Onderzoek naar het hoofdscenario

Uitgesproken op de zitting van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Den Haag op 9 juni 2020.

Van alle onderzochte scenario’s is er in de loop van het onderzoek één aangemerkt als hoofdscenario: dat is het scenario dat MH17 is neergehaald door een Buk-raket die is afgevuurd vanaf een landbouwveld in de buurt van Pervomaiskyi. Dit is ook het scenario dat al vanaf de eerste dag van het onderzoek nadrukkelijk naar voren kwam in open bronnen en tapgesprekken. Verschillende resultaten van dit onderzoek heeft het JIT al eerder gepresenteerd, op 28 september 2016 en 24 mei 2018.

MH17: onderzoek naar hoofdscenario

Binnen dit hoofdscenario zijn verschillende onderwerpen onderzocht:

  • de eerste reacties na het neerschieten van vlucht MH17;
  • de aanvoerroute;
  • de lanceerlocatie;
  • de afvoerroute;
  • de herkomst van de TELAR;
  • de aanleiding van het neerschieten van vlucht MH17.

Hoe dat onderzoek naar deze verschillende onderdelen is verlopen, zullen wij nu toelichten.

Eerste reacties na neerschieten

Bij de toelichting op het onderzoek naar alternatieve scenario’s bespraken wij al hoe de eerste reacties na het neerschieten van MH17 in kaart zijn gebracht. Wij lieten zien hoe daarin al snel de eerste alternatieve scenario’s werden gepresenteerd. Zo verschenen in de avond van 17 juli 2014 al de eerste mediaberichten dat MH17 zou zijn neergeschoten door een Oekraïens S-300 raketsysteem of een Oekraïens gevechtsvliegtuig. Dat laatste kwam ook terug in tapgesprekken van DPR-strijders.

Ook lieten wij zien dat dit niet de eerste berichten waren. In de vroegste reacties - kort na het neerhalen van MH17 - werd juist gesteld dat er een Oekraïens militair transportvliegtuig was neergehaald vanuit DPR-gebied. Dat werd bijvoorbeeld gemeld in tweets van ‘@Strelkov_info’ en ‘@dnrpress’, een televisie-uitzending van het Russische LifeNews, een Zello-gesprek van lokale bewoners, een telefoontje van een DPR-voorlichter met journalist Sessini en de eerste tapgesprekken van DPR-strijders na het neerstorten van MH17. Toen alle beschikbare bronnen in het onderzoek op een rij werden gezet, werd duidelijk dat de berichtgeving in Russische en DPR-bronnen omsloeg op het moment dat het besef indaalde dat er geen militair transportvliegtuig, maar een burgervliegtuig was neergehaald. Vanaf dat moment werd in Russische en DPR-bronnen niet langer geclaimd dat de DPR een vliegtuig had neergeschoten, maar verkondigd dat Oekraïne dit had gedaan.

Die aanvankelijke claim dat er vanuit de DPR een transportvliegtuig was neergeschoten was één van de eerste aanwijzingen in het onderzoek naar het hoofdscenario.

De aanvoerroute

In diezelfde, eerste fase van het onderzoek werden ook verschillende beelden op internet gevonden van het transport van een Buk-lanceervoertuig in DPR-gebied. Toen de beelden van dit transport bleken aan te sluiten bij tapgesprekken van DPR-strijders, is de keuze gemaakt om diepgravend onderzoek te doen naar de route die dit lanceervoertuig had afgelegd.

Op het eerste gezicht lijkt het misschien niet zo relevant voor de bewijsvraag of het lanceervoertuig waarmee een raket is afgevuurd via route A of route B op de lanceerlocatie is aangekomen. In de regel is de precieze route waarlangs een wapen op de plaats van het delict is gebracht, niet van belang. In deze zaak was dat anders, omdat aan de route van het lanceervoertuig relevante tapgesprekken konden worden gekoppeld, waarin gesproken werd over de aanvraag, begeleiding en bewaking van een zogenaamde “Buk” of “Buk-M”. Dat was weer van belang voor de validatie van de tapgesprekken en het onderzoek naar de verschillende rollen van de personen die de tapgesprekken voerden. De route was bovendien relevant voor het onderzoek naar de lanceerlocatie en de herkomst van het lanceervoertuig.

Eerder spraken we al over het lanceervoertuig als de ‘Buk-TELAR’. Later zullen wij nog een toelichting geven op het onderzoek dat is gedaan naar de werking van het Buk-systeem. Voor nu is het van belang om te noemen dat een Buk-systeem twee typen lanceervoertuigen kent: een lanceervoertuig met een eigen radar, de Transporter Erector Launcher and Radar (TELAR), en een lanceervoertuig zonder radar, de Transporter Erector Launcher and Loader (TELL). Op de foto’s en video’s van 17 en 18 juli 2014 die in het onderzoek zijn verzameld is een TELAR te zien van de 9A310 serie.

Bronnen

We bespreken eerst het onderzoek naar de aanvoerroute. Die is in beeld gebracht op basis van verschillende bronnen: telecomgegevens, getuigen, beeldmateriaal en uitlatingen op sociale media.

Wij zullen deze verschillende typen bronnen bespreken aan de hand van een visueel overzicht.

Hier is de aanvoerroute in Oekraïne te zien die in het onderzoek, op basis van diezelfde bronnen, bij benadering in kaart is gebracht: vanuit het grensgebied bij Sukhodilsk tot aan het landbouwveld bij Pervomaiskyi. Om dit deel van het onderzoek globaal te beschrijven bekijken we een deel van de route: vanaf Yenakiieve. Op dit deel van de route zullen wij eerst een algemeen beeld geven van de verkregen bronnen. Tijdens de inhoudelijke behandeling kan de inhoud van deze bewijsbronnen worden besproken. In deze toelichting zullen wij er slechts een paar – als voorbeeld - noemen.

Allereerst het telecomonderzoek. In het dossier is beschreven hoe door onderzoek aan telecomgegevens kon worden onderzocht welke telefoonnummers gekoppeld konden worden aan de begeleiding van de Buk-TELAR tijdens het vervoer, langs welke route dat gebeurde en welke personen daar bij betrokken waren. Hier ziet u een impressie van het dossier op dit punt. De gekleurde bolletjes op de kaart zijn de locaties van zendmasten van telefoonproviders. De verschillende kleuren staan voor verschillende telefoonnummers die vermoedelijk betrokken waren bij de begeleiding van de Buk-TELAR.

Telecomgegevens bieden op verschillende manieren belangrijke informatie. Bij opgenomen gesprekken is de inhoud daarvan natuurlijk relevant. Die inhoud geeft informatie over het onderwerp van het gesprek, maar ook over de deelnemers van het gesprek en de gebruikers van de telefoon. Naast de opname van het gesprek zelf zijn er nog andere telecomgegevens, die veel informatie geven. Zoals de tijdsbepaling van het gesprek en de locatie van de telefoon. Die locatie kan bepaald worden aan de hand van de zendmast waarvan de telefoon op een bepaald moment gebruik maakt. Zoals we eerder aangaven, is het bepalen van een exacte locatie lastig, maar als de telefoon beweegt - een route aflegt - en steeds gebruik maakt van een volgende zendmast dan zijn er wel degelijk conclusies te trekken over de route die de telefoon heeft afgelegd. Die conclusies worden nog sterker als verschillende telefoons tegelijk dezelfde route afleggen of de locaties op die route worden bevestigd in afgeluisterde gesprekken.

Dit is natuurlijk een hele algemene weergave die alleen bedoeld is als illustratie van het soort onderzoek naar de route dat is gedaan aan de hand van telecomgegevens. In het dossier staat dit concreter beschreven, inclusief tijdstippen en namen van de gebruikers van de telefoons. Maar dat komt bij de inhoudelijke behandeling van het dossier pas aan de orde.

Verder zijn er getuigenverklaringen: hier ziet u een globale aanduiding van de plaatsen waar verschillende getuigen verklaren de Buk-TELAR gezien te hebben op 17 juli.

Eerder hebben wij u geschetst hoe het getuigenonderzoek is opgezet, welke getuigenoproepen zijn gedaan en welke problemen overwonnen moesten worden om getuigen veilig te kunnen horen. Toch is het gelukt om vele getuigen te horen die over verschillende delen van de route een verklaring konden afleggen. Veel van deze getuigen hebben de status van anoniem bedreigde getuige gekregen van de rechter-commissaris, omdat zij in problemen kunnen komen als hun identiteit bekend wordt. We hebben al uitgelegd dat de identiteit van deze getuigen, die worden aangeduid met een V-nummer, wel bekend is bij de rechter-commissaris en ook dat de rechter-commissaris uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar de betrouwbaarheid van de verklaringen van de anonieme bedreigde getuigen. De rechter-commissaris heeft steeds eerst gekeken naar de betrouwbaarheid van de getuigen als persoon. Hierbij werd onderzocht of de getuige persoonlijke, politieke, zakelijke of andere belangen had bij het afleggen van de verklaring. Vervolgens heeft de rechter-commissaris telkens de betrouwbaarheid van de verklaringen getoetst. Die verklaringen zijn onderzocht op coherentie, logica en plausibiliteit, nauwkeurigheid, consistentie, de verenigbaarheid met objectieve gegevens (zoals bijvoorbeeld telefoongegevens van de getuige), de verenigbaarheid met andere informatie uit het dossier (zoals bijvoorbeeld andere getuigenverklaringen) en de aannemelijkheid van de opgegeven redenen van wetenschap. Verder heeft de rechter-commissaris getoetst of de getuige vanaf de plek waar hij zegt te hebben gestaan, heeft kunnen horen en zien wat de getuige stelt te hebben gezien en gehoord. Ook is telkens onderzocht of er sprake was van een feitelijke waarneming of een conclusie en of de getuige die waarneming zelf had gedaan of van een ander had overgenomen.

Dit grondige betrouwbaarheidsonderzoek van de rechter-commissaris biedt een goede basis voor een kritische beoordeling van de afgelegde anonieme verklaringen.

