nieuwsuur heeft afgelopen weekend bericht de beschikking te hebben over duizenden telefoongesprekken die verdachte Dubinskiy voerde in de maanden juli en augustus 2014. De voor deze strafzaak relevante gesprekken uit die berichtgeving bevinden zich in het procesdossier en zijn deels ook al ter zitting besproken. Het is echter niet zo dat die grote verzameling gesprekken zoals door Nieuwsuur beschreven zich in volledige vorm in ons procesdossier bevindt. De gesprekken zijn ook niet verstrekt door het Openbaar Ministerie of de politie. Naar aanleiding van de berichtgeving van Nieuwsuur hebben wij navraag gedaan bij de Oekraïense autoriteiten of bij hen bekend is wat de herkomst van deze gesprekken kan zijn. Zij berichtten ons dat grote aantallen tapgesprekken van Dubinskiy onderdeel uitmaken van verschillende procesdossiers in Oekraïense strafzaken die onder meerdere procespartijen daar zijn verspreid. Dat deze gesprekken ook in andere strafzaken een rol spelen, is niet vreemd. Het grootste deel van deze gesprekken is niet opgenomen specifiek in het kader van het onderzoek naar het neerhalen van MH17 en de gesprekken bevatten informatie over vele andere ernstige misdrijven gepleegd in Oekraïne. Natuurlijk vinden wij het onwenselijk dat bewijs in deze strafzaak wordt besproken in de media voordat dit op zitting is gebeurd. De berichtgeving van Nieuwsuur vormt ons inziens echter geen aanleiding om te denken dat de genoemde tapgesprekken vanuit ons procesdossier of door toedoen van een JIT-partner in handen zijn gekomen van derden.

Anders ligt het voor de stukken uit het procesdossier die zijn genoemd in een rapport van Almaz Antey. Op de vorige zitting heeft uw rechtbank hier al op gewezen. Over de wijze waarop Almaz Antey aan die stukken (met een Primo-nummer) is gekomen, heeft het recente verhoor van de opsteller van het rapport geen duidelijkheid gebracht. Deze stukken maken geen onderdeel uit van een ander procesdossier dat op rechtmatige wijze is verspreid. Ook deze stukken zijn niet verstrekt door het Openbaar Ministerie of de politie. Voor deze stukken geldt dus wel dat zij klaarblijkelijk vanuit ons procesdossier in handen zijn gekomen van andere personen dan de procespartijen.

Vorderingen benadeelde partij

Op dinsdag 13 april is door het RBT een groot aantal vorderingen tot schadevergoeding namens nabestaanden ingediend. Het RBT zal hier later op deze zittingsdag nog een toelichting op geven.

Toen eenmaal duidelijk was welke nabestaanden zich door het RBT laten vertegenwoordigen, heeft het Openbaar Ministerie de resterende nabestaanden benaderd die eerder hadden aangegeven dat zij een vordering wilden indienen. Dit betreffen de nabestaanden van vijf slachtoffers. Het Openbaar Ministerie heeft deze nabestaanden opnieuw aangeschreven en hen verzocht om vóór dit zittingsblok te laten weten of zij nog van hun recht op het indienen van een schadevergoedingsvordering in dit proces gebruik willen maken. Tot op heden hebben de nabestaanden van twee van deze vijf slachtoffers een schriftelijke vordering ingediend.

Waar het gaat om de inrichting van de schriftelijke ronde betreffende de vorderingen van de benadeelde partijen horen wij graag de standpunten van het RBT en de verdediging voor wij ons daarover uitlaten. Zoals eerder aangegeven maakt de aard van de civiele aansprakelijkstelling het logisch dat op dat vlak eerst de partijen aan bod komen, en daarna pas het Openbaar Ministerie. Die volgorde hoort ons inziens ook tot uitdrukking te komen in de planning van de schriftelijke ronde: wij menen dat eerst de verdediging van Pulatov de gelegenheid moet krijgen een schriftelijk standpunt in te nemen over de vorderingen voor het Openbaar Ministerie dat doet. Voor die twee volgordelijke stappen zullen dus afzonderlijke termijnen bepaald moeten worden.

