Zitting 24 juni 2021

Op 24 juni 2021 heeft het OM gereageerd op de onderzoekswensen die de verdediging die dag op zitting heeft gedaan en eerder op de zittingen van 21 mei en 7 juni. Hieronder vindt u de door de officier van justitie uitgesproken tekst in woord en beeld.

MH17: zitting 24 juni 2021

Inleiding 

Het Openbaar Ministerie zal nu reageren op de onderzoekswensen die de verdediging vandaag op zitting heeft gedaan en eerder op de zittingen van 21 mei en 7 juni jl. Op die zitting van 7 juni werd kort verwezen naar een verzoek gedaan in een e-mail van 3 juni. De verzoeken die vandaag aan uw rechtbank zijn gedaan, zijn eerder al aan het Openbaar Ministerie gericht in verschillende e-mails en brieven sinds de zitting van 21 mei. Tot slot staat er nog een verzoek open dat de verdediging in juni vorig jaar heeft gedaan en waarop uw rechtbank de beslissing heeft aangehouden. 

Afgelopen vrijdag, 18 juni, hebben wij al een uitgebreide reactie verstuurd op deze verzoeken van de verdediging aan uw rechtbank en aan het Openbaar Ministerie. Vandaag lichten wij daaruit de belangrijkste punten toe. Daarbij geldt dat wij alle standpunten zoals schriftelijk verwoord handhaven, ook als ze niet in volle omvang hier ter zitting worden herhaald. Wij zullen de verzoeken in chronologische volgorde bespreken.

Zitting 22-23 juni 2020: horen Stolworthy

Tijdens de zitting van juni vorig jaar heeft de verdediging aan de rechtbank verzocht om Stolworthy te horen, de opsteller van het Amerikaanse memorandum over de detectie van een Buk-raket die werd afgevuurd ten zuiden van Snizhne. De verdediging wilde deze getuige horen “over wat hij precies aan informatie heeft waargenomen en dat verhoor meteen benutten om te onderzoeken op welke wijze en onder welke voorwaarden de Verenigde Staten bereid zijn de satellietbeelden af te staan ten behoeve van deze zaak”.  In onze reactie daarop hebben wij al aangegeven dat het Openbaar Ministerie uitgebreide inspanningen heeft gedaan om méér informatie te verkrijgen over deze Amerikaanse detectie dan er is opgenomen in het memorandum.1 Daarbij merken wij op dat er in dit stuk gesproken wordt over de detectie van een raket en niet over satellietbeelden waarop een raket te zien is. Uw rechtbank heeft de beslissing op dit verzoek van de verdediging aangehouden, in afwachting van de uitkomst van nader onderzoek van de rechter-commissaris. Inmiddels hebben de Amerikaanse autoriteiten aan de rechter-commissaris laten weten dat zij vanwege het staatsgeheime karakter van de gegevens niet méér informatie kunnen verstrekken dan er in het memorandum is opgenomen. Daarom zal een verhoor van Stolworthy geen nieuwe informatie kunnen opleveren. Hij heeft een geheimhoudingsplicht en zal die niet mogen schenden. Omdat deze getuige geen verklaring zal kunnen afleggen, moet het verzoek om hem te horen worden afgewezen. 

Zoals wij in juni hebben aangegeven, wordt Pulatov hierdoor niet benadeeld. Dat de inhoud van dit Amerikaanse memorandum zijn bewijsbeperkingen kent, is een gegeven. Het Openbaar Ministerie zal het in elk geval niet voor het bewijs aanvoeren.

Zitting 21 mei 2021: diverse verzoeken

Stukken RMA

Op de zitting van 21 mei jl. heeft de verdediging uw rechtbank verzocht om de rechter-commissaris opdracht te geven om ontbrekende stukken van de Royal Military Academy (RMA) op te vragen en vervolgens te verstrekken aan het Openbaar Ministerie en de verdediging (zitting 21 mei 2021, pleitnota deel 1, randnummers 1-14). Dit is de derde maal dat de verdediging verzoeken doet over RMA-stukken. Op 23 maart 2021 heeft de verdediging aan de rechter-commissaris verzocht nadere informatie op te vragen over stukken van de RMA. De rechter-commissaris heeft die verzoeken afgewezen, omdat niet aannemelijk is dat de gevraagde informatie direct kan bijdragen aan de beantwoording van de vragen over het schadebeeld en de berekening van het afvuurgebied. Op 15 april 2021 herhaalde de verdediging deze verzoeken op zitting.  Ook uw rechtbank wees deze verzoeken toen bij gebrek aan relevantie en noodzaak af. 