Die grondigheid blijkt bijvoorbeeld uit het onderzoek naar getuigen V45, V49 en V54. Volgens de rechter-commissaris hebben deze getuigen als persoon een betrouwbare indruk gemaakt, maar kan dat van hun verklaringen niet op alle punten worden gezegd. Ten aanzien van getuige V45 bijvoorbeeld, overweegt de rechter-commissaris dat de getuige een betrouwbare verklaring heeft afgelegd over de eigen waarnemingen, maar dat de betrouwbaarheid van dingen die de getuige van anderen heeft gehoord niet goed kan worden beoordeeld. Voor de getuige V54 heeft de rechter-commissaris vastgesteld dat hij zich volgens zijn telefoongegevens op bepaalde tijdstippen op een andere plaats heeft bevonden dan de Buk die hij zegt te hebben waargenomen. Daarom kunnen die waarnemingen van het konvooi en in het centrum van Snizhne volgens de rechter-commissaris niet betrouwbaar worden geacht. Ten aanzien van de verklaring van de getuige V49 ten slotte, heeft de rechter-commissaris opgemerkt dat die niet goed te duiden is. De verklaring die V49 tegenover het JIT heeft afgelegd klopt op meerdere punten niet met andere gegevens in het dossier. De getuige heeft die punten in het verhoor bij de rechter-commissaris niet gehandhaafd en geen verklaring gegeven voor de verschillen. Daarom kan de verklaring van V49 volgens de rechter-commissaris niet betrouwbaar worden genoemd.

Dit kritische oordeel van de rechter-commissaris over de verklaringen van met name getuigen V49 en V54 toont hoe gedegen en waardevol de rechterlijke toetsing van de anonieme getuigen in dit onderzoek is. Voor alle andere anonieme bedreigde getuigen concludeert de rechter-commissaris dat zij een betrouwbare en geloofwaardige indruk hebben gemaakt en naar het oordeel van de rechter-commissaris een betrouwbare verklaring hebben afgelegd.

Naast telecomgegevens en getuigen is in het onderzoek naar de route van de Buk-TELAR ook gebruik gemaakt van beeldmateriaal en informatie uit open bronnen. Naar aanleiding van getuigenoproepen zijn er beeldopnamen van de TELAR aan het onderzoeksteam verstrekt. Ook zijn er foto’s, video’s en meldingen van de TELAR op internet gepubliceerd. Dit gebeurde zowel vóór, als na het neerhalen van MH17.

Alles bij elkaar levert dat het volgende beeld op. Bespreking van alle verzamelde bewijsmiddelen voor de aanvoerroute kan volgen bij de inhoudelijke behandeling van het dossier. Nu beperken wij ons tot twee van die bewijsmiddelen: een video en een foto van de Buk-TELAR in Donetsk. Met de bespreking van deze twee voorbeelden geven wij inzicht in de eerste fase van het onderzoek en de wijze waarop bewijsbronnen zijn gevalideerd.

Voorbeeld: video Makeevka Highway (Donetsk)

Eerder noemen we al dat de eerste concrete aanknopingspunten voor het onderzoek naar het hoofdscenario werden gevormd door beelden van een Buk-transport die op internet werden gepubliceerd. Eén daarvan is het beeld van een Volvo-truck met dieplader die een Buk-TELAR vervoerde. Dit beeld is inmiddels wereldwijd bekend. Later in het onderzoek werd duidelijk dat dit een screenshot uit een video was. Wij zullen nu toelichten hoe het onderzoek naar deze foto, en later naar de onderliggende video, is verlopen.

Onderzoek naar herkomst Volvo truck

Dit beeld werd al op 24 juli 2014 gepubliceerd door het Franse weekblad Paris Match. Op de zijkant van de truck is een groot geel bord aangebracht met een telefoonnummer. Aan de hand van dit nummer kon worden uitgezocht aan welk bedrijf deze truck toebehoorde. Dat bleek het bedrijf Budmekhanizatsiia in Donetsk te zijn.

De eigenaar van dit bedrijf kon al begin augustus 2014 als getuige worden gehoord. Hij verklaarde dat zijn bedrijf op 8 juli 2014 was overgenomen door gewapende strijders van de DPR. Op dit beeld van de TELAR van 17 juli 2014 herkende hij zijn truck en dieplader. Van die truck en dieplader heeft de eigenaar de registratiebewijzen (‘certificaten van registratie’) verstrekt.

De eigenaar bleek ook te beschikken over een zogenaamd ‘bewijs van inbeslagname’ van zijn bedrijf. Dat was op 8 juli 2014 uitgeschreven door een gewapende DPR-strijder met de callsign ‘Batya’, toen hij het bedrijf in naam van de DPR in beslag nam. Ook dat document heeft de getuige aan het JIT overhandigd. In het hier getoonde document zijn de naam en het telefoonnummer van de eigenaar en ook de handtekening van de DPR-strijder onleesbaar gemaakt. In het dossier zijn die naam en handtekening wel opgenomen.

In dit stuk staat het volgende:

“Het bewijs van overname

Afgegeven aan […] omdat zijn mechanisatiebedrijf Nr. 1, bestaande uit een bedrijfsterrein en een administratiekantoor, tijdelijk in gebruik wordt genomen ten behoeve van de Volksstrijders DPR voor de plaatsing van voertuigen en personeel.

Commandant logistieke eenheid van de volksstrijders [handtekening] Batya

8 juli 2014, stad Donetsk

PS Het genoemde terrein en gebouw zijn met de persoonlijke instemming van de heer […] overgedragen”

De eigenaar bleek bovendien te beschikken over screenshots van videobeelden die de beveiligingscamera’s van zijn bedrijf op 8 juli 2014 hadden opgenomen. Deze beelden zijn aan het dossier toegevoegd. Naast de eigenaar is er ook nog een medewerker van het bedrijf gehoord, die ook op 8 juli 2014 aanwezig was.

In december 2015 werd een gewapende strijder van de DPR met de call sign ‘Batya’ aangehouden in Oekraïne. Hij bleek degene te zijn die het zojuist getoonde ‘bewijs van inbeslagname’ heeft ondertekend. Ook deze Batya is gehoord als getuige. Hij heeft onder eigen naam een verklaring afgelegd over de overname van het bedrijf en zijn rol daarin.

Vervolgens is onderzoek gedaan naar de telefoongegevens van de eigenaar van het bedrijf en deze Batya. Die telecomgegevens konden vergeleken worden met hun verklaringen over de overname van het bedrijf op 8 juli 2014. Dat telecomonderzoek leverde ook informatie op over de positie van Batya in de DPR. Zo werd een telefoongesprek aangetroffen van 7 juli 2014 waarin Batya zich voorstelt als plaatsvervangend commandant van ondersteuning en logistiek.

Het onderzoek naar de Volvo truck op het beeld van Paris Match leverde dus informatie op, waarmee dat beeldmateriaal gevalideerd kon worden.

Onderzoek naar overige kenmerken video

Maar daarmee was het onderzoek naar deze opname nog niet afgerond. In 2015 ontving het onderzoeksteam de video, waaruit de foto afkomstig was. Deze videobeelden zijn onderzocht om de tijd en plaats van opname vast te stellen. Dat is op verschillende manieren gebeurd. Zo bevatten de eigenschappen en de naam van het videobestand informatie over een datum, tijdstip en GPS-locatie. Die opnamelocatie is ook nog eens onderzocht door vergelijking van de beelden in de video met die van Google Street View. Zo kon worden vastgesteld dat deze was opgenomen op een parkeerzone aan het begin van Highway 21 in Donetsk, in de richting van Makeevka.

Verder heeft een deskundige van het KNMI de video beoordeeld om het mogelijke tijdstip van opname vast te stellen aan de hand van weerkundige kenmerken zoals de lengte en richting van zichtbare schaduwen.

De video is, samen met andere in het onderzoek verzamelde beelden, in 2016 voorgelegd aan forensisch deskundigen van het NFI om beoordeeld te worden op de vraag of er aanwijzingen waren dat de beelden gemanipuleerd konden zijn. De forensisch deskundigen hebben de videobeelden beoordeeld op aspecten als schaduwen, perspectief, lichtval, focus, representatie van kleuren en de randen van objecten in de video. Zij vonden in de video geen aanwijzingen voor manipulatie.

In september 2018 hebben de Russische autoriteiten een persconferentie gegeven waarin zij hebben medegedeeld dat Russische experts vervalsingen zouden hebben geconstateerd in beeldmateriaal dat eerder door het JIT publiek is gemaakt, waaronder deze videobeelden. Deze vervalsingen zouden zijn geconstateerd door het beeldmateriaal te analyseren, waarbij onder andere is gelet op de belichting en het zogenaamde ‘lijnperspectief’.

Dat zag er zo uit. 

Kort en goed is de stelling dat niet alle evenwijdige lijnen op het beeldmateriaal samenkomen in hetzelfde snijpunt. Ook zou een lichtplek te zien zijn op een kant van de truck die in de schaduw ligt. Beide punten zouden wijzen op manipulatie van het beeldmateriaal.

In maart gaven wij al aan dat we in dit onderzoek verder zijn gegaan dan in andere strafrechtelijke onderzoeken en extra stappen hebben gezet om bewijsmiddelen te valideren. Dit is zo’n punt in het onderzoek, waar dat is gebeurd. In september 2016 was in het onderzoek al concreet bewijs verzameld uit meerdere bronnen over de herkomst van de truck en dieplader en de diefstal daarvan op 8 juli 2014 door de DPR. Ook was al door forensisch deskundigen onderzoek gedaan naar deze videobeelden en was er door hen geconcludeerd dat er geen aanwijzingen waren voor manipulatie.

Verder riep de Russische persconferentie meer vragen op over de beweringen van de Russische autoriteiten dan over het beeldmateriaal. In de eerste plaats kan iedereen die de persconferentie van september 2018 goed bekijkt, constateren dat de door de Russische autoriteiten getrokken perspectieflijnen nogal willekeurig zijn. In de tweede plaats hebben de Russische autoriteiten nooit onderliggende stukken van die beweerdelijke beeldexperts overhandigd, ondanks ons openstaande rechtshulpverzoek aan de Russische Federatie om alle relevante informatie te verstrekken en de Russische toezegging dat alle bijstand aan het onderzoek zou worden geleverd. Bij andere informatie waren de Russische autoriteiten minder terughoudend. Al vroeg in het onderzoek heeft de Russische Federatie uit eigen beweging verschillende getuigenverklaringen verstrekt over een Oekraïens gevechtsvliegtuig en een raketlancering vanuit Amvrosievka. Onderzoeksrapporten van de gestelde beeldexperts hebben wij echter niet mogen ontvangen.

Toch is de gehele Russische persconferentie van 17 september 2018 voorgelegd aan deskundigen van het NFI voor nader onderzoek. Deze deskundigen hebben de video opnieuw beoordeeld en daarbij alle informatie meegewogen die de Russische autoriteiten bekend hebben gemaakt. Zij concluderen, anders dan de Russische autoriteiten, dat er geen aanwijzingen zijn voor manipulatie van het beeldmateriaal.