Spreekrecht nabestaanden

Het RBT heeft aangegeven dat de nabestaanden graag duidelijkheid willen over het moment waarop zij hun spreekrecht kunnen uitoefenen. Wij begrijpen dat en denken dat die duidelijkheid ook gegeven kan worden. Zoals wij bij brief van afgelopen maandag uiteen hebben gezet, menen wij dat het spreekrecht in september volledig uitgeoefend kan worden als de nabestaanden dat willen – óók als het onderzoek nog niet volledig is afgerond. Voor de nabestaanden is van belang dat zij in de uitoefening van hun rechten niet méér vertraging en onzekerheid ondervinden dan strikt noodzakelijk. Ook voor de voortgang van dit proces zou het goed zijn als in september het spreekrecht kan worden uitgeoefend zoals eerder is voorgenomen. Wij verzoeken uw rechtbank daarom – op de gronden die wij per brief van 12 april jl. uiteen hebben gezet – te bepalen dat het spreekrecht in september a.s. volledig kan worden uitgeoefend door de nabestaanden die dat wensen. Wij verwachten dat een grote meerderheid van de spreekgerechtigden dat zal willen, in de wetenschap dat zij bij die keuze later niet een tweede gelegenheid zullen krijgen. Indien er nabestaanden zijn die pas willen spreken nadat ook de laatste resultaten van het onderzoek door de rechter-commissaris zijn afgerond, kan voor hen later een aparte zittingsdag worden gevonden.

Verdere planning zitting procedureel

Uw rechtbank heeft herhaaldelijk aangegeven het belang van de verdachte(n), de nabestaanden en de samenleving als geheel bij een berechting binnen een redelijke termijn mee te wegen bij uw beslissingen. Dat is ook wat de wet van u vraagt en die opstelling waarderen wij. Dat wij hier ter zitting nog kort bij de planning willen stilstaan, is omdat deze complex is en door een samenstel van factoren voor ons minder inzichtelijk is. Dat heeft mede te maken met het aantal beslissingsbevoegde partijen. Naast uw zittingsrechter is dat de rechter-commissaris en waarschijnlijk ook een raadkamer die moet gaan oordelen over het te verwachten hoger beroep van verdachte Pulatov inzake enkele getuigen voor wie het Openbaar Ministerie de status van bedreigde getuige heeft gevorderd. Het zou ons inziens goed zijn als duidelijk wordt hoe de door de rechter-commissaris en raadkamer te nemen procedurele beslissingen doorwerken in de zittingsplanning. Op dit moment is dat voor ons niet kenbaar omdat de rechter-commissaris in de eerste voortgangsberichten niet heeft aangegeven wanneer zij de verschillende delen van haar onderzoek verwacht af te ronden.

Een aandachtspunt daarbij is de mate waarin de voortgang van dit proces beïnvloed wordt door de medewerking van verdachten, de verdediging en buitenlandse autoriteiten. Zo vinden op verzoek van de verdediging tussen 12 juli en 6 september 2021 door de rechter-commissaris geen onderzoekshandelingen plaats met het Openbaar Ministerie en de verdediging. Ook is de vraag welk perspectief er is op afronding van het onderzoek dat in de Russische Federatie moet plaatsvinden binnen een redelijke termijn. Medeverdachte Dubinskiy heeft zich eind vorig jaar nog in een videoverklaring tegenover uw rechtbank bereid verklaard om gehoord te worden. Toen hij begin dit jaar door de Russische rechter werd uitgenodigd om zijn oproeping voor deze zitting op te halen, is hij echter niet verschenen. Dat maakt het wenselijk dat zo snel mogelijk duidelijkheid komt over het wel of niet plaatsvinden van zijn getuigenverhoor in de zaak van Pulatov. Hoewel alle redelijke pogingen gedaan moeten worden om de uitstaande verhoren te laten plaatsvinden, kan daarop niet voor onbepaalde tijd gewacht worden. Wij hebben veel vertrouwen in de regie van uw rechtbank en de rechter-commissaris. Maar als meerdere maanden nadat getuigenverhoren zijn toegewezen onbenoemd blijft of die verhoren inmiddels zijn gepland, op welke termijn dat gaat gebeuren en wat de planning is voor de afronding van het aanvullend onderzoek, roept dat bij ons wel vragen op. Dit proces is eindig en de voortgang ervan moet stevig in handen blijven van de rechter-commissaris en van uw rechtbank – niet in handen van de verdachten en buitenlandse autoriteiten.

Verdere planning zitting inhoudelijk

Tot zover de procedurele kant van dit proces. Waar het gaat om de inhoudelijke kant, constateren wij dat de proceshouding van Pulatov op verschillende punten nog onbepaald is. Welke verweren hij wil gaan voeren, weten wij niet. Dat is zijn goed recht, maar het is wel van invloed op de aard en omvang van de inhoudelijke bespreking van het dossier.