Bij dit derde verzoek over de RMA stukken beroept de verdediging zich op artikel 230 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Daarbij wordt niet uitgelegd waarom de verdediging nu pas dit argument naar voren brengt, terwijl zij al meer dan een jaar over de stukken beschikt waaruit blijkt welke opdracht er aan de RMA is gegeven en ook dat er nog meer stukken van de RMA bestaan. Wij hebben in onze schriftelijke reactie van 18 juni jl. uitgelegd dat de RMA meer stukken heeft opgesteld dan alleen rapporten waarin antwoord wordt gegeven op de vragen die zijn gesteld in de opdracht van de rechter-commissaris. Documenten of rapporten die geen betrekking hebben op de onderzoeksvragen van de rechter-commissaris of bijdragen aan de beantwoording daarvan vallen niet onder het bereik van art. 230 Sv. De verdediging heeft verder inhoudelijk niets nieuws of anders naar voren gebracht dat reden zou geven om tot een andere beoordeling te komen over de relevantie of noodzaak van deze stukken. Daarom moet dit herhaalde verzoek over RMA-stukken opnieuw worden afgewezen.

Horen NFI-deskundige RC08 

Verder heeft de verdediging op 21 mei verzocht om deskundige RC08 van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) te horen (pleitnota deel 1, randnummers 15-20). Dat verzoek had de verdediging vorig jaar al gedaan en is op 25 november 2020 door uw rechtbank afgewezen. Uw rechtbank overwoog toen dat de rapporten van deze deskundige voldoende inzicht geven in de wijze waarop ze tot stand zijn gekomen en in de gebruikte methodologie, en dat de verdediging niet heeft onderbouwd op grond waarvan moet worden getwijfeld aan het oordeel van de rechter-commissaris omtrent de deskundigheid van deze rapporteur.2

Aan het nu herhaalde verzoek legt de verdediging alleen ten grondslag dat zij de deskundige wil horen over algemeen aangeduide onderwerpen als deskundigheid en onderzoeksmethodieken. Zoals uw rechtbank eerder heeft overwogen, worden die onderwerpen al ruimschoots beschreven in het dossier. Welke concrete vragen van de verdediging daarin onbeantwoord blijven, blijft onduidelijk. Er is daarom geen reden om nu anders te oordelen over dit verzoek dan u in november 2020 heeft gedaan.3 Daarom moet dit verzoek worden afgewezen. 

Vragen betreffende tapgesprekken 

Het derde verzoek van de verdediging op 21 mei jl. betreft aanvullende informatie over telecomgegevens (pleitnota deel 2, randnummers 1-13). Ook dit onderwerp is vaker besproken. In juni en november 2020 heeft de verdediging meerdere verzoeken geformuleerd over het telecommateriaal in het dossier. In april van dit jaar heeft de verdediging opnieuw zulke verzoeken gedaan. Uw rechtbank heeft die verzoeken telkens afgewezen, maar wel opdracht gegeven tot stemvergelijkend onderzoek. Uw rechtbank heeft er daarbij op gewezen dat verdachte Pulatov de locatiebepaling van zijn telefoons in het dossier niet betwist en dat zijn eigen verklaring over waar hij op en rond 17 juli 2014 is geweest juist overeenkomt met de telecomgegevens in het dossier.4 Ook betwist Pulatov niet dat het aan hem toegeschreven telefoonnummer eindigend op -511 van hem is en heeft hij juist verklaart dat hij dat nummer in 2014 de hele tijd gebruikte en dat men hem altijd op dat nummer kon bereiken.  

De enige reden die de verdediging nu geeft voor het herhaalde verzoek om het Openbaar Ministerie vragen te laten beantwoorden over tapgesprekken, is dat de verdediging het niet eens is met het oordeel van uw rechtbank en de deskundige voorlichting van het NFI (zoals ook duidelijk wordt benoemd in randnummer 2). Die mening van de verdediging staat op zichzelf. De verdediging heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd, en ook geen nieuwe informatie over onderzoeksmogelijkheden. 

Anders dan de verdediging suggereert, zijn door de verdediging geformuleerde vragen niet behulpzaam bij een deugdelijk forensisch onderzoek. Daarvoor zijn concrete manipulatiehypothesen nodig en moeten gebaseerd worden op inhoudelijke of technische vraagpunten over een specifiek tapgesprek. Zulke concrete manipulatiehypothesen kunnen niet gebaseerd worden op algemene informatie over een groot aantal tapgesprekken. Pulatov beschikt sinds 18 februari 2020 over de audiobestanden van de belangrijkste, in het dossier gevoegde tapgesprekken die aan hem worden toegeschreven. Sinds 28 juli 2020 beschikt hij over alle overige - ruim 900 - niet gevoegde audiobestanden van zijn tapgesprekken uit de periode van 1 juni tot en met 31 juli 2014. Hij kan die opnamen dus al heel lang zelf bestuderen en ook door anderen (technisch) laten onderzoeken. Die inventarisatie door de verdediging had specifieke punten kunnen opleveren, die aanleiding zouden kunnen geven voor nader deskundigenonderzoek. Dat de verdediging nog steeds geen concreet vraagpunt over enig tapgesprek heeft gevonden en zij alleen in brede zin blijft vissen, is een duidelijke aanwijzing dat er niets te onderzoeken valt. Wie beschikt over de relevante audiobestanden van eigen gesprekken moet binnen enkele weken, of hoogstens maanden, concreet kunnen aanwijzen wat er volgens hem mis is met die gesprekken. Nu zulke concrete aanwijzingen zijn uitgebleven, valt niet meer te verwachten dat er in dit proces nog een concrete manipulatiehypothese door Pulatov wordt aangedragen. 