Over de analyse van het lijnperspectief leggen de deskundigen uit dat die methode alleen bruikbaar is voor lijnen waarvan zeker is dat deze perfect evenwijdig aan elkaar lopen. In een natuurlijke scène zal het niet altijd mogelijk zijn om dit goed in te schatten, met name als het gaat om bewegende objecten die opgenomen zijn onder ongecontroleerde omstandigheden. Zoals in dit geval bij een video die gemaakt is vanuit een rijdende auto. Daar komt bij dat deze analysemethode bemoeilijkt kan worden door tal van factoren, waaronder vertekening door een lens of een tussenliggende autoruit en beeldcompressie. Beeldcompressie is een bewerking van beeldmateriaal waarbij afbeeldingen in grootte worden beperkt om opslagcapaciteit te besparen en het beeldmateriaal sneller te kunnen verzenden, bijvoorbeeld bij het downloaden van het internet of het uploaden naar het internet. Bovendien kunnen opnamen beïnvloed worden door wat deskundigen het ‘Rolling Shutter Effect’ noemen. Dat komt er kort gezegd op neer dat niet alle horizontale beeldlijnen bij opname tegelijkertijd belicht en uitgelezen worden. Het resulterende beeld is geen weergave van een enkel moment, maar een samenstelling van beeldlijnen die binnen een zeer korte tijd na elkaar zijn opgenomen. Wanneer objecten die door het beeld bewegen zo worden vastgelegd, kan dit resulteren in een zichtbaar vervormde weergave van het object. Beelden van objecten die opgenomen zijn met een trillende camera, bijvoorbeeld een dashboardcamera of een smartphone, kunnen daardoor vervormd zijn.

De deskundigen tonen in hun rapport ook voorbeelden hiervan in ander beeldmateriaal. Zulke voorbeelden ziet u hier.

Toegepast op het videobeeld van de truck met dieplader en daarop de TELAR constateren de deskundigen dat een lijnperspectiefanalyse niet leidt tot de conclusies die de Russische autoriteiten bekend hebben gemaakt. Over dit beeldmateriaal concluderen de deskundigen bijvoorbeeld:

“De objecten die in deze scène van belang zijn, zijn de BUK TELAR en de vrachtwagen. Er zijn geen lijnen in de BUK TELAR aangetroffen waarvan met zekerheid gesteld kan worden dat deze evenwijdig zouden moeten zijn aan lijnen in andere objecten in het beeld. De oriëntatie van de BUK TELAR ten opzichte van de vrachtwagen of de weg is bijvoorbeeld onder meer afhankelijk van hoe recht de BUK TELAR op de oplegger staat, hoe recht de oplegger achter de vrachtwagen hangt, hoe recht de vrachtwagen op de weg staat en in hoeverre de BUK TELAR naar voren of achter gekanteld is ten opzichte van de vrachtwagen en het wegdek.”

Ook stellen de deskundigen vast dat in dit beeldmateriaal het ‘Rolling Shutter Effect’ te zien is. Op deze beelden is de vervorming van de palen onder het blauwe bord en van het rode deel van de dieplader goed te zien.

Het NFI heeft bovendien op dit beeld door verschillende deskundigen een lijnperspectiefanalyse laten uitvoeren en daarbij geconstateerd dat de gekozen snijpunten onderling sterk verschilden. Dat betekent dat het verschillende neutrale personen niet lukt om meerdere malen hetzelfde snijpunt te bepalen op basis van ogenschijnlijk rechte lijnen. Er zijn daarom geen conclusies uit te trekken, aldus de deskundigen. Zij concluderen op basis van al deze overwegingen het volgende:

“Uit bovenstaande waarnemingen blijkt dat een perspectiefanalyse van dit beeldmateriaal niet bruikbaar is als onderbouwing voor de geclaimde manipulatie van het videobestand.”

Ook de andere stellingen van de Russische autoriteiten over het beeldmateriaal zijn onderzocht. De deskundigen concluderen bijvoorbeeld over andere punten het volgende:

 “Er zijn geen inconsistenties waargenomen in de schaduwen van de BUK TELAR en de vrachtwagen-oplegger-combinatie op de weg, wat betreft vorm, richting en tint. De auto met de camera rijdt langs de BUK TELAR en de vrachtwagen- oplegger-combinatie, waardoor het aanzicht tijdens de opname verandert. Er zijn hierbij geen haperingen, onnatuurlijkheden of inconsistenties in perspectief waargenomen; het veranderende aanzicht verloopt vloeiend en overtuigend. Ditzelfde geldt voor overige objecten, zoals auto's, borden en begroeiing.” 

Steeds luidt de conclusie dat de beweerdelijke Russische aanwijzingen voor manipulatie door de deskundigen niet als zodanig kunnen worden aangemerkt. De uiteindelijke conclusie van de deskundigen over de videobeelden, vervat in antwoorden op de gestelde vragen, is daarom de volgende:

“1. Zijn er - met inachtneming van de hierboven genoemde claims van de RF [Russische Federatie] of anderszins - aanwijzingen dat de video is gemanipuleerd?

Nee.

2. Zijn er op basis van een analyse van de consistentie van het lijnperspectief aanwijzingen dat de beelden van de BUK TELAR en/of vrachtwagen met oplegger in de videobeelden van de straat zijn geplakt?

Nee.”

Samenvatting

Wij vatten het onderzoek naar de video van de Volvo-truck met dieplader en Buk-TELAR samen.

In het onderzoek naar de herkomst van de gefilmde truck konden de eigenaar, een werknemer en een DPR-strijder worden gehoord. Volgens hun verklaringen zouden dezelfde truck en oplegger op 8 juli 2014 in handen zijn gevallen van de DPR. Naar de verklaringen van deze getuigen is verdiepend onderzoek gedaan aan de hand van verschillende stukken, waaronder de registratiebewijzen van de truck en de dieplader, een ondertekend ‘bewijs van inbeslagname’ van het bedrijf, beelden van bewakingscamera’s en telefoongegevens. Er is meermalen deskundigenonderzoek gedaan naar de beelden waarop de truck en de dieplader te zien zijn. De resultaten van al dit onderzoek zijn aan het procesdossier toegevoegd.

Voorbeeld: foto Illicha Avenue (Donetsk)

Een ander voorbeeld betreft deze foto van een dieplader met een Buk-TELAR die volgens het onderzoek is genomen op Illicha Avenue, in Donetsk. Wij bespraken het onderzoek naar deze foto al kort op 10 maart. Nu zullen wij dat nog eens stapsgewijs doen aan de hand van beelden. Op die manier wordt duidelijk hoe dat onderzoek is verlopen.

In juli 2017, nadat al meerdere getuigenoproepen waren gedaan, heeft iemand een foto gemaild naar het onderzoeksteam. Het onderwerp van die mail was: ‘BUK M Makeevka’. De foto bevatte geen metadata. We hadden dus geen technische gegevens over de datum waarop of de plaats waar de foto genomen was.

Op de foto is ook een ander voertuig te zien. Naast de dieplader met de TELAR erop staat een donker Volkswagen T5 busje met een zwaailicht op het dak op het beeld. Op de zojuist besproken Paris Match-video die op dat moment al in het bezit was van het onderzoeksteam, is - naast de dieplader met de TELAR - een zelfde donker busje met een zwaailicht te zien. Zoals gezegd: de foto had de naam ‘Makeevka’, maar dat zei nog niets over de feitelijke locatie van de opname. Ook hier stond validatie voorop.

Open bronnen

De kracht van de internetgemeenschap was in de loop van het onderzoek al meerdere keren duidelijk geworden. Daarom heeft het JIT deze foto op 19 oktober 2017 openbaar gemaakt en gevraagd om informatie over de opname, de afgebeelde voertuigen en de locatie. Al snel publiceerde onderzoeksgroep Bellingcat de bevinding dat de foto was genomen op de straat Illicha Prospekt (Illicha Avenue) ter hoogte van de kapsalon op nummer 78 in Donetsk, dus niet in Makeevka. Het JIT heeft zelf ook onderzoek gedaan naar de locatie van de foto, op basis van eigen materiaal uit open bronnen, en is tot dezelfde conclusie gekomen.

Deze locatie werd ook teruggevonden in sociale media. In berichten van 17 juli 2014 was te lezen dat mensen een Buk-transport en militieleden gezien hebben in Donetsk en zelfs specifiek op de Illicha Avenue. Zo is er een tweet veilig gesteld, waarin gesproken werd over een ‘Buk’ op een ‘tractor’ in Donetsk, op de kruising van Illicha Avenue, omringd door militieleden. Volgens dit bericht zou die Buk daar om 9:15 uur gezien zijn.

Deskundigen

Verder hebben deskundigen nader onderzoek gedaan naar deze foto. Zo heeft het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) de foto onderzocht en vastgesteld dat er geen aanwijzingen zijn dat de foto is gemanipuleerd.

Vervolgens heeft het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) het weerbeeld op de foto vergeleken met het feitelijke weer op 17 juli 2014. Die weerbeelden komen overeen. Op basis van de lichtval op de foto heeft het KNMI vastgesteld dat, als deze gemaakt is op 17 juli 2014, dat vermoedelijk gebeurd moet zijn tussen 08:48 en 09:32 uur lokale tijd. Het KNMI maakte wel een opmerking over de schaduwen in de foto: de richting van de schaduw onder de witte auto wijkt af van andere schaduwval. Volgens het KNMI kan dit worden verklaard doordat verschillende schaduwen over elkaar heen vallen. Toch was dit aanleiding om de foto opnieuw voor te leggen aan het NFI.

Aan het NFI is vervolgens weer gevraagd of er aanwijzingen zijn dat de afbeelding rechtsonder, in het bijzonder waar het betreft de witte auto en de mogelijke schaduwlijn, is gemanipuleerd. Het NFI stelde hierop vast dat een eenvoudige verklaring van de plaats van de schaduw zou kunnen zijn dat het een samengestelde schaduw betreft, dus bijvoorbeeld een schaduw van de auto en een schaduw van een tak of een onregelmatigheid in het wegdek. Het NFI bleef daarom bij zijn eerdere conclusie dat er geen aanwijzingen zijn dat deze foto gemanipuleerd is.

Telecomgegevens

We hebben eerder al verteld dat steeds onderzoek is gedaan naar de betrouwbaarheid van individuele bewijsmiddelen en dat die vervolgens weer in samenhang met andere bewijsbronnen zijn onderzocht. Dat was bij het voorbeeld van deze foto ook het geval.