De proceshouding van een verdachte volgt uit wat hij zelf verklaart en wat er namens hem door zijn raadslieden naar voren wordt gebracht. Deze twee zijn niet van hetzelfde gewicht. Verweren en verzoeken van de verdediging moeten worden beoordeeld op basis van het dossier. De verklaring van de verdachte is onderdeel van dat dossier. Raadslieden kunnen wel verzoeken doen en verweren voeren, maar niet de verklaring van hun cliënt aanvullen of veranderen.

Het verschil in gewicht tussen een verklaring van een verdachte en de uitlatingen van een advocaat is de afgelopen periode gebleken uit de wisselende standpunten van de verdediging van Pulatov over de afgeluisterde tapgesprekken.

Op 28 september 2020 vertelde de verdediging hier ter zitting over haar cliënt:

“En ja, hij is op telefoontaps te horen."

De vraag was alleen hoe die gesprekken geduid moesten worden, aldus de verdediging.

In november 2020 heeft de verdediging ter zitting een videoverklaring van Pulatov afgespeeld waarin hij reageert op meerdere afgeluisterde tapgesprekken van het nummer eindigend op 511 en zegt dat in de besproken gesprekken hier en daar stemmen zijn te herkennen. Daarbij gaf Pulatov ook de eerder aangekondigde duiding: het zou gaan om gesprekken vol desinformatie die bedoeld waren om de vijand te misleiden.

Na het vertonen van de video ter zitting heeft de verdediging namens Pulatov ter zitting gezegd:

“Voor alle duidelijkheid: ons standpunt is niet dat cliënt aan geen van de gesprekken die zijn gevoerd met het nummer eindigend op 511, zou hebben deelgenomen. Er zijn gesprekken van hem te vinden; die heeft hij in zijn verklaring toegelicht."

Het ging hier niet om opmerkingen uit de losse pols: beide mededelingen zijn opgenomen in de schriftelijke pleitaantekeningen van de verdediging.

Rondom de laatste zitting in februari heeft uw rechtbank meermalen gevraagd of de verdediging ten behoeve van vergelijkend spraakonderzoek wilde aangeven in welke gesprekken Pulatov te horen was. Dat zei de verdediging niet te kunnen. Volgens de verdediging zijn er geen gespreksopnamen waarvan Pulatov bevestigt dat hij die heeft gevoerd.Dat de verdediging eerder hier ter zitting heeft verteld van wel is volgens de raadslieden te wijten aan een vertaalfout van de door de verdediging ingeschakelde tolk bij het vervaardigen van de videoverklaring van Pulatov.Dat laatste is niet logisch: de in november 2020 ter zitting getoonde video was volgens de verdediging nog helemaal niet opgenomen toen zij in september ter zitting vertelde dat Pulatov inderdaad op tapgesprekken te horen is. En de vertaalfout is gemaakt in één enkel gesprek, terwijl de verdediging ter zitting naar voren heeft gebracht dat meerdere door Pulatov toegelichte gesprekken door hem gevoerd zijn en Pulatov in de video zelf zegt dat hier en daar stemmen zijn te herkennen.

Deze gang van zaken onderstreept dat wij in dit strafproces in de eerste plaats moeten uitgaan van hetgeen Pulatov zelf verklaart. Dat is iets anders dan wat zijn raadslieden op zitting zeggen en in brieven namens hem naar voren brengen. Zoals wij ook al in maart vorig jaar hebben benadrukt: advocaten spreken wel namens hun cliënt, maar hun woorden hebben niet hetzelfde gewicht als die van de verdachte.Dat blijkt ook hier: zo stellig als de verdediging in september en november op zitting vertelde dat er gesprekken van Pulatov te vinden zijn en dat Pulatov zulke gesprekken in zijn videoverklaring heeft toegelicht,zo stellig nam de verdediging vervolgens weer afstand van die bewering en wees er daarbij nadrukkelijk op dat mededelingen van de verdediging niet aan de verdachte mogen worden tegengeworpen.