De verdediging miskent dus dat er geen aanleiding is voor nader onderzoek, en daarom ook geen noodzaak. Er is geen enkel objectief feit dat reden geeft om te twijfelen aan de authenticiteit van de tapgesprekken. Wat Pulatov in zijn videoverklaring heeft gezegd over de tapgesprekken is juist reden om niet aan de authenticiteit van de tapgesprekken te twijfelen. Er is uitsluitend de wens van de verdediging om manipulatie te suggereren. Deskundigenonderzoek in opdracht van uw rechtbank is er niet om geblinddoekt op zoek te gaan naar vraagtekens die de verdachte zelf, die de gesprekken als deelnemer goed kent, niet kan vinden. Dit herhaalde verzoek moet daarom worden afgewezen.

Benoemen deskundige Almaz Antey

Dan is er het verzoek om de eerder gehoorde deskundige van Almaz Antey alsnog te benoemen en hem de opdracht te geven om rapport uit te brengen over het eerdere onderzoek van Almaz Antey (pleitnota deel 2, randnummers 14-23). Ook dit is een herhaald verzoek, en het is feitelijk al eerder toegewezen. Op 3 juli 2020 – bijna een jaar geleden - heeft uw rechtbank de rechter-commissaris al opgedragen om eerder door Almaz Antey opgestelde rapporten over het eigen onderzoek op te vragen, om een deskundige van Almaz Antey te benoemen, hem te laten te reageren op de rapporten van NLR en RMA en hem te horen over onder meer de werking van een BUK-raket, het schadebeeld op MH17 en het berekende afvuurgebied. Materieel behelsde die opdracht precies hetzelfde als de verdediging nu opnieuw van uw rechtbank vraagt. 

De rechter-commissaris heeft vervolgens uitgebreide pogingen gedaan om die opdracht uit te voeren en de gevraagde informatie te vergaren. Gedetailleerd verslag van die pogingen is terug te vinden in de ruime rechtshulpcorrespondentie, waarin de rechter-commissaris de verdediging en het Openbaar Ministerie inzage heeft gegeven. De deskundige van Almaz Antey is gedurende in totaal zeven volle dagen gehoord. Ook heeft uw rechtbank de verdediging in de gelegenheid gesteld om een groot aantal nadere vragen te stellen aan deze deskundige in aanvulling op zijn verhoren.  Deze vragen moeten nog aan hem worden voorgelegd. Het gaat in totaal om meer dan 60 hoofd- en deelvragen. 

Inmiddels zijn aan de verdediging dus al drie ruime gelegenheden geboden om de deskundige van Almaz Antey over zijn onderzoek te bevragen: in een individueel verhoor, in een gezamenlijk verhoor met andere deskundigen en middels tientallen aanvullende vragen. Met die drie gelegenheden is hij ongetwijfeld al de langst gehoorde deskundige uit de Nederlandse strafvorderlijke geschiedenis. Deskundigen worden doorgaans een dagdeel gehoord, of een dag. Meerdere dagen is al uitzonderlijk. Meer dan zeven dagen is uniek. 

Uniek is ook dat de verdediging exclusief gelegenheid krijgt voor een nadere schriftelijke bevraging, zonder dat het Openbaar Ministerie in de nieuwe verhoorronde wordt betrokken. De rechter-commissaris heeft er voor gekozen de verdediging wel de gelegenheid te geven om haar schriftelijke vragen aan deze deskundige aan te vullen, maar heeft aanvullende vragen van het Openbaar Ministerie geweigerd omdat volgens de rechter-commissaris het verhoor van de deskundige is afgesloten, de nadere schriftelijke bevraging alleen is gelast voor vragen van de verdediging en de nadere vragen van het Openbaar Ministerie niet noodzakelijk zijn.  Daarmee wordt de verdediging uitzonderlijk veel ruimte gegund. Wat zij nu doet, is overvragen en kan met de beste wil van de wereld niet noodzakelijk worden genoemd.

Almaz Antey heeft er voor gekozen om niet, zoals gevraagd, eerder opgestelde rapporten te verstrekken, maar heeft in plaats daarvan nieuwe stukken aangeleverd waarin het eigen onderzoek niet werd verantwoord. Verder heeft de deskundige ervoor gekozen om in zeven verhoordagen niet alsnog een helder inzicht te geven in de door Almaz Antey gebruikte data en methoden, op grond waarvan de betrouwbaarheid van gestelde resultaten kunnen worden getoetst. Dat er minder inzicht is in de werkwijze van Almaz Antey dan in de werkwijze van het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) en de RMA heeft dus niets met de vraagstelling aan Almaz Antey te maken of met de gelegenheid om uitleg te geven, maar alles met de antwoorden die werden gegeven. 

Een verdachte heeft veel rechten, maar het net zo lang horen van deskundigen tot hij de antwoorden krijgt die hij wil, hoort daar niet bij. Ook dit verzoek moet daarom worden afgewezen. 