Naast de kenmerken van het beeld zelf, heeft het onderzoeksteam de foto ook onderzocht aan de hand van telecomdata. Daarbij is de tijdsbepaling van het KNMI als uitgangspunt genomen. In dezelfde, door het KNMI geschatte periode (tussen 08.48 en 09.32 uur lokale tijd) straalden de telefoons van twee vermoedelijke begeleiders van het TELAR-transport aan op zendmasten in Donetsk, en specifiek aan Illicha Avenue: de gebruiker van het nummer eindigend op -1455 tussen 09:08 en 09:37 en de gebruiker van het nummer eindigend op -0785 tussen 09:23 en 09:48.

Vervolgens is onderzoek gedaan naar inhoud van het gesprek dat de gebruiker met nummer eindigend op -1455 voerde, toen zijn telefoon op 17 juli 2014 om 9:08:26 uur de zendmast aan Illicha Avenue 111 aanstraalde. In dat gesprek meldt deze begeleider aan zijn gesprekspartner dat hij met de Buk is aangekomen in Donetsk. Tijdens datzelfde telefoongesprek richt de begeleider van de Buk zich tot een ander, die zich kennelijk in zijn buurt bevindt. Hij zegt dan:

“We need to stop. Let’s stand in the left lane,  occupy all of it. (…) Stand in the left one, in the left one, here.”

Die telefonische opmerking kon in het onderzoek dus vergeleken worden met de eerder genoemde tweet en met de foto, waarop te zien is dat de Buk-TELAR en het zwarte busje zich naast elkaar bevinden op de twee linker rijbanen.

Getuigen

De foto, de tweet en het tapgesprek zijn vervolgens weer vergeleken met de verklaringen van getuigen die in de loop van het onderzoek gehoord zijn. Verschillende getuigen hebben expliciet verklaard dat de truck met de TELAR stilstond op de linkerbaan van de Illicha Avenue. Net als te zien is op de foto en genoemd wordt in het tapgesprek.

De getuigen S27, V43 en V52 hebben verklaringen afgelegd over het TELAR-transport op Illicha Avenue in Donetsk.

Getuige S27 verklaarde in 2015 dat hij een witte Volvo truck met de TELAR in de meest linker baan zag. Getuige V43 verklaarde in 2015 dat hij op 17 juli 2014 op de linker rijbaan een witte Volvo truck met een Buk geparkeerd zag staan. En getuige V52 verklaarde in 2015 ook dat de trailer met de Buk was blijven staan in de uiterst linkse hoek, in de uiterst linkse baan, van de rijrichting naar het centrum van de stad Donetsk.

Opvallend is verder dat getuige S27 ook specifiek benoemt dat één van de begeleidende voertuigen een donkere Volkswagen T5 is, die ook op de foto staat.

Deze getuigenverklaringen zijn alle drie afgelegd in 2015, dus geruime tijd voordat de foto in 2017 openbaar is gemaakt door het JIT. Tijdens hun verhoor bij de rechter-commissaris in 2019 hebben deze getuigen herhaald dat zij het voertuig op de linker baan zagen. De rechter-commissaris heeft deze verklaringen beoordeeld op betrouwbaarheid.

Samenvatting

De authenticiteit van de foto van de TELAR op de dieplader en een donker Volkswagen busje is dus getoetst op basis van locatiegegevens uit open bronnen en de beoordeling van deskundigen. Daarnaast is de beeldinhoud van de foto vergeleken met andere bewijsbronnen, zoals sociale mediaberichten, telecomgegevens en getuigenverklaringen.

Dit is een goed voorbeeld van de wijze waarop afzonderlijke bewijsbronnen in het onderzoek zijn gevalideerd, waar nodig met openbare verzoeken om hulp van het publiek.

De afvuurlocatie

We komen nu te spreken over het onderzoek naar de afvuurlocatie. Het JIT heeft in september 2016 als tussenconclusie bekend gemaakt dat MH17 is neergeschoten vanaf een landbouwveld bij Pervomaiskyi. We hebben inmiddels uitgelegd dat er breed onderzoek is gedaan naar verschillende potentiele afvuurlocaties. We hebben verteld hoe het onderzoek naar andere locaties is verlopen en op grond waarvan is geconcludeerd dat MH17 niet vanaf die plaatsen is neergeschoten. We bespreken nu hoe het onderzoek is verlopen naar de locatie bij Pervomaiskyi.

Foto condensspoor

Vanaf het begin van het onderzoek werden verschillende open bronnen veilig gesteld die naar deze plek wezen als de afvuurlocatie. Zo werd al gelijk op 17 juli 2014 op Twitter een foto gedeeld van een condensspoor. Dat leidde direct tot publieke discussie over de vraag of op deze foto een afgevuurde raket te zien was en waar dit spoor vandaan kwam. Op basis van de omgevingskenmerken op deze foto hebben verschillende partijen, waaronder onderzoekcollectief Bellingcat, geanalyseerd waar dit spoor moet zijn ontstaan. Al deze partijen kwamen uit op een locatie ten zuiden van Snizhne.

Getuigen

Het onderzoeksteam heeft de maker van deze foto opgespoord. De fotograaf en de partner van de fotograaf zijn in augustus 2014 als getuigen gehoord. Volgens hun verklaring zijn de foto’s op 17 juli 2014 vanuit hun woning in Torez gemaakt. De maker heeft kort na de crash meer dan tien foto’s genomen, waarvan verschillende van een rookwolk in de richting van Hrabove, het gebied waar MH17 was neergestort, en twee van een condensspoor in andere richting. Wij tonen daar twee van. De eerste foto is van het condensspoor. Dat spoor is alleen van dichtbij goed te zien. De tweede foto is van de rookwolk vanuit het rampgebied. Volgens de fotograaf en zijn partner liep het condensspoor over hun woning heen. Aan de hand van de richting waarin hij de foto had gemaakt, de omgevingskenmerken op de foto en de waarneming van een kennis was de fotograaf zelfstandig tot de conclusie gekomen dat het condensspoor afkomstig was vanaf een locatie ten zuiden van Snizhne.

Metadata

De camera en geheugenkaart van de getuige zijn in beslag genomen voor het onderzoek. Eerst is vastgesteld dat de systeemdatum en -tijd overeenkwamen met de werkelijke datum en de Oekraïense zomertijd. Vervolgens heeft het onderzoeksteam op basis van de metadata vastgesteld dat beide foto’s van het condensspoor iets meer dan vijf minuten na het neerstorten van MH17 zijn genomen, kort na elkaar. De eerste om 16:25:41 uur. De getoonde foto van de rookwolk vanaf de rampplek is weer een kleine vijf minuten later genomen, volgens de metadata om 16:30:07 uur.

Deskundigen

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft onderzoek gedaan aan de geheugenkaart en fotocamera. Specifiek heeft het NFI onderzocht of er aanwijzingen zijn dat de veilig gestelde digitale fotobestanden, zogenaamde ‘Nikon Electronic Format’-bestanden, gemanipuleerd zijn en of er software bekend is waarmee het beeld van dit type fotobestand gericht gemanipuleerd kan worden.

Daarnaast zijn de foto’s voor onderzoek voorgelegd aan het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI). Het KNMI heeft onderzocht of het wolkenbeeld op de foto’s van het condensspoor overeenkomt met de bewolking op basis van satellietbeelden. Verder heeft het KNMI het contrast van de foto vergroot om het verloop van het condensspoor beter te kunnen beoordelen. U zit dit op de linker foto. Het KNMI is tot de conclusie gekomen dat het condensspoor geen wolk was die op een natuurlijke wijze is ontstaan en niet paste bij dat van een vliegtuig op grote hoogte. Volgens het KNMI verliep spoor van beneden naar boven. Tot slot heeft het KNMI het opnametijdstip en kijkrichting van de foto’s onderzocht op basis van het weerbeeld en de windrichting op 17 juli 2014. Voor de bepaling van de windrichting heeft het KNMI weer gebruik gemaakt van een video van de rookwolk in het rampgebied.

Samenvatting

Er is dus in ruime mate validatie-onderzoek verricht naar de gepubliceerde foto van het condensspoor. Dat onderzoek leverde informatie op over de aard van het spoor en over het tijdstip, de locatie en de kijkrichting van de foto. Wij laten die weer zien. Deze informatie past in het hoofdscenario, waarin MH17 is neergeschoten door een Buk-raket vanaf een landbouwveld bij Pervomaiskyi. U ziet dat scenario hier uitgebeeld, met de laatste locatie van MH17 op basis van de Flight Data Recorder en de afvuurlocatie zoals die in het hoofdscenario is vastgesteld. Die afvuurlocatie ligt op de blauwe lijn van de kijkrichting van de foto.

Journalisten

In datzelfde gebied ten zuiden van Snizhne zijn opnamen gemaakt door journalisten. Eén van hen maakte op 22 juli 2014 een video van een specifieke locatie bij Pervomaiskyi. In de video beschreef hij hoe hij die dag, 22 juli 2014, verschroeid gras op deze plek aantrof. Volgens de journalist was het gras op een vreemde manier verbrand. Ook van een andere journalist zijn foto’s van deze locatie veilig gesteld. In het onderzoek werd dit ook wel ‘de schroeiplek’ genoemd.

Inlichtingendiensten

Naast informatie van journalisten, namen het onderzoeksteam ook kennis van berichten van inlichtingendiensten. Zoals wij eerder bespraken, heeft de Amerikaanse ambassade in Kiev op 22 juli 2014 een afbeelding op Facebook geplaatst, waarop de baan van een Buk-raket (SA-11) was ingetekend vanaf een locatie op de grond bij Snizhne. Kort ervoor hadden de Amerikaanse president en minister van Buitenlandse Zaken al gesproken over het ‘bewijs’ en de ‘detectie’ van een raket vanuit DPR-gebied. Zoals gezegd, hebben wij later, in 2016, de formele bevestiging ontvangen dat Amerikaanse inlichtingendiensten op 17 juli 2014 de lancering van een Buk-raket hebben gedetecteerd, ongeveer zes kilometer ten zuiden van Snizhne.

In september 2014 bracht de Nederlandse Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) een ambtsbericht uit, waarin een specifieke locatie werd aangewezen als mogelijke afvuurplek. Dit was dezelfde locatie als het verbrande veld dat eerder door journalisten in beeld was gebracht. Er was dus alle aanleiding om nader onderzoek te doen naar deze locatie bij Pervomaiskyi, ten zuiden van Snizhne.

Satellietbeelden

Van deze locatie zijn satellietbeelden opgevraagd. Eerder bespraken wij al in algemene zin het onderzoek naar satellietbeelden: hoe er in het onderzoek naar satellietbeelden is gezocht naar veranderingen die kunnen wijzen op een raketlancering, zoals brandschade, veranderingen in vegetatie en voertuigsporen. Daarbij hebben wij toegelicht dat er van 17 juli 2014 geen satellietbeelden van deze locatie beschikbaar zijn. Er zijn wel beelden van 16, 20 en 21 juli 2014 veiliggesteld.