Pulatov heeft alleen gesproken via zijn videoverklaringen. Dat zijn de woorden van Pulatov waar we het mee moeten doen. Aan die woorden van Pulatov ter zitting is een lang proces vooraf gegaan. Al bij de eerste contacten met de verdediging, in januari 2020, heeft het Openbaar Ministerie aandacht gevraagd voor het belang van een verklaring van Pulatov voor dit proces.Daarbij hebben we er al op gewezen dat het voor de beoordeling van zo’n verklaring kan uitmaken of deze is afgelegd vóór of na kennisname van het dossier. Sindsdien is er langdurig en uitgebreid gesproken en gecorrespondeerd over een mogelijke verklaring van Pulatov. Dit heeft uitgemond in de videoverklaring ter zitting in november. Die videoverklaring is dus weloverwogen tot stand gekomen. Bij de beoordeling er van komt niet alleen betekenis toe aan wat Pulatov bevestigend heeft verklaard, maar ook aan wat hij niet heeft verklaard of uitdrukkelijk heeft betwist.

Bijvoorbeeld:

  • Pulatov heeft geweigerd te vertellen welke telefoonnummers hij gebruikte in juli 2014 naast het nummer dat eindigt op -511.
  • Pulatov heeft alle betrokkenheid bij het neerschieten van MH17 ontkend en niets verklaard dat reden geeft om aan een noodweerscenario te denken.
  • Pulatov heeft ontkend te hebben behoord tot de Russische strijdkrachten en niets verklaard dat reden geeft om aan combattantenimmuniteit te denken.

Wat de verdediging over dit soort onderwerpen heeft gezegd en in het verdere verloop van dit proces nog zegt, moet dus afgezet worden tegen de ontkenning of stilte van Pulatov zelf over deze onderwerpen. Dit is in ieder geval van belang voor de omvang van de inhoudelijke behandeling. Daarin is normaal gesproken geen ruimte voor een verkenning van feiten en omstandigheden die wellicht relevant zouden kunnen zijn voor verweren die niet concreet zijn aangekondigd en bovendien in strijd zijn met wat de verdachte zelf heeft verklaard.

Tot slot

De bevindingen van forensische deskundigen in de afgelopen periode en het verloop van de deskundigenverhoren betreffende het schadebeeld en het afvuurgebied maken dat we ons in dit proces in toenemende mate kunnen concentreren op de rollen van de verdachten, omdat steeds duidelijker wordt dat aan het technisch bewijs over de Buk-raket als oorzaak niet redelijkerwijs getwijfeld kan worden. Bij de waardering van de rollen van de verdachten komt grote betekenis toe aan de eendrachtige samenwerking waarin zij gezamenlijk optrokken in de gewapende strijd. Een kernvraag bij de waardering van het bewijs zal zijn welk scenario klopt: het door Pulatov op een internetforum en in een videoverklaring hier ter zitting gestelde scenario dat de tapgesprekken van de verdachten over de Buk desinformatie bevatten om de vijand te misleiden, of het in de tenlastelegging gestelde scenario dat de tapgesprekken van de verdachten over de Buk correspondeerden met de werkelijkheid. Wij kijken uit naar de inhoudelijke behandeling van het dossier in juni en naar een inhoudelijke dialoog over het bewijs daarna. Wij richten onze aandacht ook op de uitoefening van het spreekrecht van de nabestaanden, naar wij hopen in september. Dat zullen voor vele nabestaanden geen gemakkelijke weken zijn. Maar ze zijn belangrijk in dit proces en wij horen graag wat de nabestaanden te zeggen hebben.

Voetnoten

[1] Zo is bijvoorbeeld de Engelse vertaling die Almaz Antey zelf van zijn rapport heeft gemaakt nog tijdens het verhoor getoetst. Op verzoek van de verdediging heeft de tolk een onderdeel van de Russische versie van dat rapport naar het Nederlands vertaald en die vertaling bleek te kloppen met de Engelse versie van Almaz Antey. 

[2] Zie bijvoorbeeld https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-Den-Haag/Nieuws/Paginas/Inhoudelijke-behandeling-van-de-zaak-Mitch-Henriquez-gaat-voorlopig-niet-door.aspx (“De rechtbank heeft moeten besluiten de inhoudelijke behandeling van de zaak Mitch Henriquez nu niet te laten doorgaan. De reden hiervoor is, dat door de raadslieden van de verdachten (twee agenten) twee weken voor de eerste zittingsdag een rapport van een forensisch arts aan de rechtbank is overgelegd. [..] Deze ontwikkeling was voor de rechtbank niet te voorzien. Niet bekend was dat de raadslieden van de verdachten een onderzoek lieten instellen naar de doodsoorzaak.”).

[3] Toelichting Openbaar Ministerie ter zitting van 10 maart 2020.