Opstellen index onderzoeksdossier

Als vierde verzoek heeft de verdediging op 21 mei aan uw rechtbank gevraagd om opdracht te geven aan het Openbaar Ministerie om de verdediging (i) een gedetailleerde index te verstrekken van het onderzoeksdossier en (ii) de verdediging vervolgens toegang te geven tot het onderzoeksdossier. Ook dat verzoek heeft de verdediging al gedaan in juni 2020. Uw rechtbank heeft dat verzoek afgewezen op 3 juli 2020 en daarbij onder meer verwezen naar het ontbreken van een wettelijke grondslag voor dit verzoek, de praktische onmogelijkheid ervan en het feit dat de veiligheidsproblematiek in deze zaak toewijzing van een dergelijk verzoek – in uw woorden - “wellicht ook onverantwoord” maakt.5 Dat maakt dat we kort kunnen zijn over dit verzoek. De wet is niet veranderd en de veiligheidsproblematiek in deze zaak ook niet. Wij beschikken zelf niet over zo’n index en het maken ervan gebeurt in dit soort strafzaken, voor zover wij weten, nooit. 

Er is ook geen reden toe. Over het verloop van het onderzoek heeft het Openbaar Ministerie uitgebreid verantwoording afgelegd. Zo is er een omvangrijk procesdossier samengesteld van tienduizenden pagina’s, waarin uitvoerig verantwoording is afgelegd over het onderzoek. Daarin zijn aanwijzingen opgenomen voor alle alternatieve scenario’s die er zijn onderzocht en wordt op verschillende plekken vermeld welke stukken niet in het dossier zijn opgenomen en waarom. Hoe het onderzoek is verlopen en welke beslissingen daarin zijn gemaakt, hebben wij in juni vorig jaar gedurende drie zittingsdagen toegelicht. Sinds de eerste contacten met de verdediging heeft het Openbaar Ministerie bovendien breed inzage aangeboden en verleend in stukken die niet in het procesdossier zijn gevoegd, waaronder duizenden tapgesprekken (inclusief metadata), historische telefoongegevens, foto’s van alle wrakdelen en andere stukken, zoals eerdere versies van rapporten van het NFI en het NLR. Ook is de verdediging in de gelegenheid gesteld om de Cockpit Voice Recorder uit te luisteren en de vermoedelijke raketdelen te bezichtigen in Gilze-Rijen en bij het NFI. Wanneer de loop van dit proces daar aanleiding voor gaf, heeft het Openbaar Ministerie bovendien uit eigen beweging nadere onderzoekinformatie aan de verdediging verstrekt, ook als die informatie niet relevant was voor enige door uw rechtbank te nemen beslissing.6  

Kortom: het onderzoek is al voldoende inzichtelijk voor de verdediging en voor zover het noodzakelijk is om kennis te nemen van nadere informatie over een specifiek onderwerp, wordt die informatie ook door het Openbaar Ministerie aan de verdediging verstrekt, al dan niet in opdracht van uw rechtbank. Ook daarom is er geen enkele aanleiding om achteraf nog eens een lijst op te stellen van alles wat er in het jarenlange onderzoek is gebeurd. Dat dient geen redelijk belang. Dit verzoek moet worden afgewezen.

Zitting 7 juni 2021: hulp visualisaties

Bij e-mail van 3 juni jl. heeft de verdediging het – ook in haar eigen worden - “ongebruikelijke verzoek” gedaan om opdracht te geven aan het Openbaar Ministerie om de verdediging “in staat te stellen vergelijkbare visualisaties te (laten) maken van door de verdediging geselecteerde en te selecteren audiobestanden, video's en verklaringen”. Op de zitting van 7 juni jl. heeft de verdediging naar dit verzoek verwezen.

In de kern genomen betreft dit verzoek een financieringsvraagstuk. Blijkbaar wil de verdediging de kosten van bepaalde software of een in te schakelen bedrijf in rekening brengen bij het Openbaar Ministerie. Die mogelijkheid biedt de Nederlandse wet niet. Het EVRM en het Wetboek van Strafvordering voorzien niet in een bevoegdheid van de rechtbank om het Openbaar Ministerie mee te laten betalen aan de kosten van de verdediging in een strafproces. Zoals wij al eerder op deze zitting hebben gezegd, zijn er wel mogelijkheden voor verdachte Pulatov om zijn verdediging te laten financieren door de Nederlandse Staat, als hij die zelf niet kan betalen.7 De uitvoering daarvan ligt echter bij de Raad voor de Rechtsbijstand, en niet bij het Openbaar Ministerie. 

Overigens gaat de gemaakte vergelijking tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging mank. De verdediging heeft op de zitting van 10 juni jl. expliciet aangegeven dat zij de externe openbaarheid van het strafproces niet als haar taak beschouwt. Dat ligt anders voor het Openbaar Ministerie. Waar het Openbaar Ministerie de plicht heeft om de nabestaanden en het bredere publiek op een begrijpelijke manier over deze strafzaak te informeren,8 dient de verdediging het belang van haar cliënt tegenover de rechtbank. 