Bij onderlinge vergelijking van deze satellietbeelden in het onderzoek werden er duidelijke verschillen gezien tussen enerzijds het beeld van 16 juli en anderzijds de beelden van 20 en 21 juli 2014.

Allereerst werd er op de satellietbeelden van 20 en 21 juli 2014 een zichtbare verkleuring vastgesteld in de linker bovenhoek van het landbouwveld. Een verkleuring die wees op verbranding. Die verkleuring ontbrak in het satellietbeeld van 16 juli 2014. Uit het onderzoek naar de werking van het Buk-systeem bleek verder dat er bij de lancering van een Buk-raket verbrandingsgassen met zeer hoge temperaturen vrijkomen, in de vorm van een steekvlam. Volgens Buk-fabrikant Almaz Antey kan hierdoor brand ontstaan in het veld waar de lancering plaatsvindt. Vervolgens is deze mogelijke brandplek nader onderzocht.

Op basis van informatie over de windrichting en windsnelheid van 17 juli 2014 heeft het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) beoordeeld hoe een brand op deze locatie kan zijn verlopen. Op basis daarvan heeft het KNMI een specifieke plek in het veld aangewezen als het logische beginpunt van een brand. In het rapport wordt dit locatie ‘B’ genoemd. U ziet dit op de bovenste foto.

Vervolgens werden de satellietbeelden geanalyseerd door een beeldanalist van het Ministerie van Defensie. Volgens deze beeldanalist zijn er op het beeldmateriaal van 20 juli 2014 tracksporen te zien, die er nog niet waren op de satellietfoto’s van 16 juli 2014. Deze specialist heeft ook onderzoek gedaan naar de aard, het verloop en de breedte van die sporen. Op basis daarvan kon beoordeeld worden of deze afkomstig waren van een landbouwvoertuig of een rupsvoertuig, zoals een TELAR.

Tot slot heeft de European Space Agency (ESA) de satellietbeelden van dit landbouwveld vergeleken met de beelden van andere mogelijke afvuurlocaties. Volgens ESA was er een abnormale afwijking te zien in een hoek van het veld, de hoek die wij net de linkerbovenhoek noemden. ESA spreekt over de noordwestelijke kant. Ook volgens ESA paste dit bij een brand. Op andere, alternatieve afvuurlocaties vond ESA geen significante veranderingen.

Getuigen

Ook het onderzoek naar getuigen leverde verschillende relevante resultaten op. Voor een deel waren dat personen die wel informatie konden geven over de richting of een wat groter gebied waaruit de raket moet zijn afgevuurd, maar niet over een specifieke afvuurlocatie. Er zijn in het onderzoek meerdere getuigen gehoord die hebben verklaard de raket zelf of het condensspoor van de raket te hebben waargenomen.

Daarnaast zijn er nog twee getuigen gevonden in het onderzoek die op 17 juli aanwezig waren op of vlakbij de afvuurlocatie toen de raket daar werd gelanceerd. In 2016 verklaarde getuige X48 dat hij op 17 juli 2014 had gezien hoe vanaf het veld bij Pervomaiskyi een raket werd afgevuurd. Bij de rechter-commissaris heeft deze getuige een specifieke locatie aangewezen. Dit is dezelfde locatie als het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut op de satellietfoto had aangewezen als het beginpunt van de brand (punt ‘B’).

Later in het onderzoek heeft zich een tweede getuige gemeld die op 17 juli 2014 aanwezig was op deze locatie. Dit was naar aanleiding van een getuigenoproep van het JIT. Deze getuige M58 was een strijder van de DPR en heeft een uitgebreide verklaring afgelegd over de lancering. De inhoud van deze getuigenverklaringen kan besproken worden bij de inhoudelijke behandeling van het dossier. Door het onderzoeksteam is uitgebreid validatie-onderzoek gedaan naar de verklaring van M58. Daarbij is zijn verklaring vergeleken met informatie uit andere bronnen. Het resultaat van deze analyse is in het dossier gevoegd.

Telecomgegevens

En ook in deze tak van het onderzoek is gebruik gemaakt van telecomgegevens. Zo is er een tapgesprek in het dossier opgenomen waarin separatisten onderling met elkaar spreken over de raket die zij zagen vliegen. Bovendien bleek dat de bevindingen over de route en bestemming van de op 17 juli vastgelegde Buk-TELAR nauw aansloten bij de bevindingen van het onderzoek naar de afvuurlocatie op basis van andere bronnen. In verschillende tapgesprekken over het Buk-transport wordt de locatie ten zuiden van Snizhne expliciet als bestemming genoemd.

Op basis van de telecomgegevens hebben wij verder onderzoek gedaan naar degenen die vermoedelijk in de buurt waren van de afvuurlocatie nabij Pervomaiskyi in de middag van 17 juli 2014 en de daaropvolgende avond. De resultaten daarvan kunnen tijdens de inhoudelijke behandeling besproken worden.

Berekening lanceergebied

Ook op basis van andere bronnen, waaronder de schade aan MH17 en eigenschappen van een Buk-raket, is onderzoek gedaan naar de mogelijke afvuurlocatie. Wij noemden dit al bij de bespreking van het forensisch onderzoek en het onderzoek naar alternatieve afvuurlocaties. Op basis van uitgebreid onderzoek is het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) gekomen tot een lanceergebied van 75 vierkante kilometer ten zuidoosten van de laatste positie van MH17. Het landbouwveld bij Pervomaiskyi valt daarbinnen. De Belgische Koninklijke Militaire School komt tot een lanceergebied dat gedeeltelijk overlapt met dat van het NLR. Het landbouwveld valt gedeeltelijk binnen dit gebied. De specifieke, door het KNMI en de getuigen aangewezen afvuurlocatie in dat veld valt binnen het gebied van het NLR en net buiten het gebied van de Koninlijke Militaire School.

Samenvatting

Samenvattend: voor het vaststellen van de afvuurlocatie bij Pervomaiskyi is onderzoek gedaan naar foto’s, bevindingen van journalisten, satellietbeelden, getuigenverklaringen, en telecomgegevens. Daarnaast heeft er een forensische berekening van het lanceergebied plaatsgevonden. De bevindingen van dit onderzoek sloten nauw aan bij onderzoeksbevindingen over de route van de Buk-TELAR op basis van beeldmateriaal, getuigen en telecomgegevens. Van die route is het landbouwveld bij Pervomaiskyi het eindstation. Dit alles was reden voor het JIT om in september 2016 de tussenconclusie bekend te maken dat MH17 vanaf deze locatie is neergeschoten.

De afvoerroute

Ook naar de afvoerroute van de gebruikte Buk-TELAR is onderzoek gedaan. Hier geldt hetzelfde als bij de aanvoerroute: het vaststellen van de route, inclusief het bepalen van de tijdstippen waarop de Buk-TELAR passeerde kon leiden naar nieuwe getuigen en identificatie van betrokkenen bij het neerschieten van MH17. Verder kon dit deel van het onderzoek, net als de aanvoerroute, informatie geven over de herkomst van het wapen. De bevindingen over de afvoerroute konden bovendien helpen om de bewijswaarde van bevindingen over de aanvoerroute en de afvuurlocatie van de raket te beoordelen. We laten de volledige afvoerroute in het hoofdscenario zien. Vanaf het veld bij Pervomaiskyi tot aan de grensovergang bij Severniy. Ook hier geven we weer een algemeen beeld van de verkregen bronnen: eerst de telecomgegevens, vervolgens de getuigen en tot slot een video. Samen genomen geeft dit het volgende beeld. Wij zullen nu niet op al deze afzonderlijke bewijsbronnen ingaan. Dat is voor de inhoudelijke behandeling.

Wel kunnen we in algemene zin zeggen dat in het onderzoek naar de afvoerroute minder getuigen, beelden en sociale mediaberichten gevonden dan in het onderzoek naar de aanvoerroute. Dat is verklaarbaar, omdat gaandeweg het onderzoek bleek dat de afvoerroute werd afgelegd in de avond en nacht van 17 juli en de vroege ochtend van 18 juli 2014. Zo’n nachtelijke route wordt logischerwijs minder geregistreerd dan een vervoersbeweging die voor een groot deel overdag plaatsvond, zoals op de heenweg. Wel zijn er ruim telecomgegevens gevonden van personen die volgens het onderzoek betrokken waren bij de afvoer van de TELAR.

Getuigen

Er is niet alleen een verschil in het aantal gevonden getuigen tussen de aanvoerroute en de afvoerroute, maar ook in de aard van die getuigen. De getuigen van de aanvoerroute zijn allemaal buitenstaanders die het konvooi met de Buk-TELAR hebben waargenomen. Over de afvoerroute kon ook een insider gehoord worden: een van de DPR strijders die zelf betrokken was bij de afvoer van de TELAR en daar dus meer over kon vertellen dan een getuige die het transport van buitenaf had waargenomen.

Deze getuige, S21, was een DPR-strijder en verklaarde dat hij in de avond van 17 juli 2014 werd ingeschakeld om samen met een aantal anderen een Buk-TELAR te vervoeren op het traject van Snizhne naar Debaltseve. Dat bood aanknopingspunten voor nader onderzoek, met name naar zijn telecomgegevens en de telecomgegevens van andere betrokkenen bij de afvoer.

Video Luhansk

Belangrijk voor het onderzoek naar de afvoerroute was verder een video die van het TELAR-transport is gemaakt in Luhansk. Hierover hebben wij al kort gesproken op de zitting van 10 maart. Deze video is al op 18 juli 2014 op internet geplaatst en is breed bekend. Op de beelden is te zien dat de TELAR één raket mist. Wij laten dat nu zien. Ook naar deze video is uitvoerig validatieonderzoek verricht.

MH17: validatie video Luhansk

Dit is één van de beelden waarvan het Russische Ministerie van Defensie op 17 september 2018 heeft gesteld dat deze gemanipuleerd zouden zijn. Wij hebben er tijdens de zitting van 10 maart al op gewezen dat datzelfde ministerie eerder nog, op 21 juli 2014, had gezegd dat het beeld van dit TELAR-transport wel klopte, maar dat deze opname zou zijn gemaakt in Krasnoarmeisk, een plaats die onder controle stond van de Oekraïense krijgsmacht. Daarmee werd gesuggereerd dat de Oekraïense krijgsmacht deze TELAR had gebruikt om MH17 neer te schieten. Ook hebben wij eerder besproken dat het Russische Ministerie van Defensie deze locatie afleidde van een beweerdelijk adres op een reclamebord in diezelfde video, terwijl dat adres op die video niet te zien was.

Open bronnen

Kort na de Russische persconferentie van 21 juli 2014 was onderzoekcollectief Bellingcat, op basis van open bronnen, al tot de conclusie gekomen dat deze video is gemaakt op een bepaald kruispunt in Luhansk. Op 24 juli 2014 wees Bellingcat op een foto die een bewoner van Luhansk van hetzelfde reclamebord had gemaakt en gedeeld via LiveJournal. Op die foto is het reclamebord scherp in beeld gebracht: daarop staat geen enkel adres van een autobedrijf. U ziet dit in de onderste foto. Daarboven ziet u hetzelfde reclamebord in de persconferentie van het Russische Ministerie van Defensie op 21 juli 2014, mét de vermelding van een onzichtbaar adres van een autobedrijf.

Metadata

Al in 2014 heeft het onderzoeksteam de beschikking gekregen over de camera waarmee de video is gemaakt. Deze camera is in beslag genomen door de SBU en overgedragen aan het JIT. Vervolgens is er onderzoek verricht naar het beeldbestand, de geheugenkaart en de camera. Volgens de metadata is dit beeldbestand op 18 juli 2014 om 04:50:10 uur gemaakt en is daarbij gebruik gemaakt van hetzelfde type camera als de camera die de SBU had  verstrekt aan het JIT. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft de metadata van de video vergeleken met metadada van referentieopnamen die het met de verstrekte camera heeft gemaakt. Deze komen precies overeen. Volgens het NFI wijst dit erop dat het om een originele video-opname gaat, die gemaakt is met een zelfde type camera. Er zijn geen metadata aangetroffen die informatie geven over de locatie van de opname.

Geolocatie

Het onderzoeksteam heeft zelf een analyse gemaakt van de locatie van de opname op basis van herkenningspunten in de video en andere beeldbestanden op de geheugenkaart van de camera, zoals een gebouw met gouden koepels, een roodbruin dak en specifieke lantaarnpalen en een mast. Die herkenningspunten werden vervolgens vergeleken met beelden uit open bronnen, zoals Google Earth. Op basis van die vergelijking is het onderzoeksteam tot de conclusie gekomen dat de video inderdaad is gemaakt op het eerder genoemde kruispunt in Luhansk.

Deskundigen

Aan het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) is gevraagd om het tijdstip van deze video te bepalen op basis van de lichtval. Als deze opname inderdaad zou zijn gemaakt op 18 juli 2014, moet dit volgens het KNMI tussen 04:03 en 04:42 uur zijn gebeurd. Dat komt dicht in de buurt van het tijdstip van 04:50:10 uur op basis van de metadata van de video.

Daarnaast is de bewering van Russische Ministerie van Defensie van 17 september 2018 dat deze video was gemanipuleerd, nader onderzocht door het Nederlands Forensisch Instituut. Die Russische bewering gaf al te denken, omdat hetzelfde Ministerie vier jaar eerder, tijdens de persconferentie van 21 juli 2014, nog uitging van de authenticiteit van deze beelden en stelde dat die niet in Luhansk waren gemaakt, maar in gebied onder controle van de Oekraïense krijgsmacht. Toch zijn de video en de Russische stellingen voorgelegd aan het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Volgens het NFI zijn er geen aanwijzingen dat de betwiste beelden gemanipuleerd zijn.

Telecomgegevens

Net als deze video zijn ook de telecomgegevens met betrekking tot de afvoer van de TELAR nader onderzocht. Zo is onderzocht of de inhoud van gesprekken aansluit bij de zendmasten die op dat moment worden aangestraald en of de inhoud van gesprekken en zendmastgegevens weer aansluiten bij de video die is opgenomen in Luhansk en de waarnemingen die getuigen hebben gedaan.

In het onderzoek naar de telecomgegevens van na het neerschieten van MH17 is verder gericht gekeken naar een telefoonnummer (380633426335), dat in gebruik lijkt te zijn geweest bij een begeleider of een bemanningslid van de TELAR. Dit nummer was alleen actief op 17 juli 2014 en straalde in de middag een zendmast aan op de route van de TELAR in Snizhne, niet ver van de afvuurlocatie in het hoofdscenario. Verder kon er uit tapgesprekken van DPR-strijders worden afgeleid dat de bemanning van de TELAR na het neerschieten van MH17 één lid is kwijtgeraakt. Als een DPR-strijder wordt gevraagd om hierover contact op te nemen met de bemanning, belt hij daarna verschillende keren naar ditzelfde nummer, maar krijgt geen gehoor. Tot slot zijn er nog acht andere Oekraïense telefoonnummers in het onderzoek naar voren gekomen, die op de laatste twee cijfers na, hetzelfde zijn (3806334263-XX). Deze negen nummers lijken dus onderdeel van een serie. Eén van die nummers (380633426331) bleek na onderzoek in gebruik bij een lokale commandant in de omgeving van Snizhne.

Hierin werden aanwijzingen gevonden dat het telefoonnummer 380633426335 onderdeel uitmaakte van een serie telefoonnummers die in gebruik waren bij de DPR en zijn verstrekt aan bemanningsleden of begeleiders van de TELAR. Bij het uitbrengen van de dagvaarding kon nog niet worden voorzien hoe het onderzoek naar dit onderwerp verder zou verlopen. Tegelijk wisten wij dat een tenlastelegging in verstekzaken niet eenvoudig kan worden aangevuld. Daarvoor moet de behandeling van zaak worden onderbroken en de aanvulling aan de afwezige verdachte worden betekend. Dat zou tot een onwenselijke vertraging leiden van het proces. Daarom is ervoor gekozen om dit onderdeel (de terbeschikkingstelling van een telefoon met een Oekraïens nummer) zekerheidshalve op te nemen in de tenlastelegging van de vier verdachten. De gang van zaken bij deze vermoedelijke verstrekking is vooralsnog echter onvoldoende duidelijk geworden voor een bewezenverklaring van dit specifieke punt.

Samenvatting

Het onderzoek naar de afvoerroute van de TELAR is op dezelfde wijze opgebouwd als dat naar de aanvoer. Ook dit onderzoek was gericht op telecomgegevens, getuigen, beeldmateriaal en sociale mediaberichten. Van al deze categorieën zijn bewijsmiddelen veiliggesteld, maar minder dan in het onderzoek naar de aanvoerroute. Dat kan worden verklaard doordat de afvoer van de TELAR – anders dan de aanvoer – in de late en vroege uren heeft plaatsgevonden. Toch zijn er nog verschillende getuigen gevonden en gehoord, waaronder een insider die betrokken was bij het transport. Voor zover mogelijk, zijn de verkregen resultaten gevalideerd. Zo is de authenticiteit van de video van de TELAR in Luhansk langs alle mogelijke wegen onderzocht. De resultaten van het onderzoek naar de afvoerroute zijn in hun onderlinge samenhang opgenomen in het dossier, zodat de betrouwbaarheid ervan ook op die manier kan worden beoordeeld. 

Herkomst van de TELAR

In het hoofdscenario dat MH17 is neergeschoten door een Buk-TELAR vanaf een landbouwveld bij Pervomaiskyi is ook nader onderzoek gedaan naar de herkomst van die TELAR. In het onderzoek naar de voorgeschiedenis en de aan- en afvoerroute werden aanwijzingen gevonden dat deze TELAR afkomstig was uit de Russische Federatie. In afgeluisterde gesprekken wordt daar ook concreet over gesproken. In het onderzoek naar de context van het conflict in Oost-Oekraïne zijn verder aanwijzingen gevonden dat de Russische Federatie verschillende, ook zwaardere wapensystemen aan de DPR heeft geleverd.

Beeldvergelijking

Een andere tak van het onderzoek naar de herkomst van de TELAR, was beeldvergelijking. Die vond plaats op basis van de foto’s en video’s van de TELAR, die volgens de eerder genoemde onderzoeksbevindingen zijn opgenomen op 17 en 18 juli 2014 in Oost-Oekraïne. Analyse van die beelden leverde het beeld op van een voortgezet transport van één en hetzelfde wapensysteem. Op deze beelden van de TELAR in Donetsk, Makeevka, Zuhres, Torez en Luhansk is te zien dat de TELAR telkens wordt vervoerd op een rode dieplader, die wordt getrokken door een witte Volvo-truck. Deze witte truck met rode oplegger wordt telkens begeleid door één of meerdere voertuigen. Alleen op de foto en video in Snizhne rijdt de TELAR zelfstandig. Deze beweegt zich dan in de richting van Pervomaiskyi.

Kenmerken van de TELAR

In het onderzoek is geprobeerd om de TELAR te identificeren. Daarvoor heeft het onderzoeksteam de verschillende beelden van deze TELAR op de rode dieplader met witte Volvo-truck bestudeerd en gezocht naar onderscheidende of unieke kenmerken. Dat heeft geresulteerd in 15 specifieke kenmerken, zoals tekens, markeringen, schade of vervormingen van onderdelen en typen beugels en loopwielen. De combinatie van deze 15 verschillende kenmerken maakte de TELAR op het beeldmateriaal van 17 juli en 18 juli 2014 uniek.

Vervolgens heeft het onderzoeksteam gezocht naar beeldmateriaal van een TELAR met diezelfde unieke combinatie van kenmerken. Daarvoor is een verzameling aangelegd van 2481 afbeeldingen van TELARs uit (voornamelijk) Oekraïense en Russische open bronnen.

In dat vergelijkend onderzoek zijn twee bevindingen gedaan. In de eerste plaats heeft het onderzoeksteam tussen die ruim 2400 afbeeldingen géén andere beelden gevonden van 17 en 18 juli 2014 waarop de TELAR is te zien die op dezelfde data in Oost-Oekraïne is vastgelegd. In de tweede plaats is er op beeldmateriaal van andere data maar één TELAR gevonden waarop alle 15 kenmerken zijn aangetroffen: een TELAR van de 53e Anti Aircraft Missile Brigade (AAMB) van de Russische krijgsmacht met een voertuignummer dat begint met een ‘3’, gevolgd door een onherkenbaar teken en eindigend met een ‘2’. Dit nummer wordt in het onderzoek ook wel ‘3X2’ genoemd.