Natuurlijk moet ook verdachte Pulatov zijn standpunten zo goed mogelijk ter zitting voor het voetlicht kunnen brengen, maar tot nu toe lijken daarin geen belemmeringen te bestaan. De verdediging heeft op eerdere zittingen van juni en november vorig jaar en van april dit jaar al zelfstandig video's, foto's en verklaringen op heldere wijze in beeld gebracht.

Ook dit verzoek moet daarom worden afgewezen. 

Volledigheidshalve merken wij nog op dat het Openbaar Ministerie, zoals in maart vorig jaar al is benoemd, zijn verplichtingen tegenover de verdachten in deze zaak serieus neemt. Daar hoort bij dat wij belastend en ontlastend bewijs in gelijke mate meewegen en ter zitting benoemen. Bij aanvang van dit proces hebben wij verschillende voorbeelden benoemd hoe wij die taak uitoefenen: wij hebben besproken hoe gedurende het onderzoek meerdere gesprekken en personen in verband zijn gebracht met de Buk die MH17 neerschoot, terwijl daar bij nadere bestudering het bewijs voor ontbrak.9 Ook hebben wij bijvoorbeeld in juni 2020 bij onze toelichting op het onderzoek niet alleen gesproken over getuigen die hebben verklaard over het neerschieten van MH17 door een gevechtsvliegtuig, maar hun ook in een video aan het woord gelaten.10 

Nog steeds geldt dat wij gaan waar het bewijs ons leidt. Als de verdediging meent dat er ontlastend bewijs is dat onvoldoende is besproken of in beeld gebracht tijdens de inhoudelijke behandeling van de afgelopen weken, had de verdediging de door uw rechtbank geboden gelegenheid kunnen gebruiken om daar op te wijzen. Ook in november, tijdens de aanvulling van de inhoudelijke behandeling, zal daar nog gelegenheid voor zijn. Wij nodigen de verdediging uit om van zulke gelegenheden gebruik te maken als zij meent dat de bespreking van het relevante bewijs onvolledig is geweest. Als de verdediging tijdig aangeeft wat er volgens haar nog aanvullend besproken moet worden, kunnen wij bezien of dat reden is om bijvoorbeeld nog aanvullende tapgesprekken te laten visualiseren.   

Zitting 24 juni 2021: diverse verzoeken

Vandaag heeft de verdediging nog een aantal andere verzoeken die zij eerder aan het Openbaar Ministerie heeft gedaan, aan uw rechtbank gericht. 

Eén van die eerdere verzoeken is al door het Openbaar Ministerie ingewilligd. Dit betreft het verzoek van 19 mei jl. om kennis te nemen van de foto's van de sectie van de captain van team A van MH17. Zoals u op zitting heeft voorgehouden, is in het lichaam van dit bemanningslid een staaldeeltje aangetroffen dat in vorm en samenstelling overeenkomt met de vlindervormige fragmentatiedelen van een 9N314M warhead van een Buk-raket. Het OM heeft dit verzoek toegewezen en de verdediging in de gelegenheid gesteld om deze foto's te komen bekijken. Desgewenst kon zij daarvoor ook een door haar als kundig aangemerkt persoon meenemen voor een specialistische beoordeling. In de middag van 7 juni jl. hebben de raadslieden - zonder kundig persoon - van deze gelegenheid gebruik gemaakt.

Ook heeft het Openbaar Ministerie vragen van de verdediging beantwoord die zij bij e-mails van 3 en 16 juni heeft gesteld over een wrakdeel met een mogelijk kogelgat en tapgesprekken van Kharchenko. 

Andere verzoeken staan nog open, omdat het Openbaar Ministerie die heeft afgewezen, omdat deze volgens het Openbaar Ministerie buiten de opdracht van uw rechtbank vallen of omdat het zijn beslissing heeft aangehouden in afwachting van nadere toelichting door de verdediging. Deze verzoeken worden nu aan uw rechtbank gedaan. Wij zullen kort nalopen welke beslissingen wij eerder zelf op deze verzoeken hebben genomen. Naar wij begrijpen zal de verdediging in tweede termijn toelichten waarom zij zich niet met deze beslissingen kan verenigen en haar verzoeken nu alsnog aan uw rechtbank richt. 

Ruwe laserscandata

Eerst het verzoek om verstrekking van ruwe laserscandata. Bij beslissing van 22 april, heeft uw rechtbank aan het Openbaar Ministerie de opdracht gegeven om de ‘ETVR laserscandata’ aan het procesdossier toe te voegen. Volgens de beslissing van uw rechtbank doelde u hiermee op de scan die door het NLR en de RMA is gebruikt om de op de reconstructie aanwezige schade te analyseren.  Zo was dat ook door de verdediging gevraagd: de laserscandata werden volgens de verdediging gevraagd naar aanleiding van de vermelding daarvan in verhoren van deskundigen van NLR en RMA en waren bedoeld voor ‘het toetsen en beoordelen van de juistheid en de waarde van de bevindingen van NLR en RMA —gebaseerd op die data’.  Hierop hebben wij aan de verdediging en uw rechtbank de ETVR-laserscanbestanden verstrekt die door het NLR zijn gebruikt in zijn onderzoek naar het afvuurgebied. 