Een deel van de resultaten van dit vergelijkend onderzoek heeft het JIT al eerder, op 24 mei 2018, openbaar gemaakt. Toen zijn niet alle 15 kenmerken besproken. De volledige beeldvergelijking is opgenomen in het procesdossier. Daarbij merken wij op dat de herkenning en beoordeling van de verschillende kenmerken van de TELAR op de beelden een scherp en geduldig oog vraagt. Het zit hem steeds in de details: niet alleen van het kenmerk zelf, dat vanwege de beeldkwaliteit niet altijd scherp is, maar ook in de locatie op de TELAR waar het kenmerk terugkomt en de positie ten opzichte van andere kenmerken.

Kenmerk 13: loopwiel

In deze toelichting zullen wij ons beperken tot één van de 15 kenmerken: een afwijkend loopwiel aan de rechterzijde van de TELAR. Dit kenmerk is eerder al in de JIT-presentatie van 2018 getoond. Na die presentatie heeft er nog nader onderzoek plaatsgevonden, waardoor dit kenmerk beter kan worden beoordeeld op het beeldmateriaal van 17 juli 2014. Wij zullen dit nader onderzoek hier toelichten. Dat geeft meer inzicht in de wijze waarop die beeldvergelijking heeft plaatsgevonden.

De afwijkende combinatie van loopwielen aan de rechterzijde van de TELAR wordt in het dossier kenmerk 13 genoemd. Dit is te zien op de video van de TELAR die volgens het onderzoek in Torez is opgenomen. Deze video is in 2015 aan het onderzoeksteam verstrekt. Ter bescherming van de bron hebben Nederlandse digitale rechercheurs een gedeelte van de video afgeschermd, zodat de precieze locatie in Torez en identificerende gegevens niet meer te zien zijn. De rechter-commissaris kent de volledige opname en heeft toestemming gegeven voor deze gedeeltelijke afscherming. In de afgeschermde versie van de video zijn de opgenomen voertuigen - de TELAR, Volvo-truck en dieplader, een donker busje en een militaire jeep - goed te zien. Wij tonen nu een fragment uit die video. Te zien is dat alle loopwielen van de TELAR aan de (voor de TELAR) rechterzijde zogenaamde spaakwielen zijn, behalve het tweede loopwiel van achteren: dat is een loopwiel zonder spaken, in het dossier ook wel een ‘dicht’ loopwiel genoemd.

Bij beelden van loopwielen van andere TELARs is het verschil goed te zien. Het zogenaamde spaakwiel bevat in het midden een wieldop, met daaraan bevestigd vijf brede spaken. Het zogenaamde dichte loopwiel heeft wel een wieldop, maar geen spaken.

Als de zon vanuit een bepaalde hoek op de TELAR schijnt, is er schaduw te zien in de kassen van de loopwielen. De wieldop en de spaken van spaakwielen liggen minder diep in die kassen en beïnvloeden het schaduwbeeld. Hierdoor hebben de loopwielen met spaken een ander schaduwbeeld dan de dichte loopwielen. Bij de dichte loopwielen is de schaduw breder dan bij de spaakwielen. Op basis van de verschillen in het schaduwbeeld kunnen de verschillende typen loopwielen dus van elkaar worden onderscheiden.

Die schaduwverschillen zijn goed te zien op de video van de TELAR in Torez. Op een fragment uit die video is per loopwiel gemeten hoe breed de zichtbare schaduw in dat loopwiel is. Op basis van die metingen is duidelijk dat de schaduw van het tweede loopwiel van achteren substantieel breder is dan de schaduw in de andere loopwielen. Dat is dus een dicht loopwiel.

Om deze bevinding te toetsen, zijn er in het onderzoek 3D-scans gemaakt van beide typen loopwielen. Vervolgens zijn die scans ingevoerd in een computerprogramma, waarmee schaduwwerking kan worden gesimuleerd. Door datum, tijd en locatie van de TELAR toe te voegen, kan aan de hand van het echte weerbeeld van die dag - en dus op basis van de reële stand van de zon - de schaduwwerking in beide soorten wielen worden gesimuleerd. Als vervolgens weer gekeken wordt naar het beeldmateriaal van Torez, dan is daarop duidelijk te zien dat de schaduw van het tweede loopwiel van achteren breder is dan de schaduw in de andere spaakwielen. Dat tweede loopwiel van achteren, aan de rechterzijde van de TELAR, is dus een dicht loopwiel.

MH17: rechterzijde TELAR

We keren weer terug naar het grotere fragment van de video van 17 juli 2014 in Torez. Daarop is de volledige combinatie van loopwielen aan de rechterzijde van de TELAR te zien: het dichte loopwiel is het tweede wiel van achteren en verder zijn het enkel spaakwielen. Hetzelfde is het geval in het beeldmateriaal dat op 23 juni 2014 is gemaakt van TELAR ‘3X2’ in Stary Oskol in de Russische Federatie. Daarop is het afwijkende wiel duidelijk te zien.

Door nader onderzoek naar de schaduwwerking van het loopwiel kan dit specifieke kenmerk, één van de 15 kenmerken in totaal, dus nog beter beoordeeld worden. De volledige beeldvergelijking, op basis van alle kenmerken, kan tijdens de inhoudelijke behandeling worden besproken.

Beeldmateriaal en social media

Naar aanleiding van deze beeldvergelijking is nader onderzoek verricht naar TELAR ‘3X2’ van de Russische 53e Brigade. Deze TELAR was onderdeel van een konvooi dat in juni 2014 verschillende keren op beeld is vastgelegd in de Russische Federatie. Uit het onderzoek naar deze beelden en sociale mediaberichten is gebleken dat dit konvooi op 23 juni 2014 uit Kursk vertrok en naar Millerovo reed. Dus in zuidoostelijke richting langs de Russisch-Oekraïense grens naar de Russische plaats Millerovo, ter hoogte van Luhansk in Oost-Oekraïne. Het was een opvallend konvooi dat veel bekijks trok. Onderweg zijn regelmatig foto’s en filmpjes van het konvooi gemaakt, die op internet zijn teruggevonden.

Door steeds de locatie te bepalen van de beelden van dit konvooi kon de route gereconstrueerd worden. Op de beelden komt verschillende keren een TELAR voor met op de zijkant het unieke voertuignummer ‘3X2’.

Naast beeldmateriaal is er ook onderzoek gedaan naar sociale mediaberichten, waarin hetzelfde konvooi ter sprake komt. Als voorbeeld noemen wij een bericht van een militair van de 53e Brigade dat hij 25 juni 2014 op VKontakte heeft geplaatst. Daarin meldt hij dat hij ze op weg zijn naar Rostov, ophef veroorzaken en zelf in de richting van de oorlog rijden.

Verzoek aan de Russische Federatie

Op 6 april en 6 juni 2018 heeft het OM in een rechtshulpverzoek aan de Russische Federatie om informatie gevraagd over de TELAR met nummer ‘3X2’. Gevraagd werd onder meer waar deze TELAR zich in de periode 23 juni tot en met 23 juli 2014 bevond, en wie de bemanning was die voor deze TELAR verantwoordelijk was. Op 17 september 2018 heeft het Russische Ministerie van Defensie een persconferentie gehouden. Daarin werd gesteld dat de beelden van de TELAR in Oekraïne gemanipuleerd zouden zijn. Ruim een maand later volgde het Russische antwoord op het rechtshulpverzoek. Daarin werd herhaald dat de beelden van de TELAR in Oekraïne vervalst zouden zijn. Ook de beelden van het konvooi van de 53e Brigade van juni 2014 in de Russische Federatie zouden vragen oproepen, maar deze moesten nog geanalyseerd worden. Volgens de Russische autoriteiten zou er geen bewijs bestaan voor de aanwezigheid van een Buk-TELAR in Oost-Oekraïne en daarom was er ook geen reden om antwoord te geven op de vraag waar de TELAR met nummer ‘3X2’ was in de periode van 23 juni tot en met 23 juli 2014.

Eerder hebben we al besproken op welke wijze wij de beelden gevalideerd hebben. Naar aanleiding van de Russische beweringen van manipulatie hebben we nader onderzoek laten doen door het NFI. Dat onderzoek heeft geen aanwijzingen voor manipulatie opgeleverd.

We hebben Russische autoriteiten verschillende keren herinnerd aan onze openstaande vragen over TELAR ‘3X2’. Daarbij hebben we erop gewezen dat het niet aan hen is om het bewijs in het onderzoek van een andere staat te toetsen en dat zij niet op die grond mogen weigeren om informatie te verstrekken. Ook op diplomatiek niveau hebben de regeringen van de JIT-landen op een antwoord aangedrongen. Zonder resultaat. 

Van de Russische autoriteiten hebben wij dus geen informatie ontvangen over een andere locatie van TELAR ‘3X2’ van de 53e brigade op 17 juli 2014 dan in ons hoofdscenario naar voren is gekomen: het landbouwveld bij Pervomaiskyi in Oost-Oekraïne.

Samenvatting

In het onderzoek naar de herkomst van de TELAR in het hoofdscenario zijn verschillende stappen ondernomen. In de eerste plaats zijn de beelden van die TELAR van 17 en 18 juli 2014 in Oost-Oekraïne vergeleken met een groot aantal beelden van TELARs in Oekraïne en de Russische Federatie. In dat vergelijkend beeldonderzoek is gebleken dat die TELAR van 17 en 18 juli 2014 overeenkwam met een TELAR met nummer ‘3X2’ van de 53e Anti-Aircraft Missile Brigade van de Russische krijgsmacht. In nader onderzoek zijn beelden en sociale mediaberichten verkregen die erop wijzen dat een konvooi van diezelfde brigade zich eind juni 2014 naar de Russisch-Oekraïense grens heeft bewogen. Het OM heeft de Russische autoriteiten bij herhaling gevraagd waar deze TELAR met nummer ‘3X2’ zich in juni en juli 2014 bevond. Daarop hebben zij tot nu toe geen antwoord gegeven.

De aanleiding van het neerschieten

Niet alle onderdelen van het onderzoek hebben resultaat opgeleverd. Natuurlijk is ook geprobeerd om vast te stellen wie de Buk-TELAR bediende op 17 juli 2014 en wat de concrete aanleiding was voor het afvuren van de raket die MH17 neerschoot. Dat onderzoek heeft nog geen uitsluitsel opgeleverd.

Er waren in het onderzoek tot op heden niet veel aanknopingspunten om de aanleiding voor het neerschieten vast te stellen. Wat wel onderzocht kon worden, is onderzocht.

Het ‘vogeltjesgesprek'

Dat was in de eerste plaats een tapgesprek dat in het JIT wordt aangeduid als het ‘vogeltjesgesprek’. Dit is een gesprek dat op de middag van 17 juli 2014 werd gevoerd door de DPR strijder Igor Bezler (A) met een man genaamd Stelmakh en de call sign Nayomnik (B), kort voordat vlucht MH17 werd neergeschoten. Wij spelen het gesprek af:

“(…)

B: Nikolayevich.