Bij e-mail van 25 mei jl. heeft de verdediging aangegeven dat de verstrekte laserscandata niet aan haar verwachtingen voldoen en heeft zij gevraagd om de verstrekking van de ruwe laserscandata. In onze schriftelijke reactie van 18 juni jl. hebben wij uitgelegd dat de bevindingen van het onderzoek door het NLR gecontroleerd kunnen worden op basis van de verstrekte bestanden en dat de ruwe laserscandata zich daar niet goed voor lenen. Bovendien kunnen de ruwe data niet zonder licentie worden geraadpleegd en is het ook los daarvan de vraag of deze bestanden in het digitaal dossier geopend kunnen worden. 

In onze schriftelijke reactie hebben wij ons op het standpunt gesteld dat wij met de eerdere verstrekking van de laserscanbestanden uitvoering hebben gegeven aan de voegingsopdracht van uw rechtbank. Zekerheidshalve hebben wij uw rechtbank gevraagd of wij deze opdracht hiermee juist uitleggen of niet. Daarop heeft uw rechtbank laten weten dat u met deze opdracht aan de verdediging de mogelijkheid heeft willen bieden om – zo nodig met een eigen kundig persoon – met behulp van de beschikbare laserscandata onderzoek te verrichten. In diezelfde e-mail heeft uw rechtbank de verdediging gevraagd nader uiteen te zetten welk onderzoek zij met de laserscandata wil uitvoeren en wat daarvoor nodig is.  

Wij vernemen dit graag van de verdediging, en dat kan ook na de zitting van vandaag in direct contact tussen verdediging en Openbaar Ministerie. Specifiek horen wij graag wat het onderwerp van dat onderzoek is, welke methodiek daarbij wordt gebruikt, welke laserscandata daarvoor nodig zijn en welke expertise en software zij daarbij tot haar beschikking heeft. Op basis daarvan kan het Openbaar Ministerie met hulp van ETVR beoordelen welke (laserscan)data redelijkerwijs van nut kunnen zijn en in welke reeds beschikbare vorm deze verstrekt en gevoegd kunnen worden. 

Overzicht locaties wrakdelen

Bij e-mail van 3 juni jl. heeft de verdediging verzocht om een overzicht van de OVV van alle geborgen wrakstukken met bijbehorende stringer- en stationnummers. Dat zou volgens de verdediging kunnen bijdragen aan een beter begrip van de door de deskundigen berekende detonatiepunten. 

Eerder heeft de verdediging verzocht om alle geborgen wrakdelen te mogen bekijken. Op 22 april jl. heeft uw rechtbank dit verzoek afgewezen met de motivering dat alle volgens de deskundigen relevante wrakdelen inmiddels waren opgeslagen in Gilze-Rijen en dat van de relevantie van andere wrakstukken niet is gebleken. Daarnaast heeft uw rechtbank aangegeven dat voor de bezichtiging door de verdediging van andere wrakdelen een concrete motivering mag worden verlangd, waarom het relevant is om een specifiek wrakstuk te kunnen bezien. Voor die concrete motivering kon de verdediging teruggrijpen op de foto’s van alle wrakdelen die het Openbaar Ministerie haar op 28 juli 2020 heeft verstrekt.  Ook dit nieuwe verzoek om een overzicht van de OVV van alle wrakdelen is algemeen geformuleerd en mist een concrete motivering waarom de locatie van specifieke wrakdelen op het toestel relevant is. 

Bij de motivering en de noodzaak van de gevraagde informatie zal het Openbaar Ministerie echter niet verder stil staan, omdat het hoe dan ook niet kan voldoen aan dit verzoek. Wij beschikken namelijk niet over het door de verdediging genoemde overzicht van de OVV, en kunnen het dus ook niet verstrekken of aan het dossier toevoegen. Daarom moet dit verzoek worden afgewezen.

Informatie over identiteit van deelnemers tapgesprekken

Bij e-mail van 16 juni jl. heeft de verdediging in algemene bewoordingen verzocht om aanvullende informatie over de identiteit van deelnemers aan de verstrekte tapgesprekken. Dit verzoek ziet op duizenden gesprekken zonder dat enige selectie is gemaakt door de verdediging naar relevantie van de gesprekken en klaarblijkelijk ook zonder dat de verdediging zelf enige poging heeft gedaan eerst zelf de gevraagde informatie op te zoeken in het dossier of na te vragen bij verdachte Pulatov. In het dossier bevindt zich al zeer veel informatie over de identiteiten en rollen van de deelnemers aan tapgesprekken. Die informatie is met zoekslagen in het digitale dossier eenvoudig te vinden. Nu de verdediging het verzoek plaatst in de sleutel van een onderzoek naar de positie die verdachte Pulatov innam binnen de DPR, valt bovendien te verwachten dat Pulatov zelf als beste in staat zal zijn om informatie te verschaffen over de deelnemers aan relevante gesprekken. 

Daarom heeft het Openbaar Ministerie aan de verdediging gevraagd om te benoemen van welke deelnemers aan welke specifieke gesprekken de verdediging de identiteit wenst te achterhalen en welk verdedigingsbelang daarmee gemoeid is. In afwachting van die nadere toelichting, heeft het Openbaar Ministerie zijn beslissing op dit verzoek aangehouden. 

Graag vernemen wij of de verdediging deze nadere toelichting in tweede termijn kan geven.

Informatie over Kolomoisky

In dezelfde e-mail van 16 juni jl. heeft verdediging aan het Openbaar Ministerie om informatie verzocht over de mogelijke rol van een zekere Kolomoisky bij het neerhalen van MH17. Dit verzoek wordt gedaan “teineinde te kunnen bepalen of (..) nader onderzoek aangewezen zou zijn”. Het is dus een opstap naar een mogelijk verzoek tot nader onderzoek. Ter onderbouwing heeft de verdediging verwezen naar een internetlink van een videoverklaring van Kolomoisky, waarin hij volgens de verdediging “lijkt te zeggen dat hij iets te maken had met het neerhalen van vlucht MH17” [onderstreping OM]. Welke concrete aanwijzingen deze video volgens de verdediging zou opleveren en wat dit zou kunnen afdoen aan het beschikbare bewijs tegen Pulatov, laat de verdediging onvermeld. 

In de aanloop naar de regiefase heeft het Openbaar Ministerie aan de verdediging bericht dat het strengere eisen zou gaan stellen aan de motivering van inzageverzoeken.  Op 25 november 2020 heeft uw rechtbank aangegeven dat die regiefase is afgerond en dat er voor nieuwe verzoeken zeer strikte vereisten gelden.11 Dit verzoek voldoet niet aan die eisen en kan moeilijk anders worden aangemerkt dan een fishing expedition. Daarom hebben wij dit informatieverzoek afgewezen.

Meewegen belang voortgang proces

Bij de beoordeling van alle verzoeken van de verdediging vragen wij aandacht voor het belang van de voortgang en afronding van dit strafproces. In de afgelopen weken hebben meerdere nabestaanden rondom de inhoudelijke behandeling tegenover het Openbaar Ministerie uitgesproken dat zij hopen dat na de uitoefening van het spreekrecht in september dit proces op afzienbare termijn kan worden afgerond. Veel nabestaanden zien uit naar een vonnis van uw rechtbank, en dan naar rust.12 Dat kwam eerder in dit proces al aan de orde.13  

Natuurlijk moet noodzakelijk onderzoek plaatsvinden. Maar het belang van de voortgang van dit strafproces, en in het bijzonder het belang van de nabestaanden, maakt dat naarmate het proces langer duurt steeds kritischer gekeken moet worden wat daadwerkelijk noodzakelijk is voor een goede en eerlijke waarheidsvinding, en wat niet. Het is belangrijk daarbij mee te wegen dat ook nader onderzoek dat relatief eenvoudig lijkt, vaak langer duurt dan we denken. Dat is in maart 2020 ter zitting besproken14 en zien we in deze zaak ook terug. Zo heeft uw rechtbank in november 2020 getuigenverhoren toegewezen in de Russische Federatie waar nu, meer dan een half jaar later, nog geen concrete planning voor is. Of en zo ja, wanneer die verhoren kunnen plaatsvinden, is nog een open vraag. Verdachte Pulatov heeft sinds het begin van dit proces alle denkbare tijd en ruimte gekregen om zijn verdediging vorm te geven. In dit vergevorderde stadium dient het belang van de voortgang van dit proces steeds zwaarder gaan wegen, ook bij de beoordeling van de hiervoor besproken verzoeken. 

In datzelfde belang van de voortgang van het proces zal het Openbaar Ministerie in september het juridisch kader verstrekken dat het Openbaar Ministerie zal hanteren bij zijn beoordeling van rechtsmacht, de ten laste gelegde misdrijven en deelnemingsvormen en het vergissingscenario (error in objecto en error in persona). Eerder hebben wij al verschillende onderwerpen besproken: zo hebben wij op de zittingen van juni en november vorig jaar al een toelichting gegeven op de standpunten van het Openbaar Ministerie over de rol van Pulatov en zijn medeverdachten,15 het opzet, de voorbedachte raad en de ten laste gelegde deelneming.16 In november vorig jaar17 en vorige week  hebben wij gewezen op stukken in het dossier die het Openbaar Ministerie relevant vindt voor de beoordeling van de eigen verklaring van Pulatov dat zijn belastende tapgesprekken desinformatie bevatten. Ook hebben wij al eerder toegelicht waarom Pulatov volgens het Openbaar Ministerie geen beroep toekomt op immuniteit18  of noodweer.19 Verder zijn de onderzoeksbevindingen over het neerschieten van MH17 met een Buk-raket vanaf een landbouwveld bij Pervomaiskyi op de regiezittingen van juni en november vorig jaar en tijdens de inhoudelijke behandeling uitgebreid besproken. Daarmee wordt Pulatov alle gelegenheid geboden om zijn verdediging vroegtijdig voor te bereiden. De eindboordeling van het Openbaar Ministerie bij requisitoir zal hem niet verrassen. 