A: Four. Yes. Nayomnik.

В: Birdman, a bird flew to you.

A: A bird flew to us?

B: Yes, one for now.

A: Reconnaissance or big?

B: Cannot see behind clouds, too high.
A: Understood, received.

B: Yeah.

A: Announce upward.

(…)”

MH17: tapgesprek Stelmakh - Bezler

We noemden dit gesprek al in ons openingswoord. Er is onderzocht of dit gesprek de aanleiding kan zijn geweest voor het afvuren van de Buk-raket in het hoofdscenario.

Eerst zijn de telefoonlijnen van Bezler en Stelmakh beoordeeld. Dat heeft geen informatie opgeleverd over een eerdere telefonische melding aan Stelmakh voorafgaand aan dit gesprek. Verder kon uit de telecomgegevens niet worden afgeleid of deze informatie over de naderende vogel inderdaad nog aan anderen is doorgegeven na dit gesprek. Het gesprek staat dus op zichzelf. Daarbij is onbekend is of Stelmakh een eigen waarneming meldt of informatie van een derde persoon aan Bezler doorgeeft.

Verder is het de vraag of met de ‘vogel’ in dit gesprek wel vlucht MH17 wordt bedoeld. Het gesprek vindt plaats tussen 16:18:07 uur en 16:18:44 uur. Uit telecomgegevens blijkt dat de mobiele telefoon van Stelmakh op dat moment een zendmast in de omgeving van Dzerzhynsk aanstraalt en de mobiele telefoon van Bezler een zendmast in de buurt van Gorlovka. Bij aanvang van het betreffende gesprek is vlucht MH17 de mastlocatie van Stelmakh al twee minuten eerder gepasseerd. Het vliegtuig bevindt zich op 30 kilometer afstand voorbij de mastlocatie van Stelmakh als deze melding maakt van de ‘vogel’. Vlucht MH17 is rond die tijd niet het enige vliegtuig in de omgeving. Om 16:18:00 uur, kort voordat Stelmakh de telefonische melding over een ‘vogel’ aan Bezler doet, passeert een Boeing 777 van Singapore Airlines, met vluchtnummer SIA351, de mastlocatie van Stelmakh aan de noordzijde op een afstand van 25 kilometer.

Vervolgens is onderzocht of dit gesprek de aanleiding kan zijn geweest voor het neerschieten van vlucht MH17. De korte tijdsduur tussen dit gesprek en het afvuren van de raket roept vragen op. Tussen het tijdstip dat dit gesprek eindigt, 16:18:44 uur, en het tijdstip dat de raket vermoedelijk wordt afgevuurd, 16:19:31 uur, zit minder dan een minuut. Volgens een Oekraïense trainingshandleiding voor de bemanning van een Buk-systeem duurt het minimaal 2 minuten en 30 seconden om de TELAR van gereedheidsfase 2 naar fase 1 te brengen. Dat betekent dat dit ‘vogeltjesgesprek’ alleen kan hebben bijgedragen aan het neerschieten van vlucht MH17 als de TELAR zich al in gereedheidsfase 1 bevond op het moment dat het gesprek plaatsvond. Daarbij moet bedacht worden, dat een TELAR in gereedheidsfase 1 kan worden gedetecteerd door vijandelijke radarsystemen. Het is de vraag of een TELAR zichzelf al in die kwetsbare, voor de vijand waarneembare positie, zou begeven, zonder dat daarvoor een concrete aanleiding is.

Het onderzoek naar dit gesprek levert dus, als daar andere gegevens uit het dossier bij worden betrokken, vooral twijfels op of dit gesprek wel kan hebben bijgedragen aan het neerschieten van vlucht MH17 en geen bewijs dat de informatie uit dit gesprek daadwerkelijk de bemanning van de TELAR heeft bereikt.

De Aeroflot-theorie

Verder heeft het team onderzoek gedaan naar de stelling dat de raket die MH17 neerschoot eigenlijk bedoeld was voor een vliegtuig van de Russische luchtvaartmaatschappij Aeroflot: vlucht AFL2074. Bedoeling zou zijn geweest om een Russisch vliegtuig te treffen, waarvan vervolgens Oekraïne de schuld zou kunnen worden gegeven. Deze theorie werd uiteen gezet in een videopresentatie van de Oekraïense SBU in augustus 2014.

Volgens deze presentatie zou de verwisseling hebben kunnen plaatsvinden doordat het Buk-systeem op de verkeerde locatie zou zijn geplaatst. In plaats van de locatie bij Pervomaiskyi had het Buk-systeem moeten worden ingezet bij een andere plaats met bijna dezelfde naam: Pervomaiske, twintig kilometer ten westen van Donetsk. Volgens deze theorie had het Aeroflot-toestel van daaruit kunnen zijn neergeschoten. Ook dit is onderzocht.

In het onderzoek kwamen geen twee, maar drie plaatsen naar voren met een soortgelijk naam. Tussen Stepanivka en Snizhne bevindt zich naast het Pervomaiskyi uit het hoofdscenario nog een plaats met bijna dezelfde naam: Pervomaiske.

De derde plaats Pervomaiske, genoemd in de Aeroflot-theorie, bevindt zich aanzienlijk verder weg van deze twee plaatsen en aan de andere, westelijke kant van Donetsk.

Uit het onderzoek naar deze theorie is gebleken dat deze niet kan kloppen. Allereerst zou het niet logisch zijn om Pervomaiske ten westen van Donetsk als afvuurlocatie te kiezen, omdat de Aeroflot-vlucht (AFL2074) dan buiten het maximale bereik van een Buk-raket zou hebben gevlogen.

Bovendien bleek uit tapgesprekken en zendmastgegevens van begeleiders van de Buk-TELAR dat zij geen fout hebben gemaakt in de beoogde afvuurlocatie maar doelbewust werden geleid naar de plek ten zuiden van Snizhne. Die gesprekken zullen tijdens de inhoudelijke behandeling van het dossier aan de orde komen. Op basis van deze bevindingen kon de Aeroflot-theorie al snel worden verworpen.

Het vergissingscenario

Al met al biedt het dossier geen uitsluitsel over de precieze gang van zaken tijdens het neerschieten en de aanleiding voor het afvuren van de raket. Wel biedt het dossier verschillende aanknopingspunten om te denken dat het op 17 juli 2014 de bedoeling was om een militair vliegtuig neer te schieten, zoals wij in maart al vertelden. Tapgesprekken in het dossier, de verklaring van M58 en ook de wijze waarop de DPR direct na de crash aanvankelijk verantwoordelijkheid claimde voor het neerschieten van een Oekraïens vliegtuig wijzen daarop.

Natuurlijk is het – met name voor de nabestaanden - wenselijk om meer duidelijkheid te krijgen over de aanleiding voor het neerschieten van MH17. Voor het beoordelen van de tenlastelegging tegen de vier verdachten in dit proces is dat echter niet noodzakelijk. En voor de strafmaat is met name relevant wat de verdachten zelf wisten en beoogden. Niet wat er in het hoofd van de bemanning van de TELAR omging toen zij een raket afvuurden. Als het gaat om wat verdachten zelf wisten en beoogden, zijn zij zelf bij uitstek degenen die daar informatie over kunnen geven. Tot nu toe hebben zij dat niet gedaan. Als dat verandert, zou dat aanleiding kunnen zijn voor nader onderzoek. Maar tot dat moment is ook voor wat betreft de aanleiding voor het afvuren van de raket – voor zover het Openbaar Ministerie kan zien – al het noodzakelijke onderzoek verricht.

Tussenconclusie hoofdscenario

Het onderzoek naar al deze bewijsbronnen, en vooral ook hun onderlinge samenhang, bood voldoende basis voor het JIT om in 2016 de tussenconclusie publiek te maken dat een Buk-lanceervoertuig naar een landbouwveld bij Pervomaiskyi is gebracht, van daaruit MH17 heeft neergeschoten en daarna weer is afgevoerd naar de Russische Federatie. Het JIT heeft die conclusie bereikt door verdiepend en falsificerend onderzoek te doen. Niet alleen is geprobeerd dat hoofdscenario zo ver als mogelijk te onderzoeken, er is ook actief geprobeerd om dat hoofdscenario te weerleggen. Er is breed en diepgravend onderzoek gedaan naar andere scenario’s, die het hoofdscenario zouden uitsluiten:

  • dat MH17 is neergestort door een explosie van binnenuit,
  • dat MH17 is neergeschoten door een gevechtsvliegtuig;
  • dat MH17 is neergeschoten met een andere surface-to-air raket dan een Buk;
  • dat MH17 is neergeschoten met een Buk-raket vanaf een andere locatie;
  • en dat M17 is neergeschoten met een Buk-raket van de krijgsmacht van Oekraïne.

Binnen het hoofdscenario is verder onderzoek gedaan naar de herkomst van de TELAR. Op grond van dat onderzoek is het JIT in 2018 tot de conclusie gekomen dat deze afkomstig was van de Russische 53e Anti Aircraft Missile Brigade en een driecijferig voertuignummer droeg dat begon met een ‘3’ en eindigde op een ‘2’. Nadien is er nog verdiepend onderzoek gedaan naar de beeldvergelijking waarop die conclusie was gebaseerd. Tot op heden heeft het OM geen antwoord mogen ontvangen van de Russische Federatie op de vraag waar deze TELAR met nummer ‘3X2’ zich in de periode van 23 juni tot en met 23 juli 2014 bevond.

Tot slot is binnen het hoofdscenario onderzoek gedaan naar de directe aanleiding dat deze TELAR MH17 heeft neergeschoten. Daarin zijn alle hele en halve aanwijzingen uitgelopen. Dat heeft geen sluitend resultaat opgeleverd. Wel zijn er verschillende aanknopingspunten om te denken dat het de bedoeling was om een militair vliegtuig neer te schieten.

Al deze takken van het onderzoek naar het hoofdscenario zijn verwerkt in het procesdossier. Ook de betrouwbaarheid van het bewijs voor het hoofdscenario is steeds onderzocht. Wij hebben uitleg gegeven over het onderzoek naar beeldmateriaal, telecomgegevens en getuigen en naar de samenhang van alle verschillende bewijsbronnen. Wij menen dat dit onderzoek vrijwel volledig is geweest.

Wij hebben in maart al toegelicht slechts op een enkel punt nog reden te zien voor nader onderzoek. Wij zullen later toelichten wat nu, in juni, het standpunt is van het Openbaar Ministerie over de stand van zaken in het onderzoek.