Terwijl het Openbaar Ministerie dus open kaart speelt, houdt de verdediging haar kaarten tegen de borst. In deze fase van het proces mag van de verdediging worden verlangd dat zij uitlegt waarom nader onderzoek noodzakelijk is voor de onderbouwing van een specifiek verweer. Toch lezen wij dat vaak niet terug. Vooralsnog blijft onduidelijk welke verweren Pulatov nu precies wenst te voeren. Evengoed blijft het onduidelijk of en zo ja, wanneer de verdediging resultaten van haar meermalen genoemde eigen onderzoek aan uw rechtbank gaat voorleggen, en zo ja, wat daar de procedurele gevolgen van zijn. Wat we wel weten is dat de verdediging in dit proces zich niet altijd wenst te conformeren aan de planning van uw rechtbank of de inhoudelijke begrenzing die uw rechtbank aanbrengt in het nader onderzoek.20 Dit alles maakt het lastig voor uw rechtbank, het Openbaar Ministerie en het RBT om tot een overzichtelijke en tijdige afwikkeling van dit proces te komen. Vanzelfsprekend is het Pulatovs goed recht om zijn kaarten tegen de borst te houden, maar zolang de verdedigingsbelangen niet concreet worden, kan daar ook geen rekening mee worden gehouden. 

Conclusie

We komen tot onze conclusie. Het Openbaar Ministerie is van mening dat de verzoeken van de verdediging moeten worden afgewezen, omdat deze onvoldoende zijn gemotiveerd, wettelijke basis of feitelijke grondslag missen of niet kunnen worden uitgevoerd. 

Voetnoten

[1] Reactie OM d.d. 26 juni 2020, deel 2

[2] Tussenuitspraak van 25 november 2020

[3] Zie ook de beslissing van 22 april 2021: “Bij het beoordelen van verzoeken die betrekking hebben op inhoud van rapporten van deskundigen en op de geloofwaardigheid (‘credibility’) van die deskundige betrekt de rechtbank de inhoud van de rapporten en de verantwoording die daarin (al) wordt afgelegd over de vraagstelling, het onderzoeksmateriaal en de methode van onderzoek. Voor zover vragen al door de inhoud van een rapport van een deskundige worden beantwoord is een nadere bevraging daarover in de visie van de rechtbank niet zonder meer nodig c.q. relevant en mogelijk overbodig (‘redundant ‘)”. 

[4] Tussenuitspraak van 25 november 2020

[5] Tussenbeslissing van 3 juli 2020

[6] Zoals een overzicht van alle telefonische contacten van 15 tot en met 19 juli 2014 via aan Pulatov toegeschreven lijnen (verstrekt op 23 maart 2020), twee video’s van getuige Oliphant (verstrekt op 17 mei 2021) en een proces-verbaal over het verloop van het onderzoek naar foto’s van een printplaat en een scherf (verstrekt op 18 juni 2021).

[7] Reactie OM d.d. 26 juni 2020, deel 1

[8] Zie o.a. EHRM, Al Nashiri v. Polen (nr. 28761), 11 juli 2014, r.o. 495 en de bespreking hiervan in de Toelichting OM d.d. 10 maart 2020

[9] Openingswoord OM d.d. 9 maart 2020, p. 9-10 (over Bezler, Orion en Delfin); Toelichting OM onderzoek d.d. 10 juni 2020, deel 10 (Hoofdscenario), p. 34-35 (over Bezler).

[10] Toelichting OM onderzoek d.d. 9 juni 2020, deel 9 (Alternatieve scenario’s), p. 18 en visualisatie 3, dia 22.

[11] Tussenuitspraak d.d. 25 november 2020 

[12] Zie ook https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/3398114/nabestaanden-mh17-ramp-kijken-uit-naar-strafproces-elk-op-eigen-manier ('Ik hoop dat het straks klaar is. Dan krijgen we eindelijk rust’).

[13] Zie toelichting Openbaar Ministerie 10 maart 2020

[14] Zie toelichting Openbaar Ministerie 10 maart 2020

[15] Openingswoord OM d.d. 9 maart 2020

[16] Toelichting OM onderzoek d.d. 10 juni 2020, deel 13 (Conclusie), p. 5-9; Reactie OM op onderzoekwensen verdediging d.d. 13 november 2020, p. 4-5.

[17] Reactie OM op onderzoekwensen verdediging d.d. 13 november 2020, deel 3

[18] Toelichting OM onderzoek d.d. 10 juni 2020, deel 12 (Onderzoek naar de verdachten)

[19] Reactie OM op onderzoekwensen verdediging d.d. 13 november 2020

[20] Zie tussenuitspraak d.d. 25 november 2020, p. 8-9 (over verlate indiening onderzoekwensen) en pleitaantekeningen d.d. 15 april 2021, deel 2, randnummer 46 (“U heeft ook gemerkt dat de verdediging zich niet bij een dergelijk dïctaat neerlegt. Dat komt omdat wij principieel van mening zijn dat verwijzingsopdrachten niet op deze wijze geformuleerd dienen te worden gelet op de dynamische situatie van een verhoor en van een onderzoek a decharge.”)